Bernard Lewis: Het nieuwe antisemitisme. Eerst religie, toen ras, wat nu? (Deel 2)

(Door: Professor Bernard Lewis)

(Klik hier voor deel 1)

Toen kwam het Derde Rijk, met verbindingen naar de Arabische wereld en later naar andere moslimlanden. Nu de Duitse archieven open zijn, weten we dat binnen enkele weken nadat Hitler in 1933 aan de macht kwam de Grootmoefti van Jeruzalem in contact trad met de Duitse consul-generaal in Jeruzalem, Dr. Heinrich Wolff, en bood zijn diensten aan. Het is interessant dat het algemene beeld van Duitsers die de Arabieren achternaliepen het omgekeerde is van wat er gebeurde. De Arabieren achtervolgden de Duitsers en de Duitsers waren zeer terughoudend in hun opstelling. Dr. Wolff deed de aanbeveling en zijn regering was het ermee eens dat zolang er enige hoop was tot het maken van een deal met het Britse Rijk om te komen tot de vorming van een soort van Arische-Noordse as in het Westen het zinloos zou zijn om de Britten tegen zich in het harnas te jagen door de Arabieren te ondersteunen.

Maar toen veranderden geleidelijk de zaken, vooral na de Conferentie van München in 1938. Dat was het keerpunt, toen de Duitse regering uiteindelijk besloot dat er geen deal te maken viel met Groot-Brittannië, geen Arische as. Toen richtten de Duitsers hun aandacht meer serieus op de Arabieren, antwoordden eindelijk op hun toenaderingen en vanaf dat moment ontwikkelde de relatie zich snel.

De Franse overgave in 1940 gaf de nazi’s nieuwe mogelijkheden voor acties in de Arabische wereld. In Vichy-gecontroleerd Syrië waren zij in staat een tijdje een inlichtingen- en propagandabasis in te richten in het hart van het oosten van Arabië. Vanuit Syrië breidden ze hun activiteiten uit naar Irak, waar ze hielpen om een pro-nazi-regime onder leiding van Rashid Ali al-Gailani te vestigen. Dit regime werd door de Britten ten val gebracht en Rashid Ali sloot zich aan bij zijn vriend, de Grootmoefti van Jeruzalem, in Berlijn, waar hij als gast van Hitler bleef tot het einde van de oorlog. In de laatste dagen van het regime van Rashid Ali, op de eerste en de tweede juni van 1941, lanceerden soldaten en burgers moorddadige aanvallen op de oude Joodse gemeenschap in Bagdad. Deze werd gevolgd door een reeks gelijksoortige aanvallen in andere Arabische steden, zowel in het Midden-Oosten als in Noord-Afrika.

In Berlijn werd Rashid Ali blijkbaar ongerust door de taal en meer in het bijzonder door de terminologie van het antisemitisme. Zijn bezorgdheid werd op gezag van de autoriteiten verwijderd uit een briefwisseling met een officiële woordvoerder van de Duitse nazi-partij. In antwoord op een vraag van Rashid Ali of antisemitisme ook gericht was tegen de Arabieren, omdat ze deel uitmaakten van de Semitische familie, verklaarde Professor Walter Gross, directeur van het Bureau voor Rassenpolitiek van de nazi-partij, met grote nadruk in een brief van 17 oktober 1942 dat dit niet het geval was en dat antisemitisme volledig en uitsluitend Joden betrof. Integendeel, merkte hij op, de nazi’s hadden altijd sympathie en steun getoond voor de Arabische zaak tegen de Joden. In het verloop van zijn brief maakte hij zelfs de opmerking dat de uitdrukking “antisemitisme, die al tientallen jaren in Europa gebruikt wordt door de anti-Joodse beweging, onjuist was, omdat deze beweging zich uitsluitend richt tegen het Jodendom en niet tegen andere volkeren die een Semitische taal spreken”.

Ogenschijnlijk veroorzaakte dit enige bezorgdheid in nazi-kringen en korte tijd later werd er een commissie opgericht die voorstelde dat de Führer zijn toespraken en zijn boek “Mein Kampf” zou moeten herzien en de term “anti-Joods” zou moeten invoeren in plaats van “antisemitisch” om “onze Arabische vrienden” niet te beledigen. De Führer was het er niet mee eens en dit voorstel werd niet aanvaard. Er was nog steeds geen groot probleem in de Duits-Arabische relaties voor, tijdens en zelfs nog een tijdje na de oorlog.

