De islamitische vrouw heeft niet veel intelligentie nodig. Haar taken zijn: koken, schoonmaken en voor haar mannelijke “echtgenoot” (spreek “koper”, die bruidsgeld voor haar heeft betaald) de benen spreiden. En uiteraard de gevolgen van de laatste handeling te dragen en kinderen te baren, mits zij de juiste leeftijd heeft bereikt. Daarom heeft de islamitische vrouw zonder controleren een van de meest plompe leugens van de islamitische geleerden geslikt, volgens welke Mohammed en de islam hun situatie verbeterd zouden hebben.
Zelfs het islamitische “feminisme” – een vreselijk stinkend brouwsel van rode stommiteit en islamisme – beweert steevast, dat dit sprookje overeen zou komen met de waarheid. Men vertrouwt erop, dat Mohammed en zijn vroege opvolgers alle sporen van de pre-islamitische wereld grondig zouden hebben uitgewist en dat de wetenschap geen kans op een objectief onderzoek naar de sociale realiteit voor Mohammed en voor de islam zouden hebben.
Dat dit niet zo is, kan ik jullie bewijzen met een kort citaat uit mijn nieuwste badkamerlectuur. Het boek heet “De koningin van Saba” van Rolf Beyer.
Hier het beloofde citaat:
“Maar zelfs zonder inscripties hoeft er niet getwijfeld te worden aan het bestaan van een koningin van Saba. Want sinds de eerste komt van Arabieren in inscripties uit de tijd van 800 tot 600 v. Chr. worden er meer Arabische koninginnen dan koningen genoemd. In hun vroege geschiedenis schijnen de Arabieren duidelijk voorrang te hebben gegeven aan de vrouwen als het ging om politieke heerschappij. Beroemd is een aanwijzing in de annalen van de Assyrische koning Tiglatpileser III. (745-727 v. Chr.):
…in het derde jaar van zijn regeringsperiode hief hij belastingen van Zazibi, de koningin van de Arabieren; in het negende jaar ontving hij tribuut van Shamsyya, de koningin van de Arabieren, die hij daarvoor had onderworpen.“
Ook bij de andere volkeren van de Voorste Oriënt waren heerseressen en koninginnen niet ongebruikelijk: in Egypte kennen we meerdere heerseressen, van wie Cleopatra de beroemdste is. In Byzantium heersten enkele keizerinnen, zoals ene Zoe of twee Theodora´s. In Judea heerste kort voor koning Herodes een koningin Salome Alexandra, vertelt Flavius Josephus. En niet alleen op het Arabische schiereiland, ook in het buurland Ethiopië was de vrouwelijke heerser eerder de regel, de Makeda.
Voor het pre-islamitische Arabië is ook een heerseres bekend, keizerin Zenobia:
Wanneer Septimius Odaenathus sterft (vermoedelijk eind 267) sterft, neemt Zenobia het regentschap op zich voor haar minderjarige zoon Vaballathus. Als koningin regeert zij over een groot deel van de Romeinse Oriënt, vooral de provincie Syrië. Zenobia erkent weliswaar de keizer in Rome, weet echter handig gebruik te maken van de crisis in het Romeinse rijk om haar invloedssfeer uit te breiden tot Arabië en Egypte.
Dat was nauwelijks 400 jaar voor Mohammed.
Zoals u ziet, heeft de domme, domme moslimvrouw haar lot volledig verdiend, omdat zij de leugens, die ertoe dienen haar te onderdrukken, niet alleen gelooft, maar onder de dekmantel van het islamitische feminisme zelf verbreidt. Daarbij zou ze alleen maar te hoeven kijken op de overal toegankelijke internetbronnen en een beetje geschiedenis moeten leren. Haar eigen geschiedenis, die van voor Mohammed.
Bron:
Auteur: Kybeline
Vertaald uit het Duits door:
E.J. Bron (www.ejbron.wordpress.com)
(Bovenstaand artikel geeft niet per se de mening van de vertaler weer. Dit geldt overigens eveneens voor alle andere vertalingen van E.J. Bron)
E.J. Bron is ook te volgen via Twitter














































