Een Britse vakbondsvoorloper van het Labour-antisemitisme

Screenshot_125

(Door: Dr. Manfred Gerstenfeld – Vertaling: E.J. Bron)

Interview met Ronnie Fraser, directeur van de “Academic Friends of Israel” – een vrijwillige baan – die zich tegen de academische boycot van Israël en antisemitisme op de campus inzet. Zijn doctoraalscriptie concentreerde zich op de houding van de Britse “Trade Union Movement” (TUC, vakbondsbeweging) tegenover Israël gedurende de jaren 1945-1982.

De afgelopen drie jaar hebben vele antisemitische schandalen in de Britse Labour Party aan het licht gebracht. Mijn herhaaldelijke ervaringen met antisemitisme in de University College Union (UCU) in vroegere jaren kunnen als een soort voorloper beschouwd worden voor de haat die nu regelmatig in het openbaar te vinden is.

Na negen jaar opkomen voor Israël binnen de UCU had ik het gevoel dat ik het punt bereikt had waarop er geen weg terug meer is. Ik was een van de weinige pro-Israëlische activisten die er nog waren binnen de UCU en de enige die aan het congres in 2011 deelnam. Het was me langzamerhand duidelijk geworden dat de vakbond institutioneel antisemitisch was. Destijds begrepen dat slechts weinig mensen. Toen ik op de UCU-conferentie sprak, maakt ik uit de reacties van de andere gedelegeerden op dat ik me op vijandig terrein bevond.

Ik sprak met de advocaat Anthony Julius over mijn opties. Hij is bekend om zijn rol bij de verdediging van de Amerikaanse wetenschapster Deborah Lipstadt van 1996 tot 2000 tegen de laster-aanklacht van de Holocaust-ontkenner David Irving. Hij vertelde me dat ik een klacht tegen de UCU zou kunnen indienen op basis van de Equality Act van 2010.

Julius voegde er aan toe dat hij me graag voor de publieke zaak wilde vertegenwoordigen. Hij stelde voor om een verklaring in te dienen dat het gedrag van de UCU voor Joden niet acceptabel zou zijn en de aanklacht in te dienen bij een rechtbank voor arbeidszaken. Dat zou mijn bedenkingen vanwege de kosten uit de weg ruimen, omdat een rechtbank voor arbeidszaken zelden kosten berekent en zo ja, dan alleen maar onder buitengewone omstandigheden.

Het alternatief tegenover het juridisch optreden was om de vakbond de rug toe te keren. Deze weg hadden wellicht andere joodse leden ingeslagen. Ik had er in het verleden eveneens over nagedacht om uit de vakbond te stappen. Maar mijn overtuiging dat men de dingen alleen maar van binnenuit kan veranderen, had gewonnen. Ik nam het genereuze aanbod van Julius dus aan.

Mijn zaak tegen de UCU wegens de beschuldiging van “institutioneel antisemitisme” kwam een jaar later, in november 2012, voor de rechtbank.

In mijn aanklacht stond dat ik een orthodoxe Jood met een sterke verbondenheid met Israël ben en dat de vakbond me gekoeioneerd had door ongewenst gedrag met betrekking tot mijn joodse identiteit – een beschermde karakteristiek – te bedrijven, waarvan het doel en het gevolg mijn waardigheid hadden geschonden en nog steeds schenden en een voor mij intimiderend, vijandig, vernederend en beledigend milieu hadden gecreëerd.

Mijn aanklacht zette uiteen hoe de antizionistische en anti-Joodse activiteiten van de UCU uitdraaien op institutioneel antisemitisme. Ze beschreef ook mijn oppositie tegen het anti-Israëlische gedrag van de vakbond sinds 2002, toen ik de “Academic Friends for Israel” had opgericht. Om mijn aanklacht te ondersteunen, vonden we 34 getuigen, waartoe huidige en voormalige vakbondsleden behoorden, zowel Joden als niet-Joden, academici, antisemitismedeskundigen, vakbondsactivisten, joodse gemeenteleiders en parlementsafgevaardigden. Bovendien dienden we achtduizend ondersteunende documenten als bewijzen in.

Mijn aangiften wezen op de jaarlijkse, uitsluitend tegen Israël gerichte boycotbesluiten, de uitvoering van deze debatten, de pesterijen en het antisemitisme die hadden plaatsgevonden tegenover de activisten op de E-maillijst, de tekortkoming van de UCU om te discussiëren met mensen die bedenkingen naar voren brachten en het falen om zich bezig te houden met de uittredingen van joodse leden uit de vakbond, evenals haar weigering een gesprek te hebben met de speciale vertegenwoordiger antisemitisme van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), dat de UCU de bekende Zuid-Afrikaanse antisemiet Bongani Masuku te gast had en de afwijzing van de “Antisemitisme-arbeidsdefinitie” van de EUMC.

