Martin Kramer: Islamologie als Stockholm-syndroom

Screenshot_5

Martin Kramer

(Door: Martien Pennings)

Historiografie

Ik ga het hebben over een artikel van Martin Kramer dat de inleiding vormt van een boek uit 1999, getiteld “The Jewish Discovery of Islam”. Het boek behandelt 19e en 20ste eeuwse Joodse historici die vóór 1920 zijn geboren en die zich met de islam hebben bezig gehouden.

Inleiding en boek betreffen dus de wetenschap van de historiografie: de geschiedschrijving van de geschiedschrijving. Want geschiedkundige teksten gaan óver een bepaalde periode en óver een bepaald milieu, maar ze zijn ook geschreven ín een bepaalde periode en ín een bepaald milieu. Een 17e eeuwse Poolse edelman die het Turkse beleg van Wenen in 1683 nog lijfelijk mede heeft beëindigd, zal anders schrijven over de islam dan een student die anno 2013 in Nederland onder Maurits Berger en Petra Stienen studeert.

Martin Kramer, het Moshe Dayan Center en de officiële Israëlische verzoeningstoon

In dat bewustzijn dien ik mij dus af te vragen wie Martin Kramer is evenals in welk milieu hij thuishoort. Want ik had nog nooit van hem gehoord. Als ik Professor-Doctor Martin Kramer en zijn lange academische carrière recht wil doen, moet ik me natuurlijk een paar jaar in hem verdiepen en een proefschrift over hem schrijven. Dat gaat niet lukken en ik zal dus mijn forse oordeel over zijn inleidende artikel in dat boek baseren op alléén dat betreffende artikel. Het is behelpen, maar het is niet anders en we moeten verder.

Ik had dus nog nooit van Kramer gehoord en ook niet van het onderzoekscentrum onder welks auspiciën het boek is uitgegeven, namelijk het Moshe Dayan Center for Middle Eastern and African Studies, een onderdeel van de universiteit van Tel Aviv. In het profielschetsje dat dit Centrum van zichzelf geeft, heet het:

“The Center does not take positions or recommend policies. Through research, publications, conferences, documentary collections, and public service, it seeks to inform civil society and promote dialogue on the complexities of the ever-changing Middle East. In doing so, the Center hopes to advance peace through understanding.”

Dat zet meteen de beschaafd-verzoenende toon. Het is de toon die bureaucratisch, officieel-politiek en academisch Israël inzake de islamitische wereld altijd hanteert. In het artikel van Kramer dat ik hieronder zal behandelen, klinkt die toon nog veel extremer. Men is zogenaamd a-politiek, maar wat mij betreft zitten die drie regeltjes hier boven vol illusies over islamitische maatschappijen. Namelijk dat ze veranderen, dat je er dialoog mee kan voeren, en dat je er vrede mee kan bereiken als je maar genoeg “begrip” hebt. Behalve illusoir vind ik dat immoreel: je dient geen “begrip” te hebben voor een seksueel aangedreven roofmoordenaarsideologie als de islam.

Natuurlijk is het allemaal best te begrijpen. Zelfs als je beter weet, moet je als “officieel Israël” naar buiten toe de illusie hoog houden. Maar als de meest genereuze vredesvoorstellen richting “Palestijnen” en “Arabische wereld” al sinds 1920 beantwoord worden met Jodenhaat, moord, oorlog en pogingen tot genocide en sabotage dan mogen er toch wel grenzen zijn aan  “diplomatieke taal”. En dan brengen we niet eens 1400 jaar islamitische bloeddorst en racistische agressie in het geding. Bovenstaande drie regels zijn dom en naïef. Love, Peace & Understanding: het lijken wel fokking hippies daar op het Moshe Dayan Center.

Ik denk dat, als Moshe Dayan nog leefde, hij allang lering zou hebben getrokken uit eerdere vergissingen. Volgens zijn weduwe kon hij erg goed met “de Palestijnen” opschieten en hij is degene geweest die het beheer over de Tempelberg in 1967 aan de Waqf, een islamitische organisatie gaf.  Ook daaruit is alleen maar terreur voortgekomen.

