Henryk M. Broder: “Vergesst Auschwitz”

Screenshot_72

Toen ik in 1986 mijn boek “De eeuwige antisemiet – Over zin en functie van een voortdurend gevoel” schreef, woonde ik in Jeruzalem, schreef mijn teksten ’s nachts bij een open venster op een mechanische schrijfmachine, waarvoor alle buren mij haatten en stuurde ze met de post naar de betreffende redacties. Voor mijn huisdeur lag de Judaïsche woestijn, bij heldere zicht kon ik de Dode Zee en aan de andere zijde de lichten van Amman zien. Voor onze inkopen reden we naar Bethlehem en hielden aansluitend een picknick onder olijfbomen aan de rand van de vlakte van de schaapherders bij Beit Sahour.

Er lag nog geen Muur om de “Westbank”, maar de “antifascistische Schutzwall” in het westen van de DDR vierde zijn 25e verjaardag; de euro bestond zelfs nog niet als idee, terwijl  in Israël zich geen mens kon voorstellen dat de regering ooit met Yasser Arafat en de PLO een overeenkomst zou sluiten. De grootste zorgen van de vooruitstrevende krachten in Duitsland was het al enigszins gedateerde NAVO dubbelbesluit en de zure regen. De “globale klimaatcatastrofe” was nog niet uitgevonden. En had iemand zich aan de voorspelling gewaagd dat een voormalige secretaresse van de FDJ in afzienbare toekomst over het land zou regeren, dan zou hij/zij meteen in een psychiatrisch instituut zijn opgenomen.

Het waren idyllische tijden. En ik had geen idee waar ik me mee inliet. Want de heersende mening in die dagen was dat links antisemitisme niet kon bestaan. Vertegenwoordigd door linkse antisemieten die zichzelf vrijspraken. Echter niet wegens gebrek aan bewijs, maar wegens bewezen onschuld, waren ze toch tegelijkertijd ook antifascisten, die met alle kracht de nazi’s bevochten, die 40 jaar geleden zonder voorwaarden hadden gecapituleerd. En antifascisten konden per definitie geen antisemieten zijn.

Screenshot_71

De voorbeelden waarmee ik probeerde te bewijzen dat antifascisten heel goed antisemieten kunnen zijn, Terwijl ze zich slechts antizionisten noemen, had ik aan de rand van de maatschappij gevonden, in het groene/alternatieve milieu, bij de militante dierenbeschermers, de sektariërs van de DKP, KPD, KPD/ML. KPD/AO. KB, KBW, KJV en hoe de vele massaorganisaties links van de SPD ook mogen heten. In de ‘taz’, Emma en ‘konkret’, dus in de voorkamers van de burgerlijke salons.

Mijn critici verweten mij spoken op te roepen, van muggen olifanten te maken of, zoals men in Keulen pleegt te zeggen; van een scheet een donderslag maken, waarmee ze er niet ver naast zaten, want het waren inderdaad marginale fenomenen. Wat ze echter niet zagen of niet wilden zien, was; elke dijkdoorbraak begint met kleine haarscheurtjes.

Alles wat in de jaren 80 ‘marginaal’ was, vindt men vandaag in het spreekwoordelijke midden van de samenleving. Aan de ene kant een gigantische herdenkingsindustrie – van Lea Rosch tot Guido Knopp, van de erkende vereniging; ‘Tegen het vergeten’ tot aan de stichting ´Herinneren, Verantwoording en Toekomst’- die het Derde Rijk als een steengroeve uitbuiten. Aan de andere kant de ‘eerbare’ antisemieten (Jean Amery) die plannen voor een ‘eindoplossing’ uitwerken. En het lijkt erop dat beide zijden prima met elkaar kunnen opschieten of elkaar tenminste niet dwarszitten.

