De sleutel tot vrede in het Midden-Oosten, door de wereld buiten beschouwing gelaten

Screenshot_1

Israëlische Arabieren

(Door: Raphael Ahren)

Erkenning van de joodse staat is de “belangrijkste en onwankelbare eis” van Netanyahu, maar de “Palestijnen” zeggen dat ze dit nooit zullen accepteren – en de wereld is onwetend. Er is veel veranderd in het Midden-Oosten sinds de Arabische Liga in 1967 de resolutie van Khartoem aannam, die de “hoofdprincipes die de Arabische landen volgen” vastlegde; nee tegen vrede met Israël, nee tegen erkenning van Israël, nee tegen onderhandelingen. De beruchte “3x nee” van Khartoem werden vervangen door een veel minder oorlogszuchtige oproep tot het stichten van een Palestijnse staat. Maar het origineel “nee tegen de erkenning van Israël” heeft zich ontwikkeld tot “geen erkenning van Israël als joodse staat” en was enkele jaren geleden nog absoluut niet actueel, terwijl het nu het succes van het complete vredesproces kan bedreigen.

Minister-president Netanyahu heeft een Palestijnse erkenning van Israël als joodse staat of als nationale staat van het joodse volk (hij heeft beide formuleringen synoniem gebruikt) tot een niet onderhandelbare voorwaarde van welke overeenkomst dan ook gemaakt. “Onze eerste en onwankelbare eis is erkenning”, zei hij vorige maand op een conferentie in Tel Aviv. “Ik zou zeggen dat dit de belangrijkste basis voor vrede tussen ons en de Palestijnen is.” Palestijnse leiders echter houden er aan vast dat zij “nooit, onder welke voorwaarden dan ook, zo´n eis zullen accepteren. Het is ons recht om de joodse staat niet te erkennen”, zei de Palestijnse president Mahmoud Abbas begin deze maand in een toespraak.

Daarmee werpt de eis van Netanyahu, mogelijkerwijs een sleutel tot vrede in het Midden-Oosten, veel vragen op – waarvan de antwoorden zelfs veel mensen niet weten die zich al heel lang met het conflict hebben beziggehouden: Waarom houdt Netanyahu aan deze eis vast? Wat houdt het in wanneer Israël als “joodse staat” wordt geëtiketteerd, vooral voor de niet-Joodse minderheden van het land? Was Netanyahu de eerste die dit onderwerp in de vergelijking inbracht? Ondersteunen de burgers van Israël zijn alles-of-niets beginsel? En hoe denkt de wereld over dit alles?

Sinds de Akkoorden van Oslo in 1995 heeft de internationale gemeenschap zoiets als een consensus m.b.t. belangrijke vragen gevormd. Na het Initiatief van Genève, de Clinton-parameters en de roadmap van George W. Bush leken de contouren van de vrede in het Midden-Oosten min of meer duidelijk te zijn: een Palestijnse staat binnen aangepaste grenzen van voor 1967, Oost-Jeruzalem als hoofdstad en en een “rechtvaardige en overeengekomen” oplossing voor de vluchtelingenkwestie. Maar op een bepaalde manier is er door de wereldleiders niet echt serieus gediscussieerd over Netanyahu´s eis van erkenning als joodse staat en de internationale gemeenschap lijkt niet te weten hoe ze met de zaak moet omgaan.

Menigeen zal er gewoon op wijzen, in de hoop de discussie al in de kiem te smoren, dat het delingsplan van de Verenigde Naties in 1947 nadrukkelijk een “joodse staat” noemde. Een schoolvoorbeeld is de Russische ambassadeur in Israël, Sergej Jakovlev, die enkele maanden geleden zei: “Waarom zouden wij de joodse staat nog een keer moeten erkennen? Dat hebben wij in 1948 gedaan.” (de voormalige chef van de Mossad, Meir Dagan, noemde Netanyahu´s eis naar erkenning door de Palestijnen deze week “onzin”. De VN erkent de joodse staat toch al, zei hij, “en nu eisen we zo´n erkenning van een Palestijnse staat? We eisen erkenning van het wezen van onze staat van een staat die niet eens bestaat?”)

