LONGREAD: Voor de mast

Screenshot_22

(Door: “Taljaard”)

Maandagochtend half vijf, juni 1988. De wekker gaat. Met een gesmoorde verwensing strek je je hand uit om dat ding tot zwijgen te brengen. Je ziet door het slaapkamerraam dat het buiten al licht aan het worden is en je hoort een koor van vogelgezang. ”Blijf maar liggen, meissie”, zeg je tegen je vrouw. Maar zij antwoordt: ”Nee, ik ga koffie voor je zetten. Wij zien jou vrijdagavond pas weer terug. Je moet toch naar Zeeland in de kost deze week?” ”Is goed, lieverd. Maar laat de jochies toch maar slapen. Heb je mijn tas ingepakt?” ”Ja, staat in de gang. Zit een kistje sigaren in. En heb een bandje met muziek voor jouw walkman opgenomen. Zit er ook in. Samen met twee overalls, schoon ondergoed, schone kleren en je scheerapparaat.” ”Mooi zo.”

Ze staat ook op, trekt een duster over haar nachtjapon aan en stommelt op haar blote voetjes de trap af naar beneden. Jij trekt een overall over je ondergoed en een paar sokken aan je voeten. Het zal waarschijnlijk warm worden vandaag, dus meer kleren heb je niet nodig. Je gaat naar de badkamer om je tanden te poetsen en je haar te kammen. Daarna ga je de twee slaapkamers in waar je jochies liggen; Martin van 3 en Remmelt van 5. Het kleintje blijft doorslapen wanneer je hem voorzichtig op zijn zachte wangetje kust, maar de oudste wordt wakker, of was al wakker. ”Ga je weg, pappa?” ”Ja, mijn kereltje.” ”De hele week weer?” ”Jammer genoeg wel.” Hij slaat zijn armpjes om jouw nek en zegt: ”Dag pappa.” Jij geeft hem een stevige knuffel en zegt hem dat hij lief moet wezen voor zijn moeder en zijn broertje.

Op de onderste treden van de trap gezeten, trek je je met opgedroogde verf besmeurde werkschoenen met stalen neuzen aan. Het leer is hard geworden na een weekend onder de kapstok in de gang te hebben gestaan. Je ruikt koffie en gebakken eieren met bacon vanuit de keuken; lieve meid. ”Heb je het telefoonnummer van dat pension in Borsele?”, vraag je haar wanneer je de keuken binnenkomt, ”dan kun je mij bellen als er wat is.” ”Ja, heb dat zaterdag al opgeschreven. Zit in de klapper.” Je eet het ontbijt, drinkt een mok sterke zwarte koffie en draait een sjekkie; Javaanse Jongens driekwart zware. Het is tien voor vijf en tijd om naar buiten en de hoek van de straat te lopen, waar het busje van het werk je om vijf uur zal oppikken. In de gang neem je afscheid van het vrouwtje. ”Wees alsjeblieft voorzichtig met dat gevaarlijke rotwerk van je”, zegt ze bezorgd, zoals bijna iedere keer. ”Komt wel goed, meissie. Maak je geen zorgen om mij. Nou, ik moet nu echt weg. Tot vrijdag.” ”Ik zal voor je bidden en de kinderen ook.” ”Wat kan mij dan nog gebeuren?”, antwoordt je half schertsend.

Buiten breekt het gouden licht van de ochtendzon door de nevels heen. Hoewel je midden in het dorp woont, ruik je de geur van pas gemaaid gras en mest in de aangenaam frisse lucht. Het zal inderdaad een zonnige en warme dag worden. Je overbuurman, die vrachtwagenchauffeur is, fietst voorbij op weg naar zijn baas. ”Moi.” ”Moi.” Om vijf minuten over vijf zie je de grijze Mercedes bus van het werk aankomen. Henk rijdt. Het is te hopen dat hij niet brak is, want anders kun jij het weer van hem overnemen in plaats van misschien nog een uurtje te kunnen pitten. Marinus zwaait de achterdeur open. ”Morge zwartkous”, zegt hij vrolijk. ”Morge handjeklap hallejujah”, reageer je. Want jij bent lidmaat van een Hervormde Gemeente van de Gereformeerde Bond en Marinus is er eentje van de Pinksterbeweging.

Je gooit je tas achterin bij de andere tassen van je maten en neemt plaats naast Marinus en tegenover Gait. ”Ga nou alsjeblieft niet weer met mekaar over de preek van gisteren en het geloof wauwelen”, zegt Gait. ”Heb je nog lekker geneukt van `t weekend? Dat vind ik veel interessanter.” ”Beter dan jij”, zeg je met een grijns, ”of ben je weer eens naar de hoeren geweest?” ”Dat weet ik wel.” Ja dus, Gait heeft dit weekend weer eens minstens honderdvijftig gulden verneukt. Je ziet een nieuw gezicht in de bus. Dat komt vaker voor. Nieuwe jongens zijn meestal na een paar dagen al weer weg. Er zijn er maar weinigen die blijven. En wanneer ze blijven, gaan ze ook niet meer weg. Hij heeft een donker voorkomen en is klein en tenger. Lijkt je geen al te sterke vent. Zal straks nog wat worden wanneer hij potten moet hangen. Je steekt hem de hand toe en zegt hem je naam. ”Raymond Sapusepa”, antwoordt hij.

