Postzionisme is zó iets van de jaren-90

(Door: Caroline Glick)

De nationale feestdagen van een natie zeggen veel over de toestand van diezelfde natie. In de jaren-90 hadden de Israëlische elites en grote delen van de Israëlische bevolking in ruime mate afscheid genomen van de realiteit. Radicalen zoals Yossi Beilin, Shulamit Aloni en Avrum Burg dicteerden de regeringspolitiek. Overal was het postzionisme volop in de mode, gestimuleerd door de media, de amusementsindustrie en het Ministerie van Onderwijs. Tegelijkertijd golden zionisme en Judaïsme als uitgesproken achterhaald.

In 1998 was Nenjamin Netanyahu, net als nu, minister-president. En destijds zowel als nu waren er prominente stemmen, die hem er voor verantwoordelijk maakten dat er geen vrede was, evenals voor iedere andere noodsituatie op deze planeet.

In 1998 werd voor de viering van Israel´s 50e Onafhankelijkheidsdag een vermogen uitgegeven. Het geplande programma liet zien, hoe ver Israel´s politieke en culturele elites bereid waren te gaan om de fundamentele maatschappelijke waarden aan te vallen. Uiteindelijk eisten leden van de regering van Netanyahu als reactie op de geplande voorstelling van een dansgroep, dat de feestelijke voorstellingen niets zouden moeten bevatten dat bepaalde groepen in de Israëlische samenleving – bedoeld werden de religieuzen – beledigt. Daarop uitten Israel´s cultuur- en mediavertegenwoordigers hun ontzetting en schrik over het feit, dat de Israëlische regering probeerde om de, zoals zij het zagen, artistieke vrijheid te beperken. Culturele beroemdheden verklaarden de cultuuroorlog aan de religieuze Joden.

De vraag of de geplande dansvoorstelling voor een officieel, door de staat gefinancierd feest van de Onafhankelijkheidsdag überhaupt gepast was, werd niet gesteld. Niemand vroeg of een dansvoorstelling, waarbij de dansers zich als ultraorthodoxe Joden verkleedden, die zich op de muziek van het traditionele Pesach lied “Ehad mi yodea” langzaam tot op hun ondergoed uitkleedden, de waarden van de samenleving weerspiegelde.

Om te begrijpen hoezeer Israël zich sindsdien verder heeft ontwikkeld, moet men kijken naar het feest van Onafhankelijkheidsdag van dit jaar 2012. Geen van de artiesten heeft bepaalde groepen in de Israëlische samenleving beledigd. En de populairste kunstenaar was Mosh Ben-Ari, die zijn interpretatie van psalm 121 – een lied voor de pelgrimstocht naar Jeruzalem – voordroeg.

Psalm 121, die God als de eeuwige wachter van Israël prijst, was de onofficiële hymne van Operation Cast Lead in Gaza in 2008-2009. En Ben-Ari´s interpretatie van het lied maakte van hem in Israël een superster:

Onvoorstelbaar, dat psalm 121 of een ander traditioneel Joods gedicht of gebed destijds in 1998 op een andere manier behalve als voorwerp van verachting zou zijn opgevoerd. Destijds zou het onvoorstelbaar zijn geweest dat tienduizenden niet-religieuze Israëli´s zouden hebben meegezongen met Ben-Ari: “Ik sla mijn ogen op naar de bergen, vanwaar komt mijn hulp? Mijn hulp komt van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft. Hij zal je voet niet laten wankelen, hij zal niet sluimeren, je wachter. Nee, hij sluimert niet, hij slaapt niet, de wachter van Israël.”

Niet, dat de mensenmenigte hem in 1998 per se van het toneel zou hebben afgefloten. Men zou hem sowieso vanaf het begin niet op het podium hebben gelaten.

Israël wordt niet langer door zijn rebelse jeugdfase beheerst. Israël is weer bij zijn verstand. En de boodschap is: Israël is een geweldig land en een geweldige natie. Zionisme is in. Judaïsme is eveneens in. Postzionisme is achterhaald en out.

