Syrië: Polderjihadi dood en Belgen doen genocide

Screenshot_30

Salaam aleikum, brave burgers, bakfietsouders en filerijders die vredig forensen tussen vinex, kantoortuin en terug voor het dagelijkse AGV’tje. Alhier presenteren wij het laatste nieuws van Onze Salafisten aan het spannende Syrische front, waar NederVlaamse brigades zij aan zijn met de troepen van ISIS (of ISIL, dat willen we kwijt zijn, balkoncorrespedante Monique Samuel weet er alles van – red.) met hun poten in de kinderlijkjes modder staan om het land van de wrede dictator Assad te bevrijden. Tegelijkertijd zuiveren zij het heidense land door vlasbaardjes, feminiene herenmode en de wetten der sharia te implementeren, insh’allah, en de regels van de Profeet (teab) op te leggen aan de kaffirs van Assad.

Lees verder>>>
(h/t Guus Velraeds)

Over E.J. Bron

www.ejbron.wordpress.com
Dit bericht werd geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink .

8 reacties op Syrië: Polderjihadi dood en Belgen doen genocide

  1. Theresa Geissler zegt:

    Nou ja, Hamkaas of Hamza. lekker laten sneuvelen daar. Laten we hopen dat het bericht op waarheid berust.
    Weer één minder.
    Bij elk bericht van een gesneuvelde Jihadist, Hollands of Vlaams, zou de vlag in top moeten…..Oh-oh, wat zeg ik nu? Daar zouden de moslims immers héél boos over worden?
    Provoceren, dat mogen zij alleen, tenslotte. Vinden ze.

    Like

  2. lucky9 zegt:

    Sire, er bestaan geen Belgen. (Maar alleen vuile Vlamingen en propere Franstaligen)
    Racistische discriminatie heeft een naam!
    Vergis U niet, de Satan huist momenteel in Broekzele, de zetel van de Eurofascistische Unie!
    Kill them all!, conform de Koran 5:33 en liefst in het digitale stemhokje… Zot zijn doet geen pijn.

    Like

  3. Wat te denken geeft:
    Een commentaar op het artikel bij Geen Stijl.
    We moeten nu hier ook oorlog gaan voeren want nu kunnen we nog winnen.
    Daar zit wat in.
    Moesten we maar eens diep over nadenken.
    Overwinnen van schroom.
    Een oorlog beginnen doe je niet zomaar.
    Is het fair om de vijand nog een kans te geven?
    Dat zou inhouden dat we de vijand aanzeggen. Nu vertrekken of …… , zoals in Syrië.
    Het zal niet gebeuren, want daarvoor zijn we te labbekakkerig maar ik zou toch hun reactie wel eens willen zien. U ook?
    Nu ja, praten we er nog eerst intern over?
    Niet te lang, hè, want dagelijks komen er nieuwe bij!

    Like

  4. luckybee zegt:

    Mischien is dat de Manier hoe wij ze in ons land zullen kwijtraken?Zo dat ons land een Jihad vrije zonen blijft?

    Like

  5. Tom Hendrix zegt:

    Ik vraag mij maar steeds weer af, waar nu die “gematigde moslims”, zijn om hiertegen te protesteren.

    Like

  6. danieldeblaere@hotmail.com zegt:

    Marteling in de koran en de vroege islam

    Waar is de islamitische rechtvaardigheid en de rechten van de mens?

    James M. Arlandson

    De drie belangrijkste (en onjuiste) redenen om te martelen zijn: het straffen van misdadigers, het verkrijgen van informatie en het nemen van wraak. Maar van nature is marteling is exces vermenigvuldigd met exces, en dus is het van nature verkeerd en onrechtvaardig.

    Mohammed, de stichter van de islam, die beweert dat zijn weg de beste is voor de hele mensheid, had tenminste één van deze drie redenen in gedachte toen hij enkele misdadigers en een schatbewaarder martelde die niet wilden onthullen waar een joodse schat verborgen was en een vijand, een oude vrouw, die gevangen was genomen in een moslimrooftocht.

    In een antwoord van moslimpolemisten en missionarissen op deze kwalijke feiten in de oorspronkelijke islam, wordt op een uiterst vreemde en vervormde manier weergegeven dat ook Jezus martelingen en executies toestond. Dus wat hebben christenen en het Westen (deze twee zijn niet hetzelfde) te klagen over de islam? Stond Jezus werkelijk dergelijke vormen van barbarisme toe? Waar vinden moslimapologeten (verdedigers van de islam) ook maar de geringste aanwijzing daarvan in het leven van Christus en in zijn leer?

