LONGREAD: “Vrucht van de boom” (deel 9)

Screenshot_16

(Door: “Henk der Niederländer”)

Lees hier deel 1 t/m 8 van “Vrucht van de boom”

Frankrijk, 720 tot 732 

Velen beseffen onvoldoende het belang van de overwinning die de Franken in 732 bij Poitiers behaalden op de Arabieren. Zonder deze overwinning was heel Europa vandaag islamitisch en zou de geschiedenis van Europa en misschien van de wereld er totaal anders hebben uitgezien. 

De Jihad tegen Frankrijk

Na de Jihad tegen Spanje was het in 722 de droom van Emir Musa om over de Pyreneeën Frankrijk verder binnen te dringen. Hij wilde de plunderende moslims ontmoeten die via het oosten kwamen. De islam zou dan de Middellandse Zee tot een islamitische binnenzee maken. Maar Musa had ook de ambitie om onafhankelijk van de Kalief te zijn en Emir van Europa te worden. Daarom verduisterde hij een groot deel van de buit die was behaald tijdens de Spaanse campagne. Dit maakte de Kalief achterdochtig tegenover Musa. Daarom verbande de Kalief Musa, zodat zijn agressieve droom niet kon uitkomen.

De onverzadigbare drang van de moslims om land te veroveren had een impuls gekregen na de verovering van Syrië, Egypte, Noord-Afrika en Spanje. Ze droomden van het overnemen van heel West- en Noord-Europa. Zo begon de islamitische invasie van Frankrijk onder leiding van Abd-ur Rahman, die door de Kalief was benoemd tot hoofd van de islamitische bezetters van Spanje. Toen de moslims zich op Frankrijk stortten, werd het land geregeerd door de Franken. De Franken waren een Gotische (Germaanse) stam, waarvan de huidige Fransen afstammen. De Visigoten, een andere Gotische stam, regeerden Spanje toen de moslims Spanje aanvielen. De verhalen over de islamitische wreedheden hadden bijgedragen aan een verdere verharding van de Frankische wil om de islamitische indringers te verslaan.

Begin van de agressie in 722 

Abd-ur-Rahman was in 721 gouverneur van Spanje geworden en in 722 liet hij zijn oog vallen op Frankrijk. Zodoende leidde hij in het jaar 722 een leger over de Pyreneeën en veroverde Narbonne. Daar slachtten ze de complete mannelijke bevolking af, maakten alle vrouwen en kinderen tot slaven en trokken daarna verder naar Carcassonne. Van Carcassonne trokken ze op naar Nîmes, waar ze een bloedbad aanrichtten onder monniken en paters. Vanuit Nîmes trokken ze naar Lyon en Dijon, waar ze alle kerken plunderden. Hun veldtocht in Frankrijk duurde elf jaar. Ze kwamen in golven. In het jaar 731 bereikte een leger van enkele tienduizenden voetsoldaten * en ruiters Bordeaux, dat zich meteen overgaf. Van Bordeaux gingen ze naar Poitiers, daarna naar Tours. [*De aantallen in verschillende bronnen lopen te veel uiteen om een betrouwbaar aantal te kunnen noemen.]

Abd-ur-Rahman streed bij de Garonne en de Dordogne tegen hertog Odo van Aquitanië, versloeg hem en joeg hem op de vlucht. Abd-ur-Rahman rukte op tot de Loire, plunderend en brandstichtend zoals gewoonlijk. Daar maakte het leger van Abd-ur-Rahman contact met het Frankische leger. Langs de weg tussen Poitiers en Tours en kwam hij oog in oog te staan met Karel Martel, de heer van Austrasië. Hij was een machtige jeugdige krijger die getraind was in alle soorten wapens. Abd-ur-Rahman had nooit verwacht een serieuze strijd met Karel Martel te moeten voeren, omdat de weerstand tot dan zwak was en gefragmenteerd. Maar Karel was anders dan andere leiders.

Karel Martel en de Slag bij Poitiers in 732

De Slag bij Poitiers op 10 oktober 732 was misschien wel een van de meest beslissende veldslagen in de hele geschiedenis. Hij wordt beschouwd als verste punt van de islamitische invasie van West-Europa. Daar overtroefden de Franken de moslims in alles en daar leden de moslims een beslissende nederlaag.

