LONGREAD: “Vrucht van de boom” (deel 10)

Screenshot_16

(Door: “Henk der Niederländer”)

Lees hier deel 1 t/m 9 van “Vrucht van de boom”

India en Azië 

De geschiedenis van het Indiase subcontinent valt enigszins buiten de verhoudingen met Europa en staat min of meer op zichzelf. De raakvlakken ontstaan pas aan het eind van de beschreven periode, als de Britten op het toneel verschijnen. Omdat er wel raakvlakken zijn vanuit de islamitische hoek, zijn er toch in chronologische volgorde enkele gebeurtenissen beschreven. De geschiedenis is echter alles behalve volledig weergegeven, want dat zou een apart boek vergen. Wat nu volgt, komt uit verschillende bronnen die niet altijd met elkaar overeenstemmen. De korte berichten komen uit aanvullende bronnen. 

Het begin na de islamitische aanval op Perzië 

Nadat de moslims in 634 Perzië binnenvielen, trokken ze op bevel van Kalief Omar in 638 India binnen. Maar terwijl Perzië na zeventien jaar in 651 bezweek, deden de moslims er zevenhonderd jaar over om een deel van India te veroveren. De Hindoe-weerstand was niet alleen hevig, maar nam toe in wreedheid, totdat de Hindoes de moslims in wreedheid evenaarden. Hoewel de moslims in 638 op bevel van de Kalief Omar India aanvielen, werden ze herhaaldelijk verslagen door de Rajas van Makara en Sindh. In de duizend jaar van de geleidelijke islamitische bezetting van Noord-India van 715 tot 1720 streefden veel Hindoes naar omverwerping van de tirannieke islamitische bezetting. De moslims konden na hun bezetting van Sindh in 715 tot 980 geen vooruitgang boeken in India. Het was pas in het jaar 980 dat de moslims nogmaals India konden binnenvallen. Deze tweede islamitische aanval op India werd niet geleid door de Arabieren, maar door Perzische, Mongoolse en Turkse bekeerlingen tot de islam.

Mohammed bin Qasim schrijft:

“De eerste moslimaanval op India was in 636, slechts 4 jaar na de dood van Mohammed. Er volgden nog acht van deze plundertochten onder de opeenvolgende kaliefen Othman, Ali, en Mu‘wabiya. Deze vroege aanvallen door de moslim/indringers leverden behalve moord en roof ook buit en slaven op, maar ze kregen nog geen vaste voet op Indiase bodem. Na twee eerdere mislukte veldtochten, waarbij de commandanten omkwamen,stuurde Hajjaj bin Yusuf, Quasin op pad met 6.000 soldaten. Hij veroverde in 712 Debal in Sindh en vestigde daarmee een stevig en duurzaam bruggenhoofd voor de islam in Hindustan.”

Volgens de moslimhistoricus al Biladuri “werd Debal met geweld ingenomen en de slachting duurde drie dagen lang (…) de priesters van de tempel werden vermoord”. Hij doodde de mannen van 17 jaar en ouder en maakte de vrouwen en kinderen tot slaven, waaronder 700 mooie vrouwen. (…) Bij de inname van Brahmanabad werden tussen 8.000 en 26.000 mannen gedood en ongeveer 100.000 vrouwen en kinderen gevangen genomen. Er werden er 30.000 als aandeel naar de Kalief gestuurd. Qusim voerde soortgelijke expedities uit in Sehwan en Dhalila en in de periode van 712 tot 715 werden er wel 300.000 slaven buitgemaakt. Van 755 tot 774 trok Hashan bin Amru door de Hindoe-gebieden en onderwierp Kashmir en veroverde veel slaven.

In 775 leidde Abdul Malik een grote operatie tegen India. Bij Brada versloegen de moslims de bewoners en namen een niet nader genoemd aantal gevangenen. Gedurende de regering van Kalief al-Mamun (813-33) leidde generaal Afif bin Isa een campagne tegen rebellerende Hindoes. Nadat ze die hadden verslagen en afgeslacht, namen ze de resterende 27.000 mannen vrouwen en kinderen als slaven mee.

