Cultuur van het Avondland (22): Kaj Munk (1898-1944) + video

Kaj Harald Leininger Munk (Maribo, Lolland, 13 januari 1898 – nabij Silkeborg, 4 januari 1944) was een Deense dichter, toneelschrijver en Lutherse dominee, bekend vanwege zijn maatschappelijke betrokkenheid en zijn uitgesproken vaderlandsliefde tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Levensloop

Zijn vader Carl Immanuel Petersen was een leerlooier en winkelier en overleed toen Munk twee jaar was. Zijn moeder Mathilde Petersen probeerde na de dood van zijn vader de zaak over te nemen, maar zij overleed drie jaar later aan tuberculose, toen Munk slechts vijf jaar was. Na de dood van zijn ouders werd hij eerst in huis genomen door een oom en tante in Maribo. Toen dit niet werkte werd hij uiteindelijk in huis genomen door verre familie in Opager, de familie Munk. Zijn pleegouders adopteerden hem uiteindelijk in 1916.

De jonge Munk was een begaafd student, en zijn nieuwe ouders deden grote moeite om hem naar de universiteit in Kopenhagen te kunnen sturen. Hier sloot hij vriendschap met Geismar, de biograaf van Søren Kierkegaard. De filosoof en theoloog Kierkegaard was natuurlijk verplichte literatuur voor elke Deense student in de theologie. Munk zal waarschijnlijk een zekere aantrekking tot de eveneens dichterlijke Kierkegaard hebben gevoeld.

In 1924 werd Munk dominee in het kleine plaatsje Vedersø, in het westen van Jutland. Dat hij moest wennen aan de overstap van het studentenleven in de grote stad naar het zeer kleine Vedersø (700 inwoners), blijkt onder meer uit zijn woorden: Het kwam er nu niet meer op aan over het Christendom te filosoferen, maar ernaar te leven. (…) Je worstelde niet langer met je eigen moeilijkheden; neen, nu moest je aan die van anderen denken en hen op weg helpen, hen onverdroten bemoedigen, hen met tact in het rechte spoor leiden.

Als persoon had Munk grote bewondering voor mensen met een sterke persoonlijkheid en overtuiging. Dit leidde ertoe dat hij Mussolini enige tijd bewonderde en Hitler lange tijd het voordeel van de twijfel gunde. Dit kwam echter tot een einde met de inval van de nazi’s in Polen, waarna Munk uitdrukkelijk afstand nam van het fascisme en alle daaraan gelieerde zaken.

Toen Denemarken zich op 9 april 1940 zonder slag of stoot aan de nazi’s overgaf en de Duitse troepen Denemarken ondanks een niet-aanvalsverdrag binnentrokken, vervulde dit Munk met afgrijzen. Munk nam zich voor om met kracht te blijven protesteren tegen het optreden van de Duitse agressor en de laffe houding van de Deense regering. Met name het gebrek aan moed en geloofskracht bij zijn landgenoten raakte hem diep. Hoornaar schreef hierover: Als Kaj Munk in zijn strijd tegen het nazisme en Hitler, in wie hij de verpersoonlijking van de duivel zag, iets gelaakt heeft in de houding van veel van zijn tijdgenoten dan is het wel het gebrek aan vuur en trouw aan het Evangelie, dat een man als Luther kenmerkte.

Tot het einde van zijn leven bleef Munk zich actief en bovengronds tegen de bezetting van Denemarken verzetten. Zijn preken in die periode kenmerkten zich door een gemeenschappelijk thema: het onverenigbare van de essentie van het christelijk geloof (beschreven in de Tien Geboden en de Bergrede) en het nationaalsocialisme van de bezetter.

Een bekend voorbeeld hiervan is zijn laatste preek, waarbij Munk niet in zijn kerkelijk gewaad maar in een ochtendjas de kerk binnen kwam. In plaats van op de preekstoel te gaan zitten pakte hij een stoel. Hij verklaarde zijn gedrag als volgt: … toen ik gisteren voor Gods aangezicht deze dienst voorbereidde, heb ik gevoeld, dat het mij onmogelijk zou zijn, vandaag op de preekstoel of voor het altaar te gaan staan… Met deze daad protesteerde hij ertegen dat enkelen uit zijn gemeente vrijwillig voor de Duitsers werkten. Hij stelde: Het woord van God staat geen beperkingen toe. Het heeft betrekking op ons hele leven en op alle omstandigheden. (…) Denemarken is in oorlog met Duitsland. (Tot de volksrevolutie op 29 augustus 1943 was de situatie onduidelijk gebleven. Vanaf dat moment baseerden de Duitsers hun optreden op principes die alleen maar tussen oorlogvoerende staten gelden.) Daaraan voegt hij onomwonden toe: Wanneer thans een Deen vrijwillig hulp verleent aan de Duitsers, maakt hij zich schuldig aan verraad en Ik sta hier niet om haat te verkondigen. Ik kan dat doodeenvoudig niet. Ik haat zelfs Adolf Hitler niet. Ik weet in welk een staat van verschrikking en ellende de wereld is komen te verkeren. Ik weet welke smaad mijn eigen land heeft moeten ondergaan. Ik weet dat ik mij nu al maanden geen enkele keer te ruste heb begeven, zonder tegen mezelf te zeggen: ‘Zullen ze je vannacht komen halen?’ En dat is geen vrolijke gedachte voor iemand die het leven liefheeft, die nog veel werk heeft te verrichten en die gelukkig is met vrouw en kinderen. En toch kan ik niet haten. Want de mensen zijn zo verschillend, bezeten door verschillende geest en de Verlosser heeft ons leren bidden: ‘Vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen’.