Desondanks is het, gezien de centrale rol die deze vraag in de huidige vredesgesprekken heeft ingenomen, nogal verrassend dat er geen openbare discussie heeft plaatsgevonden over hoe er met de eis van Netanyahu moet worden omgegaan. Is deze terecht, omdat echte vrede de acceptatie van de joodse staat vereist of slechts een vertragingstactiek van de kant van de minister-president met de bedoeling om de onderhandelingen te hinderen en de verantwoordelijkheid daarvoor bij de ogenschijnlijke koppigheid en het antisemitisme van de Palestijnen te leggen?

Screenshot_19

De Israëlische minister president Benjamin Netanyahu

De afgelopen twee jaar heb ik aan ministers van Buitenlandse Zaken, diplomaten en andere vooraanstaande vertegenwoordigers van verschillende landen gevraagd wat zij er van vinden de Palestijnen onder druk te zetten om Israël als joodse staat te erkennen. Maar weinig van hen waren in staat of bereid om hierover een duidelijke, principiële houding voor of tegen te formuleren.

“Ik denk niet dat wij hier een duidelijk standpunt over hebben, omdat we er niet 100% zeker van zijn wat dit concept van een joodse staat inhoudt”, zei de ambassadeur van de EU in Israël, Lars Faaborg-Andersen, begin dit jaar. Ik vroeg hem waarom de EU geen officieel standpunt over deze kwestie formuleert, die Netanyahu tot voorwaarde voor welke overeenkomst dan ook heeft verklaard. Hij antwoordde: “Alles wat ik kan zeggen, is dat hierover door de partijen gediscussieerd moet worden. En ik maak geen deel uit van de (Israëlisch-Palestijnse vredes-) gesprekken”

Korte tijd later verklaarde woordvoerder van Faaborg-Andersen: “De EU heeft o.a. geen standpunt m.b.t. de erkenning van Israël als joodse staat uitgesproken, omdat we niet weten wat de gevolgen van deze eindstatus kwestie zullen zijn. Daarom denken we dat dit een vraag is die tussen de partijen bediscussieerd moet worden.”

Deze week stelde ik dezelfde vraag aan de voorzitter van het europees Parlement, Martin Schulz, die een officieel bezoek bracht aan Israël. Het is een “netelig en gecompliceerd” thema, zei hij en wees het van de hand hierover een duidelijk standpunt in te nemen. “Ik wil als vertegenwoordiger van een Europese instelling niet in deze discussie ingrijpen. Niet om uw vraag te ontlopen – ik denk dat het in de eerste plaats mijn plicht is om me hier niet mee te bemoeien.”

Het idee van erkenning werd eigenlijk door Israëlische linksen bedacht.

De wens van Israël om erkend te worden als joodse staat is veel ouder dan de huidige door Amerika geïnitieerde vredesonderhandelingen. Al sinds het moment dat Netanyahu in zijn toespraak op de Bar Ilan universiteit in het jaar 2009 principieel de oprichting van een Palestijnse staat accepteerde, heeft hij van de erkenning een basiselement gemaakt: “Wanneer de Palestijnen Israël als de staat van het joodse volk erkennen, dan zullen wij in een toekomstige vredesovereenkomst bereid zijn tot een oplossing, waarbij er een gedemilitariseerde Palestijnse staat bestaat naast de joodse staat”, zei hij destijds.

Maar van het thema was al sprake onder Netanyahu´s voorganger Ehud Olmert. Op 13 november 2007, vlak voor de vredesconferentie in Annapoplis, bracht de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken (en huidige minister van Justitie en chef-onderhandelaar) Tzipi Livni het thema in een ontmoeting met vooraanstaande vertegenwoordigers van de Palestijnen naar voren. “Israël, de staat van het joodse volk – en ik wil heel graag benadrukken dat ´zijn volk´ het joodse volk is”, zei Livni volgens informatie van de aan Al Jazeera doorgespeelde protocollen van de ontmoeting. “Ik riep niet op tot erkenning van iets dat de interne beslissing van Israël is. Israël kan dat doen, het is een soevereine staat. (we willen dat jullie deze erkennen). Het hele idee van het conflict is…het algehele punt is de oprichting van de joodse staat.”