    De koran beveelt kruisiging en verminking

    De koran zegt in soera 5:33:

    5:33 degenen die oorlog voeren tegen Allah en Zijn Boodschapper en (die) naar het zaaien van verderf op aarde streven, is dat zij gedood worden, of gekruisigd worden, of het afhouwen van handen en voeten aan tegenovergestelde kanten, of dat zij uit het land verbannen worden. Dat is voor hen een vernedering op de wereld en voor hen is er in het Hiernamaals een geweldige bestraffing. (Siregar)

    Het is belangrijk om te realiseren dat dit vers geschreven is binnen een wettelijke context; Mohammed bepaalt de wet. Het vers is niet een vergelijking of een illustratie. Het is bedoeld om in het echte leven te worden uitgevoerd, toen en vandaag de dag, zoals dit artikel weergeeft.

    In dit vers zegt Allah dat de misdadiger, die ernaar streeft om wanorde in het land te scheppen, kan worden (1) geëxecuteerd, (2) gekruisigd, (3) verminkt, of (4) worden uitgezet. De problemen liggen bij de tweede en derde straf. Bij kruisiging sterft een misdadiger een overbodig pijnlijke dood en bij verminking (het afsnijden van een hand en een kruislingse voet), heeft de misdadiger geen kans om zijn misdaad goed te maken. Het executeren van een moordenaar is op zichzelf al een zware straf, maar om hem door kruisiging te martelen is onaanvaardbaar.

    Op het eerste gezicht, duidt de zin “degenen die oorlog voeren” op een veel grotere overtreding dan een misdaad als moord. Maar zoals we zullen zien, is er in de historische context geen sprake van oorlog, zodat de zin buiten proporties is.

    Het sleutelwoord is dan ook, “verderf.” Hoe moet dit gedefinieerd worden?

    Een artikel dat werd gepubliceerd door het dagblad al-Tawhid (Eenheid) in Qum, Iran, de zetel van de leer voor Sji’ieten, citeert soera 5:33 en definieert de misdaden in een uitgebreide zin als volgt (scroll neer om punt drie): prostitutie en de desintegratie van het gezin; narcotica en de desintegratie van de individuele rationele persoonlijkheid; kolonialisme en het ondermijnen van de waardigheid van volkeren en het plunderen van hun bronnen van inkomsten; racisme en de desintegratie van menselijk broederschap; schending van alle erkende rechten; het breken van overeenkomsten; het bombarderen van bevolkte gebieden, het gebruik van chemische wapens; aanvallen op de burgerluchtvaart, nationale spoorwegen, commerciële en passagiersschepen, en gelijkaardige methodes die universeel in een oorlog worden veroordeeld.

    Deze uitgebreide omschrijving van misdaden opent de deur voor allerlei rechtvaardigingen voor het toepassen van de straffen in soera 5:33. Vreemd genoeg plaatst de Iraanse geleerde zijn definitie en bestraffingen vermeldt in soera 5:33, binnen het kader van de rechten van de mens. Maar moet een prostituee, een pooier of een racist een hand en een voet worden afgesneden? Moet hij gekruisigd worden voor de desintegratie van zijn gezin? Voor kolonialisme? (De islam heeft zelf op een verschrikkelijke manier kolonialisme bedreven). In plaats van dit vers kritisch te bekijken, lijkt de schrijver van dit artikel en vele anderen met hem in de islamitische wereld dit vers zonder meer te accepteren omdat het van Allah komt en hij interpreteert het als een vanzelfsprekendheid voor de huidige samenleving.

    Zie dit artikel betreffende een andere gerelateerde islamitische wreedheid: het gebod in de koran (soera 5:38) om handen van mannelijke of vrouwelijke dieven af te snijden.

    De volgende drie historische voorbeelden vinden plaats in het jaar 628 na Chr. toen Mohammed militair sterk genoeg was om mensen te martelen zonder dat hij bang behoefde te zijn voor vergelding. Hij nam in macht toe vanaf zijn overwinning van de slag van Badr in het jaar 624 en het was toen dat hij begon zijn macht te misbruiken.

    Het in tweeëndelen van een oude vrouw.

    Het plegen van rooftochten was een essentieel deel van de zevende-eeuwse Arabische cultuur, en Mohammed integreerde deze twijfelachtige gewoonte en verhief het tot de djihaad. Soms namen deze rooftochten lelijke en gemene wendingen.

    Vroeg in het jaar 628 tijdens een rooftocht, werd Mohammeds vrijgekochte slaaf en geadopteerde zoon, Zaid, gewond door een stam en sommige van zijn mannen werden gedood. Zaid deed een gelofte om zich van seks te onthouden totdat hij wraak had genomen. Nadat Zaid van zijn verwondingen genezen was, stuurde Mohammed hem met een roversbende terug naar diezelfde stam. Een oude vrouw genaamd Oemm Qirfa werd gevangen genomen. Zou een moslimleider haar van de dood besparen, om maar niet te praten over marteling? Nee. Haar dood was wreed, zegt een islamitische bron eenvoudigweg.

    De beul die door Zaid werd aangewezen “bond een touw aan elk been en bond de touwen aan kamelen, en zij splitsten haar in tweeën” (Tabari).

