Hitler stond links

Screenshot_41

Wie betaalde al die sociaal-politieke zegeningen?: Hitler, München 1931.

(Door: Peter Keller – Vertaling: E.J. Bron)

Honderd jaar geleden werd in München de NSDAP opgericht. De partij is antikapitalistisch, sociaal-revolutionair en Joden-vijandig. De analyse van haar programma laat zien: Hitler zag zichzelf als degene die socialistische doelen realiseert.

Die Weltwoche

Er zijn bijna tweeduizend mensen in de feestzaal van het “Hofbräuhaus” in München. Het is de eerste massale bijeenkomst van de Duitse Arbeiderspartij, die zichzelf op deze 20e februari 1920 zal herbenoemen tot Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP). Dat op deze avond ook Adolf Hitler, die nog maar enkele maanden tot deze splintergroepering behoort, het woord neemt, was eigenlijk niet gepland.

Hitler zal terugblikkend noteren hij zichzelf er aan het einde van deze bijeenkomst bewust van geworden zou zijn “dat nu de principes van een beweging het Duitse volk introkken, die niet meer tot vergeten te brengen waren”. Met de “principes” bedoelde hij het partijprogramma van de NSDAP, dat hij aan de enthousiaste mensenmenigte in het “Hofbräuhaus” verkondigde. Het zijn 25 punten, die hij in de weken daarvoor met zijn partijcollega´s Gottfried Feder en Anton Drexler had geformuleerd.

In de nabeschouwing en onder de indruk van de beestachtige moord op miljoenen Joden wordt vooral de racistische kern van de nationaalsocialistische ideologie benadrukt. In werkelijkheid wordt onder punt 4 van het nieuwe partijprogramma gedefinieerd wie staatsburger zou kunnen zijn: alleen “volksgenoten”, dat betekent wie “van Duits bloed” is. En om duidelijk te maken wie er derhalve niet bij hoort, eindigt de alinea met: “Geen Jood kan daarom volksgenoot zijn.”

Tegen grondspeculatie, voor moederbescherming

Het antisemitisme is zonder twijfel het smeermiddel of de “drijvende kracht” (Eberhard Jäckel) van deze jonge, opkomende partij. Maar het verklaart maar beperkt de redenen van Hitler´s weg naar de macht en daarna de instemming van de grote meerderheid van de Duitsers tot in de eindfase van het nationaalsocialisme. Hitler zal het Duitse Rijk zeer snel en zeer succesvol tot een “volksstaat” ombouwen. “Wij denken dat de Duitsers van toen volledig gek en fanatiek gemaakt vervallen zouden zijn aan een Füherer-cultus”, bekritiseert de historicus Götz Aly. Terwijl “zwakke” factoren voor de aanhangers veel belangrijker geweest zouden zijn: de nationaalsocialistische leiding zou een “dienstvaardigheidsdictatuur” hebben opgericht door middel van zeer eenvoudige “belasting- en sociaal-politieke zegeningen” ten gunste van de gemiddelde Duitsers.

Deze volkse verzorgingsstaat is in het eerste partijprogramma al duidelijk geaard. De 25 punten laten zien dat de oprichters en voorbereidende denkers van de latere NSDAP uit de arbeidersbeweging komen. Anton Drexler is bankwerker en vakbondsman, Gottfried Feder verklaart later dat hij “van links” bij de Duitse Arbeiderspartij zou zijn terechtgekomen. Wat de beide met Hitler verbindt, is het idee om de schijnbaar tegenstrijdige belangrijkste stromingen van de tijd, het nationaalsocialisme en het socialisme, in hun programma bijeen te brengen. Ze zouden het nationalisme gesocialiseerd hebben “om de massa´s van het proletariaat voor de partij te winnen”, zegt Feder.

Onder de punten 11 tot 25 worden de – ons tot op de dag van vandaag verbazingwekkend vertrouwde – sociaal-politieke, ondertussen antikapitalistische eisen opgesomd. “Doorbreking van de belasting-knechtschap” (punt 11), “gemeenschappelijk gebruik voor privégebruik” (punt 24) en een einde van de “materialistische wereldorde” (punt 19) – waar sowieso de Joden achter zouden zitten – vormen de ideologische uitgangspunten van het programma.

