LONGREAD: “Vrucht van de boom” (deel 16)

Screenshot_79

(Door: “Henk der Niederländer”)

 Lees hier deel 1 t/m 15 van “Vrucht van de boom”

De Slag bij Manzikert in 1071 

De Byzantijnse keizer Romanus IV Diogenes besteeg in 1068 de troon. Gedurende meer dan de vierhonderd jaar hadden de Byzantijnen hun leger met huurlingen versterkt: Franken, Ostrogoten, Visigoten, Bulgaren, Avaren en andere gekerstende tribale stammen, samen met de Grieken en Latijnen. De huurlingen dienden om Arabische aanvallen af te wenden. Om tegenwicht tegen hen te bieden, hadden sommige Byzantijnse keizers ook contingenten Seltsjoeken opgenomen die toen nog maar kortgeleden tot de islam waren bekeerd. Dit besluit zou rampzalig worden, want het verraad van de Turkse contingenten leidde tot de nederlaag bij Manzikert. Het overlopen van een moslimcontingent werd ook gezien in de Slag om Qadissiyah tussen de Sassanieden en de Arabieren. Een moslimsoldaat kan blijkbaar nooit loyaal zijn aan een niet-islamitische commandant. Ondanks het overlopen naar het vijandelijke kamp van een belangrijke generaal bleef Romanus bij Manzikert echter de strijd voortzetten. 

De Turken hadden de gewoonte de bugel te blazen om het einde van de strijd aan te kondigen. Ook op die dag bij de zonsondergang lieten de Turken de jachthoorn klinken en de Byzantijnen namen aan dat de Turken met vechten zouden stoppen. De Turken maakten echter met hun cavalerie een omtrekkende beweging en vielen de verbaasde Byzantijnen in de rug aan. Het Byzantijnse leger raakte gevangen tussen de twee legers en tegen middernacht werd hun lot bezegeld met het gevangen nemen van hun keizer Romanus door het Turkse stamhoofd Alp Arslan. Die behandelde hem met decorum en onthaalde hem als een Koninklijke gast. Arslan stelde Romanus voor dat de Byzantijnen zich alleen zouden terugtrekken tot aan de vooroorlogse lijnen. Arslan wilde zelfs niet vragen om de overgave van Manzikert. Met deze verrassend soepele voorwaarden kreeg Romanus een vals gevoel van veiligheid.

In de voorwaarden van het verdrag was opgenomen dat Romanus het Byzantijnse leger uit geheel Anatolië tot aan Constantinopel moest terug trekken in ruil voor de belofte dat de Seltsjoeken de christelijke bevolking in Armenië niet zou kwellen. Romanus had geen andere keuze dan deze voorwaarden te accepteren. Dit verdrag bezegelde het lot van de Byzantijnse aanwezigheid in Anatolië, dat tot dan toe altijd een deel van Zuid-Armenië was geweest. Na hun overwinning bij Manzikert werden de Seltsjoeken niet meer geconfronteerd met verzet van de Byzantijnen bij hun opmars in het tot dusver christelijke Anatolië. In een paar decennia konden zij de controle over Anatolië ontworstelen aan de Byzantijnen en Constantinopel vanaf de Aziatische kant van de Bosporus aanpakken. De Slag bij Manzikert tussen de Byzantijnen en de Seltsjoeken leidde ook tot de islamisering van Zuid-Armenië en de opneming ervan in Turkije.

Kruistochten 

Zouden er Kruistochten zijn gehouden als de islam niet had bestaan? Het is zeer aannemelijk dat de Kruistochten vooral het gevolg waren van de meedogenloze onderdrukking door de moslims van alle niet-moslims in de landen die ze veroverden.

