Fictief interview met sheik Haitham al-Haddad n.a.v. het debat van 17 februari 2012 in “De Halve Maan”

Screenshot_23

Aad van den Heuvel & Naeeda Naurangzeb

(Door: Theresa Geissler)

We herinneren ons misschien nog het televisie-debat van 17 februari 2012, waarbij de omstreden sheik Haitham Al-Haddad te gast was in het tv-programma ‘De Halve Maan´. Vooraf had hij bedongen niet aan tafel te willen zitten met “een ongesluierde vrouw”, iets waar mede-presentatrice Naeeda Aurangzeb aanvankelijk -met tegenzin- mee instemde, maar wat zij later (al dan niet vooropgezet) niet bleek te kunnen accepteren. Dit leidde aldus tot een verbale aanval van haar kant vanaf de zijlijn, waar Al-Haddad, trouw aan zijn gewone manier van doen, slechts halfslachtig en vaag op in ging. Stelt U zich nu eens voor dat deze sheik, meer dan twee jaar na dato, om de één of andere reden zou hebben ingestemd met een interview waarbij zou worden ingegaan op de achtergronden van dat toenmalige debat. Lokatie: Een hotelkamer ergens in Nederland, waar hij op dat moment dan weer eens vertoeft. En de betreffende journalist is, heel veilig, een man. Maar, wat de schriftgeleerde niet vermoedt: Wél een man, die nu eens van plan is de onderste steen boven te halen…. Welnu, dan kan men zich voorstellen dat dit interview – uiteraard afgenomen in het Engels en bij deze vertaald in het Nederlands – als volgt verloopt:

Journalist (hierna te noemen J; S voor de Sheik): Sheik Al-Haddad, allereerst hartelijk dank dat U heeft willen instemmen met dit onderhoud……
S : Het genoegen is geheel mijnerzijds…….
J: Ja. Wij zijn dus overeengekomen om thans, op dit ogenblik, te proberen tot een nadere beschouwing te komen van het verloop van het televisiedebat, gehouden op 17 februari 2012 in het programma “De Halve Maan”. Dit debat nam op een gegeven ogenblik een wat onverwachte wending, doordat de presentatrice, Naeeda Aurangzeb, er blijk van gaf moeite te hebben met eerder met U gemaakte afspraken……
S.: (vriendelijk) Dat klopt.
J.: Zij en medepresentator Aad van den Heuvel gaven aan het begin van het programma te kennen dat men, na zorgvuldige overweging, besloten had om in te gaan op uw wens niet aan tafel te zitten met een ongesluierde vrouw, omdat men het van belang achtte dat U de invitatie voor dit debat zou aanvaarden en de dialoog met de deelnemers zou aangaan. Dit alles in goed overleg met mevrouw Aurangzeb…..(S. knikt onopvallend, maar instemmend). Zij had de keuze tussen zich sluieren of de tafel tijdens het debat verlaten. Zij koos het laatste……
S.: Zij koos het laatste……
J.: ……en ging uit vrije wil tussen het publiek zitten….
S.: Uit vrije wil, inderdaad……..
J.: Na enige tijd echter mengde zij zich plotseling vanaf die plaats tussen het publiek in het debat en liet daarbij duidelijk merken dat zij met deze gang van zaken geen vrede had…..Mag ik U vragen: Kwam dat voor U erg onverwachts?
S.: Ik was hierop niet voorbereid……..
J.: Nee,. uiteraard niet, want U had het zo niet afgesproken……
S.: Het was zo niet afgesproken. Ik had hier niet op gerekend….
J. : Maar verbaasde het U ook?
S. :Het verbaasde mij. Ja, dat deed het.
J.: U kón hier natuurlijk wel uit opmaken dat zij deze oplossing uiteindelijk niet uit vrije wil had gekozen.
S.: Het was haar keuze….. Zij had er ook voor kunnen kiezen om zich te sluieren.
J.: Dat was dus voor haar totaal geen optie.
S.: Dat is vreemd…..Als zij zich moslima noemt.
J.: Mevrouw Aurangzeb is in Nederland opgegroeid. Het is hier geen vreemde zaak als mensen er voor kiezen hun geloof onopvallend te beleven, op het eerste gezicht niet waarneembaar voor anderen.
S.: U bedoelt dat men zich hier schaamt voor het geloof……?
J.: Nee, voor het geloof zeker niet. Wel voor bepaalde bijkomstigheden van het geloof, die beschouwd worden als niet ter zake doende…..
S.: (vriendelijk) Dat geldt voor Úw geloof. Wij beleven dat anders.
J.: Dat is mij bekend. Maar moslims als mevrouw Aurangzeb hebben van jongsafaan de kans gehad om met die manier van geloof uitdragen zoals dat bij ons gebruikelijk is in aanraking te komen….En kunnen tot de conclusie komen dat die manier ook heel bruikbaar is voor de overigens evenzeer gelovige moslim….
S.: Die visie is dan niet de juiste. Ik deel haar niet.
J.: Nee, dat is duidelijk.
S.: Zij noemt zich moslima, maar dat is een dwaling. Zij is afgedwaald.
J.: In uw opinie ongetwijfeld…..
S.: Maar dat is haar probleem. IK ben niet afgedwaald. En, Insh’Allah, zal dat ook nooit gebeuren. Ik heb de programmaleiding vanaf het begin duidelijk gemaakt dat ik het mij, niet alleen vanuit mijn ambt, maar reeds tevens in mijn hoedanigheid als gelovige moslim, niet kon permitteren om aan tafel te gaan met een ongesluierde vrouw…..
J.: Dan doet het toch wel wat vreemd aan, als U mij de opmerking veroorlooft, dat U dezelfde avond bij het debat in de Balie in Amsterdam toeliet dat mevrouw Ebru Umar zich onverwachts wel aan tafel liet uitnodigen – eveneens ongesluierd.
