Schrijfster houdt pleidooi voor discriminatie in elitair prestigieus literair magazine

Screenshot_46

(Door: Bert Brussen)

‘Discriminatie moet! Zonder discriminatie waren we nergens’

“´Je mag niet iedereen over dezelfde kam scheren.´ Hiermee wordt bedoeld dat jij als je van een type met vierkante ogen een klap met een hakmes hebt ontvangen, niet dadelijk alle types met vierkante ogen moet gaan nawijzen. Dat mag niet, want dat komt neer op discriminatie. Voor het gemak wordt hierbij vergeten dat de bedenkers van de mensenrechten nog heel wat meer mensen over een kam scheren, namelijk alle!

Ook wordt even vergeten dat dit gebod tegen elke natuurwet indruist en de vrijheid danig ondermijnt. Door menigeen wordt het vermogen tot discrimineren tenslotte als een groot goed beschouwd, al was het maar ter bescherming van het eigen hachje.

Discrimineren betekent onderscheiden, niets meer en ook niets minder. En zonder onderscheiding gaat het niet. Sterker: discriminatie moet! Zonder discriminatie waren we nergens.

Lees verder>>>
Post online

Over E.J. Bron

www.ejbron.wordpress.com
Dit bericht werd geplaatst in discriminatie. Bookmark de permalink .

8 reacties op Schrijfster houdt pleidooi voor discriminatie in elitair prestigieus literair magazine

  1. hans zegt:

    Misschien zou het wel eens kunnen zijn dat types met vierkante ogen en hakbijlen ons en ons alleen uitkiezen om dat te doen. Dus worden wij gediscrimineerd.
    Alle berovingen die zo gaan komen van types met vierkante ogen.
    Jarenlang al. Ben er eveneens al jarenlang uit dat dit zo is.
    Tja, oorzaak en gevolg omdraaien is dan ook wat die marxisten doen, anders klopt hun wereldbeeld en comfortzone niet meer.

    Like

  2. joopklepzeiker zegt:

    Heel aardig, maar dat komt omdat ik niet door de eenheidsworstenmaker ( een berg scrabble punten ) ben gegaan .

    Like

    • Republikein zegt:

      Jep.
      Hippopotomonstrosesquippedaliofobie is ook niet verkeerd.
      Bang voor het gewone, kan ik niet tegen!
      Zal wel met kunstmatige intelligentie te maken hebben, ik heb ook een moeder.
      Het heeft trouwens niet veel gescheeld, als zuigeling lag men mij aan de tiet van een vreemde vrouw, dan was ik misschien wel een jihadder geworden.

      Like

  3. Marc zegt:

    Met precies deze zelfde redenatie geef ik les: iedereen is uniek! En het woord discriminatie betekent letterlijk ‘onderscheid maken’. En dat is alleen maar netjes en fatsoenlijk.

    Overigens zijn er talloze begrippen die in het maatschappelijke of politieke debat gebruikt worden die verkeerd gebruikt worden of helemaal onjuist gebruikt worden.

    Islamofoob

    Het bekendst is het woord ‘islamofoob’. Inmiddels is achterhaald dat dit woord afkomstig is uit de koker van de Iraanse clerus. Het westers schuldgevoel indachtig is dit woord opzettelijk bedacht en in roulatie gebracht met het oog op het toestaan en zo nodig promoten van islamitisch gedachtegoed.