Het effect van de nazipropaganda was immens. We zien het in Arabische memoires uit die periode en natuurlijk in de oprichting van de Ba’ath-partij. We gebruiken het woord “partij” als we spreken van de Ba’ath in dezelfde zin als waarin men spreekt van de fascistische, nazi- of communistische partijen – geen partij in westerse zin, een organisatie op zoek naar stemmen en het winnen van verkiezingen, maar partij als deel van de inrichting van de overheid, met name met betrekking op indoctrinatie en onderdrukking. En antisemitisme, Europese stijl, werd een zeer belangrijk onderdeel van die indoctrinatie. De basis was er. Er was een zekere mate van vertaalde literatuur. Het werd veel belangrijker na de gebeurtenissen van 1948, toen de vernederde Arabieren troost putten uit de leer van de Joden als een bron van kosmisch kwaad. Dit ging steeds verder en groeide met latere Arabische nederlagen, met name na de ultieme vernedering van de oorlog van 1967, die Israël in minder dan een week won. De groei van antisemitisme Europese stijl in de Arabische wereld is voornamelijk ontstaan in dit gevoel van vernedering en daarom de noodzaak om aan de Joden een heel andere rol toe te schrijven dan hun traditionele rol in de Arabische folklore en veel dichter bij die van de antisemitische prototypes.

Tegenwoordig zijn de vertrouwde thema’s van het Europese antisemitisme – de bloedlaster, De Protocollen van de Wijzen van Zion, de internationale Joodse samenzwering en de rest – gemeengoed geworden in de Arabische wereld, in het klaslokaal, op de preekstoel, in de media en zelfs op het internet. Het is bitter ironisch dat deze thema’s zijn overgenomen door moslims, die daartegen voorheen altijd immuun leken, juist op een moment dat deze in Europa alleen nog schaamte teweeg brengen, zelfs onder antisemieten.

Wat deze ontwikkeling aanmoedigde was iets dat men alleen maar kan omschrijven als de instemming van de Verenigde Naties en van het Verlichte deel van de publieke opinie in het Westen. Laat me een paar voorbeelden aanhalen. Op 29 november 1947 heeft de VN de beroemde resolutie aangenomen waarin wordt opgeroepen tot de verdeling van Palestina in een Joodse staat, een Arabische staat en een internationale zone van Jeruzalem. De VN hebben deze resolutie aangenomen zonder enige voorzieningen te treffen voor de handhaving ervan. Iets meer dan twee weken later nam de Arabische Liga tijdens een openbare vergadering op 17 december een resolutie aan, waarin wordt verklaard dat zij alle ter beschikking staande middelen zal gebruiken, met inbegrip van gewapende interventie, om de VN-resolutie teniet te doen – een openlijke uitdaging aan de VN, die niet werd beantwoord niet en nog steeds onbeantwoord blijft. Er werd geen poging gedaan om te reageren, geen poging om een gewapende interventie te voorkomen, die prompt door de Arabische Liga gelanceerd werd.

De omgang van de Verenigde Naties met de oorlog van 1948 en de daaruit voortvloeiende problemen toont enkele merkwaardige ongelijkheden, bijvoorbeeld in de kwestie van de vluchtelingen. Aan het einde van de eerste strijd in Palestina stond een deel van het land onder het bewind van de nieuwe Joodse staat, een deel onder het bewind van de naburige Arabische regeringen. Een groot aantal Arabieren bleef in de gebieden onder Joodse heerschappij. Het werd vervolgens als vanzelfsprekend aangenomen, en is sindsdien nooit meer ter discussie gesteld, dat er geen Joden konden blijven in Palestijnse gebieden onder Arabische heerschappij, zodat er zowel Arabische vluchtelingen uit de Joods gecontroleerde gebieden als Joodse vluchtelingen  uit de Arabisch gecontroleerde gebieden waren uit het Palestijnse mandaatgebied. Niet alleen kolonisten, maar oude, gevestigde groepen, met name de oude Joodse gemeenschap in Oost-Jeruzalem, dat volledig werd ontruimd en waarvan zijn monumenten ontheiligd of vernietigd werden. De Verenigde Naties noch de internationale publieke opinie leken hiermee problemen te hebben. Toen de Joden werden verdreven, werden er geen voorzieningen voor hen getroffen, kregen ze  geen hulp aangeboden, werd er niet geprotesteerd. Dit was zeer zeker een zeer duidelijk signaal aan de Arabische wereld, een minder duidelijk signaal aan de joden.