S.: Onverwachts, precies wat U zegt. Ik was daar niet op voorbereid. Ik ging ervan uit dat mijn wensen in dit opzicht nu wel bekend zouden zijn en had er niet op gerekend dat ze dit zouden doen….(pauze) Ik moest voor mijzelf snel beslissen en besloot de kwestie niet te laten oplopen, Allah vergeve mij als die beslissing verkeerd was. Maar in het geval van mevrouw Aurangzeb verkeerde ik in de veronderstelling dat de zaken duidelijk vastgelegd waren en dat zij ermee akkoord ging.
J.: Maar zij bracht het niet op, uiteindelijk.
S.: Ik zei al: Dat is haar probleem. Overigens kunt U daar al aan zien dat zij niet oprecht spreekt: Zij is géén overtuigde moslima. Een oprecht vrome moslima had, zodra zij deze innerlijke opstandigheid bij zichzelf waarnam, gebéden….En vervolgens begrepen en berust.
J.: Berust in het feit dat zij niet met U aan één tafel kon zitten?
S.: (zeer vriendelijk) Of berust in de sluier. De keuze was aan háár.
J.: Ja….Zij bleek dus met geen van beide opties te kunnen dealen….
S.: Daaraan kunt U dus zien dat zij geen moslima is: Zij heeft Allah niet toegelaten in haar hart, anders had zij Zijn wetten in deze zonder tegenspraak aanvaard.
J.: Die wetten zijn voor meerdere interpretatie vatbaar.
S.: NIET voor de oprecht gelovige moslim die de Koran kent.
J.: Hoe dan ook, Sheik, essentieel is hier dan nog niet eens de vraag of mevrouw Aurangzeb als een moslima kan worden beschouwd of niet; essentieel is hier het feit dat zij, zeker mentaal gesproken, een wésterse vrouw geworden is. Hetgeen impliceert dat U in wezen weigert om aan tafel te zitten met een wésterse vrouw……Want westerse vrouwen dragen per definitie geen sluier.
S.: Niets belet hen dit nu en dan in de tegenwoordigheid van een moslim wél te doen…. Uit respect voor zijn geloof.
J.: Als U die mening toegedaan bent, kunnen wij hier in Nederland de moslima’s even goed vragen de hoofddoek bij gelegenheid áf te doen….uit respect voor óns geloof…..
S.: (Schudt gedecideerd het hoofd) Dat is iets anders. U begrijpt het niet…..
J.: Ik begrijp in zoverre toch nog wel iets, dat ik me realiseer dat mevrouw Aurangzeb niet bij machte bleek zich aan de met U gemaakte afspraak te houden – op de keper beschouwd inderdaad geen al te professionele houding van haar-doordat Uw voorwaarde op haar overkwam als een verschrikkelijke belediging. (S. zwijgt) Het was namelijk een voorwaarde die, dat kan ik rustig beweren, geen enkele man hier in het Westen tegenwoordig nog aan een vrouw zou dúrven stellen…..(Nadrukkelijk)Een westerse vrouw verzoeken een hoofddoek te dragen is zo ongeveer hetzelfde als een traditionele moslima verzoeken een hoofddoek áf te leggen.
S.: Ik heb haar dat ook niet verzocht……
J.: Niet met zoveel woorden, inderdaad. De uitwerking van uw verzoek kwam voor haar gevoel echter op hetzelfde neer.
S.: (vertrekt geen spier) Zij ging ermee akkoord.
J.: We kunnen beter zeggen dat zij dat, na het nodige overleg, heeft geprobéérd. Het lukte haar niet, omdat de belediging naar westerse maatstaven te groot was….(pauze) Kunt U zich daar iets bij voorstellen?
S.: (denkt een ogenblik na, schudt het hoofd) Ik moet U bekennen dat wat dit soort zaken betreft de psyche van de westerse vrouw voor mij iets ondoorgrondelijks is….(half voor zich heen) Belediging……
J.: En dat die belediging door de gesprekspartners aan tafel serieus werd opgevat kon U merken aan het feit dat er onmiddellijk op ingehaakt werd. Hoewel U op dat ogenblik een poging deed om met hen een ander thema te bespreken…
S.: Inderdaad. Dat herinner ik mij.