Kaboel in 980 

De moslims hadden de manier van oorlogvoering van de Hindoes bestudeerd en maakten er gebruik van. Spionnen hadden gezien dat de Hindoes bij zonsopgang de strijd beginnen en eindigen bij zonsondergang. Na een uitdaging van het hoofd van de  moslims aan de Hindoe-koning werd de plaats en datum van de oorlog afgesproken tussen de twee ambassadeurs van de tegenstanders. Dit was in het jaar 980. Terwijl het Hindoe-leger in een diepe slaap was, viel het islamitische leger aan onder dekking van de donkere en stormachtige nacht, die de opmars van de moslims camoufleerde. Het Hindoe-leger was verrast, maar verzette zich hevig. De strijd duurde tot de dageraad tot het Hindoe-leger overmeesterd was. Aan het eind van de ochtend trokken de restanten zich terug naar hun hoofdstad Kaboel met de moslims op hun hielen. De moslims bezetten Kaboel en bleven de Hindoes in oostelijke richting achtervolgen. Ze vernietigden de Hindoeïstische tempels en bekeerden de bevolking tot de islam.

Na de nederlaag bij Kaboel trad de in ongenade gevallen Hindoe-koning Raja Jayapala Shahiya af ten gunste van zijn zoon Anandpala Shahiya en deze besloot om de hoofdstad te verplaatsen naar de provincie van de Pakhta. Zo eindigde de eerste ontmoeting tussen Hindoes en moslims in het jaar 980, dat was twee en een halve eeuw nadat de Arabieren bij hun eerste aanval op India in 715 Sindh hadden bezet. In 1192 veroverde de moslims Delhi en in 1326 bereikten ze Zuid-India.

Korte berichten

In de jaren 1000 tot 1027 voerde Sultan Mahmud 17 verwoestende invasies uit in Noord-India, gepaard gaande met massaslachtingen, verwoesting van tempels en grootschalige slavernij. Bij zijn aanval op koning Jaipal in 1001-1002 tekent al-Utbi op:

“Allah gaf zijn vrienden zoveel buit dat het buiten iedere verbeelding was, inclusief 500.000 slaven, mannen en vrouwen.”

De expeditie van 1014 leverde 200.000 slaven op en die van 1019 gaf de moslims 53.000 gevangenen.

In 1033 werd het fort Sursuti in Kashmir aangevallen; het garnizoen werd vermoord en vrouwen en kinderen werden als slaven weggevoerd. Van de 17 expedities in India was die naar Kashmir de meest succesvolle; het aandeel van een vijfde voor de Kalief bestond onder andere uit 150.000 slaven; men mag dus aannemen dat er 750.000 gevangenen waren genomen.

Mahmud legde de basis voor het islamitische Sultanaat van Punjab, waar de Ghazinividische dynastie tot 1186 regeerde.

Hoe de Hindoes de moslims versloegen in 1033

De Hindoes behaalden in 1033 bij Baharaich in het huidige Uttar Pradesh een spectaculaire overwinning op de moslims. De indringer was Masud Ghazni, die India met een groot leger binnenviel. De moslims waren niet van plan zich te beperken tot plundering, maar bereidden een permanente bezetting voor van het hele land. De strijd bij Baharaich op 14 juni 1033 eindigde toen het hele invasieleger samen met zijn commandant gedood werd. Geen enkele vijandelijke soldaat mocht naar huis terugkeren. Na deze beslissende Hindoe-overwinning heerste in het land gedurende anderhalve eeuw vrede, tot de volgende golf van islamitische invasies begon onder leiding van Mohammed Ghori.

Het intermezzo van 1033 tot 1187 had de Hindoes de verraderlijke aard van de moslims doen vergeten. Het Ghaznivid-koninkrijk van West-Punjab had vrede gesloten met zijn Hindoe-buren en de Hindoes meenden dat de moslims net als iedere indringer waren. Ze dachten dat ze zouden worden opgenomen in de Hindoe-samenleving, zoals eerder was gebeurd met de Grieken, Hunnen, Kushans, enz., net zoals veel mensen dat in de huidige tijd van de moslim/immigranten verwachten.

