LONGREAD: “Vrucht van de boom” (deel 2)

Screenshot_16.png

(Door: “Henk der Niederländer”)

Lees hier deel 1 van “Vrucht van de boom”. Dit deel is wat langer, maar het geeft alleen op deze manier een inzicht in wat Jihad feitelijk inhoudt.

De dood van Mohammed in 632  

Mohammed begon zijn veroveringen met de moord op de 800 Joden van de Banu Quraiziya stam. In 632 stierf hij, volgens sommigen doordat hij werd vergiftigd door Safiyah, een van zijn Joodse vrouwen. Het zou de wraak zijn voor de marteling en onthoofding van haar echtgenoot Kinana, de hoofdman van de Banu Nadir stam.  

Op zijn sterfbed gaf Mohammed volgens zijn biografen drie instructies: alle heidenen van het Arabische schiereiland verwijderen, de buitenlandse delegaties geschenken geven en ze respecteren zoals hij gewoon was geweest. Mohammed had bij zijn leven al een groot gedeelte van de stammen op het Arabische schiereiland verenigd en hij droeg zijn opvolgers op de uitbreiding van het Rijk voort te zetten. Als gevolg van deze instructie verbande de tweede Kalief, Omar, de Joden in 638 en toen hij in 644 stierf waren er in Arabië geen Joden en christenen meer overgebleven.

De rechtgeleide kaliefs tussen 632 en 661 en de machtsstrijd na de dood van Mohammed  

Mohammed werd opgevolgd door de kaliefen. De eerste vier worden door de Soennieten Rasjidoen, ofwel de rechtgeleide kaliefen genoemd. Mohammed’s dood markeerde de eerste machtsstrijd tussen de oorspronkelijke niet-islamitische bekeerlingen in Medina en de latere islamitische Quraish van Mekka. De moslims uit Medina wilden een van hun mensen tot Kalief uitroepen. Hun wensen werden afgewezen door de Mekkanen en Abu Bakr werd Kalief, Mohammed’s schoonvader. Abu Bakr was een algemeen aanvaarde kandidaat, omdat hij een van de eerste volgelingen was van Mohammed en met hem gevlucht was naar Medina. In 632 werd Abu Bakr Kalief en in de twee jaar tot zijn dood in 634 wist hij het gehele Arabisch schiereiland te veroveren.

Na Abu Bakr werd Omar ibn al-Khattab de tweede Kalief. Hij regeerde van 634 tot 644. Tijdens zijn leven veroverde hij zowel delen van het Byzantijnse Rijk als grote delen van Perzië. Hij veroverde ook Jeruzalem. Ook het huidige Egypte en Syrië vielen betrekkelijk vlug in Arabische handen door de daar heersende onvrede met het Byzantijnse bestuur. Omar was ook een vroege bekeerling, die met Mohammed had gevochten tegen de Mekkanen. De Mekkanen verzekerden daarmee dat het Kalifaat niet doorgeven kon worden aan Medina.

Nadat Omar werd vermoord, werd in zijn plaats Uthman ibn Affan als de derde Kalief gekozen en hij regeerde van 644 tot 656. Hij breidde het rijk uit tot heel Perzië en delen van Noord-Afrika. Ook veroverde hij Cyprus. Deze eerste drie kaliefen waren allemaal afkomstig uit de Quraish en zij waren Mohammed gevolgd naar Medina. Onder Uthman begon het proces van officiële codificatie van de verzamelde teksten van de Koran.

In 656 volgde Ali de schoonzoon van Mohammed, Uthman, op als vierde  Kalief. Het is tegen de achtergrond van de moorden op Omar en Uthman dat Ali uiteindelijk Kalief werd. Nadat hij Kalief werd, begon hij de macht van de Quraish aristocratie te verzwakken door de bestuurders te ontslaan die zij op verschillende plaatsen had aangewezen, zoals in Syrië en in Egypte. Maar Mu’awiya ibn Abu Sufyan trotseerde Ali en weigerde af te treden. Ali stond erop dat hij aftrad en stuurde een gewapende eenheid om zijn beslissing af te dwingen. Vanuit Syrië trok Mu’awiya tegen hem op en eiste het Kalifaat voor zich op. Het kwam tot een bloedige burgeroorlog, waarvan vooral christenen het slachtoffer werden. Ali werd in 661 vermoord. Na de moord op Ali werd Abu Sufyan ibn Mu’awiya tot Kalief uitgeroepen en daarmee was het leiderschap van de Arabische wereld, dat Abu Sufyan in 630 moest afgeven aan Mohammed, in 661 weer teruggegaan naar zijn clan. De Omayyaden, genoemd naar een familielid van de ‘Profeet’ Omaya, veroverden daarmee het Kalifaat en Mu’awiya stichtte het Rijk der Omayyaden (661-750)