Voordat de strijd begon, bekeken de twee legers elkaar bijna zeven dagen, wachtend op het moment om de strijd te beginnen. Het was bitter koud en de Arabieren waren nog gekleed voor hun zomerveldtocht. De kleding van wolvenbont van de Franken hielp hen in de ijzige kou bij hun nachtelijke overwinning op Arabische tegenstander. Uiteindelijk kwam het tot een gevecht, toen de Arabieren op de zevende dag na het vallen van de avond plotseling op de Franken afgingen. Karel Martel plaatste zijn troepen direct in het pad van het naderende islamitische leger en bereidde zich voor om zich te verdedigen.

Abd-ur-Rahman wist niet dat er een val voor hem was opgesteld. Hij was in de achtervolging van een andere Frankische commandant, toen Karel Martel´s leger hem bij Poitiers een halt toeriep. De Arabieren, die vroeger guerrillastrijders waren, hadden een voorkeur voor de klassieke wijze van oorlogvoering en waren geen partij voor de Franken, die veel meer soldaten hadden ingezet dan de Arabische spionnen hadden aangegeven. Ook vochten de Franken met de rivier de Loire in de rug. Ze konden zich niet terugtrekken, zelfs als ze dat zouden willen.

De Arabieren hadden in Frankrijk veel buit verzameld en ook dit werkte ten gunste van de Franken, die niet gebukt gingen onder de taak hun buit te moeten bewaken. Ook hadden zij geen bagage van welke aard dan ook. Toen de strijd vorderde, begonnen de Franken te wankelen. In hun maliënkolders en met hun spitse helmen en hun paarden in maliënkolders waren de Arabieren bijna onoverwinnelijk. Ze stonden op het punt de overwinning te behalen toen de Franken zich een weg vochten naar de wagens met buit. In plaats van ordelijk te vechten, vlogen de Arabieren naar de schat om die te verdedigen en raakte in paniek toen ze zagen dat de wagens door de vijand werden weggereden.

Abd-ur-Rahman riep zijn troepen terug in het gareel, maar het was te laat. Een lans doorboorde hem en hij werd gedood. Terwijl de legers nog aan het vechten waren, viel de nacht. De hele nacht door hoorden de spionnen van Karel wapengekletter, omdat de luitenants van Abd-ur-Rahman ruzie maakten over de verkiezing van een nieuwe leider. De Arabieren hadden ook ruzie over de wagens met buit. Tegen dageraad waren de geluiden van de gevechten opgehouden, de zon kwam op die koude oktober zondag door de wolken en Karel zag dat de vijand van het slagveld was verdwenen. Zijn verkenners vertelde hem dat de Arabieren naar het zuiden trokken, weg van de noordelijke winter, om hun geroofde schatten in veiligheid te brengen. Maar de Franken lieten de moslims niet zo gemakkelijk ontsnappen en achtervolgden hen in de moerassen van de Loire en sloegen de vluchtende Arabieren neer. Ze vonden ook de buit terug die de Arabieren probeerden te redden. In één klap hadden de Franken niet alleen de binnenvallende moslims verslagen en afgeslacht, maar ook de geroofde schatten teruggekregen.

Voor de moslims was de omvang van hun nederlaag en de dood van hun leider een zware tegenslag en zij hadden geen andere keuze dan zich over de Pyreneeën terug te trekken. Karel Martel richtte een grote slachting aan onder zijn vijanden en hij doodde in die strijd 10.000 man, onder wie Abd-ur-Rahman. Karel Martel had in de strijd bij Poitiers slechts 1500 man verloren. Vanaf dat moment kreeg Karel de bijnaam “Martel”, de Hamer, die in de strijd al zijn vijanden versloeg. De nederlaag en de aangerichte slachting onder de moslims zorgde ervoor dat de ze nooit terug zouden keren naar Frankrijk. De Slag bij Poitiers werd ook bekend als de Slag bij Tours.

De Slag bij Poitiers heeft de beschaving voor een zekere ondergang behoed

De Slag bij Poitiers was een belangrijke terugslag voor de verspreiding van de islam en heel belangrijk voor het voortbestaan van het christendom. De Slag bij Poitiers beïnvloedde de geschiedenis veel meer dan men zou denken. Europa was de volgende 700 jaar veilig, totdat de moslims in 1453 Constantinopel veroverden. Als Abd-ur-Rahman de Slag bij Tours zou hebben gewonnen, dan was in plaats van het christendom de islam de dominante religie in Europa geworden. De nederlaag bij Poitiers was voor de moslim de eerste nederlaag tegen de christenen. Andere grote tegenslagen waren de Reconquista, de Kruistochten en de latere overwinningen bij Palermo, Lepanto en Wenen.