”Raymond wat?” ”Je mag mij ook ‘Zepie’ noemen. Zo noemt iedereen mij.” ”OK. Zepie dan. Eerste keer voor de mast?” ”Ja.” ”Zenuwen?” ”Ja.” ”Went wel joh. Als je tenminste geen hoogtevrees hebt. Molukker?” ”Ja.” ”Wacht eens even. Heb je een broer die Simon heet?” ”Nee, da’s mijn neef.” ”Nou, `t is te hopen dat je niet zo’n bietser bent als hij. Nooit zelf shag bij zich, altijd drinken van een ander en nooit een cent op zak. Je weet waarom hij eruit geschopt is?” ”Ja, lijntjes snuiven onder het werk. Maar dat ga ik niet doen. Stomme zak. Hij zit nu in de bak.” ”Verbaast me niks. Wat heeft hij uitgevreten?” ”Tegen de lamp gelopen met drugshandel. En hij had ook nog vuurwapens in huis.” ”Scheef uit de kut geplukte gannef”, grauwt Meindert vanaf de voorbank naast Henk,”ik hoop dat ze hem een flinke douw hebben gegeven.” ”Tien maanden en vijf jaar voorwaardelijk.” ”Dat is een beste”, merk je op, ”maar denk je dat het zal helpen?” ”Nee. Hij heeft nooit willen deugen. Mijn oom heeft zich er moe op geramd. Maar dat heeft ook niks geholpen.” En hij lacht zijn witte tanden bloot in zijn bruine gezicht. Zepie lijkt je geen verkeerde. En je besluit hem straks bij te staan en hem onder je hoede te nemen, zoals Marinus dat met jou heeft gedaan bij jouw eerste tijd in de mast,

”Kiek eens an. Daar zul je hem hebben. De Korro zelf”, zegt Henk vanachter het stuur. Je ziet een donkerblauwe Mercedes S klasse die de bus inhaalt en de claxon laat loeien. De baas, de jou welbekende Cor Westerhof en vriend van je vader. Hij steekt lachend zijn hand op en gaat voor de bus uitrijden. De Korro wil dus weer eens niet in zijn kantoor zitten en gaat in plaats daarvan een dagje met zijn personeel mee. Dat heeft zijn voordelen en zijn nadelen. Het voordeel is dat hij `s avonds in het pension de biertjes zal betalen en voor de middagschaft in de keet met gebakken vis zal aankomen. Het nadeel is dat hij zich overal mee gaat bemoeien en misschien zelfs nog wel met zijn ouwe karkas de mast in wil. Dat zie je dan maar met angst en beven aan, want je kunt hem er ook niet uit wegjagen. Hij is per slot van rekening de grote baas met meer dan vijftig man personeel.

De Korro blijft tien minuten voor ons uitrijden, waarbij Henk moppert: ”Ja, ja, man. Hoe hard denk je dat dit ding kan? Ik plank al met 130.” Dan krijgt hij genoeg van wat in zijn ogen getut is. Hij steekt zijn arm opnieuw op, geeft gas en verdwijnt met minstens 180 aan de horizon. Hij zal ons wel opwachten op de plaats van bestemming. Gait vouwt zijn armen, zakt onderuit en sluit zijn ogen. Verstandig. Je besluit zijn voorbeeld te volgen en valt in slaap. Bij het wakker worden zie je dat we al op de N3 rijden; het eiland van Dordt voorbij. Je kijkt op je horloge, Tien voor zeven. Om acht uur zullen we waarschijnlijk bij de masten zijn aangekomen. ”Is d’r ook weer eentje wakker?”, zegt Marinus. ”Henk zet eens wat muziek op.” ”Geen Hilversum alsjeblieft.”, maant Meindert. ”Nee, heb wel wat anders.” Henk steekt een cassettebandje in de radio en kort daarop klinkt ”Atletico” van het Sneeuwbal Trio door de bus. ”Iedere zondag in de lucht; een vogel in zijn vrije vlucht. Atletico, Atletico, kom er eens uit. De krachtbron reikt van Noord tot Zuid; scherp aan de band, helder en luid. Atletico, Atletico, kom er eens uit.”

Je houdt niet zo van Nederlandstalige piratenmuziek, maar dit plaatje vindt je mooi. Je zingt mee en de hele bus volgt je voorbeeld. Iedereen kent de tekst. Om vijf voor acht hobbelt de bus door een Zeeuws weiland. Je ziet dat de vrachtwagen met de compressor voor het zandstralen al is aangekomen en op ons wacht. Lammert en Jan moeten minstens een uur voor ons uit hun woonplaats Staphorst zijn vertrokken met dat langzame kreng van een ouwe Daf. ”Zo, zijn jullie er ook eens een keertje?”, begroet de Korro ons. ”Naar de keet voor werkoverleg. Heb de koffie klaar.” Je bekijkt de masten. Van die 50 meter hoge Zuid Westerse lamstralen; vlak na de watersnoodramp van ’53 gebouwd en berekend op nieuwe overstromingen. Het zou je niet verbazen wanneer die dingen een jaar of twintig geleden de laatste keer zijn geverfd, want Zeeuwen bent zuunig. Zelfs van deze afstand kun je de roest en de gebladderde verf al zien. Dat wordt een hele klus.

