Zij die herdenken om te deugen, veranderen in genadeloze beulen als ze weer de kans krijgen

Screenshot_90

Links van het midden de moeder van Ernst Lissauer.

(Door: Ernst Lissauer)

Het is cynisch en bitter, maar als je de politiek internationaal volgt is het iedere dag 4 mei

Waar het precies ophield of waar het inzicht begon dat er iets niet klopte, kan ik niet meer nagaan. Toch hield ik vast aan de datum 4 mei en om 20:00 uur de Holocaust te herdenken, want dat had ik zo geleerd van mijn ouders. Nu heb ik die slechts zestien jaar gekend, omdat de één na de ander ten gevolge van de Tweede Wereldoorlog kort na elkaar overleden, maar in die korte tijd hebben ze kans gezien een heel levenspakket er bij ons – de kinderen – in te stampen. Daar was 4 mei een onlosmakelijk element in. Op die dag kregen we soms warrige flarden over het verzetsleven van onze moeder te horen. Mijn vader heeft er bij mijn weten nooit één woord over gerept. Uit de dossiers van de Stichting 40-45. die ik jaren na hun overlijden in bezit kreeg en die ik als leidraad gebruikte voor een radiodocumentaire, bleek mij dat mijn vader een erg ‘voorzichtige’ jongeman moet zijn geweest. Mijn moeder was ronduit roekeloos. Bij haar waren de sporen dan ook duidelijk te merken. Haar nachtmerries lieten het huis niet onberoerd en overvliegende lijndiensten of de door de geluidsbarrière brekende straaljagers vormden in die dagen een probleem. Het maandelijkse luchtalarm was ook al geen feest. De bikinimode in die dagen was aan mijn moeder niet besteed. Haar buik was het rangeerterrein van de nazi-chirurgen.

Lees verder>>>
Post online
(h/t “Piet Snot”)

Over E.J. Bron

www.ejbron.wordpress.com
Dit bericht werd geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink .

3 reacties op Zij die herdenken om te deugen, veranderen in genadeloze beulen als ze weer de kans krijgen

  1. Jules Vismale zegt:

    Helaas waren talloze gewone burgers en militairen in Duitsland en daarbuiten tijdens WO II in wrede beulen veranderd als ze daar de kans voor kregen! Lange tijd werd er gedacht dat alleen de SS, SD en de Gestapo misdadige organisaties waren en de Wehrmacht volkomen onschuldig hieraan. Dit artikel wijst echter dan in de periode 1945-1995 deze leugen lange tijd in de doofpot werd gehouden om uiteindelijk hieruit te worden gehaald:

    ‘De Wehrmacht was net zo schuldig als de SS’

    In Ondankbaar België reconstrueert historicus Dimitri Roden de Duitse repressie van verzetslui in België tijdens WO II. ‘De Duitse militaire gouverneur Alexander von Falkenhausen beweerde na de oorlog dat hij de levens van veel Belgen gered had. Dat klopt, alleen was dat niet uit medelijden, maar om zijn eigen hachje te redden.’

    74 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog presenteert historicus en Breendonk-conservator Dimitri Roden in zijn boek Ondankbaar België nieuwe inzichten over de veroordelingen van politieke gevangenen. ‘Dat “nieuwe” lijkt verrassend’, zegt hij, ‘maar is het niet als je weet dat onderzoek naar het gedrag van Duitse militairen tijdens WO II lange tijd vooral een Duitse aangelegenheid was. Daardoor bleven veel feiten onderbelicht.
    Want in het naoorlogse Duitsland leefde de overtuiging dat vooral de nazi’s van de SS, SD en de Gestapo zich misdragen hadden. “Onze militairen van de Wehrmacht daarentegen hielden zich aan het internationaal recht.” De Duitsers raakten daarmee weg omdat net op dat moment de koude oorlog uitbrak. De geallieerden konden de expertise van figuren zoals een Wernher von Braun goed gebruiken. Daarom waren ze zeer tegemoetkomend in het bepalen van wie een oorlogsmisdadiger was en wie nog ‘bruikbaar’ was.
    Als ze veel strenger waren geweest, had zo goed als geen Duitser aan hun kant kunnen gaan staan. Natuurlijk ontsprongen de echte grote oorlogsmisdadigers (Hitler, Himmler, Goebbels en Bormann) de dans niet. Maar tot de jaren tachtig bleef het adagium overeind dat de militairen van het Duitse leger niet waren zoals die wreedaards van de SS.
    De van stad naar stad reizende tentoonstelling “Vernietigingsoorlog: misdaden van de Wehrmacht 1941-1945” maakte daar voorgoed een eind aan. Ze toonde foto’s van soldaten van de “saubere” Wehrmacht die zich aan het Oostfront te buiten gingen aan gruwelijke oorlogsmisdaden. Er ging toen een schokgolf door de Duitse samenleving en sindsdien brengen historici aan het licht dat Hitlers Wehrmacht net zo schuldig was als de rest.’