    Het is niet moeilijk om haar schreeuwen voor te stellen. Uit de islamitische bronnen is het niet duidelijk waarom zij, een oude vrouw, überhaupt moest sterven. Maar laten we veronderstellen, ter wille van het argument, dat de eerste rooftocht gerechtvaardigd was. Laten we veronderstellen dat de stam waartoe deze oude vrouw behoorde, samenwerkte met de Chaibar joden. Zelf als deze veronderstellingen waar zijn, moet dan een oude vrouw door zo’n gruwelijke marteling sterven? Marteling is excessief en daarom altijd verkeerd. Men kan dan argumenteren dat Mohammed zelf niet tot deze marteling opdracht gaf, maar daar gaat het niet om. De gehele expeditie werd geleid onder zijn bevel. Daarom was hij uiteindelijk verantwoordelijk voor het gedrag van zijn mensen. Als deze wreedheid inging tegen zijn instructies, als hij niet instemde met deze wrede methodes ( alhoewel hij zelf ook wreedheden beging), waarom bestrafte hij Zaid en zijn beul niet met dezelfde straf? Hij berispte hen zelfs niet. Maar Zaid was zijn geadopteerde zoon, dus blijkbaar wint de familieloyaliteit het van rechtvaardigheid.

    De volgende hadith, hoewel er niet gesproken wordt over marteling, verhaalt de nasleep van de rooftocht. Eén van de overvaller hield de dochter van Oemm Qirfa voor zichzelf en bracht haar terug naar Medina, waar Mohammed leefde. Toen Mohammed het meisje zag, riep hij tot de moslim overvaller dat hij haar wilde. Wat deed hij met haar? Haar terug verkopen aan haar familie? Gaf hij haar familie de optie om haar vrij te kopen?

    Ik [Salama, een overvaller] dreef [gevangenen] hen totdat ik hen naar Aboe Bakr [metgezel van Mohammed] bracht die mij dat meisje gaf als beloning. Aldus kwamen wij in Medina aan. Ik had haar nog niet ontkleed of de boodschapper van Allah ontmoette mij op straat en zei: Geef me dat meisje, O Salama. Ik zei: Boodschapper van Allah, zij heeft me gefascineerd. Ik heb haar nog niet ontkleed. De volgende dag, toen de boodschapper van Allah mij opnieuw op straat ontmoette, zei hij: O Salama, geef mij dat meisje, moge Allah uw vader zegenen. Ik zei: zij is voor u, boodschapper van Allah. Bij Allah, ik heb haar nog niet ontkleed. De Boodschapper van Allah stuurde haar naar de mensen van Mekka en gaf haar als losprijs voor een aantal moslims die daar gevangen waren genomen. (Boek 19, Nummer 4345)

    De vroege islam, door Mohammed gesticht, bedreef slavernij en stond seks toe met vrouwelijke krijgsgevangenen in hun meest hulpeloze situatie. Deze hadith is een trieste weergave van slavernij en misbruik in de vroege islam. Het is teleurstellend dat Mohammed deze handel niet streng verbood: Niet langer slavernij en niet meer seks met gevangenen! Dit verbod is dubbel nodig wanneer een religie, zoals de oorspronkelijke islam, hierin handelt. Maar waarom zou zo’n gebod van bovenaf gegeven moeten worden, als de handel heel wat geld opbrengt en de mannelijke seksuele honger voor vrouwen bevredigt?

    Moslimpolemisten en missionarissen praten veel over islamitische rechtvaardigheid. Maar hoe is het wrede doden van een oude vrouw te rijmen met rechtvaardigheid?

    Bronnen : Ibn Ishaq, The Life of Muhammad, vert. Guillaume, (Oxford UP, 1955), pp. 664-665; Tabari, the History of al-Tabari: the Victory of Islam, vert. Michael Fishbein, vol. 8, SUNYP, 1997, pp. 95-97. Ibn Ishaq, († 767) is een vroegere biograaf van Mohammed die door huidige geleerden als een belangrijke bron wordt beschouwd met uitzondering van de wonderlijke elementen en wat chronologie. Tabari († 923) is een vroege historicus die eveneens als betrouwbaar wordt beschouwd.

    Het verminken van Arabische stamleden

    De volgende gebeurtenis geeft vermoedelijk de historische context van soera 5:33 weer. Kort na de afschuwelijke dood van Oemm Qirfa (wellicht in dezelfde maand), bezochten sommige Arabische stamleden de profeet en bekeerden zich op een gegeven moment tot de islam. Maar zij werden ziek in het onvriendelijke klimaat van Medina. Mohammed vertelde hen naar een herder te gaan buiten de stad, en adviseerde hen een oud volksgeloof op te volgen: melk en urine te drinken van een kameel, in plaats van hen te genezen door de macht van Allah. Er wordt vervolgens vermeld dat zij zich daardoor beter voelden. Om een of andere reden doodden zij echter de herder, werden afvalligen van het geloof, en hielden de kamelen voor zichzelf. Dit nieuws bereikte Mohammed en hij gaf opdracht hen te achtervolgen en hen tot hem te brengen. Hij verordende dat hun handen en voeten moesten worden afgesneden. Vervolgens voegde hij de volgende extra straf eraan toe:

    Vervolgens vroeg hij om heet gemaakte spijkers en die werden over hun ogen bewogen, en zij werden alleen achtergelaten in de Harra (dat wil zeggen: rotsachtig land in Medina). Zij vroegen om water, en niemand verstrekte hen water totdat ze stierven. (Volume 4, Boek 52, Nummer 261)

    Hoewel deze passage wat klunzig vertaald is, is het één van velen die iedereen met een gezond verstand laat schrikken. Mohammed feitelijk doorboort hun ogen met spijkers (één versie zegt met naalden). Daarna werden hun lichamen op de rotsen gegooid, en zij stierven van uitdroging. Eén versie zegt dat zij stierven aan de verwondingen toen ze op de rotsen gegooid werden; een andere zegt dat zij doodbloedden omdat Mohammed hun geamputeerde lidmaten niet dichtschroeide. Het is niet moeilijk om hun gegil voor te stellen. Wat de doodsoorzaak ook mag zijn, hen te martelen is excessief en dat is nooit rechtvaardig.

    In feite zegt deze hadith dat Allah zijn favoriete profeet berispte voor zijn wreedheid:

    Toen de apostel van Allah de handen en de voeten afsneed van hen die zijn kamelen hadden gestolen en hun ogen had uitgestoken door vuur (met verhitte spijkers), berispteAllah hemdaarvoor (actie), en Allah, de verhevene, geopenbaarde: “De straf voor hen die oorlog voeren tegen Allah en zijn apostel en er naar streven om met geweld ellende te brengen in het land, is executie of kruisiging”. (Aboe Dawoed, Boek 38, Nummer. 4357)

    Het probleem van deze berisping is dat het erop lijkt dat soera 5:33 een enorme verbetering is op de ongoddelijke daden van de profeet. Hoewel het vers dan misschien een lichte verbetering is, legaliseert het marteling door kruisiging en verminking. Beide methodes om misdadigers te straffen zijn excessief en daarom onrechtvaardig.

    Maar Allah lijkt deze onrechtvaardigheid niet te begrijpen, wellicht omdat hij het van Farao heeft geleerd. Soera 7 werd geopenbaard in Mekka, vóór de hijrah (migratie of vlucht) van de profeet naar Medina. In het volgende vers in de koran doet Mohammed nogal verwarrend over Mozes die Farao en zijn tovenaars confronteert. Na het zien van de macht van God, geloven de dienaren en de tovenaars aan Farao’s hof in God, maar de heerser zelf niet. Hij bedreigt hen met dezelfde straf die Allah en Mohammed uitmeten in soera 5:33.

    De koran zegt in soera 7:124 door de mond van Farao:

    “Ik zal zeker jullie handen en voeten kruiselings afhouwen en vervolgens zal ik jullie zeker allen kruisigen.’ (Siregar)

    De vraag is nu: inspireerde Farao Allah, of inspireerde Allah Farao? In ieder geval, zijn zij beide onrechtvaardig en zijn van hetzelfde barbaarse niveau.

    Bronnen: Boechari, Boek of straffen ( Hoedoed), vol. 8, boek 81, no. 6802-05; Moeslim, boek 16, nos. 4130-4137; Soenan Aboe Dawoed boek38, nos. 4351-4359; Ibn Ishaq, pp. 677-78.

    Het verbranden van de schatbewaarder van de stad Chaibar

    Mohammed veroverde Chaibar in het jaar 628 (slechts een paar maanden na de gruwelijke dood van Umm Qirfa en de Arabische stamleden), maar in het jaar 625 belegerde en verbande hij de Joodse Nadirstam in Medina. Zij immigreerden naar Chaibar in het noorden. Nu wilde Mohammed hun geld en juwelen, om nog maar te zwijgen van de volledige stad.

    Ibn Ishaq de biograaf schrijft over de marteling van de schatbewaarder, om informatie uit hem te krijgen:

    Kinana b. al-Rabi, die de schatbewaarder was van B. al-Nadir, werd voor de apostel [Mohammed] gebracht die hem erover ondervroeg. Hij ontkende dat hij wist waar het was.

    Vervolgens vindt Mohammed een gedeelte van de schat:

    Een jood kwam naar de apostel en zei dat hij ’s ochtends vroeg Kinana had gezien een ronde maken om een bepaalde ruïne. Toen de apostel tegen Kinana zei: “Weet je dat ik je zal doden als wij er achter komen?” Hij zei Ja. De apostel gaf opdracht de ruïne af te graven en een gedeelte van de schat werd gevonden.