De vrouwen van Mohammed  

Mohammed huwde met talrijke vrouwen, van wie sommigen minderjarige waren. Daarmee gaf Mohammed het voorbeeld van wellustig gedrag aan andere moslims. Zijn huwelijk met Khadija, de rijke weduwe, dat 20 jaar duurde, was zijn enige normale huwelijk. Zij had haar plaats ingenomen voordat hij zijn epileptische toevallen ging gebruiken om zich als een Profeet van Allah voor te doen. Na dit normale huwelijk met Khadija begon hij een reeks huwelijken, zoals zijn huwelijk met Aisha, die de dochter was van zijn volgeling Abu Bakr. Deze Aisha was pas zeven jaar oud toen hij haar huwde!

De gebroeders Caner noemen in hun boek “De Islam ontsluierd” de namen van dertien vrouwen met wie Mohammed getrouwd was of die hij als concubine hield. We vermelden ze hier met het jaar dat het huwelijk of de relatie werd aangegaan:

Khadija595, Sauda 620, Aisja 623, Hafsa 625,Umm Salama 626, Zainab 626, Juweirieh 627, Zainab bint Djahsh 627, Raihana (joods) 627, Mariya (christelijk) 628, Umm Habiba 628, Safiyah (joods) 629 en Maimoena 629.

Zainab was eerst de vrouw van zijn aangenomen zoon Zaid. Dus Mohammed liet zijn oog vallen op zijn schoondochter en hij vertelde Zaid dat hij een gebod van Allah had ontvangen, dat Zainab voor hem was bedoeld. Hij vroeg Zaid te scheiden en trouwde zelf met haar!

Dus alles bij elkaar genomen kan men wel stellen dat ook de moslims in die tijd flink machtsgeil waren, want met dit soort macht kon men in die tijd uiteraard ook schathemeltje rijk worden. En een bijkomend voordeel was dan ook dat de vermoeidheid weggenomen werd tussen de benen van de vrouwen. Dus wat dat betreft is er niet veel veranderd in deze wereld en in dit deel zal blijken dat hoe meer macht ze kregen hoe bloeddorstiger de moslims werden.

De Jihad op zich is feitelijk de definitie van het onbestraft moorden en roven in naam van de religie.

Jihad verklaard  

Voor we met de geschiedenis van de Arabische veroveringen verdergaan, is dit de plaats om nader in te gaan op de achtergronden van de Jihad.

Profeet

In de Tradities, Hadiths, waarin de handelingen en uitspraken van de Profeet staan opgetekend, hebben veel van deze overleveringen betrekking op de heilige oorlog; een paar voorbeelden:

“Jihad is uw plicht onder iedere heerser, of hij godvruchtig is of goddeloos.”
“Een dag en een nacht strijd aan de grens is beter dan een maand vasten en bidden”.
“Hij die sterft zonder deelgenomen te hebben aan de strijd sterft zeker in ongeloof.”
“Leer schieten, want de ruimte tussen het doel en de boogschutter is een van de tuinen van het paradijs”.
“Het paradijs ligt in de schaduw van het zwaard”.

Al-Ghazali, een moslimtheoloog en filosoof die is overleden in 1111, schreef het volgende over Jihad:

“(…) men moet minstens eenmaal per jaar op een Jihad gaan, dat wil zeggen, oorlogszuchtige razzia’s of invallen, (…) men mag gebruik maken van een katapult tegen de niet-moslims als ze in een fort zitten, zelfs als onder hen vrouwen en kinderen zijn. Men kan hen verbranden en/of ze verdrinken (…) Als een persoon van de Mensen van het Boek – Joden en Christenen – is gevangen genomen, is zijn huwelijk automatisch ingetrokken (…) en zijn vrouw wordt het rechtmatige eigendom van een moslim. Men mag hun bomen omhakken. (…) Men moet hun nutteloze boeken vernietigen. Jihadi’s kunnen buit verwerven naar believen (…) de Jihadi’s mogen zoveel voedsel stelen als ze nodig hebben (…) “