Martin Kramer overdrijft de verzoeningstoon

En zoals gezegd: de toon van het inleidende artikel dat Martin Kramer schreef bij het boek dat door dat Moshe Dayan Center in 1999 werd uitgegeven is nog vele malen erger.  Het boek bevat een groot aantal beschrijvingen door verschillende auteurs van Joden die ongeveer tussen 1820 en 1948 (stichting van Israël) zich hebben bezig gehouden met de islam.  Het zwaartepunt ligt bij Joden die schreven ongeveer tussen 1850 en 1900. Onder invloed van een aantal factoren oordeelden die Joden zeer positief over de islam. Dat is vergeeflijk, ook al ontbraken stemmen die de ware en onveranderlijke aard van de islam wél kenden ook in  de 19e  eeuw niet.

Er is een enorme bloemlezing samen te stellen van 19e en vroeg 20ste eeuwers die het zwarte hart van de islam uitstekend in het vizier hadden: Snouck Hurgronje (1857 -1936) Manfred Halpern (1924 – 2001), Maxime Rodinson (1915 -2004), Carl Jung (1875 – 1961), Bertrand Russell (1872 – 1970), Karl Barth (1886 – 1968), Winston Churchill (1874 – 1965), Gustave Flaubert (1821- 1880), Arthur Schopenhauer (1788 – 1860), Jacob Burkhardt (1818 – 1897). De lijst is bij lange na niet uitputtend, maar er is ook een constante stroom van naïviteit omtrent het Mohammedanisme, die tot op heden krachtig doorkabbelt en zelfs aanzwelt.

Maar deze emanciperende en assimilerende Europese Joden hemelden “de nobele Arabier” en zijn verfijnde en tolerante islamitische cultuur op om zichzelf als “semitische broeders” mede te kunnen verheffen. In 1865 publiceert een zekere W. G. Palgrave een boek over een van de meest fanatieke en achterlijke sektes in de islam, de Wahabitische stichters van Saoedi-Arabië en geeft als zijn mening dat deze barbaren “The Englishmen of the East” zijn. Deze 19e eeuwse Joden stelden geïdealiseerde islamitische landen ten voorbeeld aan Europa, zeggende als het ware: kijk, als je Joden gelijkberechtigd laat zijn zoals dat in moslimlanden gebruikelijk is, dan kunnen wij Joden een geweldige hulp zijn om van Europa dezelfde luisterrijke beschaving te maken. Met name Joden, zegt Kramer, uit Duitsland en Oost-Europa, die geen enkele concrete historische ervaring hadden met de islam, waren vatbaar. En dan waren er natuurlijk de impulsen waaraan ook niet-Joden bloot stonden: bijvoorbeeld de exoten-verering van de Romantiek. Een belangrijk element dat Kramer niet noemt: de aanzwellende pogrom-stemming in de tweede helft van de 19 e eeuw in Oost-Europa.

Kramer vat het zelf aldus samen:

“( . . .) in the aggregate, their approaches rested upon a heightened empathy and sympathy for Islam, conveyed to the rest of Europe through literature, exploration, and scholarship. And the common rationale, reduced to a sentence, was this: a Europe respectful of Islam and Muslims was more likely to show respect for Judaism and Jews.

19e eeuwse Joden waren al heel postmodern!

Die “verzoenende” neiging bij deze Joden is inderdaad plausibel, maar Kramer maakt bijna post-moderne relativisten van zijn 19e eeuwse Joods islamofielen:

“Jews found themselves in a Europe constructed upon a series of evolving dichotomies: Christendom and Islam, Europe and Asia, West and East, Aryan and Semite. The Jews posed a challenge to these dichotomies on practically every level. ( . . .) By the nineteenth century, Jews had entered the debate, questioning not just their classification but the very validity of the dichotomies. Such dichotomies were regarded as obstacles to assimilation, which remained the dominant project of central and western European Jewry from the French Revolution to the Holocaust.”