    Hier volgt de marteling die Mohammed toeliet:

    Toen hij [Mohammed] hem vroeg naar de rest, weigerde hij dit te zeggen, zodat de apostel orders gaf. . . “Martel hem tot hij vertelt waar het is” en dus ontstak [de beul] een vuur met vuursteen en ijzer op zijn borst totdat hij bijna dood ging.

    Michael Fishbein, een vertaler van de vroege historicus Tabari, is het niet eens met een uitdrukking in de bovengenoemde vertaling van Ibn Ishaq. Het vuur werd niet ontstoken “met een vuursteen en ijzer ” op de borst van de schatbewaarder maar met een “vuurstok op zijn borst… De vuurstok was een houten stok die snel kon worden rondgedraaid in een inkeping in een tweede stuk hout om vuur te maken” (noot 510). Hetzij door een vuursteen en ijzer of een vuurstok, een dergelijke marteling ter wille van materiële rijkdom is verkeerd en misplaatst.

    Hoe eindigt het verhaal van de schatbewaarder en van Chaibar? Kinana werd onthoofd als wraak op een moord, en Chaibar werd veroverd. De burgers, overwegend Joden, mochten het land dat nu tot de islam behoorde, blijven bewerken maar zij moesten de helft van de opbrengst aan Mohammed en zijn speciale moslimontvangers afgeven.

    Bronnen: Ibn Ishaq, p. 515; Tabari, volume. 8, blz. 122-123. Voor de gespannen verhoudingen tussen Mohammed en de Joden tijdens de tien jaar dat hij in Medina leefde, zie dit artikel.

    Hoe moslims deze wreedheden verdedigen

    De verdediging kent vele vormen, maar de volgende drie zijn het meest voorkomende.

    Als eerste verdedigingsstrategie worden Ibn Ishaq en Tabari in diskrediet gebracht door moslimpolemisten, als zijnde minder betrouwbaar dan de hadithverzamelaars en de redacteurs Boechari (†870), Moeslim (†875), en Aboe Dawoed (†875). Er dient vermeld te worden dat expliciete informatie over de twee slachtoffers van de martelingen (Oemm Qirfa en Kinana, de schatbewaarder) alleen bij Ibn Ishaq en Tabari voorkomt.

    Het antwoord daarop is echter dat deze poging van discrediteren een doodlopende weg is. Dezelfde polemisten accepteren Ibn Ishaq en Tabari wanneer zij Mohammed heldhaftig en edel afbeelden. Daarbij komt dat huidige westelijke geleerden huidige westerse normen hanteren, die marteling als ernstig beschouwen en deze geleerden verdedigen Mohammed en de islam bijna altijd.

    Bovendien zijn de twee martelingdaden (Oemm Qirfa en de schatbewaarder) in overeenstemming met datgene dat vermeld wordt door Ibn Ishaq en Tabari. De hadith vermeldt de marteling van Arabische stamleden en andere wreedheden en heimelijke acties van Mohammed, zoals moorden. Dus veel geweldhandelingen vormen een samenhang in de beschrijving van de vroege islam, en dus zijn de gebeurtenissen van de twee martelingslachtoffers stukken die in de grote puzzel passen.

    Tenslotte, de meest onprettige gebeurtenissen in de vroege islam wekken sterk de indruk dat ze werkelijk hebben plaatsgevonden. Het is niet voor te stellen is dat een moslim ze bedacht zou hebben of dat ze van niet-moslims zouden komen. Deze wrede verhalen en gebeurtenissen kunnen daarom niet weggeredeneerd worden als zijnde (zogenaamde) onbetrouwbare oorspronkelijke documenten. Gebeurtenissen, zoals de wonderen die Mohammed verrichtte in de hadith en van Ibn Ishaq en Tabari die de profeet de hemel inprezen, zijn verdacht. De koran zegt dat hij geen wonderen kon verrichten, behalve dan het produceren van de koran zelf (hoewel dit “wonder” gemakkelijk te dupliceren is door hen die Arabisch spreken).

    De tweede verdediginglijn laat zien dat moslimpolemisten ons afleiden van de martelingen in de islam en valse vergelijkingen maken. Zij slagen er niet in om een juiste vergelijking te maken. Bijvoorbeeld, Abul Hamid Siddiqi vertaalde de hadithinzameling van Sahieh Moeslim en gaf enig commentaar. Hij beschrijft de rebellerende Arabische stamleden (zie het tweede historische voorbeeld, hierboven) op de slechtst mogelijke manier zodat het lijkt dat de straffen in de koran passend zijn voor de misdaad. Hij beschouwt ook de uitspraken van de klassieke wettelijke geleerden. Dan schrijft hij dit over de westerse wet:

    Als sommige van deze straffen barbaars overkomen op een overgevoelige westerse lezer, laat hem een blik werpen op het uit elkaar trekken en het in-vieren-delen: een straf in de Engelse wetgeving voor criminelen die tot in de achttiende eeuw gehandhaafd werd en opgelegd werden aan hen die schuldig werden bevonden aan hoogverraad tegen de koning of de overheid. De veroordeelde werd gewoonlijk door een kar gesleept naar de plaats van executie; een schavot, waar hij opgehangen werd bij de nek, opengesneden en ontdaan van zijn ingewanden terwijl hij nog leefde; zijn hoofd werd van het lichaam afgesneden en zijn lichaam werd in vier stukken verdeeld.” (volume 3, pag. 894, voetnoot 2121)

    Zoals veel moslims omzeilt Siddiqi de oorspronkelijke wreedheid van zijn eigen religie door de latere westerse beschaving te bekritiseren. Hij schijnt te zeggen, “Waarom klagen jullie “overgevoelige westerse” lezers? Jullie hebben je eigen excessieve straffen”. Maar dit is een stilzwijgende erkenning dat soera 5:33 in feite wreed is. Daar deze echter van Allah kwam, is het Siddiqi en vele anderen niet toegestaan om de geldigheid daarvan te ontkennen. In feite moeten zij de afschuwelijkheid ervan ontkennen of wegverklaren. Dit kan worden vergeleken met een man die de nauwkeurige observaties van zijn vrouw, over zijn eigen wrede handelingen, afdoet door te zeggen dat zij ook niet perfect is. Met die houding, zal de echtgenoot zichzelf nooit verbeteren. Kan of zal de islam zich hervormen? Hoe dan, als hun heilig boek, gebracht door Gabriël van Allah wreedheden goedkeurt?

    Vervolgens maakt Siddiqi een valse vergelijking en slaagt er niet in om juiste vergelijking te maken. Hij vergelijkt de oorspronkelijke documenten van de islam met de veel latere, en nu verouderde, westerse wetten. Dit is appels met peren te vergelijken. Het is beter om de stichter en de oorspronkelijke documenten van een godsdienst (de islam) te vergelijken met de stichter en de oorspronkelijke documenten van een andere godsdienst (het christendom). Deze vergelijking wordt verder uitgewerkt in het volgende gedeelte; het is hier voldoende om te zeggen die Jezus nooit dergelijke wreedheden in een wetboek goedkeurde als voorbeeld voor de samenleving, om gerechtigheid van buitenaf op te leggen. Hij wilde mensen veranderen van binnenuit, ook misdadigers, opdat zij een oprecht leven kunnen leiden. Hij kwam niet om mensen lichamelijk te verminken en te martelen.

    Tenslotte, hoewel dit geen verdediging is, informeert Siddiqi ons dat latere juristen verordenden dat als een misdadiger gedood wordt als vergelding voor een ernstige misdaad, hij water moeten krijgen als hij daar om vraagt. “Men mag niet ongevoelig zijn; zelfs niet ten aanzien van iemand die ter dood is veroordeeld. De misdadiger moet gestraft worden volgens de shariawetgeving, maar hij mag in geen geval wreed behandeld worden.” (volume 3, pag. 894, noot 2123). Dit is een opmerkelijke observatie en erkenning; zelfs als Siddiqi Mohammed, die deze wreedheden beging, niet bij name noemt.

    Eigenlijk corrigeren en verbeteren Siddiqi en deze latere juristen Mohammed’s “ongevoeligheid” en “wreedheid”. Deze juristen volgen de wet nauwkeuriger dan hun profeet.

    De lezer kan meer antwoorden vinden van moslimpolemisten in dit artikel (scroll naar beneden naar “Moderne uitleggingen van soera 5:33”). Voor de bron van de twee keuzes betreffende de betrouwbaarheid van islamitische documenten (een vroege moslimschrijver zou noch het twijfelachtige gedrag van Mohammed verzinnen noch dit aannemen van een niet-moslim), ga naar dit artikel, en scroll neer aan het gedeelte “Satanische verzen”, en zoek naar de beoordeling van W. M. Watts.

    Keurde Jezus martelen goed?

    De derde lijn van verdediging is slechter dan eerste twee omdat hierin de woorden van Jezus worden verdraaid. Maar de misinterpretatie van twee gelijkenissen in het evangelie is gemakkelijk bloot te leggen en te verklaren.

    In één passage zegt Jezus in een gelijkenis dat elke bediende op de terugkeer van zijn meester moeten letten (Lucas 12:35-48; verg. Matteüs 24:43-51 en 25:1-13). Als iedereen bereid is hem te begroeten, dan zullen de bedienden worden beloond. Zo niet, dan zullen ergste overtreders — zij die dronken zijn en de andere bedienden lichamelijk mishandelen — “ in stukken worden gesneden” door de meester. Deze gelijkenis bespreekt de eindtijd en een ieder die veroordeling te wachten staat.