”Kom je nog, jochie van Remmelt?”, zegt de Korro, ”die masten kun je nog lang genoeg bekijken.” De keet ruikt naar koffie, zweet en tabak. Er staat een haveloze tafel met daaromheen een achttal al even haveloze stoelen. Aan de wanden hangen centerfolds uit de Playboy. Een bijzonder gewaagd exemplaar is ronduit gynaecologisch. Henk heeft er vorig jaar met een punaise een briefje onder geprikt met de tekst; ”Kom d’r in, dan ku’j d’r uut kiek’n.” ”Even centraal, jongens.”, zo begint de Korro. ”de PZEM wil dat wij deze klus binnen tien dagen klaren. Dat betekent drie masten per dag met acht man en een nieuwe. Ze zeiden eerst een week, maar ik vroeg ze toen of ze soms helemaal gek waren. Die dingen hebben vijftien jaar zonder onderhoud in de zoute wind gestaan. We beginnen straks direct met stralen met alle slangen aan de compressor en alle man in de mast. Jij, nieuwe; jij had toch ervaring met stralen?” ”Ja, meneer Westerhof, maar alleen met bakstenen gevels”, antwoordt Zepie beleefd. ”Mooi, dan pak jij het onderste deel van de mast. Hoef je niet gelijk zo hoog en hoeft niemand je ook te vertellen wat je moet doen. Ik heet trouwens Korro en geen meneer. Ik blijf beneden om de compressor te bedienen. Nog vragen? Geen vragen. Dan d’r an met de lippe, keerls!”

De diesel van de compressor brult. Je pakt een afgehaspelde slang en controleert het straalpistool aan het uiteinde daarvan. Daarna klik je je tuig aan en klimt samen met Marinus naar het bovenste gedeelte van de mast. Zepie kan het voorlopig wel zonder jou redden. Voordat je gaat stralen doe je de oor-pluggen van je walkman in en zet deze aan. Ah…George Thorogood and the Destroyers; ”Who do you love?” Wat leuk van die meid om het bandje daarmee te beginnen. ”Ons” plaatje. Het is pas half negen in de ochtend, maar de zon brandt en steekt nu al. Kan nog leuk worden `s middags. Gelukkig staat er zo hoog en zo vlakbij zee altijd wel een flinke smeer verkoelende wind, die het meeste stof ook wegblaast. Je moet natuurlijk niet zo stom zijn om tegenwinds te gaan stralen, anders blaast al die troep recht in je smoel.

Net als Marinus gebruik je geen veiligheidslijn. Dat zit je alleen maar in de weg en zo hoog in de mast zitten de stangen mooi dicht bij elkaar en daar heb je houvast genoeg aan. De vergammelde verflaag is snel genoeg afgestraald, maar de roest is een ander verhaal. Je moet die eigenlijk tot op het blanke metaal verwijderen. Maar dan heb je minstens twee dagen per mast nodig, en geen controleur van de PZEM zal in zijn broek gaan zeiken van benauwdheid door boven in die mast te klauteren. Je straalt anderhalf uur achter elkaar door en het schiet mooi op. ”Even roken, joh.”, zegt Marinus. Goed idee. We gaan naast elkaar op de onderste arm van de mast aan de linkerkant zitten en draaien een sjekkie. Zijn dochtertje heeft vorige week in het ziekenhuis gelegen. Het kind sukkelt met haar nieren en je vraagt Marinus hoe het nu met haar is. Gelukkig een stuk beter. Marinus is mijn beste maat. Hij komt van het woonwagenkamp, maar zijn Saartje wilde daar niet heen. Die heeft hem ook mee naar haar Pinksterkerk gesleept, En gek genoeg was deze wildeman daar na een paar diensten ontvankelijk voor. Hij zwoer het zuipen en blowen af en werd een brave christelijke familievader. Ik kan met hem over de Bijbel praten.

Een spoor van zijn wilde verleden is nog zichtbaar op zijn handen, waar de woorden ”Jager” en ”Kutvinger” op getatoeëerd staan. Zes jaar geleden heeft hij mij als nieuwe onder zijn hoede genomen en mij vertrouwd gemaakt met het werken in de mast. De andere nieuwe was toen ene Willem (spreek uit ”Wullum”). Een ongelooflijke lutser uit Geesbrug, die eens voor een weddenschap van een knaak een bril op zijn lelijke smoel had laten tatoeëren. Die had hij later weer laten weghalen, maar de dokter had dat vast en zeker met een guts gedaan, want Willem (spreek uit ”Wullum”) had een diep en roze brilvormig litteken op zijn kanis. Hij bekeek het leven dus door een roze bril. Maar halverwege de mast klampte hij zich bibberend aan het staal vast en wilde niet meer naar boven of naar beneden. Ze moesten hem buiten westen meppen om hem aan een touw te laten zakken. En aldaar bleek dat hij zich in zijn broek had gescheten. Exit Willem (spreek uit ”Wullum”). We hebben er nog lang nadien over kunnen lachen. Een hele reeks van dit soort aspirant masters en eendagsvliegen heeft over het verloop van deze zes jaar de revue al gepasseerd, maar ”Wullum” was onvergetelijk.