Het idee gaat zelfs terug tot voor de gesprekken van 2007 en zijn betekenis werd oorspronkelijk door Israëlische linksen bepaalt, zoals juist door de journalist Yair Rosenberg werd onthuld. Rosenberg citeert Yaacov Lozowick, die in zijn boek “Israël´s strijd om het bestaan: een morele verdediging van haar oorlogen” het verhaal van ongeveer ruim twintig Israëlische en Palestijnse intellectuelen verteld – “onder hen bevond zich geen enkele militante hardliner” – die in juli 2001, toen Ariel Sharon minister-president was, “bij elkaar kwamen om een brug te bouwen over de ruïnes van de vrede.”

Ze wilden een gezamenlijke verklaring uitgeven die de beide zijden ertoe opriep de onderhandelingen te hervatten. “De Palestijnen waren bereid zich aan te sluiten bij een uitspraak dat er twee onafhankelijke staten naast elkaar moesten komen, maar de Israëli´s, gewaarschuwd voor een nuance door de fiasco´s van Camp David en Taba, die zij daarvoor over het hoofd hadden gezien, wilden dat de verklaring duidelijk zei dat Israël een joodse en Palestina een Arabische staat zou zijn”, schreef Lozowick. “De Palestijnen wezen dat af. Joden, zeiden ze, zijn een religie, geen nationaliteit en ze hebben noch een eigen staat nodig noch verdienen ze er eentje. Ze zouden welkom zijn om in Israël te leven, maar de Palestijnse vluchtelingen zouden terugkomen en misschien zou hij ophouden een joodse staat te zijn.”

Screenshot_20

De president van de Palestijnse autoriteit Mahmoud Abbas alias Abu Mazen

Hinderlijke eisen volgens een Palestijns “recht op terugkeer” zijn natuurlijk een van de belangrijkste redenen dat Netanyahu vasthoudt aan erkenning. “Israël als nationale staat van het joodse volk erkennen, betekent het ´recht op terugkeer´ volledig op te geven en alle andere nationale eisen over land en soevereiniteit van de staat Israël te beëindigen”, zei hij vorig jaar oktober. “Dat is een beslissende component voor echte verzoening en een stabiele en duurzame vrede.”

De critici van de minister-president argumenteren dat hij een kunstmatige hindernis voor de vrede heeft gecreëerd, omdat hij weet dat de Palestijnen nooit zullen toegeven op dit punt. “Denkt u dat een Palestijnse leider, die goed bij zijn verstand is, dat ooit kan accepteren?”, vroeg de vooraanstaande Palestijnse vertegenwoordiger en voormalige vredesonderhandelaar Nabil Sha´ath onlangs retorisch in een interview met “Ha´aretz”. “Of is het gewoon de bedoeling om het daarmee onmogelijk te maken een vredesverdrag met Israël te ondertekenen?”

Maar het “recht op terugkeer” is slechts van ondergeschikt belang. Netanyahu´s verklaarde reden voor het vasthouden aan erkenning is datgene dat hij als Arabische weigering van het accepteren van een joodse aanwezigheid in het Heilige Land beschouwt. Dat ligt “aan de basis van het conflict”, zei hij eind januari. “Dit conflict duurt al bijna 100 jaar”, zei hij en vertelde het verhaal van een joodse immigratieambtenaar die in 1921 door vandalistische Palestijnen werd aangevallen. “Toen waren daar geen ´nederzettingen´… Er waren geen ´bezette gebieden´. Er bestond een fundamentele vijandigheid tegenover iedere vorm van joodse aanwezigheid.” Deze stemming is sindsdien altijd in de hoofden van de Palestijnen verder gegist, wat tot een strijd “alleen al tegen het bestaan van de joodse staat, tegen het zionisme en tegen iedere vorm van zijn geografische uitdrukking leidde, tegen welke staat Israël dan ook binnen welke grenzen dan ook.”