J.: Uw gesprekspartner, de Heer Fouad El Haji, presenteerde zich daar namelijk als vertegenwoordiger van, wat hij noemde, de vrijzinnige, dus liberale moslims. Overigens waarschijnlijk precies de groep waartoe mevrouw Auragzeb zich eveneens rekent.
S.: (droog) Daaraan twijfel ik niet…..
J.: En U was net begonnen uiteen te zetten dat naar uw mening zoiets als een liberale islam niet bestaat…..
S.: (Iets spraakzamer) Ik wees hem er op dat er maar één islam is. Men gelooft of men gelooft niet. De mening dat er verschillende interpretaties mogelijk zijn, waarover U het daarnet al had, delen wij niet. Als mensen als de heer El Haji en mevrouw Aurangzeb beweren van wel, dan dwalen zij. Zij bevinden zich op de verkeerde weg: Er is maar één islam.
J.: (herneemt) Goed, dat was U dus het gezelschap aan tafel aan het uitleggen…..
S.: Ja. Ik wees hen er op dat het Westen genoeg ernstige problemen kent: Het Westen – dus ook Nederland – kampt al jaren met criminaliteit, drugsproblematiek, tienerzwangeschappen en noemt U maar op, waarop het christendom geen antwoord heeft. Maar de ‘liberale islam,’ die dit soort mensen voorstaat heeft er evenmin een antwoord op. Omdat zij niet bestáát, heel eenvoudig. De ISLAM, waarvan er maar één is, heeft dat antwoord wel. Uiteraard alleen als men zich voor hem openstelt. Ik geef overigens direct toe dat ik met deze uiteenzetting nog niet zeer ver gekomen was, doordat de heer El Haji het geoorloofd bleek te vinden om mij voortdurend te onderbreken…..
J.: Hij toonde zich, met andere woorden, niet geïnteresseerd in wat U te zeggen had.
S.: Inderdaad stelde hij zich niet open: Zijn oordeel stond al vast…..
J.: (Herneemt) Goed, maar net toen U uw visie op deze kwestie dan in het midden had kunnen brengen…..
S.: (vult aan)…..mengde mevrouw Aurangzeb zich vanaf haar plaats in het publiek in het debat met een heel ander onderwerp.
J.: Over de gelijkheid van man en vrouw….
S.: Het had totaal niets uit te staan met wat ik op dat moment probeerde uiteen te zetten; ik verzocht haar dus om mij academische vragen te stellen. Hierop reageerde zij door te beweren dat haar vraag academisch wás – of iets dergelijks – en eiste van mij een reactie. Tevens beschuldigde zij mij van vrouwonviendelijkheid, zeker tegen westerse vrouwen.
J.: Wat vindt U zelf van die beschuldiging?
S.: Het is de absolute onwaarheid: Juist binnen de islam geniet de vrouw het hoogste respect!
J.: Daarnet stelden wij al vast, dat mevrouw Aurangzeb diep beledigd moet zijn geweest door de door U gestelde voorwaarde, dus kunnen we er vanuit gaan dat zij volkomen meende wat ze hier naar voren bracht.
S.: Dat ziet zij verkeerd. Dat ziet het Westen verkeerd. Elke beslissing die vanuit de Koran genomen wordt met betrekking tot de omgang tussen man en vrouw geschiedt louter uit respect voor de vrouw.
J.: Dat wordt in het Westen anders gezien, Sheik, omdat men hier niet ontkomt aan de indruk dat juist de vrouwen niet, of althans niet rechtstreeks, worden betrokken in deze te nemen beslissingen.
S.: Ik kan U verzekeren dat de Koran voorschrijft, dat bij elke te nemen beslissing door de man de vrouw om haar instemming moet worden gevraagd.
J.: Ja, juist…..En wát als zij die niet geeft…..? (Stilte)Wat ik bedoel te zeggen, Sheik, is, dat nu bij mevrouw Aurangzeb bijvoorbeeld achteraf instemming is afgedwongen voor iets waarvoor zij eigenlijk geen instemming had willen geven. Preciezer gezegd: Zij kon kiezen uit twee opties, die geen van beide haar instemming hadden.
S.: (geduldige toon) Ik zei U reeds dat zij direct had kunnen weigeren.

