Laila en haar oom

Moslims, die misbruikt worden door familieleden, lijden meestal in stilte. Laila niet. De halve Pakistaanse heeft haar oom aangegeven en gebroken met haar familie – nu voelt ze zich in de steek gelaten.

Laila (gefingeerde naam) houdt van Pakistan. Van het land. Van het eten. Van de kleding. Maar ze haat de mensen – en nog meer het “achterbakse systeem”, waarin ze gevangen zitten. Daarom wil ze niets meer van Pakistan weten. Niets ruiken, niets zien. Haar Pakistaanse oom heeft haar jarenlang in haar ouderlijk huis in een grote Duitse stad seksueel misbruikt. In 2005 neemt ze de benen, verlaat haar familie en vlucht meerdere honderden kilometers.

Haar nieuwe leven begint op de parkeerplaats van een supermarkt in Stuttgart. Medewerkers van het verantwoordelijke bureau jeugdzorg dragen haar over aan Aisha Kartal van het Woonproject van de evangelische vereniging voor jonge vrouwelijke migranten. “Rosa” heet de instelling. Laila´s nieuwe thuis is een tweepersoonskamer in een oude woning. Laila leeft zeven jaar in de anonimiteit, zonder contact met haar familie.

Intussen is ze 24 jaar oud en heeft een taboe doorbroken: Laila heeft haar oom aangegeven. Vanuit het oogpunt van haar familie heeft zij de eer geschonden, heeft zij schande over haar familie gebracht. Ze zit op een aardbeikleurig bankstel, een sierlijke vrouw met een smal gezicht, amandelvormige ogen en opvallende lippen. Ze draagt haar donkere haren los, haar handen rusten op de strakke spijkerbroek.

Aan de omgang met het thema seksueel misbruik kleeft in islamitische families nog meer schaamte dan in Duitse families. Of deze vaker voorkomt, is onduidelijk. Volgens een onderzoek van het Duitse familieministerie gaf 25% van de Duitse vrouwen aan bloot te staan aan lichamelijk en seksueel geweld, bij vrouwen met een migratieachtergrond was dit 40%.

Laila´s ouders leerden elkaar in Duitsland kennen, de moeder komt uit het Ruhrgebied, de vader uit Pakistan. Laila en haar broer werden geboren in Duitsland. De familie woont in een huis met drie verdiepingen aan de rand van de stad, de moeder is serveerster, de vader werkt in de bouw, hij werkt hard en is analfabeet. Hij is nauwelijks thuis, is heel zuinig en bouwt vier huizen, die hij verhuurt. Het gaat goed met de familie.

Totdat twee broers van de vader in het begin van de jaren-90 naar Duitsland komen, zich indringen en zich vervelen. Laila´s ouders, zo komt het op haar over, werken nog meer, komen nog later thuis en laten hun kinderen nog meer aan zichzelf over. De Pakistaanse familie, vooral één oom, zorgt voor de kleine Laila.

“Vind je hem leuk?”

Ze is vijf jaar oud, als ze zich realiseert, dat hij “een oogje op haar heeft, zoals zij het noemt. Hij overstelpt haar met cadeautjes, vervult bijna al haar wensen. Daarvoor hoeft ze ´s avonds alleen maar bij hem in bed te liggen. In het begin raakt hij haar niet aan. Laila geniet van de aandacht, de oom vervangt de vader.

Als ze naar school gaat, verbiedt hij haar omgang met Duitse vrienden en klassenexcursies, controleert haar, snijdt haar de pas af na schooltijd en sleept haar mee naar huis. Thuis is het net zoals in Pakistan. De Pakistaanse televisie draait 24 uur per dag, uit de radio klinkt Pakistaanse muziek, er is Pakistaans eten, aan de muren hangen foto´s uit Pakistan. In haar kamer vergrijpt de oom zich aan Laila. Ze begint Pakistan te haten.

Als ze 10 jaar oud is, kijkt de familie naar een film, gemaakt op een bruiloft in Pakistan. De oom wijst naar een neef van Laila en vraagt: “Vind je hem leuk?”. Laila lacht. “Je zult met hem trouwen”, zegt de oom.

Twee jaar later wordt in Pakistan de verloving gevierd. Laila draagt een kakelbonte Bollywood-jurk, de haren mooi geknipt. Haar bruidegom is aardig, ze ruilen ringen met de beginletters van hun voornamen erop. Ze zullen gaan trouwen als Laila 18 jaar is.

Terug in Duitsland leeft de familie streng volgens de koran, de ooms dulden geen tegenspraak. Laila moet zich onderwerpen. Als ze niet gehoorzaamt, krijgt ze slaag. Op een bepaald moment wordt ze ook misbruikt door de andere oom. Ieder gruwelijk detail staat in haar geheugen gegrift.

De vader slaat de moeder, de ooms kijken toe. Een tante, die intussen ook bij hen in is komen wonen, kijkt de andere kant uit. Laila spreekt nu van een “vanzelfsprekendheid”, waarmee de moeder en de tante – maar ook zijzelf – de vernederingen zouden hebben gepikt, zonder zich te verzetten.

