John F. Kennedy: Toespraak voor de Amerikaanse Associatie van Uitgevers van Kranten (27 april 1961)

De postmoderne West-Europese pers geeft geen feiten meer, maar veegt ze óf onder het tapijt of is ideologisch te verblind om de feiten überhaupt onder ogen te zien.

Het woord “geheimzinnigheid” alleen al is in een vrije en open samenleving verwerpelijk en wij zijn als volk van nature en historisch tegen geheime genootschappen, geheime eden en geheime procedures. We besloten lang geleden dat de gevaren van een overmatig en ongerechtvaardigd verzwijgen van relevante feiten ernstiger zijn dan de gevaren die ontstaan door het verbergen van allerlei informatie. Zelfs vandaag de dag zou men geen waarde moeten hechten aan verzet tegen een open samenleving en zou men willekeurige beperkingen niet moeten imiteren. Zelfs vandaag is er weinig waarde in het veiligstellen van onze natie als onze tradities ook niet mee overleven. En er is het zeer serieus te nemen gevaar dat de algemene behoefte aan meer veiligheid zal worden aangegrepen om de betekenis ervan (veiligheid) uit te breiden naar de uiterste grenzen van officiële censuur en geheimhouding. Zover het in mijn macht is, ben ik niet van plan dat toe te staan. En geen ambtenaar in mijn regering, hoog of laag in rang, civiel of militair, moet mijn woorden van deze avond als excuus gebruiken om nieuws te censureren of om afwijkende meningen te onderdrukken, om onze fouten te verbergen of feiten aan pers en publiek te onthouden die ze verdienen te weten.

Maar ik vraag elke uitgever, elke redacteur en elke verslaggever in ons land om zijn eigen normen opnieuw te onderzoeken en de aard van het gevaar te onderkennen waar ons land nu in verkeert. In tijden van oorlog hebben de overheid en de pers gebruikelijk de handen ineengeslagen om door zelfdiscipline ongeoorloofde bekendmaking van informatie aan de vijand te voorkomen. In tijden van “duidelijk gevaar” hebben rechtbanken geoordeeld, dat zelfs de voorname rechten van het “First Amendment” moeten wijken voor de algemene behoefte aan nationale veiligheid.

Nu is er geen oorlog verklaard – en hoe fel de strijd ook mag worden, hij zal ook nooit op een traditionele wijze verklaard worden. Onze manier van leven ligt onder vuur. Diegenen die zich tot onze vijanden maken, zijn in opmars. Het overleven van onze vrienden is in gevaar. En toch is er geen oorlog verklaard, er zijn geen grenzen overschreden door marcherende troepen en er zijn geen raketten afgevuurd. Als de pers op een oorlogsverklaring wacht zonder de zelfdiscipline in acht te nemen die de omstandigheden op het slagveld vereisen, dan kan ik alleen maar zeggen dat geen oorlog ooit een grotere bedreiging voor onze veiligheid is geweest. Als u in afwachting bent van de vaststelling van “een duidelijk gevaar”, dan kan ik alleen maar zeggen dat het gevaar nooit duidelijker is geweest en zijn aanwezigheid nog nooit zo dreigend was.

Het vereist een verandering van verwachtingen, een verandering van tactiek en doelstelling – door de regering, door het publiek, door elke zakenman of vakbondsleider en door alle nieuwsbladen. Want we staan overal op de wereld tegenover een monolithische en meedogenloze samenzwering, die allereerst gebruik maakt van verborgen middelen om zijn invloedssfeer te kunnen uitbreiden – infiltratie in plaats van inval, omverwerping van het gezag in plaats van verkiezingen, intimidatie in plaats van vrije keuze, gebruikmaking van nachtelijke guerrilla in plaats van legers bij daglicht. Het is een systeem, dat een enorme hoeveelheid mensen en middelen in de strijd werpt, in een eng en hecht geknoopt systeem van militaire en diplomatieke informatie-inwinning, van economische, wetenschappelijke en politieke operaties.

De voorbereidingen vinden in het verborgene plaats, worden niet gepubliceerd. De fouten en vergissingen komen niet op de voorpagina. De dissidenten zijn het zwijgen opgelegd en worden niet geprezen. Er worden geen uitgaven of budgets gecontroleerd, geen gerucht wordt afgedrukt, geen geheim wordt onthuld. Het voert een Koude Oorlog en samengevat: met een discipline waaraan geen enkele democratie zou kunnen voldoen.