    In een andere gelijkenis zegt Jezus dat een man van voorname afkomst naar een ver land ging om het koningschap in ontvangst te nemen (Lucas 19:11-27). Maar zijn landgenoten haatten hem en wilden hem niet als koning, en zij stuurden afgevaardigden om hem hiervan op de hoogte te brengen. Desondanks vertrok de edelman en keerde terug naar zijn land als de nieuwe koning. Nadat hij zijn belangen had geregeld met zijn bedienden tijdens zijn afwezigheid, riep hij zijn vijanden die niet wilden dat hij koning zou worden tot zich en beval zijn dienaren om hen in zijn aanwezigheid te doden. Deze gelijkenis gaat over de eindtijd en een ieder die het oordeel onder ogen ziet.

    Elke beginnende student in de bijbel wordt geleerd om het genre te bepalen van de passage van de Schrift die hij analyseert. Als het een gelijkenis is, moet de student de details niet letterlijk nemen. In dit geval gaan beide gelijkenissen over de eindtijd, tijdens Gods oordeel (let op het belangrijke thema “terugkeer”). De islam en het christendom zijn het erover eens dat ongehoorzame ongelovigen op de Laatste Dag gestraft zullen worden voor hun daden. In deze gelijkenissen gebruikt Jezus eenvoudigweg een stereotype koning die zich gedurende de tijd had aangepast (zie Daniël 2:5), opdat zij, die het verhaal hoorden, de intensiteit van hun zonde voor God konden begrijpen. De details van een gelijkenis moeten niet overbelicht worden; het gaat om de hoofdzaak. En het essentiële bericht is dit: de strenge straffen van de twee gelijkenissen wijzen op de strenge straffen bij het oordeel. Maar de straffen in de gelijkenissen betreffende de Laatste Dag worden niet hier en nu op aarde uitgevoerd. Zij worden in Gods hand in de hemel gelaten wanneer hij het einde van de wereld afkondigt.

    Echter, kan ook maar één moslimpolemist een gedeelte in het evangelie aanwijzen, dat duidelijk en letterlijk aantoont dat Jezus hier op aarde mensen fysiek in stukken snijdt of executeert? (Hij stond de steniging van de vrouw niet eens toe die op overspel betrapt werd in Johannes 8:1-11). Kan iemand een passage aanhalen waarin Jezus een bende rovers oprichtte die (in het geheim of openlijk) een oude vrouw in twee stukken deelde? Kan iemand een passage aanhalen waarin Jezus een schatbewaarder (of iemand anders) mishandelde om te ontdekken waar het geld verborgen was? Kan iemand een passage over marteling aantonen in de vroege kerk in Handelingen of in de christelijke documenten die daarna volgden? Niemand, omdat dergelijke passages niet bestaan. Jezus voerde nooit oorlog, hij overviel nooit mensen, alhoewel hij twaalf legioenen van engelen ter beschikking had (Matteüs 26:53). Dit laat goddelijke terughoudendheid zien, zelfs in zijn wanhopigste uur, vlak vóór zijn kruisiging.

    Dit is totaal verschillend van soera 5:33 en het leven van Mohammed. Dit vers is niet een gelijkenis; het is een wet. Het verklaart kruisiging en verminking als wettig. Bovendien waren Mohammed en zijn directe aanhangers zelf betrokken in feitelijke marteling, en hij handelde als zodanig in overeenstemming met de koraanse wet die hem door de god van het Arabische schiereiland in een droom werd gegeven. Mohammed geloofde ook dat moslimengelen hem geholpen hadden zijn vijanden te doden in de slag van Badr (soera 8:12).

    Het verschil tussen de gelijkenissen in het evangelie en Jezus’ leven enerzijds en het gelegaliseerde gedeelte in de koran en Mohammeds leven anderzijds is te groot om met elkaar te kunnen worden vergeleken. Het contrast kan niet groter zijn.

    Conclusie

    Moslimmissionarissen roemen dat de islam de beste en meest volledige godsdienst in de wereld is, omdat het taken en verplichtingen specificeert voor ieder aspect van het leven. Maar wat als deze controle onderdrukkend is? Wat als het gebaseerd is op een wreed en verouderd heilig boek?

    Voor wat betreft het specifieke gebied van het straffen van misdadigers en vijanden het verkrijgen van informatie en het nemen van wraak, alles door marteling, hinken de verklaringen van Abul Hamid Siddiqi (en de klassieke juristen) naar een verbetering op de oorspronkelijke islam (zie hierboven “de moslimverdediging”). Hij zegt bijvoorbeeld dat een misdadiger vlak voor zijn executie geen water onthouden mag worden. Dit gaat verder dan Mohammeds praktijk op rebellerende Arabische stamleden. Hij ontzegde hen water en andere fundamentele medische behoeften, zoals het dichtschroeien van hun ledematen (hij ze überhaupt niet had mogen afsnijden). Siddiqi en deze klassieke juristen moeten worden toegejuicht. Door redelijk te zijn en niet afhankelijk te zijn van oude openbaringen, liggen zij voor op hun zevende-eeuwse profeet.