“De eer van de familie gaat boven alles”, zegt Laila. Artsen, die misbruikte moslima´s behandelen, berichten over zware verwondingen in het gebied van de anus, omdat de vrouwen meestal anaal verkracht worden om het maagdenvlies niet te beschadigen. Vaak zijn de daders familieleden, vaders en echtgenoten staan de overvallen toe. Wat er in de familie gebeurt, blijft geheim. Daarvan mag geen woord naar buiten komen. Laila krijgt die boodschap met slaag ingeënt.

Ze gehoorzaamt, totdat ze 12 jaar oud is, dan vlucht ze met haar moeder naar een vrouwenhuis. Op een bezoekdag onder toezicht van medewerkers van het bureau jeugdzorg, huilt de vader zo vreselijk, dat Laila medelijden krijgt. De moeder heeft al lang geen gevoelens meer voor hem. Laila smeekt haar om samen terug te gaan en de moeder stemt toe.

“Nooit echt een thuis”

Thuis is Laila weer overgeleverd aan de oom. Hij bedreigt haar, vergrijpt zich aan haar. Laila wil niet meer leven en op 15-jarige leeftijd slikt ze rattengif. In het ziekenhuis neemt ze een arts in vertrouwen. Die waarschuwt haar moeder: “Als Laila nog één keer in de familie komt, sterft ze.”

Haar broer bezoekt haar en moet van zijn oom zeggen: “Je had uit het raam moeten springen, zodat je echt dood bent”. Opnieuw vertrekken moeder en dochter voor een periode van een half jaar naar het vrouwenhuis, later naar een piepkleine tweekamerwoning.

Vrijheid blijft een droom. De Pakistaanse gemeenschap in de stad heeft nauw contact met elkaar. De oom ontdekt haar en dreigt haar te vermoorden. “Ik wilde graag een rok dragen zoals alle Duitse meisjes en tegelijkertijd voelde ik me een slet als ik deze droeg”, zegt Laila. “Dat had men immers vaak genoeg tegen mij gezegd, net zoals bij een hersenspoeling”.

Laila snijdt haar polsen door, ze komt in een psychiatrische kliniek terecht. Samen met “Rosa” van de Evangelische vereniging voor jonge migrantes in Stuttgart bereidt ze haar vlucht uit de stad voor. Ze pakt alles in haar koffers – alleen niets Pakistaans. Niets zou haar nog aan haar wortels moeten herinneren, zegt ze. Het is een moeilijke weg. “Men had nooit echt een thuis – en toch geeft men dit alles in één klap op.”

Ze verbreekt ieder contact, ze telefoneert alleen eenmaal per week met haar moeder. Maar ook zij mag niet weten waar Laila is. Het is een van de meest moeilijke periodes in haar leven. Veel mishandelde moslima´s, die zich losscheuren van hun gewelddadige thuis, gaan weer terug.

Laila niet. Ze begint zichzelf te snijden, slikt antidepressiva, komt 20 kilo aan, krijgt acne. “Omdat men zijn zielzorgen uitstraalt, leerde ik in het begin alleen mensen met een gebroken ziel kennen”, zegt Laila. Het duurt een tijdje, voordat men zich daarvan heeft vrijgemaakt”.

Laila projecteerde haar pijn op haar ouders, vindt hen verantwoordelijk. “Waarom heb je me nooit beschermd?”, vraagt ze aan haar moeder. Deze huilt hulpeloos. Ze schreeuwt tegen haar vader aan de telefoon: “Je hebt me alleen gelaten met je broers!” De vader schreeuwt terug: “Je bent gek!”

Laila geeft haar oom aan. “Het was de eerste stap van mijn genezing”, zegt ze. Het onderzoek kost veel tijd. De man is intussen getrouwd met een 19-jarige Poolse en woont nu in Polen. Ze spaart de andere oom. Hij verloor zijn kleine dochter door een auto-ongeluk. “Hij is hard genoeg bestraft”.

Laila´s vader smeekt haar om de aangifte in te trekken. “Je bezoedelt onze eer”, zegt hij en biedt haar € 1000,- zwijggeld. “Dat was het ergste”, zegt Laila.

Drie jaar lang vecht ze voor haar recht dat de gerechtigheid overwint en dat de oom veroordeeld wordt. Ze praat urenlang met deskundigen, keert haar hele ziel binnenstebuiten, beleeft in gesprekken opnieuw het jarenlang voortdurende misbruik. Ze voelt zich steeds opnieuw getraumatiseerd, zegt ze. Nu werd het proces gestaakt.

“Mijn familie heeft me vernederd – en nu vernedert het Duitse recht me”, zegt Laila. “Ik zou nog een keer aangifte tegen hem doen, want dat heeft mijn zwijgen doorbroken en heeft voor een stuk genezing gezorgd. Tegelijkertijd voel ik me een slachtoffer van justitie.”

Twee jaar geleden is ze voor de islamitische wet getrouwd. Met een Pakistani.

Bron:

http://www.spiegel.de/panorama/gesellschaft/0,1518,785929,00.html

Auteur: Juli Jüttner

Vertaald uit het Duits door:

E.J. Bron (www.ejbron.wordpress.com)

(Bovenstaand artikel geeft niet per se de mening van de vertaler weer. Dit geldt overigens eveneens voor alle andere vertalingen van E.J. Bron)

E.J. Bron is ook te volgen via Twitter

Over E.J. Bron

www.ejbron.wordpress.com
Dit bericht werd geplaatst in Islam. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s