Israël´s terugkeer naar zijn zionistische wortels is de grootste culturele gebeurtenis van de afgelopen tien jaar. Het is echter ook een gebeurtenis, die ontsnapt is aan het radarscherm van de rest van de wereld. Niemand behalve het land Israël schijnt deze verandering te hebben waargenomen.

Het grootste deel van de wereld heeft Israel´s maatschappelijke verandering daarom niet opgemerkt, omdat het grootste deel van de wereld evenmin heeft opgemerkt, dat de terreuroorlog tegen Israël in aansluiting op Camp David 2000 het begin vormde van de weg, die de Israëlische publieke opinie van het radicale postzionisme weggevoerd en naar haar zionistische wortels teruggeleid heeft.

Het vredesproces van Oslo was gebaseerd op het geloof dat men vrede creëert door macht en land aan terroristen te geven en hen bovendien uit te rusten met politieke legitimiteit, heel veel geld en wapens. Opdat deze onzin goed was te verkopen, werd de publieke opinie ertoe gebracht de zionistische revolutie te beschouwen als iets onrechtvaardigs. Want voor een ieder, die de rechtvaardige zaak van het zionisme en van de Joodse nationale bevrijding erkent, is de uitrusting van de PLO met zulke macht niet te rechtvaardigen en ondenkbaar. Want de PLO is een terroristische beweging en haar bestaan is gebaseerd op de vernietiging van Israël en op het criminaliseren van het zionisme.

De meeste Israëli´s hebben de these van het postzionisme sowieso nooit geaccepteerd. Maar ze hebben de thesen van het sussen geaccepteerd. En ze hebben gedacht, dat de wereld onmiddellijk aan de kant van Israël zou staan als het sussen een fout zou blijken te zijn.

Yasser Arafat wees in het jaar 2000 in Camp David de vrede en de Palestijnse staat van de hand. In plaats daarvan gaf hij opdracht tot massieve Palestijnse terreur. Daarop begon de Israëlische samenleving noodgedwongen te ontwaken uit de leugen van het postzionisme, dat aan de basis lag van het vredesproces. Deze terugkeer naar de realiteit werd versterkt door de Durban-conferentie in augustus 2000, toen de internationale gemeenschap zich haastte om aan de kant van de Palestijnen te gaan staan. De laatste was het bewijs, dat het verlenen van politieke legitimiteit door Israël aan de PLO het internationale aanzien van het land bedreigde, net zoals Israël´s overgave van land en wapens aan de PLO het leven van zijn burgers bedreigde.

De les, die de Israëli’s uit het falen van het vredesproces leerden, was, dat Israël geen Palestijnse vredespartner heeft. En zolang de Palestijnen zichzelf niet veranderen, heeft Israël niemand waarmee het onderhandelen kan. De overweldigende meerderheid van de Israëli´s denkt, dat er geen mogelijkheid bestaat om het land met succes te delen, omdat Israël niemand heeft waarmee vrede kan worden gesloten.

Internationaal werd deze les echter nog niet geleerd. Van Bill Clinton tot George W. Bush tot Tony Blair tot Barack Obama tot Nicolas Sarkozy hebben buitenlandse leiders volgehouden dat het proces van Oslo bij benadering succesvol en dat zijn mislukken slechts toeval was. Zij denken, dat het enige probleem op de weg naar vrede bekrompen en angstige politieke leiders aan Israëlische zijde zouden zijn. En ze doen net alsof de vrede zou komen als men maar genoeg druk op Israël uitoefent en geëiste concessies afdwingt.

Een andere factor op de weg terug naar het zionisme waren de effecten van de terugtrekking uit Gaza. Israël´s eenzijdige terugtrekking uit Gaza was een traumatische nationale gebeurtenis. De gedwongen verdrijving van duizenden Israëli´s uit hun huizen leidde de Israëlische samenleving aan de rand van ontbinding.