Joodse vluchtelingen kwamen niet alleen uit die delen van Palestina die onder Arabische heerschappij stonden, maar ook uit Arabische landen waarvan de Joodse gemeenschappen ofwel vluchtten of werden verdreven, in aantal ongeveer gelijk aan die van de Arabische vluchtelingen uit Israël. Nogmaals, de reactie van de Verenigde Naties op de twee groepen van de vluchtelingen was heel verschillend. Voor de Arabische vluchtelingen in Palestina werden zeer uitgebreide afspraken gemaakt en werd een zeer uitgebreide financiering verstrekt. Dit in tegenstelling tot niet alleen de behandeling van Joden uit Arabische landen, maar tot de behandeling van alle andere vluchtelingen in die tijd. De verdeling van Palestina in 1948 was een triviale aangelegenheid in vergelijking met de opdeling van India in het voorgaande jaar, die resulteerde in miljoenen vluchtelingen – Hindoes die vluchtten of werden verdreven uit Pakistan naar India en moslims die vluchtten of werden verdreven uit India naar Pakistan. Dit gebeurde geheel zonder enige hulp van de Verenigde Naties en misschien om die reden werden de vluchtelingen allemaal opnieuw gehuisvest. Men kan een stapje verder teruggaan en praten over de miljoenen vluchtelingen in Centraal en Oost-Europa ; Polen, op de vlucht uit de Oost-Poolse gebieden, geannexeerd door de Sovjet-Unie, en Duitsers op de vlucht uit de Oost-Duitse gebieden die werden toegevoegd aan Polen. Miljoenen van hen, van beide nationaliteiten, werden volledig aan hun eigen volk en hun eigen middelen overgelaten.

Enkele andere maatregelen, die op dat moment werden genomen, moeten worden genoemd. Alle betrokken Arabische regeringen kondigden twee dingen af. Ten eerste zouden ze Israël niet erkennen. Ze hadden het recht om dat te doen. Ten tweede zouden ze geen Israëli’s van welke religie dan ook op hun grondgebied toelaten, wat betekende dat niet alleen de Israëlische Joden, maar ook de Israëlische moslims en christenen niet werden toegelaten tot Oost-Jeruzalem. Katholieke en protestantse christenen mochten een keer per jaar op eerste kerstdag een paar uur naar Jeruzalem, maar verder was er geen toegang tot de heilige plaatsen in Jeruzalem voor de Joden of christenen. Erger nog, moslims uit Israël waren niet in staat om op bedevaart te gaan naar Mekka en Medina. Voor christenen is een bedevaart optioneel. Voor moslims is het een fundamentele verplichting van het geloof. Een moslim is verplicht om op bedevaart te gaan naar Mekka en Medina, tenminste een keer in een mensenleven. De Saoedische regering besliste op dat moment dat moslims die Israëlische burgers waren, niet konden gaan. Enkele jaren later paste zij deze verordening aan.

Tegelijkertijd kondigden vrijwel alle Arabische regeringen af dat ze geen visa zouden verstrekken aan Joden van alle nationaliteiten. Dit was niet stiekem – het was openbaar, afgekondigd op de visumformulieren en in de toeristische literatuur. Ze maakten heel duidelijk dat aan mensen met de Joodse religie, ongeacht hun nationaliteit, geen visa zouden worden gegeven of zou worden toegestaan een onafhankelijk Arabisch land binnen te komen. Nogmaals, geen woord van protest van waar dan ook. Men kan zich de verontwaardiging voorstellen als Israël had aangekondigd dat het geen zou visa zou geven aan moslims, nog meer dan de Verenigde Staten dat zouden doen. Zoals het gericht was tegen joden, werd dit verbod als volkomen natuurlijk en normaal gezien. In sommige landen is het tot de dag van vandaag van kracht, maar in de praktijk hebben de meeste Arabische landen het beëindigd.