Op het eerste gezicht is de Jihad voor alle moslims een legitieme zaak en Allah maakte ook de plundering om buit te behalen legaal voor de moslims:

“Eet van de buit die gij ontvangt als wettig en goed en vreest Allah. Voorzeker, Allah is vergevensgezind, genadevol.” [Koran : 8:69]

Jihad als plicht  

Het voeren van de Jihad, de ´heilige oorlog´ , is een plicht voor iedere moslim. Het gebruik van geweld en terrorisme is zeker niet het enige middel om de Jihad in de praktijk te brengen en de “dar al-harb” te veranderen in de “dar al-Islam”. Andere methoden. zoals de demografische groei via hoge geboortecijfers (demografische Jihad) en de massa-immigratie (hiijra-Jihad), de agitatie, de Taqiyya (de techniek van list en bedrog) en het verwerven van strategische posities in de samenleving, worden eveneens aangewend om de islamheerschappij te vestigen. Iedere moslim wordt geacht om zijn steentje bij te dragen…

Alhoewel de islam één en ondeelbaar is, moet er een onderscheid worden gemaakt tussen de islamideologie en de gelovigen. (…) Het is volstrekt naïef om te veronderstellen dat het mogelijk is om een Europese variant van de islam te creëren en de hier verblijvende moslims af te snijden van de “oemma”, de islamitische wereldgemeenschap. De enige mogelijkheid bestaat erin om de structuren van de islam in Europa af te bouwen, de islamisering tegen te gaan en de invloed van de islam terug te dringen.

Koran over de Jihad 

“Strijd tegen hen die niet in Allah geloven en niet in de laatste dag en die niet verbieden wat Allah en Zijn gezant verboden hebben en die niet de godsdienst van de waarheid aanvaarden uit het midden van hen aan wie het boek gegeven is, totdat zij naar vermogen onderdanig de schatting betalen”.  [Koran 2:193]

Het begrip Jihad kan worden verdeeld in innerlijke Jihad of grote Jihad en uiterlijke Jihad of kleine Jihad.

De innerlijke Jihad, ook wel grote Jihad genoemd, is de strijd tegen verleidingen en de strijd tegen het ego. Dit komt onder andere naar voren in onthouding tijdens de maand Ramadan en in het sjiisme in de vorm van rituele zelfkastijding tijdens Asjoera. Ook de vijf dagelijkse gebeden op tijd verrichten, ook  als je het druk hebt, wordt als Jihad aangemerkt. De innerlijke Jihad is een plicht voor iedere moslim.

De uiterlijke of kleine Jihad is vooral in oorspronkelijke betekenis de gewapende strijd tegen degenen die de islam of de eenheid van de islamitische heerschappij bedreigen. De uiterlijke Jihad wordt beschouwd als een collectieve verplichting onder verantwoordelijkheid van een islamitisch heerser (Kalief). Dat wil zeggen dat er, wanneer een moslimstaat wordt bedreigd of aangevallen, voldoende mankracht wordt gemobiliseerd om het land te verdedigen. Het uiteindelijke doel van de uiterlijke Jihad wordt door deze groeperingen wel als de verwezenlijking van een moslimsamenleving door het invoeren van de sharia gedefinieerd.

Gewapende Jihad

De Jihad kan met militaire middelen worden gevoerd, zoals gebeurde tijdens de periode van de grote Arabische expansie in de zevende en achtste eeuw en later door de geïslamiseerde Turken in Europa.

Ze is gericht tegen drie groepen:

Tegen de afgodendienaren en ongelovigen, die weigeren zich aan het moslimgezag te onderwerpen, hetzij door de islam te aanvaarden hetzij als dhimmi de jaarlijkse jizya te betalen.

Tegen diegenen die (als dhimmi’s) onder moslimgezag staan, maar weigeren de jizya te betalen of opstandig zijn.

Tegen diegenen die tegen de geestelijke leiding (de imam) van het land opstaan, ook als het moslims zijn (bijv. afvalligen), en tegen diegenen die een oorlog beginnen tegen moslims.

De strategie van deze oorlog voorziet in het destabiliseren van de grenzen van “dar al harb” door ongeregelde troepen; het verbranden van dorpen, het maken van gevangenen of het plegen van massamoorden en plunderingen met de bedoeling om de inwoners te verdrijven en het mogelijk te maken dat de legers er kunnen binnentrekken.