De Perzen waren de eersten die werden onderworpen aan de islamitische wreedheden en zij besloten om zichzelf te redden door te kiezen voor de islam en dus is Iran nu een islamitisch land. Veel christenen uit het Midden-Oosten, Anatolië en Noord-Afrika volgden dit voorbeeld en werden moslim. Maar de christenen van Europa besloten om terug te vechten, onder andere door de Kruistochten te organiseren. Er zijn tussen de 11e en de 13e eeuw in totaal tien Kruistochten gehouden die we hier even noemen:

De eerste Kruistocht van 1095 tot 1099 veroverde Jeruzalem en de Kruisvaarders vermoordden een groot deel van de bevolking van de stad. Ze kwamen ook tot de oprichting van het Latijnse Kruisvaardersrijk, het Koninkrijk van Jeruzalem, dat duurde tot 1187.

De tweede Kruistocht van 1147 tot 1149 was georganiseerd om de christenen te helpen de stad Edessa en andere landen die ze hadden verloren op de Turken terug te veroveren, maar dat eindigde in een mislukking.

De derde Kruistocht van 1189 tot 1192 werd georganiseerd nadat Saladin, de sultan van Egypte, Jeruzalem heroverde. Dit is de kruistocht waaraan Richard Leeuwenhart meedeed. Ze slaagden er niet in Jeruzalem te heroveren.

De vierde Kruistocht van 1202 tot 1204 leidde tot de verovering van Constantinopel door de Venetianen; de bronzen paarden op de San Marco-kathedraal in Venetië zijn toen in Constantinopel gestolen.

De Kinderkruistocht in 1212 stuurde duizenden kinderen naar het Heilige Land, waar ze werden gevangen genomen door de moslims en als slaven verkocht of stierven van honger of ziekte.

De zesde Kruistocht van 1217 tot 1221 was gericht op Egypte, maar mislukte.

Vier volgende Kruistochten vonden plaats in de 13e eeuw, maar konden de islamitische veroveringen niet keren en in 1291 viel het laatste bolwerk van de Kruisvaarders bij Acco (Acre). Een aantal kruisvaarders vertrok naar Cyprus.

De aanleiding 

In het begin van de 8e eeuw werden 60 christelijke pelgrims uit Amorium gekruisigd. Amorium was een Byzantijnse stad in het centrum van Anatolië. Ongeveer in diezelfde periode liet de islamitische commandant van Cesarea een groep pelgrims uit Iconium (de antieke naam voor Konya) gevangen nemen en allemaal, behalve een paar die zich bekeerden tot de islam, als spionnen executeren.

Michael de Syriër bericht hierover:

“Toen de Turken de landen Syrië en Palestina regeerden, brachten ze schade toe aan christenen, die in Jeruzalem wilden gaan bidden (op bedevaart gingen), sloegen hen, plunderden ze, hieven belastingen aan de poorten van de stad en ook bij Golgotha en de kerk van Het Heilige Graf; en iedere keer als ze een karavaan met christenen tegenkwamen, speciaal die uit Rome of Italië, deden ze hun best om op allerlei manieren hun dood te veroorzaken. En toen talloze mensen als resultaat daarvan omkwamen, werden de koningen en graven met religieuze koorts bevangen en verlieten Rome. Troepen van al die landen sloten zich bij hen aan en ze kwamen overzee naar Constantinopel.” (Dit was de eerste kruistocht van 1096-1099)

In de loop van de 8e eeuw liet een islamitische heerser in Jeruzalem het symbool van het kruis in het openbaar verbieden. Hij liet ook de belasting voor niet-moslims verhogen, de jizya, die de christenen moesten betalen en verbood hen hun eigen kinderen en hun medechristenen in het geloof te onderwijzen. De moslims eisten ook geld van de pelgrims, onder de bedreiging de Opstandingskerk te plunderen als ze niet zouden betalen

In het begin van de 9e eeuw werden de vervolgingen zo wreed dat een groot aantal christenen naar Constantinopel en andere christelijke steden vluchtte. In 937 hielden moslims op Palmzondag in Jeruzalem huis en plunderden en verwoestten de kerk op de Calvarieberg (Golgotha) en de Opstandingskerk.

