Het was geen Kroonjaar…

Screenshot_88

(Door: Theresa Geissler)

Over de herdenking van de moord op Pim Fortuyn, zondag 6 mei 2018.

16 jaar waren er zondag 6 mei j.l. verstreken sinds de moord op Pim Fortuyn. Dat dit geen ‘Kroonjaar’ is, zoals het vorige jaar geweest was, daarvan zal eenieder zich uiteraard terdege bewust geweest zijn: Kroonjaren zijn deelbaar door vijf, of het nu een simpele verjaardag betreft, een herdenkingsdag van het einde van een vijfjarige bezetting of een herdenkingsdag van de lafhartige moord op een succesvol politicus, die op het punt stond een gooi te doen naar het premierschap, zodat, tegelijkertijd met die moord, ook de democratie een niet mis te verstane genadeslag kreeg toegediend. Alle drie de voorbeelden hebben met elkaar gemeen dat de GEBEURTENIS die wordt herdacht een voldongen feit blijft, ongeacht of het aantal jaren dat inmiddels verstreken is door vijf gedeeld kan worden of niet. Wat dan ook de reden is dat er altijd wel enigermáte wordt herdacht, zij het dan vier van elke vijf jaar in een meer bescheiden vorm.

Of dat een geldige aanleiding is om zo’n bescheidener opgezette herdenking dan maar te laten schieten….Strikt genomen niet, vind ik persoonlijk. Maar dat daar heel verschillend over wordt gedacht, illustreerde het verloop van deze manifestatie, afgelopen zondagmiddag….

Het programma, dat maandag 30 april op de site van E. J. Bron werd gepubliceerd, liet al geen twijfel bestaan over de grote verschillen met het voorgaande jaar: het enige punt van overeenkomst was de herdenkingsbustocht, waar de stichtingen Vrienden van Pim Fortuyn’ en ‘Beeld van Pim’ ieder jaar onverkort aan vasthouden -maar waar ikzelf tot nog toe niet aan deelgenomen heb. De officiële aankomst op de Pim Fortuyn Plaats, en daarmee het begin van de officiële herdenking aldaar, was nu echter op 17.50 uur vastgesteld in plaats van op 16.15 uur, zoals vorig jaar het geval was geweest. Er zouden sprekers zijn, maar geen sprekers van náám, en van de uitreiking van de ‘Pim Fortuynprijs’ was deze keer geen sprake – dat bleek duidelijk te worden gereserveerd voor een ‘Kroonjaar.’ Evenals tussendoor een optreden als dat van Lee Towers in 2017 trouwens. Maar nogmaals: als je in de herdenking op zichzelf gelóóft, doet dat, naar mijn bescheiden mening, allemaal niet ter zake. Ik toog dus met de trein van 13.44 uur naar Rotterdam, weliswaar zo mogelijk nog slechter bij kas dan vorig jaar het geval was geweest, maar evenals tóen te hulp geschoten door mijn onvergelijkbaar goede vriend Gerard, die garant stond voor het treintarief onder het eenvoudige motto: “Ik wil dat je dit kúnt doen.”

Ik had me vaag voorgenomen om op eigen gelegenheid over het Weena naar het G. W. Burgerplein te lopen, daar de komst van de bus af te wachten en me aan te sluiten bij de daar aan te vangen “stille tocht” naar de Pim Fortuyn Plaats die men gepland had. Toen ik echter, op weg daarheen, op een groep herdenkinggangers stuitte (waaronder min of meer bekenden), die reeds op eigen initiatief naar deze bestemming op weg waren, besloot ik toch maar op mijn schreden terug te keren teneinde hen te vergezellen: de temperatuur was intussen in zo’n ijltempo gestegen, dat het vooruitzicht om min of meer op goed geluk nog geruime tijd op de komst van een bus te moeten wachten in een typische woonomgeving, zonder horecaterras om er even bij te gaan zitten, ineens een minder goed idee leek: dan kon je je kompas maar beter richten naar een groep, waarvan tenminste vaststond dat die hetzelfde doel voor ogen had als jij…

En dat dit punt van overweging voor anderen even sterk, of nóg sterker, gold als voor mij bleek even later: onder deze groep herdenkinggangers bevond zich Tom, inmiddels een zeer bekend gezicht bij patriottische manifestaties, eenvoudigweg, omdat hij zich met ijzeren regelmaat overal laat zien. Tegelijkertijd kampt hij echter ook met een aanzienlijk probleem: welke medische oorzaak erachter zit, zou ik niet weten, maar het feit ligt er dat hij bij dergelijke gelegenheden al meerdere malen op straat in elkaar is gezakt – één keer, kon ik me in ieder geval herinneren, eind 2015 of begin 2016 bij een “lopende” Pegida NL-demonstratie, zodat hij uit de optocht getrokken had moeten worden, al had ik bij die gelegenheid (het aantal deelnemers aan Pegida NL was op dat moment aanmerkelijk groter dan het inmiddels is) te ver bij hem vandaan gelopen om dat echt mee te krijgen. Dat was nu anders. Op de straathoek, waar het Weena weer langzamerhand overging in het Stationsplein, gebeurde het wederom, van het ene moment op het andere! Op het oog – ik ben verder natuurlijk een volslagen leek op dat gebied – leek het geen epileptische aanval; eerder een toestand van meer algemene bewusteloosheid. Iemand uit de groep had een megafoon bij zich, waarmee in eerste instantie om politie/ambulance geroepen werd, die op dat drukke punt gelukkig ook relatief snel ter plekke waren. Nét wist men Tom’s persoonsgegevens uit zijn zakken op te duiken, toen hij uit zichzelf weer bij zijn positieven kwam en, ondanks enig lichtelijk aandringen van verschillende kanten, opname in de ambulance weigerde, rustig maar beslist. Hij krabbelde weer overeind en zou nadien de wandeling voortzetten en het doel bereiken, misschien een beetje wazig, maar tóch.

