Islamitische winter: De terugkeer van de radicalen

De sceptici m.b.t. de situatie in Noord-Afrika en het Nabije Oosten lijken gelijk te krijgen: de “Arabische Lente” eindigt blijkbaar in een Arabische winter.

Midden oktober trokken drie gebeurtenissen de aandacht van de wereldgemeenschap: ten eerste werd de langjarige Libische dictator Gaddafi gedood. Ten tweede verklaarde de Nationale Raad Libië tot een vrij land en de sharia tot het nieuwe recht. Ten derde wonnen de islamisten de parlementsverkiezingen in Tunesië. Elk van deze gebeurtenissen zou de wereld van zijn naïeve illusies m.b.t. de perspectieven van deze landen kunnen bevrijden. Omdat ze echter bijna allemaal tegelijkertijd hebben plaatsgevonden, bestaat daarover geen twijfel meer. Enkele deskundigen hebben al het begrip “Islamitische winter” bedacht.

De schrikbarende beelden van de moord op Gaddafi hebben veel mensen gechoqueerd. Dat had echter nauwelijks iets te maken met de radicale islam. Dat zou waarschijnlijk iedere ten val gebrachte dictator ter wereld hebben kunnen overkomen. Maar in de context van de daaropvolgende gebeurtenissen zijn de beelden met de bloedende Gaddafi een signaal voor datgene, wat er in alle landen van de “Arabische Lente” plaatsvindt: overal is de macht van seculiere, bloeddorstige tirannen overgegaan op de religieuze, maar ook bloeddorstige heersers.

Land van het zegevierend islamisme

In Tunesië, waar de “Arabische Lente” in het begin van dit jaar was begonnen, vonden verleden week de eerste vrije en democratische parlementsverkiezingen plaats, waar meer dan 100 partijen aan deelnamen. Met 40% van de stemmen was de islamistische partij Al-Nahda de beste van allemaal. Dar is waarschijnlijk niet voldoende om de grondwet te veranderen, maar volstaat wel om de situatie in het land onder controle te houden.

Veel deskundigen zijn het er echter over eens, dat de Tunesische (en Libische) ex-leiding zelf een islamistische “ondergrondse” zou hebben opgericht, waartegen ze echter na de 11e september 2001 zelf moest vechten. Veel Arabische (en niet alleen Arabische) tirannen wilden niet beschuldigd worden van autoritarisme en motiveerden de gruwelijke onderdrukking van de oppositie door de bestrijding van de islamisten.

De An-Nahda-leiding was in het vroege begin van de jaren-2000 aan het einde van haar Latijn in Tunesië en vertrok naar Saoedi-Arabië. Nadat president Ben Ali echter uit de macht was gezet (daarmee had An-Nahda overigens niets te maken), kwamen de islamisten naar huis terug en vulden met succes het daar ontstane politieke vacuüm.

Veel deskundigen zijn het er echter over eens, dat in Tunesië ook de seculiere oppositionele krachten behoorlijk sterk zijn, zodat dit land zich niet zal ontwikkelen tot een nieuw Iran, Afghanistan of Saoedi-Arabië. Waarschijnlijk zou een ontwikkeling volgens Turks model zijn, waar de islamisten al lange tijd aan de macht zijn, maar voorzichtig optreden.

Landen van het zegevierende islamisme

Met het oog op de berichten uit Libië en Tunesië is de situatie in Egypte wat naar de achtergrond gedrongen, hoewel de islamisten daar vermoedelijk de beste kansen hebben bij de parlementsverkiezingen in deze maand. Nog meer dan dat: de jongste onlusten in Cairo maken duidelijk, dat de zege van de Egyptische islamisten, die veel radicaler dan hun Tunesische collega´s zijn, een enorme schok zou kunnen veroorzaken.

In tegenstelling tot de Tunesische An-Nahda-partij was de Egyptische beweging van de Moslimbroeders altijd sterk en vocht openlijk tegen de seculiere regering van Hosni Moebarak. De Moslimbroeders waren in 1981 verantwoordelijk voor de moord op zijn voorganger Anwar as-Sadat. Moebarak bestreed hen en moest zich daarvoor de kritiek van mensenrechtenactivisten laten welgevallen. Toch speelden de islamisten in Egypte tijdens de “Arabische Lente” geen rol en traden pas na de val van Moebarak op de voorgrond. Toen wonnen ze echter snel aan invloed. De Moslimbroeders vervolgden studenten en andere liberalen, die van de militaire raad, die Moebarak aan de top had afgelost, democratische hervormingen verlangden. Onlangs is het tot bloedige aanvallen op de Koptische christenen gekomen, waarbij velen gedood of verwond werden. De jongste onlusten vonden midden oktober plaats. De wereld was destijds echter meer geïnteresseerd in de jacht op Gaddafi; het bloedvergieten in Cairo bleef bijna onopgemerkt.