De moslims, die werden geholpen door enkele afvallige ‘christelijke’ bondgenoten, hergroepeerden zich en begonnen weer aan te vallen. Maar door de voortdurende tegenstand van Karel Martel waren ze toch op een gestage terugtocht naar het zuiden. De gevechten werden onder Ibd-al-Malik in het zuiden van Frankrijk en naar het westen in Langedoc tot aan de Rhône voortgezet en daarna oostwaarts tot Piemonte in Italië. In 737 heroverde Karel Martel Avignon en in 739 bereikte hij Marseille. Karel Martel stierf in 741 en werd opgevolgd door Pepijn de Korte, die weer werd opgevolgd door Karel de Grote.

De ontmoeting van de Franken met de moslims in Frankrijk was het begin van een lange traditie van Frankische strijd tegen de moslims. De Franken speelde een leidende rol in hun verdrijving uit Zuid-Italië en Palermo. Ze stimuleerde de Reconquista in Spanje en droegen met talloze ridders bij aan de strijd tegen de islam, eerst door de Byzantijnen te versterken en later leverden ze hun bijdrage aan de Kruistochten. In deze strijd leerden de Franken aan de Arabische moslims een les, die de moslims tot dan toe aan anderen hadden geleerd.

De Franken maakten geen gevangenen, ze doodden alle moslims die in hun handen vielen. De moslims hadden voor het eerst in hun opmars een vijand ontmoet die even vechtlustig was en hen in wreedheid evenaarde. De rottende lijken van de gedode moslims bezaaiden het dal van Poitiers tijden daarna en reizigers zagen de stapels botten en dat was alles wat daarna nog gedurende vele tientallen jaren aan deze beslissende strijd herinnerde.

Italië en Sicilië, 812 tot 1571 

De moslims namen snel de zeevarende kennis van de christelijke bevolking over en gingen met de Jihad overzee. De Arabische aanval op Italië begon in 813. De Franken, de Noormannen, de Venetianen en de Ridders van Malta werden te land en ter zee geconfronteerd met de Arabieren en de Turken. De eilanden Ischia en Lampedusa werden ook verwoest en bezet en in hetzelfde jaar vielen de Arabieren ook Sardinië en Corsica aan. Tussen 800 en 909 ondernam de Aghlabidische dynastie een groot aantal plundertochten langs de Europese kusten, onder andere naar Sicilië, Sardinië, de Cycladen, Athos, Euboa en de Griekse kust, waar meestal ontvolking plaatsvond door moord en deportatie voor de slavenhandel. Overvallen vonden onder andere plaats in 842 op Bari, in 843 op Messina en in 844 op Modica op Sicilië.

Het algemene beeld was: verwoesting, massamoord, plundering en deportatie van de bevolking. Dit was steeds hetzelfde patroon dat door alle contemporaine schrijvers wordt beschreven; het gold voor Azië, Afrika en Europa.

Korte berichten

In 829 vernietigden de Arabieren Centumcellae.

In 836 belegerden de Longobarden van het hertogdom Benevento Napels, een Byzantijnse stad. De Napolitanen vroegen aan Ziyadat Allah I om te helpen. Gebruikmakend van deze interne christelijke oorlog stuurde Ziyadat een vloot die de Longobarden dwong om het beleg te onderbreken.

In 840 verwoestten de Arabieren het klooster van Subiaco.

In 840 was de Longobard Radelchi, hertog van Benevento, bezig met de strijd tegen de rivaliserende Siconolfo. De Arabieren kwamen tussenbeide en zij profiteerden ervan met de verovering van Bari. Maar in 871 slaagde de Karolingische keizer Lodewijk II erin de stad te bevrijden.

In 845 namen de Arabieren bezit van Capo Miseno in de golf van Napels en van Ponza, om die als bases te gebruiken voor een aanval tegen Rome.

In 846 veroverden en plunderden de Arabieren Brindisi en Tarente. Maar in 880 is de Byzantijnse keizer Basil I erin geslaagd Taranto te bevrijden.