”Hoe gaat ie, Zepie!?”, zo brul je naar beneden. ”Goed hoor!”, is het opgewekte antwoord. Die jongen lijkt je geen lutser. We gaan verder met stralen en net voor de middagschaft is de eerste mast schoon. Dat wordt dus door buffelen tot in de avond, want er moeten vandaag drie masten afgestraald en in de verf. Morgen kunnen we om een uur of zes beginnen, dat scheelt. Tenminste, wanneer er geen onweer komt. Want dan kun je niet naar boven. Je weet van wijlen Wout van der Pol, alias ”de Woutosaurus”. Die bijnaam had hij te danken aan zijn omvang en zijn gewicht. Maar ook aan het feit dat hij stronteigenwijs was. Hij klom dus wel in de mast tijdens een onweer. De bliksem sloeg in en wij konden gebakken Woutosaurus ruiken toen we zijn geblakerde lijk van de grond opraapten. Sinds dat voorval kreeg iedereen die het in zijn hoofd haalde om met onweer de mast in te gaan op staande voet ontslag van de Korro.

Zepie wordt erop uit gestuurd om bij de snackbar in Borsele een vette bek voor de rest te halen. Ter compensatie mag hij dat met de Mercedes van de Korro doen. ”Maar ik heb geen rijbewijs.” ”Je kunt toch wel rijden?” ”Dat wel, ja.” ”Nou, schiet op dan. Vangen.”, waarop de Korro hem de sleutels toewerpt. Marinus, Gait en ik zullen de afgestraalde mast na de schaft gaan verven, terwijl de anderen verder zullen gaan met het stralen van de volgende. Dat betekent potten hangen voor mij als jongste van de drie. Shit! ”Ik help je dadelijk wel”, zegt Marinus, die mijn gedachten heeft geraden. ”En ik ga boven, Marinus in het midden, en jij van beneden. Doen wij met ons drieën. Dan hebben wij de potten zo op”, zegt Gait. Goede maten die kerels.

Je verft liever boven met die warmte, maar je kunt niet alles hebben. En een beetje zweten is de prijs die je voor de assistentie van Marinus en Gait bij het potten hangen moet betalen. Je knoopt straks wel een bandana om je hoofd om te voorkomen dat het zweet in je ogen gaat druppen. Krijg je ook geen verf in je haar als Gait of Marinus gaan lekken. En kijk, daar komt Zepie al weer aan. Zonder deuken. Je verorbert met smaak een portie patat puinhoop en je slobbert een lekkere koele milkshake leeg op kosten van de Korro. Toch wel fijn dat die ouwe erbij is. Om drie uur `s middags is de eerste mast in de verf. Zonder op verdere instructies te wachten laden wij de verfpotten waar nog wat in zit in de bus en rijden naar de volgende mast. Die is ook net afgestraald, dus wij kunnen zo verder. De lucht betrekt een beetje en de warmte wordt drukkend. Maar het ziet er niet naar uit dat het vandaag echt zal gaan onweren.

”Deze keer ga jij naar boven.”, zegt Gait. ”Kan ik zweten en vies worden.” Deze mast krijgen wij ook binnen drie uur in de verf. En bij de derde en laatste voor deze dag helpt iedereen mee bij het verven. Om half acht is de klus voor vandaag klaar. Zepie heeft zich kranig geweerd. Maar hij is zo bekaf dat zijn handen beven en hij nauwelijks een voet voor de andere kan zetten. Net als iedere beginner bij dit werk de eerste paar weken. Het is een kwestie van stug volhouden de eerste tijd, anders red je het niet. Maar hij is niet beverig in de mast en weet van aanpakken. Hij kon wel eens een blijver worden. Hij maakt ook nog aanstalten om ons te helpen bij het opruimen. De Korro pakt Zepie echter bij zijn arm en zet hem in de bus neer. Hij duwt hem een sigaret in zijn mond, steekt die aan en zegt; ”Zitten jij pinda.” Iedereen lacht. Wij rijden naar het pension van mevrouw Aangeenbrug, waar het warme avondmaal op ons wacht. Ik pak zowel mijn tas als die van Zepie. ”Die sjouw ik wel. Ga jij maar naar binnen.”