“In myriad ways, they sought to emphasize Islam’s splendor, as a strategy to remind Europe of the multiple origins of its own civilization, and its debt to Islam and Judaism. This meant a deliberate effort to associate Jews with those periods, places, and elements in Islamic civilization most admired by Europe. The message was straightforward: Jews had helped to bring the civilization of medieval Islam to its apex. Given the chance, they could do the same for the civilization of modern Europe.”

Men ziet: het is heel erg multipleus en toch allemaal even prachtig en een beetje hetzelfde. Postmodern absoluut-relatief-veelkleurig-monochroom-divers-eenvormig dus.

Nergens inhoud

Ik heb buiten Kramers inleiding geen van de vele essays in het boek gelezen, want daarvoor zou ik het moeten aanschaffen en de prijs van 250 dollar is me toch echt te gortig.  Wel ben ik zeer nieuwsgierig naar die opstellen en met name naar de manieren waarop de beschreven 19e eeuwse Joodse auteurs tot hun prettige oordeel over de islam kwamen.  Kramer benadrukt wel voortdurend die islamofilie, maar op welke concrete grond die 19-eeuwers verliefd raakten op de islam wordt op geen enkel moment duidelijk. Elke inhoudelijke argumentatie ontbreekt. Want ik zou wel eens willen weten hoe Benjamin Disraeli (ja, die Engels premier) erbij kwam om het onderstaande te schrijven:

“ ( . . .) the children of Ishmael rewarded the children of Israel with equal rights and privileges with themselves. During these halcyon centuries, it is difficult to distinguish the followers of Moses from the votary of Mahomet. Both alike built palaces, gardens, and fountains; filled equally the highest offices of the state, competed in an extensive and enlightened commerce, and rivalled each other in renowned universities.”

Als ik bij Kramer lees dat het thema van

“Islam’s debt to Judaism would be a recurrent one in the Jewish study of Islam, precisely because Jewish scholarship, following Hegel, had settled upon monotheism as the great contribution of the Jews to world civilization. In 1833, Abraham Geiger (1810-74), a brilliant young rabbi from Frankfurt, published a book entitled Was hat Mohammed aus dem Judenthume aufgenommen?, analyzing the Prophet Muhammad’s adaptations from Judaism. (The original Latin thesis was written for a competition at the University of Bonn, where it took the prize.) Geiger’s adept handling of the sources and his careful analysis won him widespread praise among the handful of scholars then devoted to the academic study of Islam.”

dan zou ik graag twee of drie elementjes opgesomd zien van wat Mohammed behalve het monotheïsme nog meer van de Joden heeft overgenomen.

En als ik bovengenoemde Geiger als volgt geciteerd zie over een islam die “always left itself favorable to the cultivation of science and philosophy, with a Christian Church that increasingly nourished a repugnance of science and reason”, dan zou ik graag iets meer commentaar van Kramer krijgen dan dat deze Geiger “a clear voice of dissent” vormde  in “a Europe where Islam continued to be regarded as inimical to science and reason”.

Maar, zoals gezegd: nergens in het voze gebabbel van de professor-doctor ook maar een klein stukje inhoud.

Dat ontbreken van inhoud is des te onvergeeflijker omdat Kramer deze Joodse islamofielen onomwonden en zonder terughouding prijst om hun positieve benadering. Want Kramer kan en moet beter weten.

Bernard Lewis

Het boek is ontstaan uit lezingen die gehouden werden aan de universiteit van Tel Aviv in 1996 en die lezingen werden gehouden om Bernard Lewis (geboren 1916) te eren ter gelegenheid van zijn 80ste verjaardag. Natuurlijk is Lewis het grootste deel van zijn leven zeer “genuanceerd” geweest over de islam. Lewis eigen boek terzake van Joden & Islam getiteld  “The Jews of Islam” wordt op Amazon aldus aangeprezen: Bernard Lewis demolishes two competing stereotypes: the fanatical warrior, sword in one hand and Qur’ an in the other, and the Muslim designer of an interfaith utopia.” Altijd mooi, zo’n middenpositie, maar ik ben toch bang dat het ene “stereotype” veel meer waarheid bevat dan het andere.