Op het dak, waaronder ze zich hebben gevestigd, staat in steen gebeiteld “Herinnering is het geheim der Verlossing”. Het gaat waarschijnlijk om een citaat uit de Talmoed. Als dat juist is, is het een bewijs, dat niet alles uit de Talmoed het verdient geciteerd te worden. Want ten eerste kan er alleen een verlangen naar Verlossing ‘an sich’ bestaan en ten tweede kan de herinnering tegelijkertijd een vloek en een zegen zijn, nooit de Verlossing zelf. Vooral niet, wanneer Auschwitz en de Holocaust in het brandpunt van de herinnering staan. Ik weet dat een voorgeschreven, bevolen herinneren evenzo weinig kan bestaan als een voorgeschreven vergeten. Als het echter mogelijk zou zijn tussen herinneren en vergeten te kiezen, dan zou ik inmiddels de voorkeur geven aan het vergeten. Zoals de herinnering vandaag in praktijk wordt gebracht, is ze een oefening in huichelarij, leugen, schijnheiligheid en opportunisme. En ze maakt de weg vrij voor komende catastrofen. Er zijn ongeveer 120 Holocaust-herinneringsmonumenten van allerlei soort in de Bondsrepubliek, alleen in het voormalige KZ Dachau komen elk jaar 800.000 bezoekers.

Screenshot_74

“De moderne antisemiet beklaagt altijd wanneer Joden dood zijn, tot dat moment doen hij alles dat het daartoe komt!”

Herinneren lijkt de eerste burgerplicht. Desondanks heeft Eike Geisel gelijk toen hij meer dan 20 jaar geleden schreef: ‘Geen gemeente is meer zonder Jodenreferent, elke zender heeft zijn vernietigingsexperts, de nazi’s hadden zich bij zoveel vaklui de vingers afgelikt. Door hun gezamenlijke inspanning zijn er weliswaar in de Bondsrepubliek niet minder antisemieten, maar wel minder werklozen. Maar het wordt door hun aanwezigheid nog eens bevestigd wat tot de ervaring van de laatste tientallen jaren behoorde: dat het herinneren in Duitsland de hoogste vorm van het vergeten behoort.’

Desondanks, ik weet heel goed dat vele, vooral jonge, Duitsers het zeker serieus menen met het herdenken en het ‘Nie wieder’ en dat ze er zich niet van bewust zijn wiens handwerk ze met Israëlvijandige of naïef Palestijnenvriendelijke posities en acties ze bedrijven. Van alle anderen, van wie in dit boek sprake zal zijn, van publicisten en wetenschappers, van politici en historisch (zo meent men) goed onderwezen volwassenen, mag worden verwacht dat ze erkennen waarvoor ze in woord en daad staan – een nieuw antisemitisme in zuivere zin.

Mij is duidelijk dat ik in dit boek, net zoals 25 jaar geleden in de ‘Eeuwige antisemiet’, gewaagde vooronderstellingen opstel. De meesten zijn bewijsbaar, enkele berusten op eenvoudige logica. Ik ben geen mierenneuker. Ik weet dat je  op niets meer kunt vertrouwen, zelfs niet op de driedimensionaliteit van de ruimte en de juistheid van de relativiteitstheorie. En ik weet dat alles dat kan gebeuren, op een dag ook zal gebeuren. Van de ondergang van de Titanic tot het neerstorten van een Concorde, van de landing op de maan tot de ontdekking van buitenaards leven, van Auschwitz tot Fukushima.

En als iemand wil weten wat ik met dit boek wil bereiken: Eigenlijk helemaal niets. Maar ik was er tevreden mee als ik deze keer ongelijk zou hebben. En indien toch niet, laat niemand zeggen: ‘er habe es nicht gewusst’.

Screenshot_73

Henryk M. Broder

Auteur:  Henryk M. Broder

Uit: “Vergesst Auschwitz”, Knaus, 2012

Vertaald uit het Duits door:

Vederso (voor www.ejbron.wordpress.com)

Over E.J. Bron

www.ejbron.wordpress.com
Dit bericht werd geplaatst in Algemeen, antisemitisme. Bookmark de permalink .

2 reacties op Henryk M. Broder: “Vergesst Auschwitz”

  1. luckybee zegt:

    Deze probleem heb ik eigenlijk niet; de Kempetai ,martelen iedereen die een europese uiterlijk of bloed hebben egaal of ze Joods zijn of Christen, die moeten allemaal uit eindelijk kreperen.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s