Maar je bent zelf ook zo moe als een hond. Na het eten drink je nog twee biertjes met de maten. En dan ga je onder de douche en ploft in bed. Het is half tien en morgen gaat de wekker om vijf uur, De Korro gaat de morgen daarop terug naar kantoor. Maar hij heeft voor iemand gezorgd die de compressor kan bedienen; ouwe Aaldert ”Eenoor” Kuiper is vanmorgen vroeg door een andere ploeg, die aan de overkant van de Westerschelde werkt, bij ons afgezet. Hij kan zo nog iets bijverdienen naast zijn AOW en heeft nog met je vader in de mast gewerkt. En hij kan ook mooi voor de koffie en de vreterij bij de schaft zorgen. Maar je weet dat je nooit `s avonds met hem in het hotel moet gaan kaarten, omdat hij je anders zo kaal plukt dat je voor niks kunt werken. ”Hoe is `t met je va?” ”Hij wordt elke dag knapper, maar zo mooi als jij wordt hij nooit.” ”Die va van jou heb ik eens vier kerels tegelijk in een kroeg zo op hun donder zien geven dat ze jankend om genade lagen te smeken. Heb ik jou nog nooit zien doen. Slappe zakken zijn het, die jonkies tegenwoordig. Ik gebruik daar `t mes voor. Sliep ze de pens open dat ze hun derms met hun klauwen in de balg moeten houden.” En hij grijnst zijn tandeloze mond bloot. Bij de mondhoeken druipt bruin tabakssap langs zijn grijze stoppelbaard. Aaldert mist zijn linkeroor, omdat ratten dit bij hem hebben afgeknaagd toen hij als baby in de wieg lag. Je weet dat dit geen grootspraak is. Want hij heeft in `56 twee man naar de andere wereld geholpen en daar 12 jaar voor opgeknapt. Deugde nergens anders voor dan de mast, zoals ook  twee van zijn zoons. Die hadden echter de fatale gewoonte om te zuipen tijdens het werk en zijn beide verongelukt. Volgens de Korro ruimde dat mooi op, maar ouwe Aaldert vertikte het om uit de mast te vallen. Tenslotte heeft de Korro hem op zijn vijftigste tot aan zijn AOW maar klusjesman van het bedrijf gemaakt. En af en toe springt hij bij drukte nog eens bij.

”Weet je nog hoe die compressor werkt?”, vraag ik. ”Jahaa snotaap. Daar werkte ik al mee toen jij nog in je bedje aan je lulletje lag te trekken.” ”Goed, maar de Korro heeft mij gezegd jou in de gaten te houden. Laat die dieseltank niet leeg draaien en hou het zandpeil in de gaten, ouwe Barzelai, Anders schop ik je het hele weiland door. Heurie? En ik heb de nieuwe jongens al gewaarschuwd niet met jou te gaan eenentwintigen om geld.” ”Met jou kan ik mijn lol wel weer op.” ”Kun je van op aan. Allo, opstarten dat ding.”

Zo rijgen de dagen van de verstrijkende werkweek zich aaneen. Jij bent nu eigenlijk de ploegbaas, maar je laat dat niet merken en de enigen die je in de gaten moet houden zijn die ouwe smiecht van een Aaldert en de onervaren Zepie. Op donderdag wordt onweer in de middag en avond verwacht. Dus beginnen wij in overleg met de rest een uur eerder. Dat is maar goed ook, want om vier uur `s middags barst een waar noodweer los. Niettemin blijven wij op schema. En de vrijdag daarop is het drukkende zomerweer omgeslagen en is het aangenaam koel geworden. Het regent in de ochtend, zodat er niet geverfd kan worden. Maar je houdt de ploeg aan het werk met stralen. En in de middag, als het droog is, worden de laatste twee masten voor deze week in de verf gezet. Omdat het nogal waait, windkracht vier of zo, schavielen ze nu een beetje, wat Zepie de stuipen bezorgt. Maar hij laat niks merken en werkt stug met ons mee. Jij hoort het gefluit van de wind door de draden; een typisch geluid dat echt bij jouw werk hoort en wat je vrolijk maakt. Zodra die draden gaan huilen, is het windkracht zes en moet je de mast uit. Maar dat gaat nu niet gebeuren. Dit is een goedaardig zomerbriesje. Om vijf uur zijn we klaar.

Er wordt geloot wie er moeten rijden. En ouwe Aaldert en jij zijn de pineut. De rest kan dus aan het bier. Om half zeven `s avonds karren wij af naar huis. De files zijn dan wel zo’n beetje weg. Ik neem de bus en Aaldert de vrachtwagen. Onderweg vallen je vermoeide maten een voor een in slaap. Zepie zit naast jou te snurken. Om kwart over tien zet je hem als laatste af in Hoogeveen. Je moet hem eerst wel wakker porren. ”Kom je aankomende maandag weer?” ”Ja.”, is het korte antwoord.  Zepie is geen kletskous. ”Goed zo. We zien je graag terug.” Kwart voor elf `s avonds. Je hebt de bus dit weekend in bewaring en je parkeert hem achter je eigen auto, een rode Opel Ascona, in de straat waar je woont. Er brandt nog licht. Lydia heeft op je gewacht. Je hoeft niet te bellen, want ze heeft je al aan zien komen en de bus herkend. Ze doet de deur voor je open en vliegt om je nek. We kussen en gaan naar boven. Uitslapen de volgende ochtend zal wel niet kunnen, want Remmelt en Martin weten dat pappa dan weer terug is. En het eerste uurtje in bed komt er van slapen ook niks. Who do you love.

Voor de mast; tussen 1982 en 1990. Achteraf bezien de beste en gelukkigste tijd van mijn leven. Maar nadat Marinus twee jaar later voor mijn ogen zijn dood tegemoet viel, er toch maar mee opgehouden.