In 1004 gaf de Kalief van de Fatimiden, Abu ’Ali al-Mansur al-Hakim, opdracht tot de vernietiging van kerken, het verbranden van kruisen en de onteigening van kerkbezit. In de daaropvolgende tien jaar werden 30.000 kerken vernietigd en ontelbare christenen bekeerden zich uit lijfsbehoud tot de islam. In 1009 liet al-Hakim de Heilige Grafkerk in Jeruzalem vernietigen samen met meerdere andere kerken, waaronder de Opstandingskerk. In 1056 verdreven de moslims 300 christenen uit Jeruzalem en verboden het Europese christenen de weer opgebouwde Heilige Grafkerk te betreden. Toen de Seltsjoekse Turken in 1077 Jeruzalem innamen, beloofde de Seltsjoeken emir Atsiz bin Uwaq de inwoners te sparen. Zodra zijn mannen echter de stad hadden betreden, vermoordden ze ongeveer 3.000 mensen.

Toen de Seltsjoeken in 1071 de Byzantijnen aanvielen en versloegen in de Slag bij Manzikert en Constantinopel dreigde te veroveren, deed de Byzantijnse keizer Alexius Comnenus I in 1094 een beroep op de Paus om met het christelijke westen te hulp te komen tegen de Seltsjoeken invasies van zijn gebied. Hoewel de Kruistochten door velen als militaire aanvalsoorlogen worden beschouwd, kan men ze ook zien als een reactie op de aanhoudende islamitische onderdrukking van alle niet-moslims in het Midden-Oosten.

De oproep van de Paus 

Paus Urbanus II riep tijdens het Concilie van Clermont in het jaar 1095 op tot de eerste Kruistocht om het Heilige Land te bevrijden en het te heroveren op de moslims. Men was in West-Europa geschokt door de woorden van Paus Urbanus II: “De moslims hebben Jeruzalem veroverd en verbieden de pelgrims om naar Jeruzalem te komen om te bidden”.

Hij heeft dit gedaan om redenen van een al lang noodzakelijke verdediging. In zijn oproep verklaarde hij dat hij tot een kruistocht zou oproepen, omdat ”de aanvallen op de christenen”, de ”Godgelovigen”, door de Turken en andere islamitische strijdkrachten zonder verdediging nog veel erger zouden worden.

”Want de gelovigen worden, zoals de meeste van jullie al gehoord hebben, door Turken en Arabieren aangevallen en het territorium van de ’Romania’ (van het Hellenistische, dus Griekse imperium), dat in het westen tot aan de Middellandse Zeekust reikte en de Hellepoort (Dardanellen), die de arm van St. Joris genoemd wordt, werd veroverd.”

In de oproep van Paus Urbanus II werd verder letterlijk gezegd:

”Ze hebben steeds meer landen van de christenen daar bezet en deze in zeven oorlogen overwonnen. Ze hebben velen van hen gedood en gevangen genomen, de kerken vernietigd en het keizerrijk (Byzantium) vernietigd. Als men hen dit verder ongestraft laat doen, zullen de gelovigen in een nog grotere omvang door hen worden aangevallen.”

Wat de Paus destijds heeft gezegd, klopte. In het verloop van de Jihad, van de ”Heilige Oorlog”, werd vanaf de 7e eeuw tot aan de tijd van Paus Urbanus ongeveer de helft van de door christenen bewoonde gebieden veroverd en geïslamiseerd. Tot aan de Kruistochten had de Europese christenheid niet gereageerd op deze provocaties.

De Seltsjoeken waren na de Slag bij Manzikert in 1071 verantwoordelijk voor de routes van de christelijke pelgrims die via Anatolië naar het Heilige Land liepen en hinderden en plunderden de bedevaartgangers. De verhalen van deze intimidaties en plunderingen begonnen de Europese hoven te bereiken. Ook vroegen de Byzantijnse keizers na Manzikert regelmatig om hulp van West-Europa om de Turken te bestrijden. Zo werd de weg geëffend om hulp te bieden aan het belegerde Byzantijnse Rijk en voor een verovering van het Heilige Land. Dat leidde tot de Kruistochten, die in 1096 begonnen en tot 1291 duurden. Dit was dus een indirect gevolg van de Slag bij Manzikert in 1071, slechts 25 jaar eerder.