De rechtbank behandelde in november 2012 mijn aanklacht, het proces duurde twintig dagen. Anthony White, de advocaat van de UCU, nam tien dagen lang 29 van mijn 34 getuigen onder vuur. Ik werd door White in totaal tien uur lang over een periode van drie dagen op de korrel genomen, een kwetsende ervaring. Zijn belangrijkste punt, waarmee hij mij met zijn vragen in verband probeerde te brengen, was dat het bij mijn aanklacht niet om mobbing ging, maar om politieke discussie, die onder de academische vrijheid is toegestaan.

Julius, mijn advocaat, kreeg maar drie dagen de tijd om vijf van mijn UCU-getuigen te ondervragen. Op een gegeven moment tijdens mijn kruisverhoor zei ik tegen de rechtbank: deze zaak draait niet om Israël-Palestina. Het gaat om mij. Het gaat om mede-Joden. Wij werden weggejaagd. We werden vernederd. Het was afschuwelijk en onverbiddelijk tegenover ons… Ik moest verder pijn en vernedering verdragen, omdat mijn ouders Holocaustvluchtelingen waren en mijn grootouders als resultaat van de vernietiging van Joden door de nazi´s en als gevolg van antisemitisme stierven.

Dat was mijn manier om te zeggen “Nooit meer”. Ik wil niet dat mijn vier kinderen, mijn negen kleinkinderen moeten ondergaan wat zij ondergingen… Dat is mijn motivatie om alles te blijven verdragen, de manier hoe de vakbond met mij is omgegaan. Ik wil niet dat hen dat overkomt.

De rechtbank zei in haar 45 pagina´s tellende vonnis, dat zij “bijna de hele zaak als bijna geen erkenning verdienend” beschouwt; ze beschreef enkele van de bezwaren als “duidelijk uitzichtloos”, “volkomen ongegrond” en “zonder enige waarde”. De rechtbank beschreef de “enorme omvang” van het twintig dagen durende proces en de 23 mappen met bewijzen als een “droevig verhaal”, dat “duidelijk overdreven en buitensporig” zou zijn en voegde er aan toe dat de UCU niet in de situatie gebracht zou hebben moeten worden om de kosten voor de verdediging te moeten opbrengen.”

De rechtbank beschuldigde mij en mijn advocaat bovendien van een “ontoelaatbare poging een politiek doel met juridische middelen te willen bereiken” en dat “het heel treurig is wanneer dit soort manoeuvres ooit herhaald zouden worden”. Ons werd een “zorgwekkende minachting van pluralisme, tolerantie en vrije meningsuiting” verweten, “principes, die de rechtbanken en strafkamers oplettend beschermen en moeten beschermen”.

De rechtbank wees de destijds in de hele wereld meest verbreide antisemitismedefinitie af, die van de EUMC. Deze definitie is sindsdien door de bijna identieke definitie van de “International Holocaust Remembrance Alliance” (IHRA) vervangen. De laatste werd inmiddels door de Britse regering – maar niet door de UCU – aangenomen voor lokaal gebruik.

Fraser sluit af: Terugkijkend is het vonnis van de rechtbank compleet anders dan de politiek van de actuele Britse regering. Bovendien is nu duidelijk dat de instellingen van de UCU-leiding op veel punten overeenkomt met het gedrag van diegenen die tegenwoordig in de Labour Party aan de macht zijn.

Bron:
https://heplev.wordpress.com
Door: Dr. Manfred Gerstenfeld

Vertaald uit het Duits door:
E.J. Bron
(www.ejbron.wordpress.com)

Over E.J. Bron

www.ejbron.wordpress.com
Dit bericht werd geplaatst in antisemitisme, Barbarisme, belangenverstrengeling, demoniseren, Groot-Brittannië, Hypocrisie, Israël-vijandigheid, Jodenhaat, Justitie, Krankzinnigheid, kwaadaardige opzet, Links fascisme, Marxisme, Rotzakken, Socialisten, tolerantie/intolerantie, verloedering. Bookmark de permalink .

3 reacties op Een Britse vakbondsvoorloper van het Labour-antisemitisme

  1. Jan zegt:

    Waarom socialisten zwakzinnigen zijn

    NBC nieuwsrapport: Heteroseksualiteit is niet levensvatbaar gebleken

    A new report on NBC News by radical feminist Marcie Bianco argues that “heterosexuality is just not working.”

    Women are increasingly opting out of heterosexuality because it is “the bedrock of their global oppression,” NBC News asserted in a bizarre opinion piece this week.

    “Men need heterosexuality to maintain their societal dominance over women,” writes Marcie Bianco for the NBC News website. “Women, on the other hand, are increasingly realizing not only that they don’t need heterosexuality, but that it also is often the bedrock of their global oppression

    Meer van deze zwakzinnige die gesteund wordt door NBC op
    https://www.thegatewaypundit.com/2019/08/the-left-is-insane-nbc-news-report-heterosexuality-is-just-not-working/

    Like

  2. Jan zegt:

    Voorztter van de rechtbank was Roland Freisler?

    Like

  3. Zwakzinnigen aan de macht…… Went nooit!!!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s