”Het verdelen van de buit wordt geregeld door openbaringen in de Koran (zoals al uiteengezet) (…) Wanneer een overwinning de dar al harb verandert in de dar al Islam, worden de oorspronkelijke bewoners krijgsgevangenen (harbis). De imam kan, al naar gelang de omstandigheden van het conflict, deze mensen veroordelen tot de dood, slavernij, verbanning of hij kan met hun vertegenwoordigers een verdrag van bescherming sluiten (dhimma), dat hen veranderd in schatplichtigen (dhimmis). De dhimmi status is het directe gevolg van de Jihad en schort het oorspronkelijke recht van de overwinnaar op, zolang de overwonnene schatting, jizya, betaalt en zich onderwerpt aan de islam, in navolging van de Profeet toen hij de Joden en de christenen onderwierp…”

“De Jihad verbond de gebruiken van het militante nomadenbestaan met de omstandigheden waaronder Mohammed na zijn migratie naar Yathib (Medina) in 622 verkeerde, toen hij werd vervolgd door de Mekkanen. Hij was zonder middelen van bestaan en met zijn kleine groep volgelingen leefde hij op de zak van de bekeerlingen in Yathrib, de Ansar. Dit kon niet voortduren en dus begon de Profeet overvallen te plegen op karavanen die handel dreven met Mekka.

Als uitlegger van de wil van Allah combineerde Mohammed drie functies met elkaar: Ten eerste was hij de uitlegger van de wil van Allah. Ten tweede had hij als militair leider de politieke macht en ten derde oefende hij de rechterlijke macht uit door zich als rechter op te stellen. De rechtvaardiging vond hij in:

“Wie de boodschapper gehoorzaamt, gehoorzaamt daarmee Allah” [Koran 4:82].

De Trias Politica was ver te zoeken! Hiermee rechtvaardigde Mohammed zijn vermeende rechten op het leven en de bezittingen van zijn heidense vijanden. Volgens Ibn Ishaq sloot Mohammed in het eerste jaar van zijn verblijf in Medina een verdrag met de stammen in de stad, dat bekend is als het verdrag van Medina.

M.A. Kahn noemt twee bepalingen uit dit verdrag:

“Geen gelovige zal gedood worden voor het vergieten van bloed van een ongelovige, noch zal enige ongelovige worden bijgestaan tegen moslims.

De polytheïsten (van Medina) mogen geen goederen of personen in eigendom nemen van de Quraish die onder zijn hoede staan, noch zal hij tussenbeide komen tegen moslims.

Deze bepalingen in het verdrag suggereren dat Mohammed naar Medina was gekomen met de bedoeling om een aanval te doen op de Quraish in zijn oude woonplaats Mekka, zoals spoedig daarna zou blijken.”

Bepalingen gewapende Jihad 

Voordat zij ongelovigen aanvallen, dienen de moslims de niet-moslims op te roepen tot aanvaarding van de islam. Als zij de islam aanvaarden door bekering of onderwerping is de oorlog verder niet nodig.

Als een moslim echter ongelovigen aanvalt zonder oproep tot aanvaarding van de islam, dan is hij in overtreding maar er staat geen sanctie of vergoedingsregeling op omdat de aangevallene niet onder bescherming valt.  Als ongelovigen zich verzetten, zijn alle middelen geoorloofd om hen te onderwerpen. Het is de plicht van de moslims om hen met alle beschikbare middelen, listen en wapens aan te vallen (Ibn’Aabiden).  Het is niet toegestaan om gevangenen te verminken door bijv. oren en neus af te snijden.

Het is verboden vrouwen en kinderen te doden, evenals blinden, zwaar zieken en monniken in hun cellen en geestelijken die niet aan de strijd deelnamen. De ongelovige die om genade smeekt, dient te worden gespaard tot de heerser nader over zijn lot beslist. Indien er een verbintenis bij overgave is aangegaan dat levens gespaard worden, dient dit na overgave te worden nagekomen. Als de leidende imam het in het belang van de islam acht om vrede te sluiten, is hem een vredesovereenkomst toegestaan. Indien hij merkt of denkt dat het voordeliger is om die overeenkomst te verbreken, dan mag hij opnieuw de strijd aangaan.