Noch de Verenigde Naties noch het publiek protesteerde hier op enigerlei wijze tegen, dus is het niet verwonderlijk dat de Arabische regeringen concludeerden dat zij een vergunning hadden voor dit soort acties en erger. Een ander voorbeeld: In tegenstelling tot de andere Arabische landen waren de Jordaniërs op dat moment bereid om de Palestijnse vluchtelingen te accepteren als burgers en de Jordaanse wet op de nationaliteit van 4 februari 1954 bood het Jordaanse staatsburgerschap aan de Palestijnen aan, gedefinieerd als inwoners en ingezetenen van het mandaatgebied van Palestina – “behalve Joden.” Dit was duidelijk vermeld. Geen fluister van protest, van wie dan ook, waar dan ook.

Deze voorbeelden kunnen dienen ter illustratie van de sfeer waarbinnen het nieuwe Arabische antisemitisme groeide en bloeide. Na de oorlog van 1967 kwamen de Israëli’s in het bezit van de voormalige Arabisch bezette Palestijnse gebieden, waaronder een aantal scholen, die werden gerund door de UNRWA, de organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening. Deze scholen werden gefinancierd door de Verenigde Naties. Toen de Israëli’s de kans kregen om te kijken naar de Syrische, Jordaanse, Egyptische leerboeken die deze door de VN gefinancierde scholen gebruikten, vonden ze vele voorbeelden van duidelijk antisemitisme. Hoewel de Israëli’s niets aan het antisemitisme konden doen in leerboeken in de Arabische landen, voelden ze dat ze iets aan het antisemitisme konden doen in schoolboeken die gebruikt werden in scholen, gefinancierd en onderhouden door de Verenigde Naties. De zaak werd doorverwezen naar de VN, die hem doorverwees naar de UNESCO, die een commissie van drie hoogleraren Arabisch benoemde; een Turk, een Fransman en een Amerikaan. Deze professoren onderzochten de leerboeken en schreven een lang rapport om te zeggen dat sommige schoolboeken aanvaardbaar waren, sommigen niet meer geschikt en zouden moeten worden afgeschaft en sommigen zouden moeten worden gecorrigeerd. Het rapport werd gepresenteerd aan de UNESCO op 4 april 1969. Het werd niet gepubliceerd.

Voor diegenen die het nog nodig hadden; dit alles voorzag in een up-to-date, een intellectueel en maatschappelijk aanvaardbare achterliggende redenering (rationele) voor wat antisemitisme genoemd zou moeten worden, maar aangezien dat woord niet acceptabel is, kan het sarren van Joden worden genoemd, Jodenhaat, of gewoon onaardig tegenover Joden zijn.

De rationele heeft op die manier twee doelen gediend: een voor Joden, de andere voor hun vijanden. In het antisemitisme van de eerste fase, toen de vijandigheid was gebaseerd op godsdienst en werd uitgedrukt in religieuze termen, had een Jood altijd de mogelijkheid van kamp te veranderen. Toen tijdens de Middeleeuwen en de vroege moderne tijd de Joden door christenen werden vervolgd, konden ze zich bekeren. Niet alleen konden ze aan de vervolging ontsnappen; ze konden zich zelfs aansluiten bij hun vervolgers als zij dat wensten en inderdaad klom een aantal van hen op tot een hoge rang in de kerk en in de Inquisitie. Raciaal antisemitisme maakte die optie onmogelijk. Het huidige ideologische antisemitisme heeft het gerestaureerd en het is nu als in de Middeleeuwen; er lijkt een aantal mensen bereid te zijn gebruik te maken van deze optie.

Voor niet-Joden bracht de (veranderde) rationele een ander soort van opluchting. Al bijna meer dan een eeuw wordt elke discussie over Joden en hun problemen overschaduwd door de grimmige herinneringen aan de misdaden van de nazi’s en aan de medeplichtigheid, de berusting of de onverschilligheid van zoveel anderen. Maar onvermijdelijk wordt de herinnering aan die tijd vaag en bieden Israël en haar problemen een mogelijkheid om van de onbekende en onprettige houding van schuld en berouw afstand te nemen en weer de meer vertrouwde en comfortabele positie in te nemen van strenge afkeuring, gebaseerd op een houding van morele superioriteit. Het is niet verwonderlijk dat deze kans op grote schaal wordt verwelkomd en benut.