Aangezien hij, als door een wonder, niet ongelukkig genoeg terechtgekomen was om zich te verwonden, en waarschijnlijk in overweging nemend dat hij niet alléén liep, schikten politie en ambulancepersoneel zich. Een ambulancebroeder vroeg onverwacht specifiek aan mij: “Kent U hem?”, waarop ik, enigszins verbaasd, antwoordde: “Nou…já. Min of meer. Van verschillende demonstraties.” “Dan houdt U het verder wel een beetje in de gaten, hè?” “Natuurlijk wil ik dat doen”, reageerde ik, nog steeds verwonderd dat dit uitgerekend aan mij werd gevraagd, terwijl ikzelf niet optimaal ter been ben, wat langzamerhand wel in het oog móest lopen, vermoeid als ik intussen was van het lange wandelen in de toenemende hitte. (Direct daarop zou de ambulancebroeder trouwens uitleggen dat hij het voor hem enig zichtbare aanknopingspunt had gehanteerd, namelijk dat Tom en ik een in een vergelijkbare tint rood gekleurd haar hadden, waardoor hij verwantschap of iets van dien aard had vermoed.) Hoe het ook zij, de ‘patiënt’ liep hoe dan ook niet alléén, zodat men hem niet tot opname kon dwingen zonder dat het onder de noemer “wederrechtelijke vrijheidsberoving” kon komen te vallen. Of het in zijn geval wel verantwoord was om aan dit soort manifestaties deel te nemen, daarover kon worden getwist, maar iedereen wist nu eenmaal dat hij dat desondanks, eigenzinnig, tot nu toe steeds was blijven dóen.

Het hele oponthoud had zo’n 20 minuten in beslag genomen, maar het tijdsbestek was ruim genoeg, dus alla. Bij aankomst op de Pim Fortuyn Plaats bleek de organisatie toch ook nog steeds niet aanwezig. Ik begon al gauw uit te kijken of ik ergens een wat minder vaag dan vage bekende kon ontdekken en wel om een zéér concrete reden: ik had inmiddels gemerkt dat de pen, die ik had meegenomen voor het maken van wat aantekeningen, niet goed schreef en om iemand aan te spreken met de vraag of hij er misschien even één te leen had, moet je elkaar toch minstens enkele keren gezien en gesproken hebben, althans, dat vind ík dan. Marcel Vink had ik wel gezien, maar hij werd dusdanig door diverse mensen in beslag genomen dat ik daar niet met goed fatsoen tussen durfde te komen voor het stellen van zo’n banale vraag. Gelukkig ontwaarde ik bijtijds mede-patriotte Yvette, die bereid én in staat bleek het probleem op te lossen.

Voorts deed ik een poging om in te schatten hoeveel aanwezigen hier nu uiteindelijk acte de présence hadden gegeven. Dat viel – men heeft het uit bovenstaande inleiding waarschijnlijk al kunnen opmaken – bepaald niet mee, in vergelijking met het ‘Kroonjaar’ daarvóór: bij zo’n 150 á een krappe 200 hield het echt op, een afknapper na de 500 á 1000 van 2017. Maar ja, zoals dan ook eveneens reeds vermeld: géén prijsuitreiking, geen aanwezige, bekende politici, géén prominente sprekers. Jennifer Vetter van de “Vrienden van Pim Fortuyn” was aanwezig, maar nu alweer meer dan een jaar aan een rolstoel gekluisterd, zodat zij niet in staat was de trap naar het bordes van het “Schielands Huis” te betreden. De mensen die op dit bordes het woord kregen, waren op de één of andere manier wel verbonden aan de “Vrienden van Pim Fortuyn”, maar verder niet professioneel en ongeoefend in het spreken-in- het-openbaar. En daardoor over het algemeen – op één uitzondering na – niet al te best te volgen, wat nog verergerd werd door het feit dat de microfoon doorlopend kuren vertoonde, die blijkbaar niet afdoende konden worden opgelost.