Bovenstaand “was” dus allemaal toegestaan volgens Mohamed. “Was” staat dus inderdaad tussen aanhalingstekens, want kijken we even naar de tegenwoordig tijd en recente geschiedenis. In de recente geschiedenis wil ik even wijzen op hetgeen in voormalig Joegoslavië gebeurde vlak voordat daar de oorlog uitbrak. Ook daar werden dezelfde beestachtige praktijken uitgevoerd op christenen en Serviërs waar we uiteraard in de media nooit iets van terug hebben gezien, maar die maar al te goed bekend zijn bij de mensen die indertijd hun nieuws van het internet plukten.

Als we dan verder kijken in het heden zien we dezelfde praktijken weer terug bij met name Boko Haram en bij ISIS (Daesh). Dus het is niet zo dat deze praktijken de wereld uit geholpen zijn, maar heden ten dage nog steeds plaatsvinden, wat maar al te graag door de media verzwegen wordt, want islam is vrede, nietwaar.

Bepalingen over oorlogsbuit

Na het eerste belangrijke succes van Mohammed werd er getwist over de verdeling van de buit, waardoor het nodig was enige regelingen in te voeren. Er kwam een opdracht van Allah die de leidende imam machtigt tot verdeling naar eigen inzicht na reservering van een vijfde deel:

Een vijfde deel van de buit is voor de leidende imam die dit in drie gelijke delen verdeelt t.b.v. steun voor de wezen, het voeden van de armen en het ontvangen van reizigers, waaronder alle armere leden van de stam van de Profeet. De leidende imam heeft ook recht op een deel van de buit voor zichzelf en recht van eerste keuze.

Gevangenen maken deel uit van de buit. Tenzij er bepalingen in een vredesverdrag zijn, mogen volwassen krijgsgevangen gedood worden, in slavernij gevoerd, losgeld of hoofdelijke belasting opgelegd of vrijgelaten worden (maar dat laatste in principe niet voor niets).

Vrouwen, kinderen en andere gevangenen die niet meegenomen kunnen worden, moeten achtergelaten worden op een verlaten plaats waar geen voedsel en water is: deze dienen van honger en dorst om te komen, maar het is onwettig ze te doden.

Indien bij verdrag niet-moslims veiligheid in moslimgebied is toegezegd en/of moslims in niet-moslimgebied dient dit strikt te worden nagekomen (bijv. ter beperking van plunder-acties). Maar indien na verovering van gebied niet-moslims langer dan een jaar in dit gebied verblijven, dienen deze alsnog moslim te worden of ze worden dhimmi’s.

In het boek staan meer meningen, maar ik geef hier alleen de mening van Bat Ye‘or  en Hans Jansen door, omdat die naar mijn eigen mening het meest relevant zijn.

Bat Ye‘or:

“Het doel van de Jihad is om de volken van de wereld te onderwerpen aan de wetten van Allah, zoals die door Mohammed zijn uitgevaardigd. De mensheid is verdeeld in twee groepen, moslims en niet-moslims. De islamitische gemeenschap, de Ummah, is in bezit van de gebieden die islamitisch zijn, de dar al Islam, het huis van vrede, die worden geregeerd door de Sharia; niet-moslims zijn harbis, de inwoners van dar al harb, het huis van oorlog. Dat wordt zo genoemd, omdat het is voorbestemd om in de toekomst islamitisch te worden, hetzij door oorlog (harb), hetzij door bekering van haar inwoners. Volgens de 14e eeuwse rechtsgeleerde Ibn Taimiya is het bezit van niet-moslims te beschouwen als virtueel eigendom van de volgers van de ware religie (islam). Daarom is de Jihad het middel, waardoor bezittingen die illegaal door niet-moslims zijn verworven, worden teruggegeven aan de moslims. Elke oorlogsdaad in de dar al harb is daardoor legaal en staat dientengevolge niet ter beoordeling.

Omdat de Jihad een permanente staat van oorlog inhoudt, wordt het idee van vrede of overeengekomen tijdelijke wapenstilstand (hudna) afhankelijk gemaakt van de politieke situatie (muhadana). Deze wapenstilstanden mogen niet langer duren dan uiterlijk tien jaar en kunnen door de imam eenzijdig worden opgezegd (…) De heilige oorlog, door islamitische theologen als een van de pijlers van het geloof beschouwd, is er bij alle moslims in gehamerd; ze moeten bijdragen naar vermogen, in persoon, met hun bezittingen of in hun geschriften.”
[Bat Ye‘or, “The decline of Eastern Christianity under Islam” (1), (New Jersey, 1996)]

Hans Jansen:

“Zolang als de plicht om op Jihad te gaan (…) nog door groepen moslims wordt geïnterpreteerd als een goddelijke opdracht om oorlog te voeren tegen de niet-moslims in het Westen, hebben niet-moslims maar twee alternatieven: zich verdedigen of zelf moslim worden.”