Vanaf hun eerste aanvallen in 634 op Byzantium bij de Jarmoek hebben de moslims gedurende een periode van achthonderd jaar meedogenloos het Byzantijnse Rijk aangevallen. De Byzantijnse keizer Manuel II Palaeologus, die van 1391 tot 1425 regeerde over het restant van het vroegere Oost-Romeinse Rijk, liet ons een aantal gedachten na over de confrontatie van het christelijke Byzantium met de oprukkende macht van de Islam:

“Toon mij toch wat Mohammed voor nieuws heeft gebracht en dan zul je louter slechts en onmenselijks vinden, bijvoorbeeld dat hij bevolen heeft het geloof dat hij predikte door het zwaard te verbreiden”.

Dit zou Manuel II Palaeologus hebben gezegd tegen een Perzische theoloog die hem over de islam wilde informeren.

In de nagelaten werken van Manuel II Palaeologus staat:

“De God van de moslims is aan geen van onze categorieën gebonden en is er niet een van de redelijkheid. “

De Paus citeerde tot groot ongenoegen van de Turken deze twee uitspraken bij zijn bezoek aan Turkije; ze kunnen blijkbaar nog steeds geen kritiek verdragen.

De eerste kruistocht van 1095 tot 1099 

Paus Urbanus II verenigde de christelijke koningen en vorsten met elkaar in de strijd en hij zag een kans om de Oosterse en Westerse kerken op één lijn met elkaar te krijgen. Hij riep op tot een ” Godsvrede” tussen de heersers van Europa en spoorde hen aan naar het Heilige Land te gaan. Om te bevorderen dat de Europeanen zich bij de Kruistochten zouden voegen, beloofde de Paus de deelnemers de vergeving van al hun zonden. Dit was de stuwende factor voor veel christenen om aan de kruistocht deel te nemen. De Paus kreeg een enthousiaste respons. Een strijdmacht van 15.000 man, bestaande uit 5.000 ridders en de rest infanterie. Zij droegen allemaal een groot rood kruis op hun bovenkleding, vandaar hun naam Kruisvaarders, hoewel ze zichzelf “pelgrims” noemden. Een boerenstrijdmacht sloot zich ook aan en in hun enthousiasme begonnen deze boeren de ridders vooruit te gaan en men riep: “God wil het”. Helaas hebben zij zich tijdens hun tocht naar het Heilige Land op grote schaal vergrepen aan de Joden. Bekend zijn de moordpartijen aan het begin van de tocht, waarbij hele Joodse gemeenschappen werden uitgemoord, onder andere in Rouen, Mainz, Spiers, Worms en Praag. Ook bij de verovering van Jeruzalem werden veel Joden vermoord. Dit waren onvergeeflijke daden! Uiteindelijk bereikten ze met ca 60.000 man, leger en boeren, Constantinopel.

De Seltsjoeken volgden een beleid van verschroeide aarde om de opmars van de Kruisvaarders te stuiten. Naast dit verschroeide aarde beleid werden de Kruisvaarders ook geconfronteerd met hongersnood. Edessa was de eerste grote stad die hen toeviel en in 1098 werd er in Edessa een christelijke staat opgericht door koning Boudewijn I. Na de val van Antiochië plunderden de Kruisvaarders in de magere wintermaanden het omliggende platteland en konden onvoldoende bevoorrading vinden om hun grote aantallen mensen te voeden. Ze belegerden ook de Syrische stad Ma’arra al-Numan. In december 1098 hebben de Kruisvaarders onder leiding van Raymond de Saint-Gilles, graaf van Toulouse, en Bohemund, de Frankische gouverneur van Antiochië de gehele bevolking van Ma’arra al-Numan uitgemoord. Maar liefst 20.000 islamitische inwoners werden afgeslacht ondanks de verzekering dat hun leven zou worden gespaard. De uitgehongerde Kruisvaarders hebben toen uit nood sommige van hun slachtoffers opgegeten.