Omdat het een feit is dat de vijanden van de natie er over hebben opgeschept informatie uit de kranten te hebben verkregen, waar ze anders agenten voor hadden moeten inhuren of door middel van diefstal, omkoping of spionage hadden moeten zien te krijgen. De details van onze voorbereidingen om ons te verweren tegen geheime operaties van de vijand beschikbaar zijn voor elke krantenlezer, gelijk vriend of vijand, dat de omvang, de sterkte, de locatie en de aard van onze troepen en wapens, onze plannen en strategie voor het gebruik ervan, het wordt allemaal aangehaald in onze pers en andere media in een mate, die voor elke buitenlandse macht voldoende is, en dat, in tenminste één geval, het publiceren van details over een apparaat waarmee satellieten werden gevolgd, veranderingen vereisten die veel tijd en geld hebben gekost.

De kranten die deze verhalen hebben afgedrukt, waren loyale, vaderlandslievende, verantwoordelijke en goedbedoelende media. Als we in een openlijke oorlog waren geweest, hadden ze het niet gepubliceerd. Maar door het ontbreken van een openlijke oorlogsvoering erkenden ze alleen de goede journalistieke gewoonte om de feiten te controleren en dachten niet aan de nationale veiligheid. En mijn vraag vanavond is nu of de pers ook zulke overwegingen in hun beslissingen zou moeten betrekken.

U alleen kunt die vraag beantwoorden. Geen ambtenaar zou dat voor u moeten doen. Geen overheidsbeleid zou u tegen uw wil beperkingen moeten opleggen. Maar ik zou in mijn plicht tegenover ons land tekortschieten, rekeninghoudend met alle verantwoordelijkheden, als ik dit probleem niet onder uw aandacht zou brengen en daarbij aandring op een serieuze afweging.

Bij veel eerdere gelegenheden heb ik gezegd, en uw kranten hebben het ook steeds gezegd, dat dit tijden zijn die een beroep doen op de opofferingsgezindheid en zelfdiscipline van elke burger.

Ik heb niet de bedoeling om een nieuw Bureau voor (Oorlogs)Informatie op te richten om de nieuwsstroom te reguleren en te beheersen. Ik doe geen voorstel voor nieuwe vormen van censuur of voor nieuwe veiligheidclassificaties. Ik heb geen eenvoudig antwoord op het dilemma dat ik heb voorgelegd en zou ook nooit proberen nieuwe vormen van censuur op te leggen als ik de mogelijkheid daartoe had. Maar ik vraag wel aan de leden van de pers en aan uitgevers om hun verantwoordelijkheden opnieuw te overdenken, om de mate en de aard van het huidige gevaar te doordenken en de plicht tot zelfbeheersing die dat gevaar ons oplegt in acht te nemen.

Elke krant vraagt zich (dagelijks) af: “Is dit nieuws?” Het enige dat ik naar voren breng, is, dat men de vraag er aan toe zou moeten voegen: “Is het in het belang van onze nationale veiligheid?” En ik hoop dat elke groep in Amerika – vakbonden, zakenmensen en ambtenaren op alle niveaus – zich deze vraag zullen stellen en hun bezigheden aan eenzelfde strenge toets zullen onderwerpen. En mocht de pers in Amerika overwegen vrijwillig nieuwe, specifieke stappen te nemen, methodes of apparatuur op dit gebied in te voeren, dan kan ik u verzekeren dat we van ganser harte deze aanbevelingen zullen steunen.

Misschien zullen er geen aanbevelingen komen. Misschien is er geen antwoord op het dilemma waar een vrije en open samenleving zich mee geconfronteerd ziet in een koude en geheime oorlog. In vredestijd is elke actie op dit gebied zowel pijnlijk als zonder precedent. Maar dit is een tijd van vrede en (tegelijkertijd) van gevaar zonder voorbeeld in de geschiedenis.

Het is de ongekende aard van deze uitdaging die ook aanleiding geeft tot uw tweede verplichting, een verplichting die ik met u deel. Dat het onze plicht is het Amerikaanse volk te waarschuwen en te informeren – om er zeker van te zijn dat ze alle feiten kennen en ze ook begrijpen – de gevaren, de vooruitzichten, de doelstellingen van ons programma en de keuzes waar we voor staan.