De zionistische beweging en verschillende Israëlische regeringen waren het ermee eens een Palestijnse staat te erkennen, “maar dit conflict werd slechts om één enkele reden voortgezet: de hardnekkige oppositie tegen de erkenning van de joodse staat, de nationale staat van het joodse volk”, zegt hij. “Om een einde te maken aan het conflict, moeten zij erkennen dat er in ons land, dit land, in het joodse thuisland twee volkeren bestaan.”

De Israëlische publieke opinie lijkt Netanyahu´s houding te ondersteunen. Volgens informatie van een in het begin van deze maand gepubliceerde peiling van het “Israel Democracy Institute” en de universiteit van Tel Aviv vindt meer dan 75% van de Israëlische Joden dat het “belangrijk is dat de Palestijnen Israël als deel van een overeenkomst als staat van het joodse volk erkennen.”slechts 21% zei dit niet belangrijk te vinden.

“Van diegenen, die de erkenning als belangrijk beschouwen, denkt 41% dat deze belangrijk is, omdat het gaat om een erkenning van de basisprincipes van het zionisme, 29%, omdat dit Israël zou helpen een eis te counteren dat het een ´staat voor al zijn burgers´ moet worden, en 19%, omdat dit een compensatie voor Israël´s erkenning van de Palestijnse staat als staat van het Palestijnse volk zou zijn”, zei het “Israel Democracy Institute” in een persverklaring.

De peiling laat zien dat een grote meerderheid (63%) van de Israëlische Joden, die zichzelf als links omschrijft, Netanyahu´s eis van erkenning ondersteunt. En zelfs Yossi Beilin – een voormalige minister en icoon van Israëlisch links – sloot zich onlangs aan bij diegenen die zich inzetten voor een Palestijnse erkenning van het joodse karakter van Israël. “Ik denk dat vooraanstaande Israëlische politici bereid zijn een hoge prijs te betalen in ruil voor zo´n erkenning”, schreef hij enkele maanden geleden in de “New York Times”. “Beide zijden zouden de formule moeten accepteren die tien jaar geleden door het Initiatief van Genève werd voorgesteld en die het recht van beide zijden op eigen staatkundigheid en ´Palestina en Israël als thuislanden van hun desbetreffende bevolkingen´ erkent.”

Anderzijds zou president Shimon Peres – de voormalige baas van Beilin – Netanyahu´s vasthouden aan erkenning “onnodig” vinden. Volgens berichten in de media noemde Peres dit een hindernis voor de huidige, door de VS geleide onderhandelingen.

Screenshot_21

De Israëlische president Shimon Peres

Washington zelf echter beschouwt Netanyahu´s eis duidelijk als gepast. “De Palestijnen moeten erkennen dat Israël een joodse staat zal zijn”, zei president Barack Obama tijdens zijn bezoek in maart 2013 aan Jeruzalem. Een zogenaamde raamovereenkomst, waarvan verwacht wordt dat deze over niet al te lange tijd door de VS zal worden voorgelegd om de gesprekken te bespoedigen, dient Israël als de “nationale staat van het joodse volk” te omschrijven.

Ander elanden – overwegend Israël´s meest betrouwbare bondgenoten – accepteren dit idee eveneens. “Israël´s bestaansrecht als joodse staat is absoluut en niet onderhandelbaar”, zei vorige maand de Canadese minister-president Stephen Harper in de Knesset. Hij gebruikte de formulering “joodse staat” niet minder dan zeven keer in deze toespraak.

De Duitse bondskanselier Angela Merkel zei in december 2012 dat zij “graag een joodse staat – Israël – en een Palestijnse staat zou zien” en verankerde zelfs de verantwoordelijkheid van haar land tegenover de staat Israël “als een joodse en democratische staat” in het nieuwste coalitieverdrag. Ook de Roemeense president Traian Basescu bracht zijn ondersteuning voor Netanyahu´s eis tot uitdrukking. Hij zei in januari: “als de Palestijnen vrede willen, dan moeten ze gehoor geven aan de eis van het Israëlische volk.”