In 1098 hadden ze Antiochië en Nicea weer onder christelijk gezag gebracht. In juli 1099 veroverden ze Jeruzalem en begonnen een christelijke staat op te bouwen in Palestina. De vreugde in Europa was groot. Het leek erop dat het tij van de geschiedenis was gekeerd. Ze dachten dat de Rotskoepel de “Tempel van Salomo” was en de nabijgelegen Al-Aqsa moskee het “Paleis van Salomo”. Zij verwijderden de sikkel van de top van de Rotskoepel, vervingen deze door een kruis en noemden het Templum Domini, ‘Tempel van God. ” Ze veranderden de Al-Aqsa moskee en de gewelfde ruimte onder de moskee in een klooster. Ze noemden deze ruimte, die oorspronkelijk was gebouwd door Herodes, de stallen van Salomo. Ze begonnen, nadat zij Jeruzalem veroverden, aan een grote bouwinspanning in heel het Heilige Land. De meeste kastelen en kerken werden later door de moslims vernietigd uit angst dat de Kruisvaarders zouden terugkeren. Er zijn nu nog ruïnes van de vele burchten en kerken die ze bouwden.

De verovering van Jeruzalem in 1099 en de bloedige plundering van de stad wordt vaak gezien als een bijzondere gebeurtenis in de geschiedenis van de Middeleeuwen en ook als de oorzaak van het islamitische wantrouwen tegenover de westerse wereld. Het was het begin van de verspreiding van antiwesterse haatgevoelens en antiwesterse propaganda. De plundering van Jeruzalem door de Kruisvaarders was zonder twijfel een misdaad, zeker gezien de religieuze en morele principes waarop ze zich beriepen. Het was echter volgens de militaire standaards van die tijd niets buitengewoons. In die tijd was het een algemeen gebruik in de oorlogsvoering dat een belegerde stad, die zich verzette tegen de verovering, geplunderd mocht worden. Als de stad geen verzet bood, was het de gewoonte hem te sparen. Het is historisch bewezen dat islamitische legers zich vaak net zo hebben gedragen als ze een veroverde stad binnentrokken. (De andere Kruistochten zullen we hier verder niet bespreken).

De Tempeliers en de Hospitaalridders 

De Kruisvaarders stichtten speciale ridderorden zoals de Tempeliers en de Hospitaalridders om het Koninkrijk te beschermen. De Tempeliers waren gestationeerd op de Tempelberg. Het blijft bijzonder dat de Tempeliers de Rotskoepel niet vernietigden, hoewel de Kruisvaarders alle moskeeën hebben vernietigd die ze niet veranderden in kerken. De Hospitaalridders bouwden hun belangrijkste complex, bestaande uit de kerk, een verpleeghuis en een ziekenhuis nabij de kerk van het Heilig Graf. De Hospitaalridders moesten gastvrijheid bieden aan de grote aantallen pelgrims die de christelijke heilige plaatsen kwamen bezoeken en ze moesten zorgen voor de zieken onder hen.

Na de bevrijding van Jeruzalem hadden de Kruisvaarders, of Ferenghees (Franken), zoals de Arabieren hen noemden, hun invloed uitgebreid tot de grenzen van Egypte, waar de Fatimiden-regering na tweehonderd jaar viel. Daar werden ze geconfronteerd met een jonge man genaamd Salah al-Din ofwel Saladin, die een nieuwe dynastie had gesticht, de Ayyubieden, en die was voorbestemd om de aanval van de Kruisvaarders te stoppen. In 1187 deed Saladin een tegenaanval op de Kruisvaarders en heroverde uiteindelijk Jeruzalem.

De moslims incasseerden in de periode van achthonderd jaar dat zij langzaam Anatolië binnen trokken veel nederlagen tegen de Byzantijnen. Ze gaven het nooit op, ze bleven aanvallen totdat ze uiteindelijk in 1453 de hoofdstad Constantinopel veroverden en de Byzantijnse macht ten einde was. Dit is een belangrijke les voor het Westen vandaag.

Sultan Mas’ud van Iconium (Anatolië) belegerde Melitene in 1143 en verwoestte Sebastia. In Melitene legde hij een enorme schatting op. Dit herhaalde zich in 1152 en in 1170

Ook de Seltsjoeken en de Ottomanen gingen door met verplaatsingen en deportaties van bevolkingen in Armenië, Anatolië en de Balkan. Op de Balkan brachten de Ottomanen boeren uit Walachije en Roemenie over naar Bosnië.