Drie dagen later, op 4 januari 1944, werd Munk door de Gestapo opgepakt en afgevoerd. Rustig beëindigde hij een telefoongesprek, nam hij afscheid van zijn vrouw en kinderen met de woorden Stol paa Gud (vertrouw op God) en ging hij mee met de vijf mannen die hem kwamen arresteren. Tegen middernacht, bij Hørbylunde, tien kilometer ten westen van Silkeborg stapten ze uit en werd hij van achteren neergeschoten.

De Duitse bezetter verbood de kerk om Munks dood te herdenken en zijn begrafenis werd nergens aangekondigd. Desondanks werd hij in vele kerken herdacht en kwamen er duizenden belangstellenden uit het hele land naar zijn begrafenis.

Video:

 

Bron:

http://nl.wikipedia.org/wiki/Kaj_Munk

Door:

Vederso (voor www.ejbron.wordpress.com)

Over E.J. Bron

www.ejbron.wordpress.com
Dit bericht werd geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink .

10 reacties op Cultuur van het Avondland (22): Kaj Munk (1898-1944) + video

  1. Tiemen Veenstra zegt:

    Daar komt je nickname dus vandaan! 🙂

    Like

  2. vederso zegt:

    @ Tiemen. Had je gedacht van Karl May? (grapje)

    Like

  3. Wachteres zegt:

    Indrukwekkend verhaal, Vederso. Bedankt!

    Like

  4. Wachteres zegt:

    Leo Vroman.

    Een aantal jaren geleden hebben Henk en ik een lezing van hem bijgewoond ergens in een ziekenhuis in Noord-Holland. Hij was toen even in Nederland vanuit Amerika.

    Vroman is van Joodse afkomst en woonde tot aan het begin van de Tweede Wereldoorlog in de Krugerlaan 87 in Gouda. Hij studeerde, na de Rijks-HBS in Gouda, van 1932 tot 1940 biologie in Utrecht. Tijdens zijn studie leerde hij Albert Alberts, Kees Stip en Anton Koolhaas kennen op studentenvereniging Unitas

    Op 10 mei 1940 vielen de Duitsers Nederland binnen. Op 14 mei vertrok Vroman met een taxi vanuit Utrecht naar Scheveningen. Hij deed onderweg zijn ouderlijk huis in Gouda aan. Daar nam hij afscheid van zijn ouders, die een paar honderd gulden en zijn paspoort hadden klaargelegd. Met een zeilboot wist Vroman naar Engeland te ontkomen, een zgn. Engelandvaarder. Vandaar reisde hij verder naar Nederlands-Indië. In Batavia voltooide hij zijn studie. Toen de Japanners Nederlands-Indië binnengevallen waren, werd Leo Vroman geïnterneerd en verbleef in verschillende jappenkampen (onder andere in Bandoeng, Tjilatjap, Batavia, Singapore, Osaka en Nagaoka).

    Na de Tweede Wereldoorlog kwam hij bij een oom in New York terecht, waar hij werkte als wetenschappelijk onderzoeker (hematoloog) op het gebied van de bloedstolling. In zijn vakgebied is zijn naam vereeuwigd in het Vroman-effect, de herkenning en opsporing van bepaalde bloedstollingverschijnselen. Leo Vroman woont al sinds 1947 in de Verenigde Staten. Toch geldt hij als een van Nederlands grootste levende dichters.

    Vroman trouwde op 10 september 1947 met de antropologe Tineke Sanders met wie hij sinds 1938 verloofd was. Vanwege de oorlog hadden zij elkaar jarenlang niet meer gezien. Ze kregen twee dochters: Geraldine in 1950 en Peggy Ann in 1952. Sinds 1951 is Vroman Amerikaans staatsburger. In de Verenigde Staten had hij wel heimwee naar Holland. Dit bracht hem tot de – intussen gevleugelde en veel geciteerde – woorden: ‘Liever heimwee dan Holland.’

    De HBS waar hij in zijn jeugd op zat heet nu de ‘Goudse Scholengemeenschap Leo Vroman’. Hij is benoemd tot ereburger van Gouda. Op 16 juni 1989 ontving hij in de Martinikerk in Groningen, in het bijzijn van koningin Beatrix, het eredoctoraat in de Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen.
    Wetenschappelijke carrière

    Leo Vroman promoveerde in 1958 aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Zijn proefschrift is getiteld: Surface contact and thromboplastin formation. In 1967 verscheen zijn wetenschappelijke boek Blood. In 1970 ontving Leo Vroman de Individual Science Award, Wayne State University, Detroit (Michigan). In 1987 kreeg hij de zilveren penning van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Als hematoloog is hij – in beperkte kring – vermaard om het naar hem vernoemde Vroman-effect.
    Vroman als dichter

    Dichter is hij alleen in Nederland; in de Verenigde Staten is hij meestal louter fysioloog geweest. Leo Vroman debuteerde in 1946 met de bundel Gedichten. Hiervoor had hij al in diverse tijdschriften gedichten gepubliceerd. Samen met zijn vriend Anton Koolhaas maakte hij vóór de Tweede Wereldoorlog al strips voor kranten. Veel van zijn werk is door hem zelf geïllustreerd.