Volgens deskundigen zou een verkiezingsoverwinning van de Moslimbroeders betekenen, dat de situatie in Egypte zich net zo ontwikkelt als ooit in Irak, echter met dat verschil, dat Irak een sjiietisch land is en Egypte een Soennitisch. In Irak zijn na de val van de Baath-partij de islamisten aan de macht gekomen. De religieuze intolerantie domineerde in toenemende mate het dagelijkse leven. De strijd tegen de christenen zorgde voor meer eenheid onder Sjiieten en Soennieten. Volgens de jongste informatie van christelijke liefdadigheidsorganisaties heeft ongeveer de helft van de Irakese christenen (300.000 mensen) het land al verlaten.

Dat de Irakese autoriteiten nog niet radicaler geworden zijn, heeft te maken met de aanwezigheid van buitenlandse troepen in het land. In Egypte zijn geen internationale troepen, die de Moslimbroeders in bedwang zouden kunnen houden. Daarom zou de islamisering in het land van de farao´s duidelijk heftiger kunnen worden.

Land van het oorlogszuchtige islamisme

Hoewel de Libische Nationale Raad na de dood van Muammar Gaddafi de “bevrijding” van het land heeft verkondigd, is er eerst geen sprake van een winnaar. Deskundigen zijn het er over eens, dat de machtsstrijd in Libië pas begint. In de strijd tegen Gadaffi hadden verschillende groepen zich aaneengesloten. Men moet echter zeggen, dat de rebellenraad na het uit de macht zetten van Gaddafi alleen daarom nog steeds bestaat, omdat zijn leden, die absoluut onafhankelijk van elkaar zijn, de beslissingen van dit comité aanvaarden. Er bestaan echter twijfels of de ook aan dit comité deelnemende islamisten spoedig de oorlog zullen verklaren aan hun voormalige “wapenbroeders”.

Een bewijs daarvoor is het zeer negatieve gedrag van veel Libiërs m.b.t. de islamisering van het land. In ieder geval baarde de voorzitter van de Nationale Raad, Mustafa Abdul Jalil, vorige week veel opzien, toen hij sprak van de invoering van de sharia in Libië. “Hebben we Goliath omvergegooid om in de handen te vallen van de inquisiteurs?”, zou een Libische vrouw uit Benghazi, die tegen de shariaregel van polygamie is, tegen de Britse krant de “Daily Mail” hebben gezegd.

De voorzitter van de Libische Solidariteitspartij, Abdel Rahman as-Schatr, zei, dat de sharia niet op initiatief van de Nationale Raad ingevoerd zou moeten worden. Hiervoor zou een referendum moeten worden gehouden.

Landen van de mislukte democratie

Veel deskundigen vermoeden, dat iedere toepassing van westerse democratiemodellen in de door de “Arabische Lente” getroffen landen de komst van de islamitische winter zou kunnen bespoedigen.

“De islamisten zijn het gewend om in de luwte te blijven. Ze hebben jarenlang geduld geoefend. Dat is het belangrijkste aspect van hun strategie. Ze hebben geleerd om te overleven en daarom compromissen te sluiten”, zei Hussein Aga van de universiteit van Oxford, die vroeger adviseur van de Palestijnen bij de onderhandelingen met Israël was en geldt als een van de vooraanstaande kenners van het Nabije Oosten. Volgens hem zijn de islamisten “de enige politieke kracht, die een goede naam heeft onder de bevolking – niet in de laatste plaats, omdat zij nooit aan de macht waren. Hun taal, hun opvattingen, hun ideeën worden door veel mensen gesteund.” Om deze redenen zouden de islamisten zeer gevaarlijke tegenstanders zijn, die de democratische weg zouden kunnen gebruiken om aan de macht te komen, waarschuwde hij.

Als de Egyptische jongeren en liberalen de Moslimbroeders hiervan beschuldigen, hebben ze in principe gelijk. Mocht de islamitische winter komen, dan zou deze een product van de democratie zijn. De nieuwe wetten, die in de zin van democratische normen worden aangenomen, zullen zij dan gebruiken voor de onderdrukking van hun tegenstanders en de opbouw van islamitische landen. De Duitse krant “Handelsblatt” waarschuwde al, dat de Europeanen zich er alvast op zouden moeten voorbereiden, dat de democratie in veel Arabische landen het ontstaan van sterke islamitische regimes tot gevolg zal hebben. De Duitse politicoloog met Syrische wortels, Bassam Tibi, waarschuwde voor “gematigde islamisten” zoals An-Nahda, die de wereldgemeenschap weliswaar geruststellen, maar daarbij echter hun belangrijkste doel – de vorming van islamitische landen – verzwijgen.

Bron:

http://de.ria.ru/opinion/20111031/261220320.html

Vertaald uit het Duits door:

E.J. Bron (www.ejbron.wordpress.com)

 

 

Over E.J. Bron

www.ejbron.wordpress.com
Dit bericht werd geplaatst in "Arabische Lente", Afrika, Christenvervolging, Islam, Islamisering, NAVO. Bookmark de permalink .

Een reactie op Islamitische winter: De terugkeer van de radicalen

  1. G.Deckzeijl zegt:

    ’t Is waarlijk te hopen dat alle kamelenvlooien uit die regio zich in alle fundamentalistische oksels zullen gaan nestelen.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s