Deze stap was de laatste hoop van de vredesbeweging geweest. Wanneer de Palestijnen niet met Israël aan de onderhandelingstafel wilden gaan zitten, dan zou Israël hen kunnen sussen, dacht men, door hen zonder overeenkomst gewoon datgene te geven wat ze wilden.

Maar de terugtrekking uit Gaza bracht niet alleen geen vrede. Zij bracht Hamas aan de macht. Zij bracht tienduizenden raketten naar het zuiden van Israël. De Israëli’s verwachtten, dat de wereld de belangrijke verbanden van deze gebeurtenis zou inzien. Maar dat is niet gebeurd.

In plaats van toe te geven hoever de Israëlische concessies waren gegaan om de Palestijnen te kalmeren, in plaats van dat de internationale gemeenschap aan de kant van Israël zou zijn gaan staan, toen de pogingen tot kalmering opnieuw faalden, deed de internationale gemeenschap net alsof Israël zich helemaal niet zou hebben teruggetrokken uit Gaza. Condoleezza Rice dwong Israël elektriciteit en water aan Gaza te blijven leveren en de geneeskundige behandeling van mensen uit Gaza in Israëlische ziekenhuizen te blijven uitvoeren. Niemand wilde toegeven, dat Israel niet langer de verantwoordelijkheid droeg.

Voor de meeste Israëli´s was de vakantie met de realiteit van de publicatie van het Goldstone-rapport in aansluiting op Cast Lead definitief ten einde. Hier was hun land Israël, dat zich moest verdedigen tegen een illegale rakettenoorlog, die het door Hamas geleide Gaza voerde. En daar was de VN-commissie, die negeerde wat Israël allemaal gedaan had om de vrede te bewaren en die in plaats daarvan Israel als oorlogsmisdadiger aanklaagde.

Een van de redenen waarom zo weinig mensen buiten Israël dezelfde lessen geleerd hebben als de Israëlische publieke opinie, is, omdat de enige Israëli’s naar wie het Westen luistert de laatste realiteitsontkenners uit de jaren-90 zijn. De “New York Times” publiceert ieder opinieartikel van mensen zoals de voormalige directeur van Shin Bet, Ami Ayalon, met zijn “sta gebied af” en “vernietig de nederzettingen” thema´s. Daarentegen lukte het Richard Goldstone niet eens om de “New York Times” ertoe te bewegen zijn artikel te publiceren, waarin hij vaststelde dat de conclusies in zijn Goldstone-rapport fout waren geweest.

Al die internationale spelers, van Obama tot J Street tot de EU, die geïnteresseerd zijn in steeds meer concessies van Israël aan de Palestijnen, kunnen gewoon niet begrijpen waarom hun inspanningen continu falen. Hoe is het mogelijk dat, ondanks hun grootste inspanningen, Netanyahu nog steeds aan de macht blijft, terwijl de linksen niet meer populair zijn bij de Israëlische publieke opinie.

Als u een antwoord wilt hebben, hoeft u niet lang te zoeken. U hoeft alleen maar naar Mosh Ben-Ari, zijn lokken en zijn versie van psalm 121 te kijken. Israël´s rebelse jeugdfase is voorbij.

Postzionisme is iets achterhaalds.

Bron:

http://aro1.com/post-zionismus-ist-so-was-von-90er/#more-22413

Vertaling: Renate

Auteur: Caroline Glick

Vertaald uit het Duits door:

E.J. Bron (www.ejbron.wordpress.com)

Over E.J. Bron

www.ejbron.wordpress.com
Dit bericht werd geplaatst in "Palestina", Islam, Israël, Joden, Jodenhaat, Moslims, Terrorisme. Bookmark de permalink .

10 reacties op Postzionisme is zó iets van de jaren-90

  1. Linsky zegt:

    A Letter to the World from Jerusalem – 1969, h/t brabosch

    Like

  2. Linsky zegt:

    Caroline Glick is geen vreemdeling voor de mensen die aan haar kant staat
    Ze is een seniore medewerkende redactrice van de Jerusalem Post,en de senior fellow for Middle Eastern affairs (belangen van het midden Oosten) op het bureau voor veiligheids beleid.