Het nieuwe antisemitisme heeft weinig of geen invloed op de goede en slechte kanten van het Palestijnse conflict, maar het moet wel enig effect hebben op de perceptie van het probleem en dus ook op het gedrag en misschien zelfs op het beleid van zowel deelnemers als buitenstaanders. Ook komt alle nonsens niet van één kant. Men zou kunnen stellen dat wanneer Arabieren worden beoordeeld volgens een lagere norm dan de Joden, zoals de minimale aandacht voor de gruwelijke misdaden gepleegd in Darfur, dit meer beledigend is voor Arabieren dan voor Joden. Minachting is inderdaad meer vernederend dan haat. Maar minder gevaarlijk.

Bron:

http://theamericanscholar.org/the-new-anti-semitism/

Auteur: Bernard Lewis, winter 2006.

Vertaald uit het Engels door:

Vederso

(voor https://ejbron.wordpress.com/)

Over E.J. Bron

www.ejbron.wordpress.com
Dit bericht werd geplaatst in antisemitisme, Arabische wereld, Islam, Israël, Joden, Jodenhaat, Westen. Bookmark de permalink .

3 reacties op Bernard Lewis: Het nieuwe antisemitisme. Eerst religie, toen ras, wat nu? (Deel 2)

  1. Lucky9 zegt:

    Hier zit veel waarheid in !

    Like

  2. Martien Pennings zegt:

    Ik zou op dit artikel een hele hoop willen zeggen, en misschien doe ik dat nog wel eens in een apart stukkie onder verwijzing naar deze vertaling.
    Maar ik heb waarachtig geen tijd.
    Ik ben bezig een kritiek te schrijven op de opvattingen inzake Israël van dé leidende intellectueel van Vlaanderen: Etienne Vermeersch.
    Iemand met zijn gezag móét de Jodenhaat in Vlaanderen en in heel België zeer gestimuleerd hebben.
    Wie de opvattingen van Vermeersch leest, zal het met mij eens zijn.

    Hier is een interview met hem van 10 april 2002 in Knack afgenomen door ene Koen Meulenaere:

    Meulenaere:Mijnheer Vermeersch, in Israël en het Palestijns gebied blijft het geweld
    heersen.

    Etienne Vermeersch: Bij alle commentaren en beschouwingen valt mij op dat
    men zelden het kwaad bij de wortel vat. Namelijk dat de staat Israël
    gebaseerd is op onrecht, en gedurende tientallen jaren het ene onrecht op
    het andere heeft gestapeld. De staat Israël is ontstaan door een
    VN-beslissing die een joodse staat toeliet in een bepaald gedeelte van
    Palestina. Op dat moment, 1946-1947, leefden daar ongeveer zeshonderdduizend
    joden en meer dan twee keer zoveel Palestijnen. Die zeshonderdduizend joden
    waren daar pas de laatste dertig jaar via een paar grote immigratiegolven
    aanbeland, want rond 1900 woonden er hooguit vijftigduizend. Zonder de
    plaatselijke bevolking te raadplegen en goed wetende dat die niet akkoord
    ging, hebben de VN de Palestijnen verplicht een groot deel van hun
    grondgebied af te staan. Niemand heeft het recht een volk daartoe te
    dwingen, ook de Verenigde Naties niet. De staat Israël is dus een
    fundamenteel onrecht. Men moet zich daarvan goed bewust zijn bij de
    beoordeling van wat nadien is gekomen.

    Meulenaere:De Arabische landen hebben Israël nooit erkend.

    Vermeersch: Ze hebben in 1948 en 1949 oorlog gevoerd, maar de uitkomst was
    dat Israël een nog groter gebied innam dan het van de VN had gekregen, en de
    grenzen in het wapenstilstandsakkoord als definitief beschouwde. Dat was een
    tweede onrecht. Door de oorlog en allerlei vormen van terreur zijn er
    ongeveer zevenhonderdduizend Palestijnen verdreven die nooit de kans hebben
    gekregen om terug te keren, een derde groot onrecht. Na de overwinning in de
    Zesdaagse oorlog in 1967 heeft Israël niet alleen de Sinaïwoestijn van de
    Egyptenaren en de Golanhoogvlakte van de Syriërs bezet, maar ook Gaza en de
    Westelijke Jordaanoever, en het oostelijke deel van Jeruzalem dat tot dan
    toe Palestijns was.