Volgens Kramer heeft Lewis ooit gerept van medieval prejudice against Islam” en hij  geeft ook ruimere citaten van Lewis waaruit Lewis’ empathie voor de islam blijkt:

“Jewish scholars ( . . .) less affected by nostalgia for the Crusades, preoccupation with imperial policy, or the desire to convert the ‘heathen’. Jewish scholars ( . . .) played a key role in the development of an objective, nonpolemical, and positive evaluation of Islamic civilization.” (1979)

[Joodse onderzoekers zijn zeer belangrijk geweest] “in the enrichment of the Western view of Oriental religion, literature, and history, by the substitution of knowledge and understanding for prejudice and ignorance.” [1993]

“Jewish scholars were among the first who attempted to present Islam to European readers as Muslims themselves see it and to stress, to recognize, and indeed sometimes to romanticize the merits and achievements of Muslim civilization in its great days.” (2009)

Dat klinkt allemaal inderdaad zeer islam-empathief. Maar ik hoop toch dat de Lewis van de uitspraak “er zijn gematigde moslims, maar de islam is niet gematigd” niet erg blij is geworden van het voorwoord bij dit boek van Kramer.  Kramer is een leerling van Lewis geweest, maar ik heb de indruk dat de oude Lewis in de jaren 1990 zich beter bewust is geworden van de ware aard van de islam dan Kramer. Zelf zit Kramer samen met zijn 19e eeuwers, zoals gezegd, onverkort op de lijn van de islam als “an interfaith utopia”, terwijl inmiddels toch wel duidelijk is dat, ten eerste, christenen en vooral Joden in de islam altijd een inferieure dhimmi-status hadden en hun leven en positie nooit zeker waren, en, ten tweede, de islam als  zelfstandige cultuur nooit iets positiefs heeft voorgebracht, maar altijd slechts heeft geparasiteerd  op de culturen die zij bloedig onderwierpen en vervolgens leegzogen. Dat geldt voor Byzantium en ook met name voor het sprookje van “el Andaloes”. (Ik ontsla me even van links en voetnoten: ik ben een beetje moe en het helpt niet.)

Heinrich Graetz en Judah Magnes ontbreken

Kramer noemt in zijn inleiding niet de Duitse historicus Heinrich Graetz (1817 – 1891) en ik neem dus aan dat hij ook niet in het boek behandeld wordt. Graetz was wel degelijk Joods en volgens Paul Berman heeft hij een grote rol heeft gespeeld bij het vormen van een geïdealiseerd beeld van de islam bij de 19e eeuwse Joodse burgerij, waardoor de Joden met te veel optimisme inzake het Mohammedanisme aan het experiment ”Israël” begonnen.

Berman schrijft in zijn “The Flight of the Intellectuals” (p. 81) over de tijd rond 1900, toen

“( . . .) elke Joodse familie met  een boekenkast en een claim op progressieve en liberale waarden een editie plachten te hebben van het magistrale “ History of the Jews” door een Duitse historicus genaamd Heinrich Graetz. ( . . .) De historicus schrijft, ‘De eerste Mohammedanen behandelden de Joden als hun gelijken; ( . . .) De Joden voelden zichzelf vrijer onder het nieuwe bewind van de islam dan in de christelijke landen.’ ‘Deze religie’ ( . . .) heeft een prachtige invloed uitgeoefend op de loop van de Joodse geschiedenis en op de evolutie van het Judaïsme.’ “

Het moeten mooie, waarschijnlijk vetlederen banden zijn geweest, dat “geschiedkundige” werk van Graetz in al die deftige Joodse boekenkasten. Berman schrijft dat er behoorlijk wat historici in de 20ste eeuw deze lijn van Greatz hebben gevolgd.