Korte berichten 

In 1137 nam Mas’ud, Sultan van Iconium, de stad Adana in en nam de hele bevolking gevangen.

Na de nederlaag van de Franken in 1149 door Nur ad-Din “voerden de Turken het hele land, de omgeving van Athiochië in gevangenschap weg”

In 1171 deporteerde Kilij Arslan II de hele bevolking uit de omgeving van Melitene

Murad II nam in 1362 Adrianopel in en bevolkte de stad met moslims uit Anatolië.

Verwoesting van Edessa in 1144-1146

Michael de Syriër heeft twee verwoestende Jihad-aanvallen door de Seltsjoekse Turken opgetekend (1144 en 1146), inclusief de massamoord op de niet strijders; hij schrijft als volgt:

“De Turken kwamen binnen met hun zwaarden en messen getrokken en dronken het bloed van oud en jong, de mannen, de vrouwen, de priesters en de dekens, de kluizenaars en de monniken, de nonnen, de maagden de kinderen aan de borst, de verloofde mannen en de vrouwen met wie ze verloofd waren. Ach! Wat een bitter verhaal! De stad van Agaz, de vriend van Christus, werd onder de voet gelopen door onze ongerechtigheden; de priesters werden afgeslacht, de dekens geofferd, de onderdekens verpletterd, de kerken beroofd, de altaren omvergegooid! Helaas, wat een ongeluk! Vaders lieten hun kinderen in de steek; de moeders vergaten hun liefde voor de kleintjes!

Terwijl het zwaard verslond en iedereen naar de bergtop vluchtte, verzamelden sommigen hun kinderen zoals een hen haar kuikens en wachtten er op om samen door het zwaard te worden gedood. Of anders gezamenlijk in gevangenschap te worden weggevoerd! Sommige oude priesters, die de relikwieën van de martelaren droegen, zagen deze razende vernieling en herhaalde de woorden van de Profeet: ´Ik zal Gods gramschap verduren, omdat ik tegen hem gezondigd heb en hem heb geërgerd.´ En ze vochten niet, noch stopten ze met bidden, tot het zwaard hen uitschakelde. Ze werden op deze zelfde plaats gevonden, hun bloed rondom hen verspreid…. De Turken kwamen vanuit de citadel naar beneden naar hen die in de kerken en andere plaatsen waren gebleven door hoge leeftijd of om een andere reden en martelden hen zonder medelijden. Degenen die waren ontsnapt aan de verstikking en verplettering […] en de stad hadden verlaten met de Franken, werden omsingeld door de Turken, die een hagel van pijlen op hen lieten neerkomen die hen wreed doorboorde. O wolk van gramschap en dag zonder genade! Welke storm van gewelddadige gramschap sloeg nu weer neer op de Edessers. O nacht van dood, morgen van de hel, dag van de ondergang! Die zich keerde tegen de burgers van die geweldige stad. Helaas, mijn broeders! Wie kon herhalen of aanhoren zonder in tranen te raken, hoe de moeder en het kind dat ze in de armen droeg werden doorboord door dezelfde pijl, zonder dat iemand hen oprichtte of de pijl verwijderde! Toen ze waren gevallen vertrapten de hoeven van de paarden hen met geweld! Dat ze de hele nacht door met pijlen werden doorzeefd en bij de dageraad, die voor hen nog zwarter was, gestoken werden met zwaarden en speren!……

Toen huiverde de Aarde van gruwel door het bloedbad dat plaatsvond, zoals de sikkel het graan bewerkt, of zoals het vuur tussen droge snippers, zo sloeg het zwaard de christenen. De lichamen van priesters, dekens, monniken, edelen en armen werden op een hoop achtergelaten. Echter hoewel de dood wreed was, toch hadden ze niet zoveel te lijden als degenen die bleven leven, want de laatsten waren te midden van het vuur en de gramschap van de Turken. [Die barbaren] ontdeden hen van hun kleding en hun schoeisel. Terwijl ze hen sloegen met stokken, dwongen ze hen, mannen en vrouwen, naakt en met hun handen op hun rug gebonden, naast de paarden te lopen; die ploerten doorstaken de buik van iedereen die vermoeid raakte en op de grond viel en liet hen achter langs de weg. En zo werden ze een prooi voor de wilde dieren, of anders het voedsel voor de vogels, in welk geval ze werden gekweld en toen stierven ze. De lucht was vervuld van de stank van de lichamen (kadavers); Assyrië was vol gevangenen.