    Zijn wetenschappelijke artikelen schreef Vroman in het Engels, zijn gedichten bleef hij in Nederland publiceren afgezien van de Poems in English (1953). In sommige gedichten schiet hij heen en weer tussen het Nederlands en het Engels, steeds meer is hij ook in het Engels gaan dichten[bron?]. Er is veel gezegd [bron?] over het eigenzinnige Nederlands van Vroman, waarin zelfverzonnen woorden opduiken als ‘peinskasje’, ‘hersenkistje’ en ‘pootjesdier’.

    Criticus Kees Fens noemde Vroman ooit ‘de vlakbijste dichter’ van Nederland[bron?]. De gedichten van Leo Vroman zijn levendig en herkenbaar, al sinds zijn debuut in 1946. Hij hoort bij geen enkele stroming in de literatuur, maar heeft een speelse, grillige, soms surrealistische stijl.[bron?]

    Bekende dichtregels van Leo Vroman uit het gedicht Vrede[bron?]:

    kom vanavond met verhalen
    hoe de oorlog is verdwenen
    en herhaal ze honderd malen:
    alle malen zal ik wenen.

    Een paar citaten van zijn hand:[bron?]

    Eerlijk duurt wel vaak het langst, maar verliest het van de angst.
    Wie pijn beschouwt als dure plicht, mag lachen met een dood gezicht.

    Literaire prijzen

    In Nederland heeft Vroman bijna elke literaire prijs gewonnen die er te winnen valt.

    1950 – Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor Gedichten, vroegere en latere.
    1956 – Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor Uit slaapwandelen.
    1961 – Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor Voor Jan Greshoff en voor een meisje zonder hoofd.
    1962 – Boekenmarktprijs voor Twee gedichten.
    1964 – P.C. Hooft-prijs voor zijn poëtisch oeuvre.
    1964 – Prijs van de Stichting Kunstenaarsverzet 1942-1945 voor zijn poëtisch oeuvre.
    1996 – VSB Poëzieprijs, voor Psalmen en andere gedichten.
    2010 – KANTL-prijs voor poëzie voor Soms is alles eeuwig

    Like

  5. Wachteres zegt:

    Voor wie dit leest

    Gedrukte letters laat ik U hier kijken,

    maar met mijn warme mond kan ik niet spreken,
    mijn hete hand uit dit papier niet steken;
    wat kan ik doen? Ik kan U niet bereiken.

    O, als ik troosten kon, dan kon ik wenen.
    Kom, leg Uw hand op dit papier; mijn huid;
    verzacht het vreemde door de druk verstenen
    van het geschreven woord, of spreek het uit.

    Menige verzen heb ik al geschreven,
    ben menigeen een vreemdeling gebleven
    en wie ik griefde weet ik niets te geven:
    liefde is het enige.

    Liefde is het meestal ook geweest
    die mij het potlood in de hand bewoog
    tot ik mij slapende vooroverboog
    over de woorden die Gij wakkerleest.

    Ik zou wel onder deze bladzij willen zijn
    en door de letters heen van dit gedicht
    kijken in uw lezende gezicht
    en hunkeren naar het smelten van Uw pijn.

    Doe deze woorden niet vergeefs ontwaken,
    zij kunnen zich hun naaktheid niet vergeven;
    en laat Uw blik hun innigste niet raken
    tenzij Gij door de liefde zijt gedreven.

    Lees dit dan als een lang verwachte brief,
    en wees gerust, en vrees niet de gedachte
    dat U door deze woorden werd gekust:
    Ik heb je zo lief.

    ———————————————–
    uit: Gedichten, vroeger en latere (1949)

    Schrijver: Leo Vroman

    Like

  6. vederso zegt:

    @ Wachteres. Mooi! Dit had ook Cultuur van het Avondland nr. 23 kunnen zijn geweest. Bedankt.

    Like

  7. Wachteres zegt:

    Deze kreeg ik net van Henk doorgestuurd: SCHITTEREEND

    AVE MARIA in good sound by Mirusia Louwerse with André Rieu (2008).

    Like

  8. Wachteres zegt:

    EN DEZE: YOU’LL NEVER WALK ALONE

    Like

  9. treintrien zegt:

    Wat een ontzettende mooie versie van ’t Ave Maria…
    Die mevrouw op 1.44 moet óók huilen 😉
    ben ik daar niet alleen in. Gelukkig.
    Wachteres, bedankt!

    Like

  10. Wachteres zegt:

    In het bijzonder voor jou graag gedaan, treintrien!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s