Wie ook ontbreekt in de Hallelujah-verzameling van Kramer is Judah Magnes (1877 – 1948). Hij was de eerste bestuursvoorzitter van de in 1925 in Jeruzalem geopende “Hebrew University”. De universiteit was bedoeld voor Joden en Arabieren. Magnes zocht vijftien jaar lang naar een mogelijkheid om zich intellectueel met de Arabieren te verstaan, maar moest uiteindelijk concluderen dat de kloof onoverbrugbaar was. (Martin Gilbert: “The Story of Israel”, p. 16)

Islamologie als Stockholm-syndroom

Misschien is Martin Kramer heel gezond, want positief denken schijnt heel heilzaam te werken op het hele menselijk organisme. Zie al onze linkse politici: realiteits-ontkenning maakt gelukkig, zolang je de gevolgen niet zelf hoeft te ondervinden. Ik zag positivist Alexander Pechtold (D66), pas terug van vakantie, in de laatste week van augustus 2013 bij Knevel en Van den Brink zitten. Hij blaakte van kalme en energieke evenwichtigheid. Kunnen we dit jaar weer veel plezier van hebben.

Misschien is Martin Kramer ook gewoon handig, weet hij best wel waar Abraham de mosterd haalt en hoe je een gladde carrière in het officiële Israëlische academische circuit moet opbouwen. En dus doet hij net of de islam een gewone religie is en niet een seksueel aangedreven roofmoordenaarsideologie. Maar zelfs in dat wegkijken van het ware karakter van de islam heb je nuances. En ik vind dat Kramer wel heel erg meejubelt met zijn 19e eeuwers over de islam. En dan begin ik toch te denken aan een gevalletje psychiatrie. Men weet: het Stockholmsyndroom is de angst van de gegijzelde die zich omzet in “begrip” en zelfs liefde voor de gijzelnemer. Israël wordt al vanaf 1920 door de islam geterroriseerd en genocidaal belaagd. Daaraan hebben vele “linkse” Israëli’s een oprecht Stockholmsyndroom overgehouden. Je hebt ook een onoprecht, een geveinsd Stockholmsyndroom. Premier Netanyuahu bijvoorbeeld veinst regelmatig dat hij in “onderhandelingen” en in “het vredesproces” met de genocidale Palmaffia’s van Abbas en Hamas en in “economische sancties tegen Iran” gelooft. Maar in zijn hart is hij realist en weet hij beter. Deze Martin Kramer echter lijdt aan het echte en oprechte Stockholmsyndroom. Want als dat niet zo was, zou hij iets minder dan honderd procent Hallelujah hebben gezongen over de islam. Dat Kramer een doodgewone domme lul is, mogen we immers niet aannemen van een academische universiteits-professor-doctor.
_______________________________

Door:

Martien Pennings

(voor www.ejbron.wordpress.com)

Over E.J. Bron

www.ejbron.wordpress.com
Dit bericht werd geplaatst in "goedmenschen", "Nuttige idioten", "Religie van de vrede", Appeasement, Dhimmitude, Islam, Islamofilie, Naïviteit. Bookmark de permalink .