Sicilië en Italië (835-851 en 884) uit Arabische bron:

“……Een andere tocht richtte zich op Etna en de naburige versterkingen, wat resulteerde in het verbranden van oogsten, het vermoorden van veel mannen en plundering. Een andere rooftocht werd georganiseerd in dezelfde richting op 25 december 835; de buit die mee werd teruggebracht was zo uitgebreid, dat de slaven bijna voor niets werden verkocht. Degenen die aan deze expeditie deelnamen, kwamen gezond en wel weerom. In hetzelfde jaar 835 werd een vloot naar de naburige eilanden gestuurd; nadat ze een rijke buit hadden genomen en diverse steden en vestingen veroverd hadden, kwamen ze gezond en wel weer terug.

Op 5 augustus 848 sloten inwoners van Rugusta vrede met de moslims in ruil voor de overgave van hun stad met wat daarin was. De veroveraars verwoestten die, nadat ze alles wat ze konden dragen hadden meegenomen.

Op 25 juli 849 trok een groep moslims op tegen Castrogiovanni en kwam gezond en wel terug, na de stad te hebben onderworpen aan plundering, moord en brand.

In januari 851 stierf emir van Sicilië, Mohammed Allahb al-Aghlab, die gedurende 19 jaar de macht had uitgeoefend. Hij zetelde in Palermo, dat hij niet verliet; hij stelde zich tevreden met het vandaar uit zenden van troepen, die als instrumenten van verovering en plundering dienden.

In 886 werd een sterke moslimeenheid gericht op Rametta; deze veroorzaakte grote verwoesting en kwam terug met veel buit en gevangenen. Toen het gebeurde dat de emir van Sicilië, al Husayn  Ahmed in die tijd stierf, werd hij opgevolgd door Sawada bin Mohammed bin Khafadja Termini. Toen de laatste op het eiland arriveerde, leidde hij een sterk leger tegen Catania en verwoestte alles wat het konden vinden in de omgeving. Hij ging door met oorlogvoeren tegen de inwoners van Taormina en verwoestte de oogsten op het land. Hij zou zijn doorgegaan op dit pad als niet een boodschapper van de christelijke Patriarch kwam smeken om een wapenstilstand en het uitwisselen van gevangenen”.
[Ibn al Athir, “Analen”)

Rome 846

Op 28 augustus 846 zeilde een Arabische vloot vanuit Sicilië de Tiber op en bezette en plunderde het Vaticaan en Rome. Ze werd kort daarop verslagen en verdreven door de pauselijke milities, versterk met de legers van het Heilige Roomse Rijk en de Franken. Deze aanval was kort, maar de moslims konden Rome bereiken; een prestatie die zelfs Hannibal niet had kunnen leveren! Tevergeefs verdedigden de Saksen, Longobarden, de Friezen en de Franken de St. Pieter tot de laatste man. De Arabieren roofden alle schatten van de St. Pieter, ze scheurden de zilveren bekleding van de deuren en het goud van de biechtvloer. Ze verwoestten de bronzen crypte van de apostel, roofden het gouden kruis dat op het graf van Petrus stond en ze verwoestten alle kerken in de voorstad.

De Arabieren waren er niet in geslaagd de versterkte binnenstad van Rome te betreden, maar de kerken van St. Pieter en St. Paulus in het Vaticaan lagen buiten de muren van Rome en Paus Leo IV moest Rome voor korte tijd verlaten. Op de pauselijke roep om hulp kwam een leger vanuit Civitavecchia over land naar Rome. Een ander leger kwam vanuit Portus en Ostia. Het lukte de markies Guy van Spoleto hiermee de Arabieren te verslaan, die wegtrokken deels naar Civitavecchia en deels over de Via Appia in de richting van Fondi.

Tijdens hun vlucht brachten de Arabieren op het Romeinse platteland dood en verwoesting. Bij Gaeta botste het Longobardische leger opnieuw met de Arabieren. Guy van Spoleto bevond zich in ernstige moeilijkheden, maar de Byzantijnse troepen van Cesarius, zoon van Sergius de magister militum in Napels, arriveerde op tijd. En in november van 846 veroorzaakte een storm veel schade aan de schepen van de Arabieren. Sommige leden schipbreuk op de kust. In 848 plunderden de Arabieren Ancona. Als gevolg van de aanslag op de St. Pieter begon Paus Leo IV in 848 met de bouw van de Civitas Leonina ter bescherming van de Vaticaanse heuvel. De ringmuur was voltooid op 27 juni 852.