    Onmiddellijk daarna is resolutie 242 van de Veiligheidsraad afgekondigd.
    Daarin stond dat door oorlog veroverd gebied niet mocht worden geannexeerd,
    en dat het vluchtelingenprobleem moest worden opgelost. Dat is in tal van
    andere resoluties bijna met unanimiteit bevestigd, maar Israël heeft zich
    daar nooit iets van aangetrokken. Het heeft integendeel het gebied rond
    Jeruzalem geannexeerd, in strijd met de VN-bepalingen. Opnieuw sloegen vele
    Palestijnen op de vlucht, de anderen wonen ondertussen vijfendertig jaar
    onder een vreemde bezetting. Een vierde immens onrecht.

    Meulenaere:Israël sprak van een voorlopige bezetting, noodzakelijk voor zijn eigen
    veiligheid.

    Vermeersch: Dat is de helft van het verhaal. De Israëli’s zijn meteen
    beginnen te koloniseren en hebben in het hele Palestijnse gebied joodse
    nederzettingen gebouwd, zelfs in de overbevolkte Gazastrook. De
    travaillisten spraken over veiligheid maar Likoed, dat sinds de jaren
    zeventig de meeste regeringen heeft geleid, heeft altijd gesteld dat de
    joden een onvervreemdbaar recht hebben op het gehele Eretz-Jisraël. Daarmee
    bedoelen ze het Palestina van vóór de Tweede Wereldoorlog.

    Het basisprincipe van Eretz-Jisraël getuigt van de joodse minachting voor de
    Palestijnen. De hele Likoedperiode door zag de Israëlische regering als
    definitieve oplossing een zeer beperkt zelfbestuur voor de Palestijnen.
    Zoals de Amerikaanse regering dat eertijds verleende aan de indianen in hun
    reservaten, en de Zuid-Afrikaanse aan de zwarten in hun thuislanden. De
    Israëlische regering wilde daarmee de opdeling van Palestina in een joodse
    en een Palestijnse staat voorgoed onmogelijk maken. Bovendien zou Israël wel
    het volledige land beheersen, maar niet alle bewoners ervan konden burger
    worden van de staat Israël. Dat is een schending van een elementair
    democratisch recht en een continue vernedering van de Palestijnen.

    Meulenaere:De socialistische premier Ehud Barak ging in Camp David akkoord met een
    Palestijnse staat, maar Yasser Arafat heeft het geweigerd.

    Vermeersch: Ik zie niet in welk voordeel de Palestijnen hadden bij Camp
    David II. Ze kregen een verminkte Westelijke Jordaanoever, Jeruzalem mochten
    ze vergeten, en het vluchtelingenprobleem bleef onopgelost. Je kan
    momenteel, door de macht van de gebeurtenissen, na vijftig jaar Israël niet
    meer afschaffen, maar een akkoord moet een poging zijn om het onrecht zo
    klein mogelijk te houden. Vanuit die optiek is een oplossing mogelijk
    waarmee ook de Palestijnen kunnen leven. De grenzen van vóór 1967 worden
    aanvaard als de scheiding tussen Israël en de Palestijnse staat. Dat zijn al
    twee toegevingen aan Israël: het wordt erkend en het krijgt meer dan door de
    VN was bepaald. Daarna moet de discussie gaan over de Palestijnse
    vluchtelingen in Libanon, Syrië, Jordaniëen een paar andere Arabische
    landen. Aan sommigen moet de kans worden gegeven terug te keren naar Israël,
    waar ze vandaan komen. De anderen moeten een schadevergoeding krijgen. Voor
    een dergelijke regeling zijn grote sommen nodig. Honderd miljard euro lijkt
    mij een minimum, maar het kan ook een veelvoud ervan zijn. Hoeveel precies,
    en wie welk deel betaalt, moet binnen de VN worden uitgemaakt. Verder moet
    Israël alle nederzettingen in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever aan de
    Palestijnen overdragen en de joden die er zich op een onrechtmatige manier
    gevestigd hebben, moeten terugkeren naar het Israëlisch gebied waar zij
    vandaan zijn gekomen.