Screenshot_22

Haitham al-Haddad

J.: Zij wist even goed als U – en ik trouwens – dat U de invitatie in dat geval niet aangenomen zou hebben. En de dialoog tussen U de heer El Haji en de overige genodigden werd van belang geacht. U kunt daarom niet van een echte keuze spreken: U zette haar in zekere zin voor het blok.

S.: Dat is uw visie hierop…..
J. : EN die van Mevrouw Aurangzeb. Het was waarschijnlijk ook om die reden dat zij U vervolgens vroeg wat U precies tegen westerse vrouwen had. Daarop antwoordde U…
S.: (onderbreekt) Ik weet nog wel wat ik antwoordde: Ik antwoordde dat zij de moederrol verwierpen.
J.: (zeer vriendelijk)Dat ziet men hier in het Westen dus even anders, Sheik: De westerse vrouw verwerpt de moederrol niet, maar zij kiest bewúst voor die rol. Dat is iets heel anders.
S.: Ik begrijp U niet: Zij richten zich op een carrière in plaats van op het huwelijk, krijgen laat en weinig kinderen en laten vervolgens de zorg grotendeels aan anderen over. Ik kan dat niet anders noemen dan het verwerpen van de moederrol. De gelovige moslimvrouw weet al van jongsafaan wat haar natuurlijke bestemming is, maar de westerse vrouw verwerpt die nadrukkelijk. Men kan overigens stellen dat al haar verdere gedragingen daaruit voortvloeien: Zij heeft totaal geen aandacht voor huwelijk en moederschap.
J.: In uw ogen zal dat ongetwijfeld zo zijn. Maar, Sheik, wij zien het zo, dat de westerse vrouw zich, evenals de man, in de eerste plaats concentreert op haar rol als MENS.
S.: (onzeker) Mens….? U bedoelt…..
J.: Mannen zowel als vrouwen zijn mensen, nietwaar?
S.: Zij zijn beiden mensen. Maar met elk hun eigen mogelijkheden. Zij vullen elkaar aan, zoals ik mij herinner, ook al in de uitzending gezegd te hebben, maar zij kunnen niet met elkaar worden vergeleken: Biologisch zijn zij anders: Vrouwen kennen hun menstruatie en hun zwangerschap; daaruit komt hun plicht tot baren voort. En hun taak om te zórgen. Hun plaats is in het gezin. Mannen baren niet en zogen niet. Hun taak is het daarom om buitenshuis te werken en het gezin te onderhouden. Mannen zijn sterker, fysiek, maar ook psychisch, want zij denken rationeel en vrouwen emotioneel. Het is louter daarom dat Allah, in zijn onmetelijke wijsheid, de man boven de vrouw heeft geplaatst, zodat hij haar kan leiden en beschermen. Maar, zoals zij hem heeft te gehoorzamen, heeft hij haar te respecteren. Beiden aanvaarden hun rol en vullen elkaar aldus aan. Op die manier zijn man en vrouw aan elkaar gelijkwaardig.
J.: (knikt) ja, dat is uw standpunt en het is mij bekend, gelooft U me. Maar gelooft U mij alstublieft ook als ik U zeg dat dit niet is wat wij in het Westen, zeker naar de vrouw toe, onder respect verstaan.
S.: Het is wat de islam er onder verstaat. Onze profeet is daarin heel duidelijk:: Hij stelt dat elke vrouw beschermd en gekoesterd dient te worden als de kostbaarste diamant, die…..
J.: (onderbreekt)Die stelling is mij eveneens bekend. Maar veroorlooft U mij U er op attent te maken dat dit naar westerse vrouwen toe zo ongeveer de grootste belediging is die U ze kunt toevoegen.
S.: (ongelovig lachend)U bedoelt, vergeleken worden met een diamant?
J.: (Nadrukkelijk) Zéker met een diamant. Een diamant, Sheik, is een levenloos voorwerp. Zielloos. Daarom heeft hij ook handelswaarde. Daarom heeft hij een eigenaar, die over hem beslist. Die kan besluiten dat hij ofwel getoond moet worden, ofwel veilig opgeborgen, aan ieders oog onttrokken. Die eigenaar heeft het recht om over hem te beschikken omdat hij een vóórwerp is. Bezit. Eigendom. De westerse vrouw daarentegen, moslima of andersgelovig, realiseert zich dat zij een méns is. Daarom wenst zij niet vergeleken te worden met een zielloos voorwerp, ook al is het een diamant.
S.: (stijfjes, hardnekkig) Niettemin is het het Woord van de profeet…..
J.: Tja….Maar tóch een belediging….voor elke moslima of niet-moslima, die zich haar mens-zijn realiseert. Ook voor een vrouw als mevrouw Aurangzeb, dus…..(stilte) Ik toon U slechts hoe de westerse mens, vrijzinnig moslim of andersgelovige, het ziet…..
S.: (schudt het hoofd, koppig) U toont mij hoe de ongelovige of afvallige het ziet. Beiden zullen hun straf niet ontlopen…..
J.: Daarover zullen wij maar liever niet in discussie gaan. Ik zou graag van U willen weten – U gebruikte het woord ‘beiden’ – of U mannen in dit verband even streng beoordeelt.
S.: U vergist U: IK beoordeel niemand; Slechts Allah velt zijn oordeel.