    Zo ook in bezet België.

    Dimitri Roden: Precies. Tijdens de oorlogsjaren was de situatie in bezet Frankrijk vergelijkbaar met de Belgische. Ook daar werd het grondgebied 4 jaar lang bestuurd door militairen, al moesten de Fransen in 1942 wel een SS-generaal dulden die de ordehandhaving naar zich toetrok. Maar het veiligheidsbeleid was zowel in Noord-Frankrijk als in België in handen van militairen van de Wehrmacht die hun eigen verordeningen en wetten uitvaardigden.
    Belgische overtreders werden door de politiediensten van de bezetter opgespoord. Een aantal gearresteerden werden zonder vonnis naar een concentratiekamp gestuurd; anderen stonden in bezet gebied terecht voor een Duitse militaire rechtbank. Tijdens de bezetting kwamen naar schatting enkele tienduizenden burgers in aanraking met het Duitse krijgsgerecht. Minstens 900 van hen werden ter dood veroordeeld en geëxecuteerd.

    Na de oorlog beschreven vooral advocaten de geschiedenis van het Duitse krijgsgerecht in bezet België. Zij hadden zelf landgenoten voor een krijgsraad verdedigd. Zo brachten de Luikse strafpleiters Cassian Lohest en Gaston Kreit in 1945 een boek uit over de strafzaken die zij hadden gepleit. Een paar jaar later zette ook de Brusselse advocaat Frédéric Eickhoff zijn ervaringen op papier. Maar getuigenissen van veroordeelden waren veel zeldzamer. Vermoedelijk is dat ook de reden waarom collega-historici er jarenlang bijzonder weinig oog voor hadden.
    Sommigen onderzochten wel aspecten van de Duitse veiligheidspolitiek in ons land, maar nooit vanuit de invalshoek van het Duitse krijgsgerecht. De eerste studie over de vervolging van verzetsfeiten die gebruik maakt van primaire bronnen, dateert pas van 2004. Historica Tamara Altman voerde toen haar onderzoek aan de hand van vonnissen die bewaard zijn gebleven in de Duitse opsluitingsdossiers van de gevangenis van Sint-Gillis. Maar een overzichtswerk over het Duitse krijgsgerecht in heel bezet België was er niet.

    Met Ondankbaar België wil u dat hiaat wegwerken?

    Roden: Zeker. België is eigenlijk een heel interessant onderwerp omdat wij het enige bezette West-Europese land waren waar de militairen écht vier jaar lang de ordehandhaving in handen hadden. Hier kwam geen SS-generaal langs die de ordehandhaving naar zich toe trok. Adolf Hitler wist niet goed wat hij met ons moest aanvangen. Hij beschouwde ons als een Germaans broedervolk en dubde over onze toekomst: België annexeren of ‘germaniseren’? Hij kon geen beslissing nemen, met als gevolg dat het militaire bestuur gewoon op post bleef. Daardoor is België het land bij uitstek om te onderzoeken of de Wehrmacht in West-Europa altijd wel zo correct handelde als de Duitsers zelf beweerden. Ook Alexander von Falkenhausen, de militaire gouverneur die hier verantwoordelijk was voor de ordehandhaving, hield die mythe tot aan zijn dood in 1966 hoog. Zo huwde hij na de oorlog met de Belgische verzetsvrouw Cécile Vent, hoofd van de sector Verviers van het inlichtingennetwerk Tégal. In zijn memoires schreef Von Falkenhausen dat hij de Belgen altijd goed behandeld had.

    Maar wordt het stilaan geen onmogelijk opgave om meer dan 70 jaar na datum nog te onderzoeken hoe de Duitse militairen zich tegenover gearresteerde verzetslui gedroegen? De laatste getuigen zijn aan het verdwijnen.