10 reacties op Martin Kramer: Islamologie als Stockholm-syndroom

  1. Theresa Geissler zegt:

    Toch treffend, Martien: het kan altijd zijn dat ik me hier vergis, hoor, maar bij het lezen van de eerste alinea van je analyse kreeg ik de volgende indruk: Hé, Martien doet zijn best om één en ander rustig en afstandelijk te beschouwen; toch eens kijken hoe lang hij dat volhoudt. Nou, ik schat, dat zo’n anderhalve alinea verderop je verontwaardiging al weer voelbaar werd, dus ik dacht: Ha, daar hebben we Martien weer! Even voldaan in mezelf gegrinnikt en geanimeerd verder gelezen.
    Met je laatste zin: “Dat Kramer een doodgewone domme lul is mogen we immers niet aannemen van een academische universiteits-professor-doctor” sla je natuurlijk de spijker op de kop, maar zien we dat verschijnsel dan ook niet dagelijks? Zagen we dat niet recentelijk nog met het artikel over de Katholieke Universiteit van Leuven met haar geschifte Rector-Magnificus en haar waanzin-theorie betreffende het ontwikkelen van een “westers-georiënteerde Islam?” Ik wijdde daar een vernietigend comment aan en Wachteres haakte daar op in met de vertwijfelde vraag of ze nu ècht zo dom waren, of uiteindelijk nog wat anders wilden. Ik reageerde daarop door naar eer en geweten te veronderstellen, dat je een hele universiteitsstaf natuurlijk niet als dom kon beschouwen, althans dat dat niet van realiteitszin zou getuigen, maar dat zij het vanwege hun status van ‘denkend deel der natie’ waarschijnlijk aan zichzelf verplicht achtten om nooit bang te worden en altijd voor alles open te blijven staan. Islamcritici zoals wij waren kortzichtig en daardoor bang; Zijzelf hadden een ruimere kijk op de dingen. Dachten ze. Dit op zichzelf zou natuurlijk nog niet direct te maken hebben met zoiets als het Stockholm-Syndroom, maar zijdelings kan het er weer wèl mee te maken hebben: Ergens in hun achterhoofd zijn al die ruimdenkende academici, wie weet, wel doodsbang, dat hun mooie, edelmoedige theorieën vroeg of laat toch anders uitpakken, en des te harder duwen ze die gedachte weg. Uit een mengeling van ordinaire angst en ordinaire arrogantie. Een gevaarlijke zwakheid, voortkomende uit het Goedmensen-virus, met als hoofdsymptoom, inderdaad, jóuw ‘hedonistisch narcisme.’ (Blijft toch maar mooi een uiterst bruikbaar begrip.) Ik haalde bij die gelegenheid ook nog aan dat men juist daarom respect mocht hebben voor wetenschappers als Hans Jansen en Etienne Vermeersch (Ja, sorry; ik weet best dat het geen vrienden van jou zijn) die er in geslaagd zijn, hun realiteitszin in dit opzicht te bewaren. De Heren zijn wèl uitzonderingen, geef het toe.
    Dat Kramer zich in het door jou besproken hoofdstuk voornamelijk op eerdere periodes in de geschiedenis richt, maakt het voor hèm waarschijnlijk wel gemakkelijker: Hierdoor hoeft hij de actuele sitiuatie niet direct onder ogen te zien en kan hij afstandelijker beschouwen. Het is overigens waar, dat de ontwikkelde, welgestelde Joden van rond 1900 een wat naïeve kijk op de zaken hadden. Ik herinner me een mini-TV-serie van jaren geleden, “Dreamers,” over dit onderwerp: Een groep jonge, Weense Joden trok in die periode -volgens het verhaal- met hooggespannen verwachtingen naar Palestina om daar een “Kibboets” te vestigen. Nu ja, het eind van het liedje was, dat het experiment jammerlijk mislukte, deels wegens interne strubbelingen -Communeleven moet je wèl liggen- en deels omdat de Palestijnse omwonenden (uiteraard) moeilijk begonnen te doen.
    Het was een Amerikaanse mini-serie, dacht ik toch. Hoofdrol: Kelly McGillis als “Anda.” Je vraagt je toch af of Prof. Kramer hem ooit gezien heeft, of niet.