    Voor wie geïnteresseerd is, een vertaald Interview uit 2009;
    Om een onduidelijkreden moet je 10 sec, wachten.
    http://karinsangel123.multiply.com/journal/item/299/Caroline_Glick_is_geen_vreemdeling_voor_de_menigte_die_aan_de_kant_staat_Ze_is_een_seniore_medewerkende_redactrice_van_de_Jerusalem_Post?&show_interstitial=1&u=%2Fjournal%2Fitem

    En hier nog een artikel op dit blog van Caroline:
    https://ejbron.wordpress.com/2012/05/01/caroline-glick-de-olifant-van-de-jodenhaat/

    Like

  3. Martien Pennings zegt:

    Voortreffelijke keus weer, heer Bron!
    En goed vertaald.
    Ik citeer één zin uit het stuk:
    “Een van de redenen waarom zo weinig mensen buiten Israël dezelfde lessen geleerd hebben als de Israëlische publieke opinie, is, omdat de enige Israëli’s naar wie het Westen luistert de laatste realiteitsontkenners uit de jaren-90 zijn.”

    Like

  4. Martien Pennings zegt:

    Ik heb de tekst van de open brief gevonden waaruit de voice-over-tekst bij het filmpje http://bit.ly/J6ojBh dat Linsky in comment no. 1 geeft is geselecteerd.
    Hier is die brief te vinden: http://bit.ly/bcF4OA: “Stanley Goldfoot was the founding Editor of The Times of Israel. He wrote this open letter from Jerusalem in August, 1969.”
    Ik heb uit de originele tekst de passages geschrapt die ook uit de voice-over-tekst zijn geschrapt, zodat de twee teksten nu helemaal parallel lopen. Nu kan de kijker iets beter verstaan wat die razendsnelle stem nu eigenlijk zegt, namelijk met het oor richting filmpje en het oog op de tekst. ____________________________________________________________
    I am not a creature from another planet, as you seem to believe. I am a Jerusalemite ( . . .) I have a few things to get off my chest. Because I am not a diplomat, I do not have to mince words. I do not have to please you ( . . .) I owe you nothing. You did not build this city, you did not live in it, you did not defend it when they came to destroy it. And we will be damned if we will let you take it away. There was a Jerusalem before there was a New York. When Berlin, Moscow, London, and Paris were ( . . .) forest and swamp, there was a thriving Jewish community here. It gave something to the world ( . . .) a humane moral code. Here the prophets walked, their words flashing like forked lightning. Here a people who wanted nothing more than to be left alone, fought ( . . .) and died on the battlements ( . . .) burning Temple rather than surrender, and when finally ( . . .) and led away into captivity, swore that before they forgot Jerusalem, they would see their tongues cleave to their palates, their right arms wither. For two pain-filled millennia ( . . .) we prayed daily to return to this city. ( . . .) On every Yom Kippur and Passover, we fervently voiced the hope that next year would find us in Jerusalem. Your inquisitions, pogroms, expulsions, the ghettos into which you jammed us, your forced baptisms ( . . .) your genteel anti-Semitism, and the final unspeakable horror, the holocaust (and worse, your terrifying disinterest in it) – all these have not broken us.( . . .) Do you think that you can break us now ( . . .)? I have watched this city bombarded twice by nations calling themselves civilized. In 1948, while you looked on apathetically, I saw women and children blown to smithereens after we agreed to your request to internationalize the city ( . . .) the savage sacking of the Old City – the willful slaughter, the wanton destruction of every synagogue and religious school, the desecration of Jewish cemeteries, the use by a ghoulish government of tombstones for building materials ( . . .) army camps, even latrines. And you never said a word. You never breathed the slightest protest when the Jordanians shut off the holiest of our places, the Western Wall ( . . .) Not a murmur came from you whenever the legionnaires ( . . .) opened fire upon our citizens from behind the walls. ( . . .) years later, ( . . .) the Arabs unleashed a savage, unprovoked bombardment of the Holy City again, did any of you do anything? The only time you came to life was when the city was at last reunited. Then you wrung your hands and spoke loftily of “justice” and need for ( . . .) turning the other cheek. ( . . .) For the first time since the year 70, there is now complete religious freedom for all in Jerusalem. For the first time since the Romans put a torch to the Temple, everyone has equal rights ( . . .) We loathe the sword – but it was you who forced us to take it up. We crave peace, but we are not going back to the peace of 1948 as you would like us to. We are home. It has a lovely sound for a nation you have willed to wander over the face of the globe. We are not leaving. We are redeeming the pledge made by our forefathers: Jerusalem is being rebuilt. “Next year” and the year after, and after, and after, until the end of time – “in Jerusalem”.