 

Door:
“Taljaard”
(voor www.ejbron.wordpress.com)

Over E.J. Bron

www.ejbron.wordpress.com
Dit bericht werd geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink .

31 reacties op LONGREAD: Voor de mast

  1. theresageissler zegt:

    Fijn verhaal, Taljaard! De sfeer daar onder mekaar lijkt me óók goed geweest te zijn: Góeie mannen, best team; van de baas tot de allernieuwste nieuwkomer!
    Alleen bij het afscheid van die kleine Remmelt heb ik, ongelogen, zitten huilen en terwijl ik dit intik,doe ik het, net zo ongelogen, wéér: “Dag Pappa…..”

    Like

  2. Trucker zegt:

    Sterk… sterk stuk Taljaard.
    Ik peins zo maar eens dat je ook een goed kroniekschrijver zou zijn.
    Brede grijns (want) een een kus van de juffrouw en een bank voorruit 😉
    Schrijf nog maar eens zo iets vind ik prachtig

    Like

  3. Wachteres zegt:

    Ik vond je beschrijvingen van je werkzaamheden in een vorig artikel al heel boeiend,@Taljaard.

    Goed dat je die nogmaals hebt uitgewerkt.

    Like

  4. Tistochwat zegt:

    Drie masten per dag! Wat een klus.

    Zou een mooi baantje zijn voor o.a. Juncker, Timmermans en Rutte, om maar eens een paar namen te noemen, leren ze ook eens wat werken is.
    Ik wed dat het hun al dun door de broek loopt als ze uit een diep bord moeten eten.

    Geliked door 1 persoon

    • E.J. Bron zegt:

      Echter op één voorwaarde: ZONDER VEILIGHEIDSLIJN!!! 😆

      Geliked door 5 people

      • BigLJohn zegt:

        Van het gilde lenen we een paar kruisbogen. Daarmee schieten we die joekels naar beneden als ze niet allemaal uit zichzelf naar beneden vallen.

        Like

      • I.K. Bennurklaarmee zegt:

        Die moet om hun nek anders zijn te snel dood, toch?

        Like

    • Taljaard zegt:

      @Tistochwat
      Franske met zijn dikke pens in de mast?
      Die zou halverwege al naar adem happen.
      Dit werk kan enkel maar gedaan worden door kerels met een oersterke lichamelijke conditie en een heel speciale geestesgesteldheid.
      Dat laatste kan zover gaan dat zij eigenlijk nergens anders voor deugen.
      Ik was een beetje een vreemde eend in de bijt, met de bijnaam ”Dominee.”
      Te teerhartig en bedachtzaam en dan deug je eigenlijk niet voor de mast.
      Kon er alleen maar tussen komen omdat mijn vader er ook had gewerkt. En eruit gegaan na het zoveelste afschuwelijke ongeluk dat ik zag gebeuren. En dat ditmaal het leven kostte van een heel goede vriend, met wie ik net zo close was als een broer. Overigens daarna mijn bijnaam trouw gebleven en theologie gaan studeren. Temeer omdat mijn verongelukte maat (een Christen met een grote ”C”!) zijn leven ook in dienst van God wilde stellen.
      Oudste zoon, dat lieve kleine jochie, is intussen een rauwdauw van een vent geworden en werkt nu eveneens in de mast. Heb de indruk dat hij er beter tussen past dan ik vroeger.
      Drie generaties, maar dat is de norm.
      Dit werk gaat vaak over van vader op zoon.
      Net als de visserij, de offshore, de sleepboten, de bagger, etc..

      Geliked door 3 people

      • Tistochwat zegt:

        @ Taljaard 5 april 2018 om 21:36

        Franske met zijn dikke pens in de mast?
        Die zou halverwege al naar adem happen.

        Jawel, tuurlijk, maar het geeft toch niet als die zwelgbast na een meter of vijf ter aarde zou storten en een grote vetvlek veroorzaakt?

        Vreselijk dat je je vriend en broeder hebt zien verongelukken. Zo’n hardwerkende man, waarom moest dat nu gebeuren, vraag je je af? Waarom overkomt rampspoed toch zo vaak de ‘goede’ mensen?

        Like

  5. paulzwueste zegt:

    Bravo…!

    Like

  6. BertG. zegt:

    Ik ben ooit nog eens schilder geweest om woningen af te leveren.
    De laatste verf kwastjes dus voor de verkoop of verhuur.
    Wat een tyfus werk is dat, werken met verf.

    Like

    • I.K. Bennurklaarmee zegt:

      Vooral als de verf ergens terecht komt waar ie niet terecht moet komen en als je het dan te laat opmerkt. 😦
      En dan heb je niet eens gereinigd/ontvet en geschuurd op die plek; maar wel hechten.

      Like

      • BertG. zegt:

        Je bent schilder of niet.
        Ik heb een spoed cursus gehad van me oom, die meester schilder was.
        Ook iets wat niet meer bestaat tegenwoordig.

        Like

      • Wachteres zegt:

        Goed dat ik het weet! @Tistochwat, hebben we weer iemand die we kunnen opjutten..