    Roden: Het is heel spijtig dat die laatste getuigen verdwijnen; binnenkort zullen we hen geen rechtstreekse vragen meer kunnen stellen. Al hebben de voorbije jaren een aantal mensen wel veel moeite gedaan om zoveel mogelijk materiaal te verzamelen. Mijn collega’s van het Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij (CEGESOMA) namen ontzettend veel getuigenissen af en je mag ook de interviews van de legendarische onderzoeksjournalist Maurice De Wilde niet vergeten. Maar voor een historicus die zoals ik in kaart wil brengen hoe de Duitse veiligheidspolitiek in bezet België écht functioneerde, is het grote probleem inderdaad de schaarsheid aan bronnenmateriaal. Veel archieven werden vlak voor de bevrijding vernietigd, of gingen tijdens de geallieerde bombardementen in vlammen op. Gelukkig kon ik de hand leggen op ongeveer 10.000 originele Duitse opsluitingsdossiers die kort na de oorlog door verbindingsofficieren van het Belgisch Commissariaat der Repatriëring uit verschillende strafinrichtingen in Duitsland werden meegebracht.
    Die zogenaamde Personalakten hebben heel lang stof liggen vergaren, terwijl ze een schat aan informatie bevatten, zoals gegevens over de aanhouding en opsluiting van veroordeelden, gemotiveerde vonnissen, aktes van beschuldiging of correspondentie tussen gerechtelijke instanties en de gevangenisdirecties. Die opsluitingsdossiers vormen echt wel een solide basis om de gerechtelijke vervolging in bezet België te bestuderen. Ik kon zo ook het soms ingewikkelde strafuitvoeringssysteem reconstrueren. Dat is in die tijd nooit op papier gezet en evolueerde mee met hoe de oorlog verliep. Tot de zomer van ’41 besliste Alexander von Falkenhausen dat alle veroordeelde politieke gevangenen hun straf in een Belgische gevangenis moesten uitzitten. De Duitse militaire overheid eiste daar een paar vleugels in de gevangenissen van Sint-Gillis, Gent en Brugge voor op. De ‘zware gevallen’ werden uitzonderlijk naar Duitsland gedeporteerd. In oktober 1941 voerde de bezetter de maatregel in dat alle mannelijke en vrouwelijke politieke gevangenen die tot drie jaar of meer veroordeeld waren, hun straf moesten gaan uitzitten in Duitse gevangenissen. Voor straffen onder drie jaar werden de mannen naar Leuven of Merksplas gestuurd en de vrouwen naar Vorst. Hoe slechter het met de oorlog ging en hoe actiever het verzet werd, hoe sneller het Duitse bewind onder leiding van Von Falkenhausen veroordeelden naar Duitsland stuurde.

    Aan de basis van de titel van uw boek, ‘ondankbaar België’, ligt een uitspraak van Alexander von Falkenhausen.

    Roden: Toen Von Falkenhausen in maart 1951 door de Belgische overheid het land werd uitgezet, waren zijn laatste woorden: ‘Ingrata Belgia, non possidebis ossa mea. Ondankbaar België, gij zult mijn beenderen niet bezitten.’ Of vrij vertaald: ‘Ondankbare Belgen, jullie veroordelen mij terwijl net ik jullie uit handen van de SS heb gehouden.’ Daar zit een kern van waarheid in.

    Omdat de SS qua wreedheid onovertroffen was?

    Roden: De SS werkte buitengerechtelijk. Als je als verzetslid door SS’ers gearresteerd werd, betekende dat deportatie naar de concentratiekampen zonder enige vorm van proces. Onder Von Falkenhausen werd van in 1940 de nadruk gelegd op juridische vervolging, wat wil zeggen dat verzetslui voor krijgsraden verschenen. De redenering was dat die processen op termijn het verzet tot bezinning zou brengen. Wat niet wil zeggen dat Von Falkenhausen nooit maatregelen nam die vanuit juridisch standpunt onaanvaardbaar waren, of ver over de schreef gingen.
    Door in te zetten op juridische bestraffing, kon hij wel claimen dat hij binnen het kader van het internationaal recht bleef. Maar de druk vanuit Berlijn om dat pad te verlaten en keihard tegen het verzet op te treden, werd steeds groter.
    Heel bezet West-Europa kreeg draconische maatregelen opgelegd, zoals het deporteren van verdachten zonder hun familie op de hoogte te stellen. Von Falkenhausen ging daar tegenin: ‘Als wij doen wat jullie in Berlijn vragen, maken we het verzet in België veel groter dan het is.’ Om weerstand aan de druk vanuit Berlijn te kunnen blijven bieden, ging hij steeds verder in het zoeken naar manieren om zijn krijgsraden in stand te houden. In de praktijk kwam het erop neer dat de strafrechtspraak zienderogen verstrengde.