    Islamitische websites die rechtvaardigheid en de rechten van de mens verkondigen moeten ook de martelingen afkeuren die plaats vonden in het begin van hun godsdienst, met inbegrip van die in de koran. En dit moet duidelijk en uitdrukkelijk worden gedaan, zonder het geweld (in de koran en de hadith) te verbloemen. Bijvoorbeeld, de volgende artikelen, onder andere, verkondigen “vrede en liefde” maar zij houden zich niet of nauwelijks bezig met de onprettige waarheden van het begin. Islam-guide.com

    Deze tegenzin om te confronteren, gecombineerd met het omzeilen van harde waarheden die verweven zijn met hun godsdienst, is op zijn minst bedrieglijk en zelfs gevaarlijk Wat gebeurt er als de islam een steunpunt krijgt in een nieuw gebied op basis van vrede en liefde, als later conservatieve moslims (om maar niet te praten over extremisten) de talrijke wrede verzen en passages in de koran en in hadith citeren om de toepassing van de wrede wetten, zoals verminking of kruisiging in soera 5:33 te verdedigen?

    Behalve dit artikel, confronteert het volgende [Engelstalig] artikel de islamitische versie van rechten van de mens en rechtvaardigheid: Top tien redenen waarom de sharia (islamitische wet) slecht is voor alle samenlevingen.

    Is de islam werkelijk de beste godsdienst om de mensheid het nieuwe millennium binnen te leiden? Is de islamitische controle over ieder aspect van het leven een reden om op te scheppen?

    Het komt hierop neer: Jezus Christus kwam met het goede nieuws en de liefde van God. Als eeuwige zoon van God kwam hij om mensen te redden en hen van binnenuit te transformeren. Zij die dat niet willen, zijn vrij hun eigen weg te gaan. Dit is vrijheid van meningsuiting. Mohammed aan de andere kant, als slechts een menselijke boodschapper (soera’s 3:144; 39:30; 41:6), moest zijn godsdienst en zijn volgelingen streng onder controle houden door kruisiging ,verminking en marteling. Dit is de godsdienstige slavernij.

    Het christendom leidt de maatschappij voorwaarts. De islam sleept de maatschappij terug in de tijd.

    Jezus redt. Mohammed martelde.

    Supplementair materiaal

    De misbruiken in de gevangenis van Abu Ghraib waren verkeerd. Maar zij zijn kattenkwaad van pubers (bijv. een stapel naakte mensen met ondergoed op het hoofd) vergeleken met Mohammed’s martelmethodes die een langzame en afschuwelijke dood tot gevolg hadden. Te oordelen naar zijn (extreme) middelen om misdadigers en vijanden te straffen, om informatie te verkrijgen en wraak te nemen, wie in de islamitische wereld van vandaag kan oprecht spreken over mensrechten tenzij hij zijn profeet verbetert — en uitdrukkelijk en volledig afstand neemt van de methoden van zijn stichter? En dan nog is er geen vergelijking tussen Mohammeds martelingen en de misbruiken in Abu Ghraib. Niet alleen omdat zijn martelingen zó wreed waren dat zij de dood tot gevolg hadden, maar ook omdat Mohammed goddelijke inspiratie opeiste, terwijl de Amerikaanse overheid en het leger dat niet doen. Dus zijn claim werkt als een boemerang en brengt zijn martelingen in een nog slechter daglicht, als dat al mogelijk is.

    Eén verschil is duidelijk: De incidenten in Abu Ghraib zijn duidelijk veroordeeld en werden gestraft door de autoriteiten. Mohammed aan de andere kant, was duidelijk niet tegen deze extreme straffen, laat staan hen te straffen die anderen martelden. In tegendeel, in sommige gevallen gaf hij zelf duidelijk opdracht tot marteling.

    Soms wijzen moslimpolemisten op de oorlogen in het oude testament en op de strenge geboden van God. Maar zij zijn verklaard en vergeleken met de islamitische oorlogen in dit artikel. Daarbij komt dat voor christenen, Jezus Christus dit gedeelte van het oude testament vervult en hij verheft onze visie tot geestelijke oorlogvoering, die alleen gevoerd wordt door verkondiging van het woord en door gebed. Hij is ons voorbeeld dat wij moeten volgen; hij voerde met niemand oorlog, ondanks het feit dat hij twaalf legioenen van engelen ter beschikking had (Matteüs 26:53). Wat Constantijn en de latere kruisvaarders deden was niet geënt op de funderingen van het christendom.

    De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
    Citaten (tenzij anders vermeld) zijn rechtstreeks uit het Engels vertaald
    Laatste bewerking: juni 2007
    Met toestemming van de auteur vertaald; de originele titel luidt: Torture in the Quran and early Islam Where is Islamic justice and human rights?

    Like

  7. Joop Klepzeiker zegt:

    hier iets aardigs om te lezen

    Klik om toegang te krijgen tot LBoE.pdf

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s