Dertigduizend zielen werden gedood. Vrouwen, jongeren en kinderen. In totaal 16.000 werden in slavernij afgevoerd, van hun kleding ontdaan, blootsvoets, hun handen gebonden, gedwongen mee te rennen met hun cipiers op paarden. Degenen die het niet volhielden, werden met pijlen en speren doorboord of achtergelaten als prooi voor de wilde dieren en de vogels. Priesters werden meteen gedood of gevangen genomen, een paar ontsnapten. De aartsbisschop van de Armeniërs werd in Aleppo verkocht….. De hele stad werd aan plundering prijsgegeven, voor een heel jaar, wat in een complete ruïne resulteerde. Van deze ramp heeft de christelijk gemeenschap van Edessa zich nooit hersteld.”

Het volgende deel zal een uitleg geven over de oorzaak en gevolgen van de Kruistochten en de veroveringen van Djengis Khan op de moslims.

Door:
“Henk der Niederländer”
(voor www.ejbron.wordpress.com)

Over E.J. Bron

www.ejbron.wordpress.com
Dit bericht werd geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink .

3 reacties op LONGREAD: “Vrucht van de boom” (deel 16)

  1. Lucky zegt:

    Turkije, kinderverkrachting
    https://www.theguardian.com/world/2020/jan/23/turkish-activists-oppose-amnesties-for-child-rapists

    Turkish activists oppose amnesties for child rapists
    Turkse activisten verzetten zich tegen amnestieën voor kinderverkrachters

    Draft law could see release of men jailed for child abuse if they marry their victim

    Turkey’s ruling party has begun a second attempt at introducing a law to grant rapists amnesty as long as they marry their victim, four years after a similar bill sparked outrage at home and internationally.
    The legislation, which was first debated by parliament on 16 January, would give men suspended sentences for child sex offences if the two parties get married and the age difference between them is less than 10 years.
    Opposition parties and women’s rights groups have been quick to point out that the bill in effect legitimises child marriage and statutory rape in a country where the legal age of consent is 18.
    President Recep Tayyip Erdoğan’s conservative Justice and Development party (AKP) has said the proposal is designed to deal with Turkey’s widespread child marriage problem

    Nl
    Wetsontwerp zou de vrijlating van mannen die gevangen zitten voor kindermisbruik kunnen zien als ze met hun slachtoffer trouwen

    De Turkse regeringspartij is begonnen met een tweede poging om een ​​wet in te voeren om verkrachters amnestie te verlenen, zolang ze met hun slachtoffer trouwen, vier jaar nadat een vergelijkbare wet binnenlandse en internationale verontwaardiging veroorzaakte.
    De wetgeving, die voor het eerst werd besproken door het parlement op 16 januari, zou mannen voorwaardelijke straffen opleggen voor kindermisdrijven als de twee partijen trouwen en het leeftijdsverschil tussen hen minder dan 10 jaar is.
    Oppositiepartijen en vrouwenrechtengroepen hebben er al snel op gewezen dat het wetsontwerp feitelijk kinderhuwelijken en wettelijke verkrachting legitimeert in een land waar de wettelijke leeftijd van toestemming 18 is.
    De conservatieve partij voor gerechtigheid en ontwikkeling van president Recep Tayyip Erdoğan (AKP) heeft gezegd dat het voorstel is bedoeld om het wijdverbreide probleem van het kindhuwelijk van Turkije aan te pakken

    Like

  2. mahoog zegt:

    Het zijn en blijven viezerikken.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s