    Alexander von Falkenhausen installeerde in België zijn eigen rechtssysteem?

    Roden: Binnen de mate van het mogelijke koos hij inderdaad voor een gerechtelijke aanpak van het verzet, maar natuurlijk kon hij de bevelen vanuit Berlijn niet blijven negeren.Op 7 december 1941 vaardigde Adolf Hitler het beruchte Nacht und Nebel-decreet uit. Dat schreef voor dat de Duitse krijgsraden in bezet gebied nog enkel verzetslui voor zware feiten mochten vervolgen wanneer hun veroordeling en executie binnen de week na hun aanhouding kon plaatsvinden. In alle andere gevallen moesten de gearresteerden in het grootste geheim naar Duitsland overgebracht worden. Daar kwamen ze dan meestal in tuchthuizen of strafkampen terecht waar ze soms in vreselijke omstandigheden ingeschakeld werden in de oorlogsindustrie.
    De familie mocht daar niet over ingelicht worden, zodat het leek alsof de verdachte ‘in nacht en nevel’ verdwenen was. Met die maatregel wou Hitler zowel de bevolking in de bezette gebieden als het verzet de stuipen op het lijf jagen. De uiteindelijke beslissing over de heimelijke deportatie of ‘Abgabe ins Reich’ van een verdachte lag bij de hoogste Gerichtsherr in het ambtsgebied. In België was dat dus generaal von Falkenhausen. Na de oorlog beweerde hij dat hij zich tegen dat vreselijke decreet verzet had. Dat klopt, maar niet omdat hij inzat met het lijden van de gearresteerden. Eerst en vooral wou hij zijn eigen militaire bestuur handhaven. Want hij vreesde dat er hier net als in Nederland een burgerlijk bestuur geïnstalleerd zou worden, met de SS als ordehandhaver. Hij stuurde ondergeschikten naar Berlijn om daar voorzichtig bezwaren te gaan uiten. Zo liet hij via-via weten dat de executieplaats in Beverlo niet geschikt was om er mensen binnen de week te executeren.

    Von Falkenhausen wou geen Belgische mensenlevens redden, maar zijn eigen positie veilig stellen?

    Roden: Ja. Na de oorlog beweerde hij dat hij gehandeld had in het belang van de Belgen, terwijl hij eerst en vooral zijn eigen militaire bestuur wou handhaven. Hij was een real-politiker. Aan de ene kant moest hij het verzet in toom houden en aan de andere kant moest hij Berlijn laten zien dat hij de zaak meester was en op bepaalde momenten keihard kon optreden.
    Wat hij trouwens ook deed. Zo aarzelde hij niet om tussen december 1942 en januari 1943 zestig gijzelaars te laten executeren, om op die manier een aanslagengolf van het verzet halt toe te roepen. Met succes: als gevolg van de harde represailles staakte het verzet zijn aanslagen tegen Duitsers en richtte het zijn pijlen voortaan op Belgische collaborateurs. Volledigheidshalve moet ik eraan toevoegen dat Von Falkenhausen meteen stopte met het executeren van gijzelaars van zodra het geweld tegen Duitse militairen ophield.

    Probeerde hij het Nacht und Nebel-decreet te ondermijnen door zo weing mogelijk gearresteerde verzetslui bij nacht en ontij naar Duitsland te deporteren?

    Roden: Hij deed exact het tegendeel en stuurde zowat iedereen naar Duitsland. Het gevolg was dat hij een vlammende brief uit Berlijn kreeg waarin stond dat dat niet geapprecieerd werd en dat hij dringend werk moest maken van een correcte toepassing van het decreet. Toch bleef hij massaal mensen naar Duitsland sturen. Na de oorlog verklaarde hij dan weer dat hij het aantal Nacht und Nebel-deportaties teruggeschroefd had omdat hij wist dat het lot van de gevangenen in de kampen afschuwelijk was en hij ze zo wou beschermen.
    Maar de cijfers vertellen een ander verhaal: van de 4500 zaken tegen vermeende verzetslui die hem tijdens de oorlog werden voorgelegd, stuurde hij bijna 3000 personen naar Duitsland. Dat is meer dan 85 procent. Het merkwaardige is dat hij zo levens gered heeft, want Duitsland kon die instroom niet aan. Gearresteerden die hier in principe binnen de week terechtgesteld hadden moeten worden, kwamen door Von Falkenhausens beleid in een Duits kamp terecht waar het maanden en zelfs jaren duurde eer ze voor een rechter verschenen.