    Like

  5. Linsky zegt:

    Bedankt voor de moeite Martin. 🙂

    Like

  6. Martien Pennings zegt:

    Post-zionisme is uit, zegt Glick.
    Eenvoudiger gezegd: Zionisme is in.
    Terecht.
    Maar in dat kader komt de vraag aan de orde hoe de wereld zich zo kon vergissen – en nóg vergist! – in het karakter van de islam.

    Ik schreef eerder (december 2011) http://bit.ly/uNybvZ over:

    “( . . .) de traditie van het onterechte optimisme over de islam dat vooral gevoed is door de Duitse historicus Heinrich Graetz (1817 – 1891). Precies daardoor zijn de Joden met te veel optimisme aangaande het Mohammedanisme aan het experiment ”Israël” begonnen.”
    Paul Berman (“The Flight of the Intellectuals”, p. 81) schrijft iets over die historische vergissing, over de tijd rond 1900 “toen ( . . .) elke Joodse familie met een boekenkast en een claim op progressieve en liberale waarden een editie plachten te hebben van het magistrale “ History of the Jews” door een Duitse historicus genaamd Heinrich Graetz. ( . . .) De historicus schrijft, ‘De eerste Mohammedanen behandelden de Joden als hun gelijken; ( . . .) De Joden voelden zichzelf vrijer onder het nieuwe bewind van de islam dan in de christelijke landen.’ ‘Deze religie’ ( . . .) heeft een prachtige invloed uitgeoefend op de loop van de Joodse geschiedenis en op de evolutie van het Judaïsme.’ “
    Hoe krankzinnig wil je het hebben? “Behandelden de Joden als hun gelijken”, “prachtige invloed”. Het moeten mooie, waarschijnlijk vetlederen banden zijn geweest, dat “geschiedkundige” werk van Graetz in al die deftige Joodse boekenkasten, maar blijkbaar vooral gevuld met gevaarlijke gekte. Berman schrijft dat er behoorlijk wat historici in de 20ste eeuw deze lijn van Greatz hebben gevolgd. Hij geeft wel toe dat er ook een andere ervaring is geweest in de latere 20ste eeuw toen “Joodse vluchtelingen uit de moslimwereld zich verbaasd op het hoofd krabden aangaande die bewondering en vergeefs zochten naar een behoorlijke beschrijving van hun eigen bittere en ellendige levenservaringen als een vervolgde minderheid.”
    Deze Graetziaanse illusie-historiografie leidde eveneens naar de ervaring van Judah Magnes (1877 – 1948). Hij was de eerste bestuursvoorzitter van de in 1925 in Jeruzalem geopende “Hebrew University”. De universiteit was bedoeld voor Joden en Arabieren. Magnes zocht vijftien jaar lang naar een mogelijkheid om zich intellectueel met de Arabieren te verstaan, maar Magnes moest uiteindelijk concluderen dat de kloof onoverbrugbaar was. (Martin Gilbert: “The Story of Israel”, p. 16)
    Die ontdekking van Magnes hebben meer mensen in het Westen in de jaren 1990 opnieuw moeten doen. Het boek van Samuel Huntington die in 1996 in zijn “Clash of Civilizations” vaststelde dat de islam altijd “bloody borders” had gehad met zijn buren, was een “landmark” in een groeiend bewustzijn omtrent de kwaadaardigheid van de islam. Daarna kwam er een stroom aan literatuur op gang, die de ware aard van de nazislam bloot legde. En van die stroom heeft Knoop dus nog steeds geen kennis genomen.
    De stroming waarvan Graetz een prominente vertegenwoordiger was, heeft trouwens erg veel voorwerk gedaan voor de ophemeling van de islam in de nazi-“geschiedschrijving” over de islam. Een historiografisch overzicht zou ook aandacht moeten besteden aan Sigrid Hunke, een vriendin van Heinrich Himmler, dol op rassenleer en de islam, met een hekel aan Joden en – hé, wat een verrassing – na de oorlog een groot voorvechtster van de Europese Gedachte.
    Ik kan de literatuur niet overzien, dus het zou kunnen zijn dat er al onderzoek is, maar er zou een nuttig boek zitten in een globaal historiografisch overzicht van de stromingen in de “islamologie” vooral vanaf de 17e tot de 21ste eeuw. Want nadat “we” in 1683 de Turken voor het laatst voor Wenen hebben gestopt, heeft de Westerse superioriteit op alle gebied ertoe geleid dat we vergeten zijn hoe kwaadaardig, wreed en expansief de islam altijd gebleven is.”