    Racisme

    Een ander woord waar echt helemaal niemand bij stil staat is het woord ‘racisme’. Weliswaar komt hier het element van het ‘onderscheid maken’ eveneens naar voren, maar uitsluitend met het doel om de superioriteit of inferioriteit van een lid van een volk tegenover dat van een ander volk te benadrukken. Racisme heeft als uitgangspunt dat de prestaties van leden van een volk genetisch bepaald zijn. Deze prestaties zijn niet alleen fysiek van aard (denk aan sport) maar vooral cultureel (muziek, techniek, filosofie, enz).
    Iedereen schijnt het te vergeten, maar racisme (een pseudo-wetenschappelijke theorie) ontstond tweede helft 19e eeuw, nadat Darwin in 1859 zijn boek The Origin of Species, en later zijn The Descend of Man publiceerde. Nergens in deze theorieën heeft Darwin racisme beschreven of gepromoot. Integendeel, Darwin was een bijzonder fel tegenstander van het anders behandelen van mensen op grond van huidskleur. Ondanks zijn verzet gingen mensen met zijn theorieën aan de haal en vulden die op volkomen andere wijze in dan hij bedoeld had. Deze verkrachting van wetenschap is vergelijkbaar met die van de theorieën van Nietzsche door zijn zuster; ook zij gaf aan zijn theorie en begrippen een radicaal andere inhoud dan hij bedoelde.

    De bekendste ‘racist’ was natuurlijk ‘ons aller’ Adolf Hitler. Hij noemde zichzelf niet alleen racist, maar ontwikkelde zelfs een hele politiek van exterminatie rondom dit begrip. Ik vertel u niets nieuws. Vreemd toch dat deze racist tijdens de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn weigerde de zwarte Amerikaan Jesse Owens tweemaal goud won met hardlopen. Natuurlijk was het kinderachtig van Hitler dat hij weigerde de plakken zelf uit te reiken, zoals het hoorde. Belangrijker is echter dat, als zijn racistische opvatting had ingehouden dat alleen Ariërs in staat zouden zijn geweest hardloopwedstrijden te winnen, hij had moeten concluderen dat die theorie onjuist was. Wij zijn inmiddels bekend met het begrip ‘falsificeren’: een theorie blijft waar, maar als het ook maar eenmaal als onwaar aangemerkt kan worden, moet de hele theorie op de schroothoop. Maar dat deed onze Hitler niet: hij ging stug door met zijn programma.
    Natuurlijk hadden de overwinningen van Owens ook als een bevestiging van de racistische theorie kunnen worden opgevat: elk ras heeft dan zo z’n kwaliteiten, het ene ras blinkt dan uit in sport, het andere weer in wetenschap. Zo winnen de laatste vijftien jaar vooral Ethiopiërs en Kenianen de lange afstanden. Maar dan had de Nederlandse hardloopster Dafne Schippers met haar overwinningen weer niet in dit rijtje kunnen passen. U ziet, racisme is kennelijk een delicate aangelegenheid als het erom gaat deze theorie aan de praktijk te staven.

    Xenofobie

    Welk ander woord zou in het maatschappelijk debat dan wél juist zijn geweest. Het is een al oud begrip, maar het woord weinig gebruikt: xenofobie, ofwel angst voor het vreemde of onbekende. Historisch sluit dit begrip ook nauw aan: in de Middeleeuwen werden vreemdelingen met grote ogen bekeken omdat, wist men, dit niets anders kon betekenen dan dat deze vreemdeling door zijn eigen gemeenschap was verstoten. Wat had deze vreemdeling op zijn kerfstok dat hij deze verbanning over zichzelf had uitgeroepen? En hierop voortbordurend: welke gevaren houdt deze vreemdeling voor de eigen gemeenschap in? Een vraag die in onze tijd van massa-kolonialisme opnieuw vaak gesteld wordt.
    Angst voor het onbekende dus. Soms bleek de vreemdeling om andere redenen verstoten te zijn dan men eerder aannam, en was hij helemaal geen crimineel. Soms bleek de vreemdeling verstoten te zijn op grond van waarden of normen die in de ontvangende gemeente geheel geen rol speelden. In zulke gemeenten ontstond dan al gauw de gewoonte om vreemdelingen niet per definitie negatief te benaderen. In zulke gevallen ontwikkelt zich de notie van ‘gastvrijheid’. Deze notie wordt in christelijke gemeenschappen ondersteund door het Bijbelse verhaal van de Goede Samaritaan. In dit verhaal gaat het om twee zaken: 1. de vreemdeling wordt geholpen. 2. Er zijn altijd mensen die niet, en mensen die die vreemdeling wel willen helpen. Ook dit lijkt nu heel opportuun. Toch zou ik hierbij willen aantekenen dat de Samaritaan in kwestie in het geheel geen keuze lijkt te hebben gehad in de situatie waarin hij verzeild raakte. Evenmin gaat het hier om zeer grote aantallen: de Samaritaan lijkt niet in staat demografie of politiek naar de hand te zetten. Evenmin lijkt hij in staat tot het doorvoeren van culturele veranderingen, waaronder die in normen en waarden: tot zover ze wel door zijn aanwezigheid worden veroorzaakt, vinden die veranderingen plaats binnen die gemeenschap zelf: de Samaritaan is hier lijdend voorwerp, geen actor.