        Nu niet om de tuin te doen, maar om het huis te komen schilderen. 😛

        Geliked door 1 persoon

      • BertG. zegt:

        Nee, bedankt zeg.
        Jullie hebben vieze koffie, moet ik zeker mijn eigen thermosfles met koffie meenemen.

        Geliked door 1 persoon

      • Wachteres zegt:

        Nou, maar Tistochwat deett glaasjes ranja uit.

        Like

      • Tistochwat zegt:

        @ Wachteres 6 april 2018 om 12:04

        Ik zie het al voor me Harry en BertG. samen aan het werk in onze tuinen. Op zondag, terwijl de ‘zwarte refo’s’ met bedrukte gezichten langslopen.

        @ BertG. 6 april 2018 om 12:25

        Bij mij krijgen jullie geen koffie maar heerlijke (sterk verdunde, anders wordt het te duur) ranja met een theebiscuitje.

        Like

    • Statler & Waldorf zegt:

      De makelaarskwast.

      Like

    • BertG. zegt:

      “En dan heb je niet eens gereinigd/ontvet en geschuurd op die plek; maar wel hechten.”

      Ik heb niet het idee dat jij enig idee heb waar schilders mee bezig zijn.

      Like

    • Statler & Waldorf zegt:

      @BertG.

      Dan noemt men zo.
      Een makelaarskwast.

      Like

  7. guusvelraeds zegt:

    Volgens deze bijdrage van de VRT werken ook vluchtelingen in de montage hoogbouw. Bijna te mooi om waar te zijn. Maar wil niet meteen zeggen dat deze uitzending nep nieuws is. Zoals
    vaak zal men aan cherry picking gedaan hebben om deze rapportage te maken voor het grote publiek. Dat is de macht van de media. Het goede nieuws vaak genoeg laten voorbij gaan totdat men geloofd.

    Like

  8. I.K. Bennurklaarmee zegt:

    Een mooi verhaal van ferme jongens en stoere knapen! 🙂
    Die Zepie noemde het zeker “tjetten” zoals het bij de marine ook wordt genoemd?
    Daar worden heel veel woorden uit het Maleis gebezigd vanwege het grote aandeel “blauwe jongens” onder het personeel.
    Die Javaanse jongens driekwart heb ik ook nog zo’n tien jaar gerookt vanaf begin jaren tachtig; zat aanvankelijk nog in zo’n blauwgrijze papieren verpakking. Héél anders gesausd dan de toen gangbare merken en soorten shag; erg lekker.

    Like

  9. Statler & Waldorf zegt:

    @Taljaard

    Mooi de sfeer beschreven.

    Like

  10. tinekevanschagen zegt:

    @ Taljaard
    Wat een mooi verhaal!
    Het echte leven van emoties, liefde en broederschap.

    Kom daar nog maar eens om anno 2018.
    Ervaringen,die niemand je meer afneemt!

    .

    Like

  11. Sabeltant zegt:

    Damn Taljaard, je kunt er wat van kerel!
    En wát een arbeidsethos! Op zulke kerels kan ons land bouwen, wat zeg ik, ze hebben ons land gebouwd!
    Van die parasieten die ze tegenwoordig binnen laten mag je blij zijn als ze een week halen om op tijd te komen.

    Geliked door 1 persoon

    • Taljaard zegt:

      @Sabeltant
      F 2700/3000 in de vier weken was ook wel een goede motivatie.
      Dat was een managersloon in die jaren.
      Alleen had je nauwelijks tijd om er van te genieten en `s winters was het vaak op een houtje bijten in de WW en de vorstverlet. Ging dan soms een weekje kabeljauwtrekken op een trawler van een oom uit Urk; UK 73 ”Sola Gratia”.
      Marinus in de ijskoude en lange winter van `85 ook een keertje meegenomen.
      Maar dat was geen succes.
      Die werd al zeeziek op het IJsselmeer en bleef dat zes dagen achter elkaar.
      Saartje schrok zich een ongeluk toen ik hem weer thuisbracht want hij zag eruit als de witte dood van Pierlala. En kijven dat ze toen tegen mij deed…
      .
      Tot overmaat van ramp belde de Korro ons die zelfde dag nog.
      Het was droog en helder vriesweer en dan kon er volgens hem wel gestraald worden.
      Meneer had een generator voor bouwlampen, in verband met gebrek aan daglicht, en een warmtekanon voor in de keet geregeld. Konden wij volgens hem mooi stralen. Met een Noord Oosten wind windkracht 5 en zelfs midden op de dag nog 7 graden onder nul.
      Kun je je dat een beetje voorstellen? Dan moet je zelfs je gezicht inpakken want dat is een windchill factor van min 30 boven in de mast. Je tenen vroren je af in die schoenen met stalen neuzen, de werkhandschoenen waren gewoon te dun, de straalpistolen raakten om de haverklap verstopt vanwege bevroren condenswater in de persleidingen en wee je gebeente wanneer je met blote handen aan het staal raakte. Dan raakte je je vel kwijt..
      Dat hebben we dus precies 3,5 uur geprobeerd en toen hebben we de baas gebeld en gezegd dat hij naar de pomp kon lopen, Twee andere ploegen, die hij hier ook mee had opgescheept, hadden hem al eerder gebeld met dezelfde boodschap.
      Marinus kon je opdweilen, Die hebben we naar de dokter gebracht en die heeft hem in de ambulance naar het ziekenhuis laten vervoeren waar hij een week moest blijven om aan te sterken,
      De Woutosaurus leefde toen ook nog en die klaagde alleen maar dat de rit naar de dokter in zijn auto hem benzinegeld kostte.
      Die hebben wij toen geprobeerd een muntje van vijf te laten opvreten.
      Dat lukte niet, maar ik heb buiten nog een beste deuk in de deur van die lamme Citroen CX van hem geschopt. Wij hebben onze vrouwen gebeld om ons op te komen halen, want zo ver van huis waren we niet (Wolvega).