Tweede aanval in 1187 

De volgende aanval kwam in 1187, toen de islamitische hoofdman van Ghor in Afghanistan de Ghaznavid-heerser in Ghazni afzette. Mohammed Ghori verbond zich in 1187 met de gouverneur van Sindh en viel Gujarat aan. Maar de hindoeïstische Solankis van Anahilwada versloegen hem volkomen in de slag op de vlakte onder de berg Arbuda. Door de herhaalde aanvallen in 1187 van de Rajput-cavalerie stortte het moslimleger in, verbrak de gelederen en vluchtte de Thar woestijn in. Ze lieten hun koning Mohammed Ghori als een gevangene in de handen van Prithviraja’s achter. Aan de andere kant van de Thar lagen de landen van Prithviraja Chauhan, de Maharadja van Sambhar, die bekend stond om zijn dapperheid en ridderlijkheid. Toen Mohammed Ghori als gevangene in ketens aan Prithviraja werd voorgeleid, betuigde hij zijn berouw, terwijl hij innerlijk ziedend van woede was te worden vernederd door een Kaffir koning.

Deze woede bleek een paar jaar later, toen de rollen omgekeerd waren. Tegen het advies van diverse mensen in beval Prithviraja dat Mohammed moest worden vrijgelaten. Als een teken van vrijgevigheid gaf hij hem ook nog vijfhonderd paarden en twintig olifanten mee. In het volgende jaar brak Mohammed echter zijn belofte, misleidde Prithviraja en viel India nogmaals aan. De twee legers verzamelden zich weer op hetzelfde slagveld van Tarain. Toen de moslims onverwacht het Hindoe-kamp aanvielen, begonnen Prithviraj’s soldaten zich net te wassen en sommige lagen nog te slapen en ze waren totaal onvoorbereid op de aanval. Maar ze deden hun best om de moslims te weerstaan. De ongelijke strijd duurde tot de middag en de moslims maakten veel slachtoffers onder de Rajputs. Maar de Rajputs hadden toch geleidelijk de overhand gekregen en Mohammed zag opnieuw de overwinning uit zijn handen glippen.

Dus nam hij zijn toevlucht tot een andere tactiek en stelde een tweegevecht voor. Mohammed stuurde bericht dat hij wilde dat Prithviraja met zijn kampioen Qutub-ud-din Aibak een tweegevecht zou uitvechten. Tijdens dit tweegevecht viel Prithviraja van zijn paard en het zou eerlijk zijn geweest als Qutub ook was afgestegen en net als Prithviraja te voet verder had gevochten. In plaats daarvan kwam op een vooraf afgesproken signaal van Qutub een groep moslimsoldaten tevoorschijn en stortte zich op Prithviraja. Ze verdoofden hem met een drug en voordat de Rajputs zich realiseerden wat er gebeurd was, hadden zij Prithviraja gevangen genomen.

Toen Prithviraj in ketens voor Mohammed Ghori werd gebracht, herinnerde hij hem eraan hoe Mohammed Ghori zelf in ketens vóór Prithviraja was gebracht en hoe eervol Prithviraja hem had behandeld. Toen ze dit hoorden, lachten Mohammed en zijn hovelingen spottend om Prithviraja. Terwijl Prithviraja opkeek naar Mohammed en zijn hovelingen beval Mohammed hem zijn ogen neer te slaan, omdat hij nu een gevangene was. Toen Prithviraja hem vertelde dat een Rajput de ogen pas neerslaat na de dood, beval hij in een vlaag van woede dat Prithviraja’s ogen moesten worden uitgestoken. Hij hield de verblinde Pritiviraja daarna in eenzame opsluiting en haalde hem af en toe tevoorschijn om zijn hof te vermaken.

Vandaag hebben we geen idee meer hoe de genadeloze islamitische Jihad de Hindoe-samenleving van Pakistan en Bangladesh onder dwang en door een meedogenloze tirannie van duizend jaar in een moslimsamenleving veranderde. Terwijl in het vroegere Indiase grondgebied, van wat tegenwoordig Afghanistan, Pakistan en Bangladesh is, het Hindoeïsme geheel is verdrongen door de islam, lukte het in India slechts om een klein deel van de bevolking tot de islam te bekeren. Tegenwoordig is dit proces van islamisering in Kasjmir nog steeds aan de gang, mede door het gebruik van terreur. Volgens officieuze schattingen is van de bevolking van India vandaag ongeveer 25% moslim.

Korte berichten

In 1037 voerde Sultan Masud een “heilige” oorlog tegen Hansi; de Brahmanen en andere hoog geplaatste personen werden gedood en hun vrouwen en kinderen weggevoerd.

De Ghazinividische Sultan Ibrahim viel in 1079 het district Punjab aan; de strijd duurde 4 weken en was erg bloederig. Uiteindelijk behaalden de moslims de overwinning en namen de rijkdom en 100.000 slaven mee.