    Xenofobie als angst voor het onbekende heeft vaak ongegronde, maar zoals we gezien hebben, soms ook gegronde redenen. Van belang is het altijd te kijken naar de reden of oorzaak waarom een vreemdeling zich bij een, voor hem of haar vreemde, gemeenschap aanmeldt. Dat is in het bijzonder van belang als men de normen en waarden van de gemeenschap waaruit men vertrokken is, in ogenschouw neemt. Want wat kan er spelen? De vertrokkene kan / is / heeft
    – een misdaad gepleegd
    – een ander geloof toegedaan
    – homoseksueel
    – handelaar
    – wilde gewoon weg
    – in algemene termen niet leeft volgens de normen of waarden van de eigen gemeenschap

    Met name de handelaar is meestal een welkome vreemdeling: hij komt iets brengen wat het dorp of de stad zelf niet bezit. Maar het ‘gewoon weg willen’ zal weinig voorgekomen zijn. Pas met de Ontdekkingsreizen is dit iets wat zich met name in het Westen ontwikkelde.

    Het laatste voorbeeld is echter tekenend voor de islam: wie niet leeft volgens de koran en / of hadith, is in feite vreemdeling en wordt verstoten.
    Het is te bizar voor woorden (!) eigenlijk dat in de hele discussie rondom de islam het begrip xenofobie geen enkele rol lijkt te spelen, hoewel juist de islam op alle fronten beantwoordt aan de definitie van dit begrip. Reden lijkt te zijn dat in het Westen (en elders) men stelselmatig het begrip ‘racisme’ hanteert waar men met begrip ‘xenofobie’ beter het probleem van de islam had kunnen adresseren. De westerse publieke opinie is in haar discussie zodanig gemankeerd, dat het niet alleen onvoldoende in staat lijkt tot reflectie op die plaatsen waar door haar hooggehouden normen en waarden strijden met die van de islam, maar nog minder over het onjuist gebruik van begrippen ten behoeve van het maatschappelijk debat, van welke orde deze ook mag zijn.

    Het verschil tussen de begrippen ‘racisme’ en ‘xenofobie’ wordt verder geïllustreerd door de aanwezigheid van een concept dat bij racisme wel aanwezig is, en bij xenofobie niet. Namelijk, dat racisme een duidelijk onderscheid maakt tussen hen die bepaalde (culturele) veronderstelt genetische capaciteiten al dan niet bezitten, terwijl xenofobie geen enkele rekening houdt met genetische aanleg (een typisch concept voor 2e helft 19e eeuw!), maar uitsluitend rekening lijkt te houden met het mogelijk overtreden hebben van bepaalde normen of waarden door de vreemdeling in de gemeenschap van herkomst.

    Nationalisme en socialisme.

    Al eerder op deze site heb ik aandacht gevraagd voor de vernietiging door Hitler voor het begrippenapparaat bedoeld voor politieke en maatschappelijke discussies. Hierboven heb ik dit met het begrip ‘racisme’ al gedaan. Maar het geldt ook voor begrippen als ‘nationalisme’ en socialisme.
    Menigeen lijkt eraan voorbij te gaan, ondanks overduidelijke bewijzen hiervan, dat Hitler in zijn zucht naar macht er alles aan deed om de publieke opinie voor hem te winnen. Een van die manieren was het zwart maken van die partij op wie hij zijn peilen richt, of dat nu joden waren, communisten, enz. Men lijkt te vergeten dat zijn doel uiteindelijk privé van aard was: het bereiken van een orgastisch genot in machtswellust. De meest ultieme vorm hierin was voor hem het laten doden van massale aantallen mensen door massale aantallen andere mensen. Zo is hij heer en meester over de dood. Wie hierin gedood wordt en wie doodt, was voor hem uiteindelijk minder van belang.