Screenshot_22

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry

Maar niet mis te verstane duidelijke uitspraken zoals deze zijn zeldzaam. Veel officials, vooral Europese, zijn verrast wanneer je ze vraagt of ze de eis naar erkenning van Israël als joodse staat door de Palestijnen ondersteunen. De belangrijkste reden daarvoor is dat hun desbetreffende regeringen nooit een standpunt formuleren over zo´n vage zaak. Ze hebben een duidelijk standpunt tegenover de rechtmatigheid en onrechtmatigheid van “nederzettingen” op de “Westbank” en zijn tegen hetze, maar ze hebben zich er niet mee beziggehouden om na te denken over de legitimiteit van de wens van Israël om als joodse staat erkend te worden.

Enkele vooraanstaande westerse politici accepteren blijkbaar Netanyahu´s argument, m.b.t de afwijzing door de Palestijnen om de joodse soevereine aanwezigheid in het land Israël niet te erkennen, niet. “Ik denk dat dit aan Palestijnse zijde na alles wat er is gebeurd een niet onderhandelbare hindernis is”, zei vorig jaar bijvoorbeeld de voormalige Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal tegen mij. Abbas “zou gewoon kunnen zeggen” dat Israël een joodse staat is, beweerde Rosenthal; de huidige weigering van de Palestijnse president om dit te doen, werd, volgens de voormalige minister, begrepen als een belangrijk drukmiddel tijdens de onderhandelingen. Andere officiële vertegenwoordigers van het Westen hebben tegenover mij eveneens aangeduid dat zij niet denken dat het idee om een joodse staat in het Midden-Oosten te erkennen voor de Palestijnen vanwege diepgewortelde ideologische redenen onacceptabel zou zijn.

Maar de Palestijnse leiding laat zich wat betreft haar redenen voor de afwijzing van de joodse staatsdefinitie, waartoe Netanyahu hen oproept deze te ondersteunen, heel vrijmoedig uit. “Het zou gevaarlijk zijn om dat te erkennen, want het zou onze acceptatie van de ontbinding van onze eigen geschiedenis en verbindingen en onze historische rechten op Palestina betekenen. Dat is iets dat wij nooit en onder geen enkele omstandigheid zullen accepteren”, zei de Palestijnse minister van Buitenlandse Zaken Riyad al-Maliki afgelopen maand in een interview.

Om Israël als joodse staat te accepteren, zou bovendien  “vrees doen opkomen” voor wat betreft het lot van de Arabische staats burgers van Israël, zei al-Maliki. “Ze zijn al tweederangs burgers, hoe zullen ze dus getroffen worden door de ´verjoodsing´  van de staat?”

Bezorgdheid over de Arabische minderheid van Israël is de meest geciteerde reden dat westerse politici en burgerrechtengroeperingen Netanyahu´s eis met scepsis bekijken. Maar de minister-president houdt vol dat deze verankering van het wezen van de staat als joods niemand zal schaden. “Wij eisen niet van hen dat zij hun religie veranderen en ze hebben volledige burgerrechten”, zei Netanyahu eerder dit jaar in een interview met Canada´s CTV Network, waarbij hij verwees naar Israël´s niet-Joodse minderheid. “Arabische burgers van Israël hebben in de Knesset, ons parlement, gediend, ze dienen in de regering, ze dienen aan het hoogste gerechtshof. Dat is volledige burgerlijke gelijkberechtiging. Wat wij echter zeggen, is, dat deze staat met deze vlag, met zijn symbolen, zijn nationale feestdagen en de mogelijkheid om Joden uit de hele wereld op te nemen – dat deze de nationale staat van het joodse volk is, met volledige burgerrechten voor diegenen die niet-Joods zijn.”