In 849 kwam er een grote Arabische vloot om Rome vanuit Sardinië aan te vallen. Als reactie werd door de maritieme steden van het zuiden een coalitie gevormd: Amalfi, Gaeta en Napels verzamelden zich met hun vloten bij Ostia aan de monding van de Tiber. Toen de Arabische schepen aan de horizon verschenen, viel de Italiaanse vloot hen aan. Onder leiding van Cesarius werden de Arabieren verslagen. De overlevenden werden gevangenen genomen en als slaven verkocht. Ze werden ingezet bij de wederopbouw van wat ze drie jaar eerder hadden vernietigd!

Van 852 tot 853 waren er rooftochten naar Castroiovanni, Catania, Syracuse, Noto en Ragusa op Sicilië; ze vernielden christelijke oogsten. Na een beleg van 6 maanden kwamen de inwoners van Butira overeen 6.000 gevangenen uit te leveren. Elk jaar werden de oogsten vernield en dorpen verbrand en verwoest. De inwoners van Cefalu op Sicilië verkregen in 857/858 vrede door de belofte hun stad te verlaten en de moslims vernietigden vervolgens de stad.

In 856 vielen de Arabieren Canosa aan en verwoestten de kathedraal en in 861 bezetten de Arabieren Ascoli. Ze vernietigden alle kerken en vermoordden alle kinderen, terwijl ze de volwassenen wegvoerden als slaven. De vrouwen werden als seksslavinnen gedwongen opgenomen in de harems van de Arabieren.

In 872 bevrijdde keizer Ludovicus II Salerno van de Arabieren, die de vestingstad zes maanden belegerden.

De Arabieren in Latium en Umbrië in 876

Ondanks de tegenslagen hergroepeerden de Arabieren zich om in 876 Rome opnieuw aan te vallen. Om de stad te bereiken, plunderden de Arabieren de omliggende dorpen, vermoordden de boeren en verwoestten de kerken. Het Romeinse platteland werd door de plunderende islamitische Arabieren veranderd in een levenloze woestenij.

Naar aanleiding van dit bloedbad rustte Johannes VIII een vloot uit en voerde die bij Circeo naar een overwinning op de Arabieren. Er werden 18 vaartuigen veroverd en 600 christelijke slaven werden uit gevangenschap bevrijd. Ondanks deze nederlaag bleven de Arabieren Latium teisteren, zowel langs de kust als in het achterland, en ze vernietigden voor de tweede keer Subiaco. De invallers kwamen ook naar Tivoli, dat zich bij het kasteel van Saracinesco verdedigde.

De Arabieren in Campania in 881 

In 881 sloot bisschop Athanasius van Napels een alliantie met de Arabieren om als verrader te concurreren met Rome en Byzantium. Als gevolg van deze alliantie zetten de Arabieren voet op de Vesuvius en in Agropoli in de buurt van Paestum. Docibile, de hertog van Gaeta en ook een vijand van de Paus, verleende de Arabieren het recht zich te vestigen in de buurt van Itri en in de buurt van Minturno. De Arabieren bouwden een kasteel van waaruit zij herhaalde aanvallen uitvoerden op het platteland. Ze vielen de kloosters van Monte Cassino en St.Vincenzo aan en staken ze in brand.

De Arabieren in de abdij van Farfa in 890 

In 890 belegerden de Arabische troepen de abdij van Farfa in Sabina. De abt Peter verzette zich zes maanden, waarna hij door gebrek aan voedsel gedwongen werd zich over te geven. Daarna vermoordden de Arabieren de bewoners, die zich te goeder trouw hadden overgegeven. De Arabieren maakte het klooster tot hun basis in Sabina.

In 902 werden de inwoners van Taormina door het zwaard gedecimeerd.