Sultan Mohammed Ghauri, een Afgaan, startte aan het eind van de 11e eeuw een golf van islamitische invasies en vestigde in 1206 de moslimheerschappij over Delhi.

Over een aanval op Benares in 1194 zegt Inb Asir:

“… was de slachting onder Hindoes immens; niemand werd gespaard, behalve vrouwen en kinderen, en het bloedbad op de mannen ging door tot de aarde er moe van was.”

In 1195 nam men 20.000 slaven; in 1202 waren het er 5.000; er werden er 300.000 tot 500.000 tot de islam bekeerd.

Als eerste Sultan van India veroverde Aibal (1206-1210) in 1206 Hansi, Meerut, Delhi, Rathabor en Kol. In dezelfde periode trok Bakthiyar Khilji naar Bengalen en Bihar in Oost-India. Over zijn aanval in 1205 op Lakhmansena in Bengalen schrijft Ibn Asir:

“… hun hele rijkdom en al zijn echtgenotes, dienstmeiden, helpers en vrouwen vielen in handen van de indringers”.

Narasimhadeva versloeg Tugan Khan in 1248

Na de gemakkelijke overwinningen in Noord-India in de Punjab en Bengalen richtten de moslims hun aanvallen op Orissa. Hier ontmoetten de moslims hun gelijke. De bevolking van Orissa bestond uit bikkerharde strijders. In 1248, toen Narsimhadeva de heersende koning van Orissa was, viel Tugan Khan Orissa aan. Narsimhadeva besloot een krijgslist te gebruiken tegen de moslims. Hij stuurde bericht aan de indringer dat hij zich zonder slag of stoot wilde overgeven. De moslims aanvaardden de voorwaarden en trokken de stad binnen, onwetend dat de sluwe Hindoe-koning een hinderlaag voor hen had gelegd. Zodra het islamitische leger in de stad was, moest het zich in het doolhof van smalle straatjes verspreiden waarmee ze niet vertrouwd waren en waar ze hun paarden moesten achterlaten en te voet verder gaan.

Zich niet bewust van het gevaar dat op de loer lag, gingen ze langzaam naar het centrale plein waar de overdrachtsceremonie zou plaatsvinden. Toen het islamitische leger zo verspreid was, begonnen op een afgesproken signaal van een van uitkijkposten op de torenspitsen van de tempel de klokken te luiden en dat was het signaal voor de Hindoes om zich op de moslims te storten. De veldslag duurde de hele dag en ging een deel van de nacht door. Hoewel de Hindoes veel verliezen incasseerden, werd het gehele islamitische leger vernietigd. Zeer weinig moslims konden aan deze hinderlaag ontsnappen.

Korte berichten

Sultan Iltutmish (1210-36) was erg druk met het bestrijden van de Turken. Hij was ook bang voor een invasie door Djengis Kahn. In 1226 viel hij Ronthanbhor aan; met plundering van veel buit, inclusief slaven.

In 1234-35 werd Ujjain veroverd onder gevangenneming van vrouwen en kinderen.

Verdere aanvallen in 1244, 1248, 1252, 1253 en 1259 met steeds als resultaat: buit, plus vrouwen en kinderen als slaven.

Kahn  blijft alles minutieus beschrijven; het patroon bleef hetzelfde onder de Khilji (1290-1320) en de Tughlaq dynastieën (1320 tot 1413).

Belangrijk om te vermelden is de invasie van Amir Timur, bij ons ook bekend als Timoer Lenk (1336-1405). Bij zijn aanval op Delhi (16 december 1398) waren 15.000 Turken betrokken bij de moorden, plunderingen en verwoestingen; iedere man legde de hand op 100 gevangenen, mannen, vrouwen en kinderen; niemand had er minder dan 20. In totaal werden meer dan 100.000 mensen buitgemaakt.

Op de terugweg werden alle dorpen die ze tegenkwamen uitgemoord en namen ze nog eens 150.000 mensen gevangen. In totaal ging hij naar huis met meer dan 250.000 gevangenen.