    Meulenaere: Als de grenzen van vóór 1967 weer gelden, moet Israël de Golan teruggeven
    aan Syrië. Dat kan het zich uit veiligheidsoverwegingen niet veroorloven.

    Vermeersch: Het zal moeten, want anders komt er ook met Syriënooit een
    duurzame vrede. Ook de waterverdragen moeten nog geregeld worden. Dat alles
    lijkt vandaag niet realiseerbaar, maar moet niettemin het uitgangspunt zijn
    van onderhandelingen. Sommigen beweren dat we een neutrale houding moeten
    aannemen, maar je kan niet neutraal zijn tussen een agressor en een
    geagresseerde.

    Wat weinigen durven zeggen, is dat Israël op termijn zichzelf moet opheffen
    als ‘joodse staat’. Dat het dat is, blijkt uit de ‘Wet op de Terugkeer’. Een
    jood uit bijvoorbeeld Rusland, van wie de voorouders sinds eeuwen in Rusland
    wonen, heeft zonder meer het recht zich in Israël te vestigen. Maar een naar
    Beiroet gevluchte Palestijn van wie de voorouders eeuwen in Palestina hebben
    gewoond, mag niet terugkeren. De joodse staat discrimineert dus mensen enkel
    en alleen op basis van hun biologische afstamming. Het spijt me, maar dat is
    een vorm van racisme. Men zal opwerpen dat je ook via de godsdienst jood
    kunt worden, maar dat voegt aan het racistisch een theocratisch element toe
    en dat is zeker geen verbetering. Vanuit dezelfde overweging ben ik ook
    radicaal gekant tegen ‘islamitische staten’.

    Zolang Israël de Wet op de Terugkeer handhaaft, is het een immorele staat.
    En het zionisme is een immorele beweging, omdat het in zijn streven een
    joodse staat in Palestina te vestigen geen rekening hield met het feit dat
    daar rond het miljoen Arabische mensen woonden. Ik verwacht dat sommigen mij
    nu van anti-semitisme zullen beschuldigen, maar dat ze mij maar overtuigen
    dat de joodse staat en het zionisme wél moreel zijn. Ik weet dat Theodor
    Herzl en zijn volgelingen pas echt zionist zijn geworden door het
    anti-semitisme in Europa. Dat maakt hun streven verklaarbaar, maar een echte
    rechtvaardiging is er niet. De Palestijnen dragen geen schuld voor wat de
    nazi’s hebben aangericht.

    In het charter van de PLO werd het bestaansrecht van Israël aanvankelijk
    ontkend. Voor zover ze daarmee bedoelden: ‘… het bestaanrecht van Israël
    als zionistische staat…’ hadden ze volkomen gelijk. In de loop van de
    jaren tachtig heeft Arafat dat bijgeschroefd om redenen van politieke
    haalbaarheid. Hij heeft het bestaansrecht van Israël erkend, zonder daarbij
    te stipuleren dat het een van de doelstellingen moest zijn om de Wet op de
    Terugkeer vreedzaam op te heffen. Daardoor gaf hij de indruk dat een
    zionistische staat legitiem is, maar dat is niet zo.

    Meulenaere: De Amerikanen beginnen voor het eerst wat tegengas te geven, maar tot nu toe
    kreeg Ariel Sharon ‘carte blanche’.

    Vermeersch: In 1947 speelde bij de Amerikanen, net als bij de Sovjets en
    vele anderen, de verontwaardiging over de jodenvervolging door de Duitsers.
    En voor de VS was een Israëlische staat in het Midden-Oosten tijdens de
    Koude Oorlog ook een nuttig bruggenhoofd. Daarbovenop is er constant
    politieke druk van de Amerikaanse joden, vooral in New York. Niet omdat ze
    zo uitzonderlijk talrijk zijn, maar omdat ze bijna allemaal gebruik maken
    van hun stemrecht.