De Palestijnen lijken, wat de mogelijke erkenning van de joodse staat betreft, compromisloos. “Dat is helemaal geen punt van discussie”, zei Abbas vorige week in de “New York Times”. Egypte en Jordanië hoefden dat voor de ondertekening van vredesverdragen met Israël niet te doen, waarom zouden de Palestijnen dit dan moeten?

Veel in deze argumentatie lijkt plausibel te zijn – de Palestijnen erkennen de staat Israël, waarom zouden zij dus gedwongen moeten worden verklaringen af te geven betreffende Israël´s aard, vooral wanneer dit kennelijk betekent hun eigen historische beeld van de geschiedenis te negeren. Zo zei de vooraanstaande PLO-vertegenwoordiger en chef-onderhandelaar Saeb Erekat twee weken geleden dat de huidige Palestijnen zich als nakomelingen van de Kanaänieten beschouwen, die 5.500 jaar voor de aankomst van de Joden in dit gebied leefden.

Bovendien: Wat kan het de Israëli´s schelen of de Palestijnen verklaringen afgeven betreffende de joodse staat? “Ik heb niet het gevoel dat we een verklaring van de Palestijnen nodig hebben dat zij Israël als joodse staat erkennen”, zei minister van Financiën Yair Lapid in oktober. “Mijn vader kwam niet uit het getto van Boedapest naar Haifa om erkenning van Abu Mazen (Mahmoud Abbas) te krijgen.”

Maar Jordaniërs en Egyptenaren, die zonder erkenning vrede sluiten met Israël, is niet hetzelfde als wanneer de Palestijnen dat doen, zegt Dennis Ross, een voormalige Amerikaanse diplomaat met omvangrijke ervaring in Israëlisch-Arabische vredesonderhandelingen. “Het verschil is, dat beide twee nationale bewegingen zijn die concurreren om hetzelfde gebied”, zei hij vorige week tegen me. Om Israël als joodse staat te erkennen, zou niet noodzakelijkerwijs de nationale identiteit van de Palestijnen vernietigen, zei hij. “Ze weten wie zij zijn; erkenning betwist dat niet.”

“Uiteindelijk is Israël als joodse staat nog een manier om Israël´s legitimiteit door iedereen in de regio erkend te krijgen”, zei Ross verder. “En dat is een sine qua non voor vrede en verzoening. Dus ik denk dat deze noodzakelijk is. Maar ik denk ook dat dit een van de dingen is die in de loop van de onderhandelingen opgelost wordt.”

Anderen argumenteren dat vrede niet hetzelfde is als verzoening en dat een verdrag over de oprichting van twee staten voor twee volkeren, die elkaar al tientallen jaren beconcurreren, niet noodzakelijkerwijs afhangt van een volledige benadering van historische identiteit.

Eén ding is zeker: Geen eindstatus-overeenkomst bereiken, zal de kansen op een twee-staten-oplossing verminderen en Israëli´s en Palestijnen op de weg naar een binationale staat brengen – tot vreugde van de extremisten aan beide kanten.

Screenshot_23

V.l.n.r.: Tzipi Livni, Saeb Erekat, John Kerry

Bron:
http://heplev.wordpress.com
Auteur: Raphael Ahren

Vertaald uit het Duits door:
E.J. Bron
(www.ejbron.wordpress.com)

Over E.J. Bron

www.ejbron.wordpress.com
Dit bericht werd geplaatst in "Palestijnen", "Palestina", Israël, Joden, Jodendom. Bookmark de permalink .

4 reacties op De sleutel tot vrede in het Midden-Oosten, door de wereld buiten beschouwing gelaten

  1. louis-portugal zegt:

    Wat een ellenlang verhaal over joodse staat.
    Gezien de uitspraken van de EU en anderen bestaat er nog geen duidelijke joodse staat.
    Logisch voor mij dat Netanyahu dat OOK geregeld wil hebben.

    Like

  2. Joop Klepzeiker zegt:

    abu mazen is maar een zetbaasje hoor, niet veel in te brengen

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s