Geen president moet de publieke controle op zijn beleid vrezen. Want uit dat onderzoek komt begrip en uit begrip komt ondersteuning of oppositie. En beiden zijn noodzakelijk. Ik vraag niet aan uw nieuwsbladen om de regering te steunen, maar ik vraag u te helpen in de enorme opgave om het Amerikaanse volk te waarschuwen en te informeren. Want ik heb het volste vertrouwen in de reactie van onze burgers wanneer ze eenmaal volledig op de hoogte is. Ik zou niet alleen een polemiek onder uw lezers niet willen verstikken – ik ben er zelfs blij mee. Deze overheid wil openhartig zijn over zijn fouten, want zoals een wijs man ooit zei: “Een fout is geen fout, totdat men weigert deze te corrigeren.” Wij hebben ons voorgenomen de volledige verantwoordelijkheid voor onze fouten te accepteren en wij verwachten van u ons op fouten te wijzen, mochten we ze niet zien.

Zonder discussie, debat of kritiek, kan geen enkel bestuur en geen enkel land slagen – en geen republiek zou kunnen overleven. Dat is waarom de Atheense wetgever Solon besloot om beperkingen op debat en polemiek tot een misdrijf te maken. En dat is de reden waarom onze pers wordt beschermd door het “First Amendment” – de enige bedrijfstak in Amerika die specifiek door de grondwet wordt beschermd – in eerste instantie niet om te amuseren en te entertainen, niet om het triviale en het sentimentele te benadrukken, niet gewoon “geef het publiek wat het wil,” maar om te informeren, om op te wekken, om na te denken, om te wijzen op onze gevaren en onze mogelijkheden, om onze crises aan te duiden en onze keuzes, om het publiek ook te leiden, te vormen en te onderwijzen en soms zelfs om woede bij het publiek op te roepen.

Dit betekent meer publicaties en analyse van het internationaal nieuws – want het is niet meer ver weg en vreemd, maar dicht bij huis geworden. Het betekent meer aandacht voor en een beter begrip van het nieuws evenals het toegankelijker maken van het nieuws voor het publiek. En tenslotte betekent het, dat de overheid op alle niveaus moet voldoen aan de verplichting u te voorzien van zo volledig mogelijke informatie, rekening houdend met de smalste begrenzingen van de nationale veiligheid – en we zijn van plan dat ook te doen.

En zo is het aan de drukpers, aan de verslaggevers van de daden van de mensheid, de bewaarder van z’n geweten en de brenger van zijn nieuws, dat we op zoek zijn naar kracht en bijstand, in de overtuiging dat met uw hulp de mens zal zijn waarvoor hij geboren is; vrij en onafhankelijk.

Audio-opname speech Kennedy:

Bron:

http://www.jfklibrary.org/Research/Ready-Reference/JFK-Speeches/The-President-and-the-Press-Address-before-the-American-Newspaper-Publishers-Association.aspx

Vertaald uit het Engels door:

vederso

Over E.J. Bron

www.ejbron.wordpress.com
Dit bericht werd geplaatst in Europa, political correctness, Socialisten, VS. Bookmark de permalink .

6 reacties op John F. Kennedy: Toespraak voor de Amerikaanse Associatie van Uitgevers van Kranten (27 april 1961)

  1. lucky9 zegt:

    “Profiles in courage”, het is allemaal een kwestie van individuele moed en ontelbare heldendaden.
    Ongelooflijk dat ik dit allemaal vergeten was.

    Like

  2. rokra zegt:

    een heel goed boek hierover is verschenen bij Kopp isbn 978-3-942016-15-5 van Andreas von Retyi – Zum Schweigen gebracht!. Een echte aanrader.

    Like

  3. Pingback: Waarvoor Eisenhower waarschuwde en Kennedy werd vermoord! | Gewoon-Nieuws.nl

  4. Pingback: Waarvoor Eisenhower waarschuwde en Kennedy werd vermoord !! | Pensioenactivist

  5. Pingback: Creatief boekhouden met Hitler | monetairehervormingennu

  6. Pingback: Creatief boekhouden met Hitler

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s