Het volgende deel zal gaan over de grote veroveringen gedaan door de moslims en de beestachtige wijze waarop ze zich gedroegen tijdens de veldslagen.

Wordt vervolgd.

Door:
“Henk der Niederländer”
(voor www.ejbron.wordpress.com)

Over E.J. Bron

www.ejbron.wordpress.com
Dit bericht werd geplaatst in "Religie van de vrede", Allah, Barbarisme, Historie, Islam, Islamisering, islamitische ideologie, islamofascisme, Jihad, Moslims. Bookmark de permalink .

9 reacties op LONGREAD: “Vrucht van de boom” (deel 2)

  1. Rensk. zegt:

    Het was de ultieme vernedering van Mohamed om het nichtje welke hij aan zijn aangenomen zoon heeft gegeven op later tijdstip weer af te nemen. Zogenaamd via een boodschap van de zelfbedachte Allah. Net zoals Jesus ook een fantast was, alleen minder gevaarlijk. Heeft ook weer met macht te maken. De zoon kreeg teveel macht. Als de aangenomen zoon geweigerd had was zn kop eraf gegaan. Na de vernedering was hij niet meer de opvolger van de profeet, maar weer terug de zogenaamd geadopteerde zoon. De zogenaamde profeet was een uiterst nare griezelige achterlijke gevaarlijke psychopaat.

    Like

  2. Nemesis zegt:

    Dank je wel Henk der Niederländer. *****

    Like

  3. Anna zegt:

    En met deze onveranderbare “ rechtsvorm “ zoals hier boven beschreven, spreken we hier over diversiteit in overheids organen…….Iets om over na te denken.

    Like

    • Henk der Niederlánder zegt:

      Ik ben blij dat je op deze manier reageert Anna, want dat zette mij even aan het denken.over het fenomeen Sharia waardoor Ik een aanvullende reactie kan geven op mijn eigen comments in het artikel.
      Ik geef even een voorbeeld.
      Een Moslim vermoord een andere Moslim en kan dus volgens de Sharia veroordeeld worden tot genoegdoening, gevangenisstraf, of zelf de doodstraf.
      Maar nou komt de clou, een ander geval dus.
      Nou vermoord een Moslim een niet Moslim.
      Volgens de Sharia hoeft hij dus geen verantwoording af te leggen en zo ja hoeft hij of zij alleen maar te verklaren dat het slachtoffer Mohamed dan wel de religie heeft beledigd.(het slachtoffer zal niet makkelijk een weerwoord kunnen geven want die is het zwijgen opgelegd)
      Tegelijkertijd lopen hier sukkels rond die lopen te lullen dat de Sharia voor 90% gelijk is aan onze westerse wetten.
      Hoe krom wil je het hebben????

      Like

      • Anna zegt:

        Klopt: en als de dader zegt dat het slachtoffer Mohammed of de islam heeft beledigd dan verklaren onze “ softe wetgevers” hem ontoerekenings vatbaar.
        De Taqyia wint altijd.
        De islam kent alleen oog om oog tand om tand en zat nooit matchen met onze Schuld/ vergeving cultuur. Zij leven volgens het principe eer en wraak.

        Like

  4. Klaas Dijkstra zegt:

    Hartelijk dank Henk der Niederländer voor uw duidelijke uiteenzetting!

    Like

  5. Henk der Niederlánder zegt:

    Beste Klaas.
    Ik wil even een ding duidelijk stellen.
    Het is niet mijn credit dat die uitleg er zo duidelijk is maar dat credit komt alleen maar toe aan de Heer Bontenius de schrijver van het boek.
    Ik wil hier geen enkel pluimpje voor op mijn hoed spelden hoewel Ik het met de heer Bontenius voor de volle 100% eens ben, maar het feit blijft dat Ik niet de schrijver ben van dit document.
    Mijn gedachte achter de artikelen die Ik schrijf naar aanleiding van het boek is alleen dat ook Ik niet meer wil doen als het boek van de Heer Bontenius te promoten omdat Ik ervan overtuigd ben dat dit boek in elke boekenkast thuis hoort of als PDF opgeslagen dient te worden op elke PC

    Like

  6. Pingback: LONGREAD: “Vrucht van de boom” (deel 3) | E.J. Bron

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s