De allochtonen motten ons niet

Screenshot_9

(Door: Joost Niemöller)

En dat wordt alleen maar erger. Blijkt uit een gisteren verschenen rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau.

Laatst merkte een vriend van me iets op dat in zijn simpele nuchterheid is blijven hangen. Hij zei: “Heb jij bij allochtonen ooit wel eens een teken van dankbaarheid gemerkt?” Eigenlijk een hele goeie vraag. Veertig jaar immigratie heeft veertig jaar verzuring, vervreemding, geweld en vooral erg veel gezeur van de kant van de allochtonen gebracht. Maar een teken van dankbaarheid is er nooit geweest. Als je de dankbaarheidsvraag direct zou stellen aan allochtonen, zou een gehuil van verontwaardiging je deel zijn. “Dankbaarheid? Waarvoor?”

Nu is ‘dankbaarheid’ sowieso niet meer zo’n ding in deze ontkerkelijkte samenleving. Dankbaarheid is in de eerste plaats een christelijk begrip en het komt dan ook vooral in christelijke liedjes nogal eens voor. Maar goed beschouwd zouden allochtonen natuurlijk alle redenen moeten hebben om dankbaar te zijn. Ze hebben, zonder daar zelf veel voor te doen, een ongekende welvaartssprong gemaakt en ze zijn vrijer dan ze in hun land van herkomst ooit hadden kunnen wezen. Toch is de basisemotie ten opzichte van Nederland er een van weerzin en afkeer. De allochtonen, om het maar zo te stellen, motten ons niet.

Dat blijkt des te sterker uit een gisteren verschenen rapport van het SCP over de integratie: Dichter bij elkaar? 

Het in Nederland door de heersende elite opgelegde ideaal dat een multi etnische samenleving iets moois is, wordt door de allochtonen om te beginnen al helemaal niet gedeeld

Onderzoek onder de vier grootste niet-westerse groepen laat echter zien dat onder hen het beeld met betrekking tot de multi-etnische samenleving niet onverdeeld gunstig is. Bijna de helft vindt bijvoorbeeld dat het voor een wijk slecht is als er veel migranten komen wonen1 (tabel 2.1). Dit aandeel varieert tussen de 43% (Marokkaanse Nederlanders) en 49% (Surinaamse Nederlanders). Bij de Turkse Nederlanders onderschrijft  41% de opvatting dat er in Nederland teveel migranten wonen; dit aandeel is aanmerkelijk hoger dan bij de andere groepen.”

Overigens is dat een mening die je nog sterker terug vindt bij de meeste autochtonen.

Bijna de helft  van de autochtone Nederlanders vindt dat er te veel migranten in Nederland wonen en bijna twee derde is van mening dat het voor een wijk slecht is als er veel migranten komen wonen.

Ze motten ons ook al niet omdat we geen respect hebben voor hun godsdienst, de islam. En ze vinden voor een flink deel trouwens ook dat het Westen maar moet veranderen, want het Westen past niet bij de islam.

Bijna de helft  van de Marokkaanse Nederlanders is het niet eens met de stelling dat de meeste Nederlanders respect hebben voor de islamitische cultuur. Bijna een kwart van de Turkse en Marokkaanse Nederlanders onderschrijven  de stelling dat de leefwijzen van het Westen en moslims onverenigbaar zijn.

Ze motten ons al helemaal niet dicht in hun buurt. Ze zeggen bijvoorbeeld dat ze een huwelijk van hun kinderen met een autochtoon geen goed idee vinden.

Turkse en vooral Marokkaanse Nederlanders hebben de meeste weerstand tegen een huwelijk met een autochtone Nederlander. Voor beide groepen geldt dat ongeveer een derde (resp. 32% en 37%) het vervelend vindt als hun kind zou kiezen voor een autochtoon Nederlandse partner. Ongeveer een kwart staat hier neutraal tegenover.

Maar dan zijn ze nog beleefd. Want uit de werkelijke cijfers blijkt de afkeer van de autochtoon als huwelijkspartner nog veel sterker.

Het aandeel huwelijken met een autochtone Nederlander is bij de Turkse en Marokkaanse Nederlanders in deze periode min of meer stabiel gebleven en schommelt rond de 10%.

Turken zien in hun vrije tijd nog het minst graag een Nederlander.

Personen van Turkse origine hebben het vaakst een vrienden- en kennissenkring zonder autochtone Nederlanders: een derde van hen heeft  in de vrije tijd nooit contact met autochtonen.

Net als Marokkanen zijn ze liever onder elkaar.

Het zwaartepunt van de sociale contacten ligt bij Marokkaanse en vooral Turkse Nederlanders duidelijk bij de eigen herkomstgroep.

En allochtonen zien trouwens het liefst steeds minder graag een Nederlander in hun omgeving.

Er is sinds 2002 voor alle migrantengroepen een duidelijke ontwikkeling naar een steeds groter aandeel dat nooit bezoek krijgt van autochtone vrienden of buren. Alleen voor de Marokkaanse Nederlanders geldt dat tussen 2006 en 2011 dit aandeel weer wat is afgenomen. Niettemin wijst ook hier de trend op afnemende sociale contacten tussen migranten en autochtonen.

De waarden en de normen van de Nederlanders zijn al helemaal niet die van de allochtonen. Al die vrijheid over abortus en euthanasie, waarover de Nederlanders zich zo graag internationaal voor op de borst laten slaan: de allochtonen gruwen daarvan.