      De volgende dag moesten we allemaal, 47 man sterk, op kantoor komen.
      De Korro, want zo was hij ook wel, bood ons zijn excuses aan.
      De Woutosaurus klaagde over die deuk in zijn deur, waarop de Korro hem zei;
      ”Ze hadden jou in een deuk moeten schoppen!’
      Hierna reed onze ploeg samen de baas naar het ziekenhuis om Marinus op te zoeken.
      Waar Saartje hem dezelfde behandeling gaf die ze mij eergisteren had gegeven.
      Ik kreeg de dag daarop samen met ouwe Aaldert de opdracht om de vrachtwagens, generatoren en de hele zwik door het land heen op te halen en terug te brengen.
      Die ouwe inbreker wilde zowaar nog een generator achterover drukken en stelde mij voor om te delen in de buit, onder het motto; ”`t Giet van de grote hoop” en ”Pik in, `t is winter.” Want zo was hij wel.
      Verkocht hem een vleer met de vlakke hand in zijn smoel en zei verder niets.
      Je hoefde verder ook niks te zeggen, want zo moest je hem gewoon aanpakken.
      En hij haalde het wel uit zijn hoofd om mij aan te vallen.
      Nog het meest omdat hij het in zijn broek deed voor mijn vader.
      Verhalen, verhalen…….

      Geliked door 2 people

      • Wachteres zegt:

        Onze zoon is als 16-jarige – we woonden toen in Emmeloord – in zijn vakantie eens mee geweest met een Urker vissersboot.

        Hij vond het geweldig, werkte keihard mee – vier uur op, vier uur af. Hij zou ook loon krijgen, net als de anderen.

        Helaas moest het personeel onverwacht – om de een of andere reden – met het vliegtuig van Denemarken naar Schiphol vliegen.

        Zoonlief kon naar zijn loon fluiten, want ‘het vliegtuig was al duur genoeg geweest’.

        Veel trok hij zich er niet van aan, want ‘hij had een leuke en leerzame tijd gehad’ met ‘savonds felle godsdienstige discussies en natuurlijk stoer meedrinken met de mannen.

        Geliked door 2 people

      • Taljaard zegt:

        @Wachteres
        Dan hebben ze je zoon benaffeld.
        De rest moest toch ook terug?
        En die kregen wel loon?
        Terwijl die jongen gewoon heeft mee gewerkt?
        Smoesjes!
        Had dat niet gepikt als ik zijn vader zou zijn geweest en was eens even met die kerels gaan praten. De volle mep hoeft niet voor zo’n snotaap, maar 50% van wat de anderen hebben gekregen voor die trek is toch op zijn minst redelijk.

        Like

  12. Republikein zegt:

    Ruig leven, heel mooi.

    Like

  13. Nemesis zegt:

    Prachtig mooi verhaal Tjaljaard, zoiets doet je echt wat. Ik kan me er ook iets onder voorstellen. Nadat bij een onwaarschijnlijk erg onweer tweevan die reusachtige masten door blikseminslag waren omgegaan. Ik woonde toen op de boerderij en de masten lagen daar op het land midden tussen de koeien en jongvee. Het was 3 uur ’s middags en het regende alsoef we een heftige moesson hadden. Ik heb doodsangsten uitgestaan. Onze veldweg leek wel een wilde rivier. Maar ik moest toch naar het dorp rijden om de electriciteits maatschapij te bellen ergens in een winkel. Bij ons deed het niks meer, de bovengrondse telefoondraden laagen er ook af en mobiele telefoons bestonden toen nog niet. De reparatieploeg kwam de andere dag toen het weer beter was en ik heb die mannen aan het werk gezien. Ik krijg er nu nog kippenvel van. De masten moesten niet alleen opnieuw geplaatst, maar ook gestraald en geverfd en dan moesten al die hoogspanningsleidingen er weer aan. Waanzin. Ik heb respect voor die moedige kerels. Ik zal dit nooit vergeten en hoop het ook nooit mee mee te maken. Ik krijg al de zenuwen als ze met die windmolens bezig zijn daar boven. En we hebben ook moeten zien dat die daar in brand vlogen en die twee mannen niet gered konden worden. Daar hebben we hier op straat met de buren samen staan bidden en huilen.

    Geliked door 2 people

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s