    George W. Bush legt de nadruk op de terreur van de Palestijnen. Maar wat kan
    je anders verwachten van een moegetergd volk dat geen hoop op een toekomst
    heeft? De Amerikanen en de Israëlische regering eisen van Arafat dat hij die
    aanslagen veroordeelt en de daders arresteert, maar dat is een onhaalbare
    eis. Als hij dat nu doet, is hij elke greep op zijn volk en dus ook op de
    extremisten kwijt. Het probleem dateert al van bij de oprichting van de PLO.
    Toen werd hij meteen geconfronteerd met extremistische linkse groepen als
    het Volksfront en het Democratisch Volksfront voor de Bevrijding van
    Palestina. Nadien zijn die opgevolgd door fundamentalistische islamitische
    groepen als Hamas, Jihad en Hezbollah. Arafat heeft daar tegen zijn zin mee
    moeten leven. Hij kan pas zijn gezag doen respecteren en de aanslagen
    beteugelen, als hij zijn volk resultaten en vooruitzichten kan aanbieden.

    In Israël beseften ze, zeker bij Likoed, helemaal niet dat Arafat hun
    noodzakelijke partner was. Menachem Begin en Yitzhak Shamir weigerden met
    hem te praten. Hadden ze hem als volwaardige partner aanvaard, dan had hij
    Hamas en Jihad misschien onder controle kunnen houden. In Oslo koos Arafat
    voor een partieel akkoord, dat hij wel onrechtvaardig vond, maar dat hem de
    kans gaf zich als de enige Palestijnse leider te doen gelden. Had men toen
    de Palestijnse autonomie doorgedrukt en de nederzettingenpolitiek gestopt,
    had Arafat een kans gehad. Maar nu hebben zowel in Israël als bij de
    Palestijnen de anti-Oslostrekkingen de bovenhand gekregen.

    Dat alles is geëscaleerd met Palestijnse aanslagen en Israëlische
    vergeldingen of beledigingen. Denk aan Benjamin Netanyahu die de tunnel
    onder de Al-Aksamoskee in gebruik nam, of aan Ariel Sharon die provocatief
    op de Tempelberg ging wandelen. Twee keer een onverantwoord ophitsen van de
    Palestijnen om ze in de armen van de extremisten te drijven. Dat iemand als
    Sharon, die de dood van minstens achthonderd onschuldige vrouwen en kinderen
    in Sabra en Chatilla op zijn geweten heeft, door zestig procent van de
    Israëli’s wordt verkozen tot premier geeft aan dat zij de weg van de
    confrontatie en het geweld kiezen.

    Meulenaere: De Amerikanen steunen Sharon, de Europese Unie houdt het bij vage en
    vrijblijvende retoriek.

    Vermeersch: De Amerikanen hebben de sleutel in handen. Zonder hun steun kan
    Israël niet leven. Maar ook Europa kan een veel belangrijkere rol spelen. De
    EU moet alle diplomatieke betrekkingen met Israël verbreken en een totale
    blokkade voeren, zoals indertijd tegen Zuid-Afrika. Misschien zouden ze dan
    in de VS ook wat dieper nadenken. Maar ik heb niet veel illusies. Louis
    Michel (PRL) verdedigt zowat in zijn eentje een ethisch onderbouwd
    standpunt, zonder dat daar partijpolitieke of individuele belangen mee
    gediend zijn. Integendeel, het zal hem in de huidige internationale
    constellatie veeleer schade toebrengen. Ik vind dat Michel zich de jongste
    tijd opwerpt als een van de grote staatslieden uit onze geschiedenis.

    Meulenaere: Frieda Brepoels (N-VA) dient een wetsvoorstel in om het samenwerkingsverdrag
    met Israël op te zeggen.

    Vermeersch: Het komt niet elke dag voor dat een Belgische politieke partij
    zich laat leiden door zuiver ethische afwegingen. Brepoels had eerder al een
    felle protestbrief naar de Israëlische ambassade gestuurd. Voor zover ik
    weet, is daarop alleen in het Belgisch-Israëlitisch Weekblad een reactie
    gepubliceerd. Daarin werd haar brief afgedaan als een vorm van
    anti-semitisme, wat volstrekt onterecht is. Waarom andere media geen
    aandacht hebben geschonken aan haar initiatief heb ik niet begrepen.

    Like

  3. G.Deckzeijl zegt:

    Hey sweetie, don’t like it here? LEAVE..!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
    http://barenakedislam.com/2012/06/26/chubby-muslim-convert-girls-bitchfest-about-how-muslims-have-no-freedom-in-america/.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s