Sinds de jaren zeventig zijn Nederlanders steeds liberaler gaan denken over medisch-ethische kwesties zoals euthanasie en abortus (Jaspers et al. 2007). Ook internationaal gezien staat Nederland bekend als een permissief land (Inglehart en Welzel 2005). Tabel 4.7 laat duidelijk zien dat Marokkaanse Nederlanders het meest conservatief denken over deze ethische kwesties, gevolgd door Turkse Nederlanders. In beide groepen is een minderheid van mening dat abortus en euthanasie mogelijk moeten zijn. Bij de Marokkaanse Nederlanders is dit zelfs minder dan een kwart. Dat Marokkaanse Nederlanders abortus en euthanasie het sterkst afwijzen zou te maken kunnen hebben met hun geloof en de sterke identificatie daarmee.

En als het gaat om de acceptatie van de homo’s, worden de allochtonen al helemaal een beetje misselijk van ons:

In internationaal vergelijkend onderzoek komen Nederlanders uit de bus als degenen met de minst negatieve houding ten aanzien van homoseksualiteit (Keuzenkamp 2010). Tegelijkertijd zijn er groepen binnen de Nederlandse samenleving waar homoseksualiteit nog steeds een heikel punt is. Niet-westerse migranten, en dan met name Turkse en Marokkaanse Nederlanders, hebben een negatievere houding tegenover homoseksualiteit.

Seculering? Dat mag in Nederland dan wel zo wezen, bij de Turken en de Marokkanen is er geen sprake van:

Bij de Turkse en Marokkaanse Nederlanders is het aandeel dat zich tot een bepaald geloof rekent vrijwel stabiel gebleven tussen 1998 en 2011.

Turken en Marokkanen voelen zich, dat zal inmiddels niet meer verbazen, nauwelijks Nederlands:

Turkse en Marokkaanse Nederlanders identificeren zich vaak vooral met de herkomstgroep: een ruime meerderheid voelt zich in de eerste plaats lid van de eigen groep. Dit komt het vaakst voor bij personen van Turkse origine van wie bijna driekwart zich vooral Turks voelt, 6% voelt zich overwegend Nederlander.

En bij de tweede generatie is dat nauwelijks veranderd:

Het blijkt dat de tweede generatie Turkse en Marokkaanse Nederlanders vaker dan de eerste zich zowel sterk als Nederlander als sterk met de eigen groep identificeert (dubbel sterk). Hetzelfde geldt voor jongeren uit deze groepen ten opzichte van ouderen. Niettemin voelt ongeveer de helft  van de 15-24-jarige Turken en Marokkanen zich geen Nederlander, maar identificeert zich wel sterk met de herkomstgroep. Vergelijkbare aandelen zien we bij de tweede generatie uit deze groepen. Binnen de Turkse en Marokkaanse groep is dus wel degelijk sprake van verschuivingen in de mate van identificatie, maar de verwantschap met de herkomstgroep blij  groot, ook bij jongeren en de tweede generatie.

Met name onder de tweede generatie Marokkanen zijn er weinigen die zich hier thuis voelen:

Opmerkelijk is dat de tweede generatie Marokkaanse Nederlanders zich nauwelijks meer thuis voelt in Nederland dan de eerste generatie.

Er is zelfs een minderheid onder de allochtonen, die Nederland niet eens als het vaderland ziet:

Een minderheid, maar desalniettemin een substantieel deel van de Marokkaanse, Turkse en Antilliaanse Nederlanders (respectievelijk 30%, 28% en 21%) ziet Nederland (helemaal) niet als vaderland. Bij de Surinaamse Nederlanders is dit aandeel kleiner (12%).

Waren ze maar weer in hun land van herkomst, dromen velen:

Heimwee naar het herkomstland komt veel voor. Meer dan driekwart van de Turkse en Marokkaanse Nederlanders heeft vaak of soms gevoelens van heimwee. Bij Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders heeft  ongeveer de hel  vaak of soms gevoelens van heimwee en de andere hel  nooit. Voor de laatste twee groepen geldt dat maar een klein deel vaak deze gevoelens heeft . De terugkeerwens naar het land van herkomst varieert tussen de groepen van ongeveer een kwart bij de Marokkaanse en Surinaamse Nederlanders tot een derde bij de Turkse en Antilliaanse Nederlanders.

Veertig jaar immigratie, veertig jaar integratie: het is duidelijk dat er hier iets helemaal mis is gegaan. Nederland heeft een grote groep mensen naar binnen gehaald waar we weinig aan hebben, economisch gezien, waardoor we er cultureel alleen maar op achteruit zijn gegaan, die ons qua normen en waarden terug werpt in de tijd, en die ook nog eens, laten we het maar gewoon zeggen zoals het is, een hekel aan ons heeft. In alle opzichten.

Dat is de werkelijkheid die velen maar liever verzwijgen. Omdat het zo pijnlijk is.

Bron:

http://www.dagelijksestandaard.nl/2012/12/de-allochtonen-motten-ons-niet

Auteur: Joost Niemöller

Over E.J. Bron

www.ejbron.wordpress.com
Dit bericht werd geplaatst in cultuurrelativisme, Moslims, Multiculti, Nederland. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s