De Arabieren uit Latium en Garigliano verdreven in 916 

In december 915 werd Berengarius door Paus Johannes X gekroond tot koning van het opnieuw gestichte koninkrijk Italië. In april 916 kreeg de strijd tegen de Arabieren een nieuwe impuls toen Berengarius Toscaanse troepen ter beschikking stelde en de Byzantijnse keizer Constantijn zijn eigen vloot stuurde. De hertogen van Gaeta en Napels traden toe tot de alliantie en Paus Johannes X zette zich persoonlijk aan het hoofd van de landstrijdkrachten. De Longobarden uit Rieti, dat is een stad in Latium op ongeveer 100 kilometer ten noordoosten van Rome aan de rivier Velino, trokken op in de richting van Sabina en bevrijdden het en Paus Johannes X behaalde tussen Tivoli en Vicovaro een overwinning. De Arabieren waren gedwongen zich terug te trekken naar hun fort in Garigliano.

In juni 916 werd een aanval gedaan op de Arabieren. Drie maanden lang verzetten de Arabieren zich, wachtend op versterkingen uit Sicilië. Toen de versterkingen werden onderschept en verslagen, ontsnapten de Arabieren uit de belegerde vesting Garigliano, die door de Italianen werd bestormd. De Arabieren probeerden de bergen in te vluchten, maar ze werden ingehaald en verslagen door de Italiaanse troepen. Nu was alleen Sicilië nog in handen van de moslims.

De Arabische bezetting van Sicilië tussen 827 en 965 

Tijdens de Byzantijnse periode was Sicilië, waar men zowel Grieks als Latijn sprak, op cultureel gebied nauw verbonden met het oosten. Onder keizer Michaël II maakten de Aghlabiden uit Tunesië gebruik van de zwakte van het Byzantijnse Rijk en begonnen in de 7e eeuw hun eerste invallen op het eiland.

De Arabische aanval op Sicilië bleef aanvankelijk beperkt tot de kustzone en de kleinere eilanden voor de kust. Maar langzamerhand vestigden de Arabieren hun basis in Palermo en van daaruit gingen ze voort en bezetten het hele eiland Sicilië. Zodra de Arabieren Sicilië veroverden, gingen zij over tot de islamisering door de vernietiging van kerken en het stichten van moskeeën. Ze veranderden de samenstelling van de bevolking met de invasie van honderdduizenden islamitische immigranten en vernietigden zo een beschaving die begon in de 8ste eeuw voor Christus.

Na de verovering van Sicilië gebruikten de Arabieren het als een uitvalsbasis om Italië aan te vallen, ze bestormden Ponza, Gaeta, Ancona, Ascoli en Civitavecchia en bezetten uiteindelijk ook Salerno, Napels, Bari, Brindisi en Taranto. Tenslotte gingen zij op weg naar Rome om het hart van het christendom te raken. In 805 sloot de Byzantijnse gouverneur van Sicilië een overeenkomst met de heersers van Tunesië en in 813 tekende de Byzantijnse gouverneur van Sicilië een tienjarige wapenstilstand met de Arabieren, een zogenaamde Hudna.

Maar in 827 kwam de Byzantijnse admiraal Euphemius, die zich eerder had overgegeven aan de moslims, in opstand en doodde de islamitische gouverneur van Sicilië. Hij veroverde Syracuse en riep zichzelf uit tot keizer, onafhankelijk van Byzantium. Maar toen de troepen onder leiding van de Armeense generaal Palata trouw bleven aan Byzantium, vluchtte Euphemius naar Afrika. Daarop stelde Euphemius voor aan de Emir Ziyadat Allah I van Kairuan om Sicilië te veroveren en tot een schatplichtige provincie te maken. Op 17 juni 827 ontscheepte de Saraceense generaal Asad ibn al-Furat bij Mazara del Vallo een leger van 10.000 soldaten en 7.000 cavaleristen.

Generaal Theodorus versloeg het Arabische leger voordat het Syracuse bereikte. Dus werd er een nieuw leger als hulp aan de Arabieren gestuurd, dat besloot om in plaats van naar Syracuse naar Palermo te gaan. Op 11 september 831 viel Palermo. In 835 namen de Arabieren Pantelleria en in 843 Messina in. De steden Enna en Cefalù, die jarenlang gestreden hadden alvorens te worden veroverd, werden met de grond gelijk gemaakt en in brand gestoken. Cefalù viel in 858 en Enna viel in 859 door verraad. Syracuse werd pas in 878 na een beleg van 9 maanden veroverd:

“Duizenden bewoners (de gehele christelijke bevolking) werden vermoord en buit verzameld en slechts een klein aantal mannen ontsnapte. Na de plundering verwoestten de invallers de stad.”