    Tot zover het citaat van wat ik in december 2011 schreef.

    Nadat ik dit geschreven had, kwam ik er via Wim van Rooy achter vervolgens achter dat er een overzicht bestaat van de Joodse historiografie van de 19 eeuw inzake de islam.
    Martin Kramer, The Jewish Discovery of Islam” http://bit.ly/wpRl2a met de ondertitel:
    “ Why European Jews approached Islam with understanding” (!!!!!!!!)
    In dat boek zijn een heel aantal essays opgenomen van 21ste-eeuwse Joodse historici, die blijkbaar met veel begrip schrijven over 19 eeuwse Joodse historici die op hun beurt veel begrip en bewondering voor de islam hadden.
    “Blijkbaar”, zei ik, want ik heb alleen de zeer lange inleiding van Martin Kramer op de door hem verzamelde essays gelezen.
    En ik kan daaruit niks anders halen dan dat ik opstellen heb te verwachten waarin er niks geks gevonden wordt aan die 19e-eeuwse historici die de islam best wel tof vonden.
    Ik begrijp dat die bewondering voor de islam tot stand komt onder invloed van het antisemitisme in Europa in de 19e eeuw en dat de bril van die 19e Joodse eeuwse historici daardoor roze gekleurd werd tav de islam.
    Maar dat kan toch niet geleid hebben tot een dermate grote naïviteit bij hen inzake de islam?
    De bronnen die ter beschikking staan inzake de islam waren echt in 1850 al grotendeels dezelfde als in 1950 en in 2000!
    Dit is mij een raadsel.
    En vooral is mij een raadsel hoe Martin Kramer, die als een autoritei op zijn gebied schijn te gelden, serieus een verzameling essays kan brengen onder het motto: “Islam? Best wel aardig! Dat vonden de Joodse historici in de 19e eeuw al!”
    Hier zitten een paar proefschriften in, waarvan ik er geeneen ga schrijven, maar ik zou wel eens tijd willen hebben om dat hele boek met die essays van Kramer ( die zijn van verschillende auteurs) kritisch te lezen.
    En die tijd heb ik dus niet.

    Like

  7. Pingback: Dries van Agt werkt aan de volgende genocide op de Joden | E.J. Bron

  8. Pingback: De Volkskrant blijft dol op meegaande Joden als Jaap Hamburger | E.J. Bron

  9. Pingback: Etienne Vermeersch: het Palestinisme van een sluwe Simpelmans | E.J. Bron

  10. Pingback: “Israël is een vergissing” | E.J. Bron

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s