    De kunst was dus zoveel mogelijk aanhang te verwerven om zijn macht onbeperkt te kunnen uitoefenen. Deze aanhang moest dus misleidt worden. Stelselmatig deed Hitler daarom een beroep op de natie: zijn hele retoriek ademende nationalisme uit. Maar was hij daarmee nationalist? Dat is een vraag die, tot zover ik weet, geen enkele historicus of wie dan ook, zich heeft gesteld. En toch is die buitengewoon relevant.

    Elders op deze site heb ik uitvoerig uit de doeken gedaan dat Hitler géén nationalist was: op ten minste twee momenten heeft hij, in kleine kring, aangegeven “geen traan” te laten om het Duitse volk, mocht het vernietigd worden. Op een ander moment heeft hij zelfs geopteerd voor de vernietiging van het Duitse volk zelf.

    Hitler was ook géén socialist. Met name op deze site wordt geregeld gesteld dat Hitler een socialist was. Feitelijk wijst men dan echter niet op dat element binnen het socialisme waaruit afgeleid had kunnen worden dat Hitler zich het lot van de arbeiders aantrok (wat hij dus in het geheel niet deed: de arbeider interesseerde hem geen zier; de arbeider maakt kanonnen of diende als kanonnenvlees!). Waar critici van het socialisme feitelijk op wijzen is het instrument dat dit socialisme gebruikt om haar doelen te verwezenlijken, namelijk de staat.

    Tot op grote hoogte lijken socialisme en nationaal-socialisme de staat als instrument voor verwezenlijking van hun doelen te delen. Maar
    1. het gebruik van dit instrument is geen illustratie van het eigenlijke doel
    2. het gebruik van de staat als instrument tot verwezenlijking van politieke doelen is in het geheel niet alleen voorbehouden aan communisme of nationaal-socialisme: bijna alle politieke partijen of bewegingen willen hun doelen via de staat verwezenlijken.

    Op dit moment (2015) kan bijvoorbeeld heel duidelijk aanwijzen dat dit voor de meeste politieke partijen in Nederland geldt, juist ook die partijen die zich (volkomen ten onrechte) liberaal noemen, in casu VVD en D66: beide partijen willen hun doelen uitsluitend via de staat bereiken. Hiermee diskwalificeren beide partijen zich als liberale partij.

    Als laatste zou ook geconcludeerd kunnen worden dat Stalin evenmin een socialist was: ook hij voerde zijn privé doelen van orgastisch genot, het willen spelen van heer en meester over leven en dood voor grote groepen mensen. Ook hij trok zich, evenals Hitler, geen moer aan van het lot of de belangen van arbeiders, noch van het volk als geheel.

    Te weinig wordt in de geschiedbeoefening, maar ook in het maatschappelijk debat, rekening gehouden met wat men gerust het verschijnsel ‘anomalie’ in de politiek mag noemen. Als Hitler, Stalin of andere patjepeeërs zich hebben voorgedaan, verklaart men hen steevast in termen afkomstig uit het toenmalige politieke en / of maatschappelijke parcours. Te weinig ziet men dat men daarmee deze personen uiteindelijk in het geheel niet kan classificeren. Nog minder ziet men dat deze zelfde personen het politieke en maatschappelijke debat een ongelooflijke schade hebben toegebracht. Want wie durft zichzelf tegenwoordig nog nationalist te noemen?

    Like

  4. Marc zegt:

    Zegt niemand iets over mijn talloze taal- en spelfouten?

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s