    Misschien is er begrip mogelijk voor dat beleid van Alexander von Falkenhausen?

    Roden: ‘Begrip’ is in deze kwestie heel moeilijk. Al kan niet ontkend worden dat hij dingen gedaan heeft die een deel van de Belgische bevolking ten goede kwamen. In de periode’40-‘42 stond hij inderdaad op de rem, maar daarna verloor zijn bewind steeds meer controle. Vanaf 1943 is er nog maar weinig goeds over Von Falkenhausen en consorten te vertellen. Willekeurige arrestaties, deporteren zonder proces en executies werden de standaard.
    We moeten ook oppassen dat we het lijden niet minimaliseren van de families van alle mensen die tussen ’40 en ’42 terechtgesteld zijn. In 1943 besefte Alexander von Falkenhausen dat de Duitsers de oorlog gingen verliezen, waarna hij zich concentreerde op de redding van zijn eigen hachje.

    Hij was geen volbloednazi?

    Roden: Nee, hij is echt een intrigerende man. Op indirecte wijze was Von Falkenhausen betrokken bij het verzet tegen Hitler. Niet actief, maar hij had wel contacten met de plegers van de mislukte aanslag van 20 juli 1944 op de Führer. Zijn jongere broer Hans-Joachim werd in 1934 om het leven gebracht door de SS tijdens de fameuze Röhm-Putsch, de Nacht van de Lange Messen. Meteen daarna vluchtte Alexander weg uit Duitsland, naar China.
    Daar werkte hij als militair adviseur van Tsjang Kai-Sjek. Nadat in 1937 de Chinees-Japanse oorlog uitbrak, kwam Von Falkenhausen in een lastig parket te zitten. Het naziregime eiste dat hij meteen ophield met het trainen van de Chinese troepen, want zij trokken ten strijde tegen een mogelijke Duitse bondgenoot, het Japanse keizerrijk. Een jaar later keerde hij terug naar Duitsland en door een speling van het lot werd hij in mei 1940 aangesteld tot Militärbefehlshaber van bezet België. Hij trad zo in de voetsporen van zijn oom Ludwig Freiherr von Falkenhausen, die hier tijdens de Eerste Wereldoorlog gouverneur-generaal was.
    Alexander von Falkenhausen was dus geen diehard nazi, maar eerder een vertegenwoordiger van de Pruisische conservatieve militaire klasse. Hij was een aanhanger van de Pruisische ‘Kriegsnotwendigkeit’. Volgens dat principe had een natie in tijden van oorlog het recht om met alle middelen, zowel wettige als onwettige, haar voortbestaan te verzekeren. Die mentaliteit sijpelde door in alle beslissingen die hij als militaire gouverneur nam.

    Liked by 5 people

  2. Tijl Uylenspiegel zegt:

    Prachtig artikel van Ernst Lissauer.
    Gisteren heb ik echter gekeken naar “Andere Tijden sport” dat handelde over de Joodse bokser en na de oorlog gewaardeerd scheidsrechter Ben Bril.
    In het artikel staat de zin; “Het was sowieso goed geld verdienen want de huisraad van de vaak niet onbemiddelde Joden maar ook het onroerend goed verviel aan de gemeenschap.”
    Dat lijkt in tegenspraak met wat een paar Joden in de documentaire vertelden want daaruit kwam naar voren dat de Joodse wijk louter arme en zeer arme Joden als inwoners had.
    Niks rijkdom maar een dagelijkse strijd om te overleven in krotwoningen die vaak niet eens een riolering hadden.
    (Als het goed is dan wordt deze documentaire vanavond om 23.10 herhaald).
    Bokssport was en is altijd een arbeiderssport ( de Roderickjes uit Wassenaar die keken wel uit !) geweest en het is tekenend dat Amsterdam twee grote en vermaarde Joodse boksscholen had, dat waren dus over het algemeen niet de ‘onbemiddelde Joden’ waar Lissauer het over had.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s