De Griekse taal werd vervangen door het Arabisch. Het christendom werd vervangen door de islam. Het bebloede zwaard van de Iislam domineerde nu vanuit Palermo, maar de bezetting is nooit helemaal voltooid. Sommige haarden van verzet hielden vol. Taormina bood weerstand tot 902, toen het geheel onder de voet werd gelopen en vervolgens in brand werd gestoken en al zijn bewoners werden gedood. Rometta, in de bergen ten westen van Messina, was de laatste plaats die in 965 viel.

In de steden die weerstand hadden geboden, werden alle volwassen mannelijke bewoners gedood en de vrouwen en de jongens weggevoerd in slavernij. De vrouwen en de mooiste jongens werden naar Afrika overgebracht voor het plezier van de veroveraars en hun geloofsgenoten. Sicilië bleef vanaf 812 tot 1071 bijna drie eeuwen onder islamitische bezetting. De bevolking werd volledig tot de islam bekeerd en er was geen kerk meer blijven staan. Ze hadden ze ofwel in puin geslagen of in brand gestoken of in moskeeën veranderd.

De bewoners van de Siciliaanse steden die zich zonder slag of stoot hadden overgegeven, konden het christendom houden, maar ze moesten op hun kleding en hun huizen identificatiemerken aanbrengen; ze moesten meer belastingen betalen, de jizya. Verder mochten ze geen gezag uitoefenen over moslims, niet trouwen met een moslim, maar een moslim kon wel trouwen met een christen en ze mochten geen nieuwe kerken meer bouwen. Ze mochten geen kerkklokken luiden en geen processies houden en ze mochten de Bijbel niet lezen binnen gehoorsafstand van een moslim. Verder mochten ze geen grotere huizen bouwen dan de moslims en de christelijke vrouwen hadden geen toegang tot de baden.

Na de Arabische verovering emigreerden honderdduizenden moslims naar Sicilië. Er werden hen juridische voordelen toegekend. De gronden die van de christenen in beslag waren genomen, de mogelijkheid om arbeid tegen lage kosten te hebben en de overvloed aan slaven, zowel meisjes als jongens, vormde een onweerstaanbare aantrekkingskracht. De Afrikanen vonden in Sicilië een aardse hemel, terwijl het voor de christenen de spreekwoordelijke hel was geworden.

De Normandiërs en de Slag bij Palermo in 1072 

Na de bezetting van Sicilië begon het christelijke verzet onmiddellijk het eiland te heroveren. De Franken probeerde in de 9de eeuw het eiland terug te nemen, maar dat mislukte. In de 11e eeuw werd het verzet tegen de Saracenen overgenomen door de Normandiërs. Zij ondernamen in 1068 een poging om Sicilië te bevrijden met een legertje van slechts zestig ridders.

De Slag bij Palermo was een van de meest verbazingwekkende Normandische prestaties in Italië tegen de moslims, bijna gelijk aan de Slag bij Hastings in 1066. De Normandiërs hadden in het voorjaar van 1061 Messina ingenomen. In de tien jaar daarna hebben ze getracht hun controle over Sicilië en ook in het zuidelijk deel van het Italiaanse schiereiland vast te houden door de Arabieren in een reeks van schermutselingen te bestrijden. Bij Palermo stonden de Arabieren onder leiding van Ayub ibn Temim en de Normandiërs weren aangevoerd door Robert Guiscard de Hauteville. De Normandiërs hadden echter door hun veroveringen in andere delen van Europa een chronisch tekort aan ridders.

In 1072 had Palermo iets meer dan honderdduizend inwoners. Op de ochtend van 5 januari 1072 viel Robert’s cavalerie het Al Kasr district aan. Terwijl zijn broer Roger de aanval op Al Kasr voortzette, vielen Robert en enkele ridders al Khalesa aan, de administratieve wijk aan de kust, die gebouwd was rond het fort van de emir. Dit werd tegen het vallen van de avond ingenomen, hoewel de meeste van de aangrenzende wijken van Al Kasr, verder landinwaarts, in Saraceense handen bleven. Niettemin gaven ze zich de volgende ochtend aan de Normandiërs over. Sicilië was van 812 tot 1071 bijna drie eeuwen onder islamitische bezetting geweest. De bevolking was volledig bekeerd tot de islam en er was niet één kerk blijven staan. Ze waren ofwel gereduceerd tot puin en in brand gestoken of veranderd in moskeeën.