    Like

  2. Helena zegt:

    Vreselijk om te horen dat er ook toen al van die apologeten rondliepen. Die Joden van toen zouden toch ook beter hebben moeten weten. Toch kan ik wel iets van begrip wel voor ze opbrengen. Eigenlijk is het een beetje hetzelfde verhaal als wat we tegenkwamen toen we ons hier afvroegen hoe het toch komt dat homoseksuelen zo vaak islamofiel zijn. Mijn gedachten daarover waren toen dat zij vanuit hun underdog positie een ultra tolerante samenleving broodnodig hebben zodat zij als vanzelf tot in het extreme tolerant worden. Daarbij negeren zij het intolerante in hetgeen zij tolereren. Op de joden van toen zou ditzelfde mechanisme van toepassing kunnen zijn. Zij waren (en zijn) de underdog van de wereld. We lezen dit eigenlijk ook al in de citaten van Kramer die Martien plaatst met name in dat stukje over de toenemende dichotomie in het Europa van die tijd. Waarvan islam versus christendom er één was.
    Door het wegpoetsen en gladstrijken van die genoemde tweedelingen dachten ze dat het assimileren van Joden in dat Europa makkelijker zou gaan. Dus uit eigenbelang staken ze de loftrompet over islam.
    Ook voor Kramer geldt vast dat laatste, dat geef jij eigenlijk ook al aan Martien, slijmen uit puur eigenbelang. We bijten NIET naar de hand die ons voedt.

    Like

  3. Roelf-Jan Wentholt zegt:

    Wat mogelijk ook een rol speelt in de goedgemutste beoordeling van de islamieten is dat in de periode 1850-1950 (om en nabij) de Islam inderdaad heel zwak was. De oppermacht van het Westen stond als een paal boven water en de Islam leek langzaam maar zeker te verdwijnen en vervangen te worden door de aanstormende moderniteit. In de hele islamitische wereld verdwenen de hoofddoeken. Iedereen kent toch wel de foto’s uit Egypte en Perzië waar eigenlijk nauwelijks hoofddoekjes op te zien waren. Wie had toen de revival van de Islam kunnen voorzien? En wat maakte die revival mogelijk? Ik vrees dat het antwoord op die laatste vraag heel ellendig is. De revival van het achterlijke islamitische gedachtengoed is mogelijk gemaakt door mensen die zichzelf heel erg modern en tolerant vinden: de Gutmenschen. De Gutmenschen hebben het Westen zeer ernstig verzwakt. Met al hun geblaat over het helpen van de zwakken en armen hebben zij niets anders bereikt dan een verslechtering van het lot van de zwakken en de armen.
    Het ene antwoord leidt natuurlijk meteen weer tot de volgende vraag. Waarom zijn die Gutmenschen zo dom? Ik zal die vraag even heel compact beantwoorden en daarom zal het antwoord een beetje mysterieus klinken: De Gutmenschen zoeken een schuilplaats voor hun middelmatigheid en die schuilplaats vinden zij in een collectief dat zichzelf als moreel superieur omhoog steekt. Het is de angst om maar een heel gewoon iemand te zijn. Het is dus niets dan zelfverheffing. Gerard Reve zag dat heel goed en hij verwoordde het fraai maar het blijft mysterieus klinken. Misschien omdat het zo evident is.

    Zo zei Gerard Reve het:
    ” (…) ze haten deze maatschappij wegens de vrijheid die zij hen schenkt, omdat zij met die vrijheid niets beginnen kunnen. Hij (bedoeld wordt Simon Vinkenoog) en zijn meelopers zullen nooit en nergens voor werkelijke en waarachtige vrijheid opkomen, omdat die vrijheid hen met hun eigen onvruchtbaarheid, hun eigen leegheid en hun eigen talentloosheid confronteert.”

    Ziedaar: de angst voor de eigen middelmatigheid drijft de Halsema-achtige Gutmenschen.

    In 1999 had Kramer dat natuurlijk al moeten kunnen zien. Als weledelzeerhooggeleerde heer.

    Like

    • Martien Pennings zegt:

      Inderdaad ben ik dat punt vergeten aan te stippen, Roelf: de zwakte van het Ottomaanse Rijk en de overduidelijke superioriteit van het Westen in die periode.