Vijaynagar overleeft van 1331 tot 1565

Vijaynagar was het eerste hindoeïstische koninkrijk dat de hindoeïstische praktijk opgaf om vijandelijke burgers met rust te laten. Zo begonnen de moslims met gelijke munt terug te betalen. Als de legers van Vijaynagar een Bahamani stad of dorp innam, staken ze het in brand. Hierdoor vroegen de Adilshahi en Nizamshahi sultans om een verdrag met Vijaynagar te sluiten, waarin stond dat het doden van burgers van beide kanten verboden was. Tot het moment in 1565 dat Vijaynagar uiteindelijk werd verslagen in de slag bij Talikotai werd dit verdrag door zowel de Hindoes als de moslims nageleefd. Maar na de definitieve nederlaag hielden de moslims zich niet meer aan het verdrag. Na de Slag bij Talikotai richtten ze onder de Hindoe-bewoners van Vijaynagar een bloedbad aan. De stad zelf werd in puin geslagen.

Khusro Khan werpt in 1320 de Khilji-dynastie omver

In 1312 werd Gujarat veroverd door de islamitische tirannen, die een eeuw eerder Delhi hadden bezet. Zoals gebruikelijk vermoordden ze de Hindoes na elke overwinning. Zij voerde vele mooie vrouwen en knappe jonge mannen als gevangenen weg om te worden gebruikt voor seksuele doeleinden. Een van hen was Khusro Khan, die toen elf jaar was. Zoals de gewoonte was, werden alle gevangenen gedwongen bekeerd tot de islam en opgevoed als slaven. Na bijna vijftien jaar in gevangenschap was Khusro Khan zijn oorspronkelijke naam vergeten. Hij herinnerde zich alleen vaag dat hij een andere jeugd had gehad. Zijn knappe uiterlijk had de lusten van Qutbuddin Mubarak Khalji, de perverse zoon van Sultan Allaudin Khilji’s, opgewekt. Hij had een bijzondere voorliefde voor zijn slaaf Khusro Khan en hij werd als tiener door Qutbuddin Mubarak gedurende acht jaar seksueel misbruikt. Khusro haatte hem voor dit misbruik en zon op wraak.

In 1320 vermoordde Qutbuddin Mubarak zijn ouder wordende vader Allaudin en kroonde zichzelf tot keizer. Gebruik makend van zijn positie en de algemene wrok tegen Qutbuddin vermoordde Khusro op zij beurt Qutbuddin, kroonde zichzelf tot koning en nam de titel Khusro Khan aan. De grootste schok voor heel India was dat Khusro zich weer tot Hindoe verklaarde! Khusro Khan was toen pas negentien jaar oud. De islamitische adel was geschokt, maar met een sterk contingent van Gujarati-bekeerlingen rond Khusro Khan konden ze tijdelijk niets tegen hem beginnen. Khusro Khan was in hun ogen een Murtad, een afvallige die de islam had afgezworen. Uiteindelijk werd Khusro na een jaar door moslimgeneraal Ghazi Malik vermoord en daarmee werd het moslimgezag in Delhi hersteld. Na dit korte intermezzo van Hindoe-bewind stichtte Malik Ghazi de Tughluq dynastie.

Uit deze gebeurtenis bleek dat als de Hindoes slim waren geweest ze de moslimheerschappij in India omver hadden kunnen werpen. Een droom die later zou worden gerealiseerd door de Marathas, toen zij in 1720 optrokken naar Delhi.

In de periode volgend op de invasie van Amir Timur (Timoer Lenk) is het aantal slaven ten gevolge van oorlogvoering niet goed bekend. Er waren invallen van de Tughlaqs en de Sayyids, die allemaal grote aantallen slaven “oogstten”. Sultan Sayyid Mubarak (1431-35) plunderde de Katehar; verdere aanvallen in 1422, 1423, 1425 en 1430, steeds werden velen als gevangenen weggevoerd. In 1430 werden in Sirhind en Lahore in de Punjab zo’n 40.000 Hindoes vermoord en een groot aantal gevangen genomen.

(Het volgende deel zal bestaan uit een uitleg over het Moghol-bewind)

Door:
“Henk der Niederländer”
(voor www.ejbron.wordpress.com)

Over E.J. Bron

www.ejbron.wordpress.com
Dit bericht werd geplaatst in "Religie van de vrede", Azië, Barbarisme, Historie, India, Islam, Islamisering, islamitische ideologie, islamofascisme, Moslims, Rotzakken. Bookmark de permalink .

4 reacties op LONGREAD: “Vrucht van de boom” (deel 10)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s