Op 10 januari 1072 vond de ceremoniële intocht van de Normandiërs in Palermo plaats. Deze werd gevierd met een Griekse mis door de orthodoxe bisschop Nicodemus van Palermo in de oude kathedraal, die haastig van een moskee weer in een kerk was veranderd. Het was een historisch moment toen Robert en Roger kozen voor hun eigen christelijke traditie. Alle moskeeën, die kerken waren voor aankomst van de Arabieren twee eeuwen eerder, werden opnieuw omgebouwd tot kerken. Graaf Roger viel ook de andere eilanden aan om er zeker van te zijn dat zuidelijke flank werd beveiligd tegen een mogelijke Arabische aanval.

Normandiërs op Malta in 1127 

In 1127 leidde Roger II, de zoon van graaf Roger, een tweede invasie van Malta. Toen hij het eiland hadden veroverd plaatste hij het onder een Normandische gouverneur. Hij bemande ook de drie kastelen op de eilanden met een garnizoen. Na de Normandische bevrijding waren er geen moslims meer in Sicilië, Malta, Sardinië en de omliggende eilanden. Alle moslims werden bekeerd tot het christendom. Dit zorgde ervoor dat de bevolking het islamitische intermezzo vergat.

Het volgende deel zal de veroveringen van de moslims in India en Azië behandelen.

Door:
“Henk der Niederländer”
(voor www.ejbron.wordpress.com)

Over E.J. Bron

www.ejbron.wordpress.com
Dit bericht werd geplaatst in "Religie van de vrede", Europa, Frankrijk, Historie, Islam, Islamisering, Italië, Verzet. Bookmark de permalink .

5 reacties op LONGREAD: “Vrucht van de boom” (deel 9)

  1. Henk der Niederlánder zegt:

    Ik ben even vergeten om een eigen toevoeging te doen.
    Op Sicilië mocht de bevolking geen grotere huizen bouwen dan de huizen van de Moslims.
    Hetzelfde kwam Ik tegen in de verhalen van de Bulgaren toen Ik daar verbleef.
    De eerste keer dat Ik ervan hoorde was in Arbanasi toen Ik daar was om de kerk van de aards engelen Michael en Gabriël te bezoeken, waarbij Ik opmerkte dat het zo’n laag gebouw was.
    Daarop zei mijn vriendin dat het in die tijd verboden was om grotere gebouwen weg te zetten als de gebouwen van de Turken.

    Even wat foto’s erbij.

    https://duckduckgo.com/?q=Michael+en+Gabri%C3%ABl+chursch+arbanasi&atb=v186-1&iax=images&ia=images

    Geliked door 1 persoon

    • delamontagne zegt:

      Hetzelfde is in Libanon veel recentelijker gebeurd.
      n.l. in de Jaren ’80 na de Libanese burgeroorlog.
      De Kathedrale St Georges van de Maronieten in Beyroeth werd net als er vlakbij gelegen moskeet hersteld van de oorlogsschade.
      De hoogte werd meer dan 72 m voor de kerktoren met het nieuwe kruis.

      Dat zinde de moslimmers niet en de plannen moesten verandert worden, de hoogte mocht niet meer zijn dan de vlakbij gelegen moskee.
      Je moet er wel bij bedenken dat Linanon een van de weinge islam-landen is waar andere geloven worden “getolereert !”.
      Wat die verboden en sluitingen van kerken in
      algerije betreft: dat lees ik geregeld hier en wat ik in ander artikel als reactie schreef was maar één van de vele gevallen.
      Betreft v.n. Algerije, daar heeft [ had !] Fr meer banden mee dan Marocco.
      BRON:
      https://immobilier.lefigaro.fr/article/la-cathedrale-de-beyrouth-rabotee-pour-ne-pas-depasser-les-minarets_5d11ccdc-b185-11e6-8924-aaf6bf1e52ea/

      Geliked door 1 persoon

  2. Rudolf zegt:

    Heel goed om deze geschiedenis eens goed weergegeven te hebben.

    Geliked door 1 persoon

  3. Lucky zegt:


    De sekte van nohammet

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s