Máár – en dát wens ik hier even te benadrukken: geen woord van kritiek heb ik daarover, ter plekke noch daarna, kunnen opvangen, laat staan de mening van deze of gene dat deze mensen het recht om in het openbaar te spreken niet zou moeten worden gegeven: algemeen was integendeel het oordeel voelbaar dat zij dit recht gewoon hádden, dat het van moed van hun kant getuigde, het tenminste te willen probéren, en dat zij daarvoor dan ook de gepaste waardering en aandacht ontvíngen, al was het maar, omdat dít hun manier was om eer te willen betonen aan Pim. Hoe slecht het nu en dan ook te verstaan was, men nam dat doodgewoon voor lief en zoals gezegd: ook achteraf viel daarover geen woord van discussie te vernemen! Zij kregen de aandacht en de bijval die zij vanwege hun inténtie dubbel en dwars verdienden, niet meer of minder.

Tussen twee sprekers door werden de aanwezigen dan weer per megafoon naar de overzijde van het plein geroepen, naar het Beeld van Pim, om daar de twee minuten stilte-ter-nagedachtenis in acht te nemen, waarna de aandacht andermaal naar het Schielands Huis werd gedirigeerd, teneinde de resterende drie sprekers het woord te geven ( en dat was, moet ik toegeven, wél een tamelijk ongelukkige aanpak; het maakte het geheel bepaald rommelig). Zodra iedereen aan de beurt was gekomen, was de plechtigheid wel zo ongeveer ten einde.

Het was hierop de vraag hoe deze middag passend en vooral niet “als een nachtkaars gedoofd” af te sluiten. Aangezien Edwin Wagensveld met enige nog-Pegia NL-mensen wel was gesignaleerd, sloten enige ex-Pegida’s, waaronder Yvette, Peggy Capelle plus partner, de Patriottische tweelingbroers, ikzelf en nog enkelen, ons strategisch aanéén, letten er op, welke kant zij uitgingen en sloegen daarop een íets andere weg in, op zoek naar een kroeg die niet propvol zou zitten. Die werd redelijk gauw gevonden, waarna er, goedgeluimd, nog wat werd nagepraat onder het genot van een drankje. Ik liet het er trouwens letterlijk bij één, omdat ik me had voorgenomen om de trein van 19.50 uur te halen, met het oog op de pittige reistijd die ik nog te gaan had, maar aan het principe van “waardige afsluiting” was daarmee tenminste voldaan: wat dat betreft, kon ik tevreden zijn.

Tja….Geen Kroonjaar. En dat was te merken geweest. De bescheidener opzet was doodgewoon te verwachten, de pijnlijk lagere opkomst, daarentegen…. Dat zelfs de patriottisch ingestelde Nederlander, met zijn warme gevoelens voor het gedachtegoed van Fortuyn, zijn woede over de moord op hem en zijn zorgen over de toekomst van Nederland kennelijk tóch maar al te vaak het begrip “kroonjaar” met de bijbehorende toeters en bellen, de aanwezigheid van bekende namen en wat dies meer zij nodig heeft om zich ertoe te brengen deze herdenking metterdaad bij te wonen… het is en blijft een wat ontluisterende ervaring… Natuurlijk kan daarnaast worden vastgesteld dat de ca. 200 belangstellenden, die deze middag wél waren gekomen, de harde kern van het patriottisme vormen, de mensen met de juiste inslag, die de ernst van de situatie herkénnen.

Ze bestáán dus. Maar helaas zijn het er vooralsnog te weinig.

Door:
Theresa Geissler
(voor www.ejbron.wordpress.com)

Over E.J. Bron

www.ejbron.wordpress.com
Dit bericht werd geplaatst in Pim Fortuyn. Bookmark de permalink .

4 reacties op Het was geen Kroonjaar…

  1. Trucker zegt:

    Niet wegcijferen dat dit een man was die gehaat werd door zowat alles wat toen in de politiek huisde en waar de mainstream nu (net als toen) aan het handje loopt van de heersende overheid
    Vandaag de dag voelt de mainstream niet de minste behoefte om Pim Fortuyn in de kijker te zetten door de herdenking aan te kondigen zie alleen maar welke behandeling de PVV en Baudet’s partij “krijgen”.
    Het is en blijft rechts en dat is een richting die de nakomelingen van het verfoeilijke mei’68 zooitje niet willen volgen.
    Herdenkingen die niet (breed) uitgebazuind worden door de media sterven vaak een vroegtijdige dood, de Zombies worden al helemaal niet geprikkeld en zij die het willen bijwonen verliezen soms de motivatie om het te volgen want “het zet geen zoden aan de dijk”.
    Knappe prestatie van hun die er willen bij zijn, sommigen (zelfs) niet zonder fysiek ongemak en een goed geschreven (persoonlijke) visie op dit gebeuren.

    Liked by 1 persoon

  2. paulzwueste zegt:

    Theresa.
    Jij bent tenminste een hele trouwe vriend!

    Liked by 1 persoon

  3. Republikein zegt:

    Joh, maakt het uit.
    Spoorloos was weer weergaloos, de Libris hi hi prijs van het goedmenselijke wereldje gaat naar….
    Uniek geluid uit de wereld van Turkse migranten

    Wees Onzichtbaar
    Murat Isik (1977)
    Ambo Anthos

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s