J.: Dat is waar, vergeeft U mij. Dus: Bent U van mening, dat Allah mannen even streng beoordeelt als vrouwen?
S.: (knikt) Allah is groot en volstrekt rechtvaardig. Zeer zeker ben ik van mening dat hij beiden even streng beoordeelt.
J.: Ik vraag het maar, omdat – ik weet dat het eentonig wordt – er in westerse ogen voor vrouwen meer en vooral stríktere regels gelden dan voor mannen….
S.: (schudt het hoofd, meewarig lachje) U wilt of kunt maar niet begrijpen dat die regels er alleen maar zijn ter bescherming van de vrouw……
J.: (indringend) U noemt dat ‘bescherming,’ U noemt dat ‘respect….’ maar westerlingen benoemen dat anders, omdat wij waarnemen dat de vrouw op deze manier gedegradeerd wordt tot een zielloos voorwerp, zonder eigen wil. En ik zei U al……
S.: (Onderbreekt) Binnen de islam is de eigen wil dan ook ondergeschikt aan die van Allah.(nadrukkelijk) En DAT geldt voor zowel vrouwen als mannen.
J.: Dat weet ik. Maar denken wij bijvoorbeeld aan de heer El Haji, die zichzelf als vrijzinnig moslim beschouwt en dan ook ongeveer in dezelfde lijn denkt als mevrouw Aurangzeb: Hij liet in het debat duidelijk merken dat hij het met haar eens was, dat volgens hem de vrouw recht had op een volwaardige plaats in het openbare leven. Zondigt hij daarmee ook, volgens U?
S.: Hij zondigt wel op meer punten, want hij is een afvallige: Ik heb al uitgelegd dat zoiets als liberale islam niet bestaat. Maar op dít punt zondigt hij zeer zeker: Hij neemt zijn verantwoording niet.
J.: Verantwoording? Ten opzichte van wie, als ik vragen mag? Van mevrouw Aurangzeb, bedoelt U? Hij is op geen enkele manier met haar verwant…..
S.: Dat doet er niet toe: Hij is een man. Zijn houding ten opzichte van haar zowel als van andere moslimvrouwen is verkeerd. Hij toont zich onverantwoordelijk jegens hen; hij houdt ze niet op de rechte weg. Maar ook dat is een teken van zijn afvalligheid…
J.: Als ik U nu vertel dat, naar westerse maatstaven, juist de heer El Haji blijk gegeven heeft van respect, zowel naar mevrouw Aurangzeb toe als naar vrouwen in het algemeen: HIJ erkende haar in haar kwaliteit van presentatrice, HIJ zag de zelfstandigheid en individualiteit van de vrouw als een vanzelfsprekend recht……
S.: (Schudt het hoofd) Dat zien wij anders: Deze man neemt zijn verantwoording niet. En hij dwaalt. Maar het is mijn overtuiging dat Allah hem evengoed weet te vinden als dat hij deze vrouwen, die hun rol niet aanvaarden, zal weten te vinden…..
J.: (ironisch) En U bent bereid om hem, Allah, daarbij behulpzaam te zijn, naar ik begrijp….?
S.: Zodra de islam eenmaal de nodige middelen ter beschikking heeft, kan hij niet werkloos blijven toezien, dat is waar. Ins’hallah zal zij dan het hare doen om het voortbestaan van het Ware Geloof te continueren.
J.: U bedoelt onderwerping ?
S.: (Sereen) De islam is de Religie van de Vrede; ons doel is overtuíging.
J.: Onder meer overtuiging van de wenselijkheid om in het westen de Sharia in te voeren, soms?
S.: Wij leggen het Westen uiteraard niets op, maar blijven streven naar de kracht van de overreding in deze. Insh’allah zal die zegevieren.
J.: Met die overreding zult U op den duur niets bereiken: Weliswaar zien wij af en toe dat westerlingen zich tot de islam bekeren……
S.: (glimlachend) Massaal, zelfs…..
J.: Massaal is een erg groot woord: Men ziet het af en toe, dat is waar. Maar het zullen er nooit genoeg zijn om in Nederland of in welk Europees land ook de invoering van de Sharia te rechtvaardigen; daarvoor kent het Westen te sterk het principe van de Verlichting: Scheiding van Kerk en Staat en zelfbeschikkingsrecht. Wie hier moslim wil zijn, kan dat zijn, zoals hij naar believen elke godsdienst kan aannemen. Maar staatsinvloed, zoals dat volgens de Sharia geldt, gaat te ver. Daar krijgt U nooit een meerderheid voor.
S.: Wij hebben de tijd. De tijd kan hier veel doen…
J. : U mag de tijd hebben, de mentaliteit heeft U niet. Die leeft hier onvoldoende, zoals U zelf uit de mediadebatten heeft kunnen constateren….
S.: (Onveranderlijk vriendelijk) Wij kunnen er voor blijven bidden. En verder bestaan er verschillende middelen die aangewend kunnen worden om tenslotte de massa op de goede weg te leiden. Insh’Allah zal dat ten langen leste gelukken…..
J.:Nu zinspeelt U dus toch op dwang…..?
S.: Dat zijn uw woorden. De islam kent geen dwang. Slechts overreding……
J.: (wrang) Mijn totaalbeeld is hiermee wel ongeveer compleet, Sheik; Ik dank U heel hartelijk voor dit onderhoud.
S.: Het was mij een genoegen…