      Er waren inderdaad stromingen in het “Orientalisme”, die “imperialistisch” en “kolonialistisch” waren, maar dat kan, zoals Hans Jansen in 2003 betoogde http://bit.ly/1aaH9dr bij het overlijden van de terreur-oriëntalist Edward Said, ook allemaal heel superieur geweest zijn:

      “Het is in het licht van het succes van Said een verademing bij de sinoloog Simon Leys te lezen dat wanneer ooit zou blijken dat de beste studies over de Chinese poëzie allemaal gemaakt en gefinancierd zijn door de CIA, deze ‘onthulling’ wat hem betreft uitsluitend de reputatie van de CIA zou verhogen.”

      Ook Ibn Warraq http://bit.ly/18ur8It leverde in dezelfde krant (Letter & Geest van Trouw) een vernietigende lijkrede af. Daarin lezen we iets over iets wat jij aanstipt in je comment:

      “De Gutmenschen zoeken een schuilplaats voor hun middelmatigheid en die schuilplaats vinden zij in een collectief dat zichzelf als moreel superieur omhoog steekt.”

      Jaja! De angstige mens die weet dat hij maar gewoontjes is – en zelfs misschien minder dan middelmatig – ziet geen andere mogelijkheid dan het morele krukje te bestijgen en te gaan staan zelfmanifesteren, waarbij hij ontdekt dat als bonus ook nog een fijn gevoel in hete igen hoofd geeft. En zo wordt de hedonistische narcist en realiteits-ontkenner geboren.

      Maar ik zei dat Ibn Warraq iets over dat verschijnsel zegt. Men weet dat het bestijgen van het morele krukje altijd gepaard gaat met het gevaarloos aanwijzen van een “Kwaad” dat eigenlijk geen kwaad is en dat ongestraft belasterd kan worden: het imperialistisch-kolonialistisch-racistische Westen. Men weet dat de gemiddelde moslim van nature (oei!) een groot talent heeft tot slachtofferschap en het aanwijzen van het Westen als de schuldige. Nou, die beschuldiging heeft Gutmensch Edward Said in een quasi-wetenschappelijk en modieus jasje gestoken.

      Warraq zegt:

      “Oriëntalisme, ongetwijfeld het meest invloedrijke boek van de afgelopen decennia voor Arabieren en moslims, gaf op schrille toon de hele westerse geschiedenis en wetenschap de schuld van de ziektes van de moslimwereld. Het rechtvaardigde de haat van de moslims tegen het Westen en gaf het boosaardige anti-Amerikanisme een verfijnde, hoogliteraire glans. Natuurlijk was Said in Frankrijk behoorlijk populair. Zonder de verdorven imperialisten, racisten en zionisten zou de Arabische wereld weer groot zijn, was de boodschap van Oriëntalisme. Zoals we nu allemaal weten, wordt het Westen ook door het islamitisch fundamentalisme de grote Satan genoemd, die de islam, alleen al door te bestaan, onderdrukt. Oriëntalisme bracht dit idee op een hoger plan en bouwde het om tot multiculturalistische chic voor de westerlingen. Het deed elke kritiek op de islam verstommen, het bracht zelfs het onderzoek tot stilstand van uitmuntende islamologen, die bang werden dat hun bevindingen de gevoeligheden van moslims zouden kunnen kwetsen en die niet het gevaar wilden lopen het etiket ‘oriëntalist’ opgeplakt te krijgen.”

      Like

  4. Helena zegt:

    Bedankt heren, weer veel geleerd.

    Like

  5. oogenhand zegt:

    “Ariërs” en “Semieten” zijn allebei Nostratisch. Overigens waren de “Ariërs” evengoed patrilineair, zoals R.S.P. Beekes in zijn boek schrijft. D.w.z. kinderen van “Arische” mannen, en niet-“Arische” vrouwen waren gewoon “Arisch”.

    Like

  6. oogenhand zegt:

    Reblogged this on oogenhand and commented:
    Lange en interessante reacties.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s