Screenshot_24

Naeeda Aurangzeb

Door:
Theresa Geissler
(voor www.ejbron.wordpress.com)

Over E.J. Bron

www.ejbron.wordpress.com
Dit bericht werd geplaatst in Islam, Taqiyya, Westen. Bookmark de permalink .

8 reacties op Fictief interview met sheik Haitham al-Haddad n.a.v. het debat van 17 februari 2012 in “De Halve Maan”

  1. lucky bee zegt:

    Naeeda Aurangzeb Aan haar naam te oordelen was ze een nakoomling van de Mongolen in Sind.Ook wel als de Mogul heersers bekend.

    Like

  2. Jean zegt:

    Sorry, zodra er een moslim in beeld komt, f dat nu een gesprek f TV reeks of film betreft, gaat de knop om, ik wil van die islamsmeerlapperij niets weten, te grote vuiligheid, by the way, dat betreft voor mij persoonlijk elke religieuse waanzin want alle geweld en miserie komt steeds uit dergelijke hoek.

    Like

  3. Tom Hendrix zegt:

    Prima gedaan Theresa. Hier zien we duidelijk, de dubbele moraal van de nazi ideologie: Islam!

    Like

  4. Lis zegt:

    Het is dat er ‘fictief’ bijstaat, anders zou ik echt gedacht hebben dat dit echt was. Zulke walgelijke teksten kom ik regelmatig tegen op internet en dan zijn ze wél echt. Meesterlijk geschreven, mevrouw Geissler.

    Like

  5. Jean zegt:

    Beste Theresa,
    Begrijp me niet verkeerd, ik bewonder uw werken en lees ze steeds met veel interesse maar het hele moslimgedoe met zijn barbaarse toestanden komt me de strot uit. Ik moet nog maar een kopvod zien en mijn bloed kookt al. Ik wacht nu op de dag dat die smeerlapperij uit heel Europa geflikkerd wordt dan pas is er weer sprake van veiligheid en leefbaarheid in heel Europa.

    Like

    • Theresa Geissler zegt:

      Daarom dacht ik: “Kom, laat ik dat walgelijke nog maar eens ter afschrikking onder de aandacht brengen.”
      Als je opwinding betekent, dat je er nog van gelezen hebt ook is dat een prachtig compliment, Jean!

      Like

  6. Avidia zegt:

    Jean zegt:
    9 juni 2014 om 18:20

    Dat heb ik nou ook, snel ergens anders naar toe, ik laat ze in mijn brein niet aan het woord!

    Like

    • Theresa Geissler zegt:

      En gelijk heb je. Alleen: Het ís een feit, dat de media ze nu en dan aan het woord laten, onder meer in debatten als dit.
      Dus zo lang dat zo is, heeft het z’n nut om nu en dan de vinger aan de pols te houden teneinde hun verwerpelijke denkbeelden te kunnen weerleggen.
      Wat Joop (Klepzeiker) laatst beweerde, was ook steekhoudend: Zulke figuren juist veelvuldig aan het woord laten, dan gaan er meer ogen open dan door te doen of ze niet bestaan.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s