De partij eist de “nationalisatie” van al gesocialiseerde ondernemingen (punt 13), een “winstdeelname aan grote bedrijven” (punt 14), een “royale uitbreiding” van de ouderdomsvoorziening (punt 15). Grote warenhuizen dienen in gemeentelijk beheer genomen en aan kleinere nijverheidsondernemingen verhuurd te worden (punt 16). Punt 20 verlangt de toegang tot hoger onderwijs, ongeacht de herkomst: “Wij eisen de opleiding van bijzonder talentvolle kinderen van arme ouders op staatskosten, zonder rekening te houden met hun stand of hun beroep.” Dat zou men nu “kansengelijkheid” noemen.

Het heden zou zich überhaupt niet al te verheven moeten voelen met het oog op de verleidbaarheid van de Duitse massa´s. Wie zou iets tegen punt 21 van het NSDAP-programma kunnen inbrengen, waarin een betere geneeskundige verzorging van de bevolking, het verbod op kinderarbeid en de “bescherming van moeder en kind” geëist worden? Of dat lokale bedrijven bij publieke opdrachten de voorkeur zouden genieten (punt 16)?

Wanneer de SP-parlementariër Jacqueline Badran uit Zürich in verband met het laatste initiatief, “Meer betaalbare woningen”, een “gemeenschappelijk maken van de grond” eist en tegenover de “Blick” zegt dat de grond van diegenen zou moeten zijn die hem gebruiken en van hem afhankelijk zouden zijn, dus de gemeentes en de bevolking, “en niet het globale, winst zoekende kapitaal”, dan is dat hetzelfde geluid als men kan vinden in punt 17 van het nationaalsocialistische programma: daar is sprake van een omvangrijke “grondhervorming” met afschaffing van de grondbelasting, “verhindering van welke grondspeculatie dan ook”en de roep naar een wettelijke basis om grond voor doelen van algemeen belang te kunnen onteigenen.

“Waardeer het werk, respecteer de arbeiders”

De nationale en socialistische aanvalsrichting blijft in de jaren daarop dezelfde en is gericht op de instemming van de arbeiders. In 1928 verschijnt een opstel van Joseph Goebbels met de titel “Waarom zijn wij socialisten?” De propagandaleider van de partij schrijft dat het zou gaan om de vorming van een nieuwe staatsbewustheid, “die elke scheppende volksgenoot moet omsluiten”. Daarvoor zou de staat naar binnen toe één moeten zijn, maar deze eenheid zouden de “gezworen vijanden van de komende arbeidersstaat” in de weg staan: het politieke burgerdom en het marxisme. Daarom zou het zaak zijn om de beide politieke machtsgroepen te “breken”, voor de “eerste Duitse nationale staat van socialistische vormgeving”.

In 1932 staat er op de verkiezingsposter van de NSDAP een reusachtige arbeider, onder hem kleine, lelijke figuren, die een communist met een dolk laten zien, bovendien een joodse fluisteraar, die zegt welke politiek de sociaaldemocraten moeten bedrijven, en een vertegenwoordiger van het burgerdom, die vasthoudt aan de noodverordeningen. Op de achtergrond komen als een zon een fel hakenkruis omhoog en het de leuze: “Wij arbeiders zijn ontwaakt. Wij kiezen nationaalsocialisten.” De partij verdubbelt haar aantal kiezers naar 37,3% en wordt met afstand de grootste fractie in de Duitse Rijksdag. Vanuit de optiek van het conservatieve burgerdom, aldus de publicist Sebastian Haffner, stond Hitler links.

In januari 1933 volgt de machtsgreep van Hitler. Deze wordt gewelddadig doorgedrukt. Maar parallel daaraan zetten de nazi´s onmiddellijk hun systeem van “sociale chantagetechnieken” (Götz Aly) op, zoals dat in het eerste partijprogramma al bedoeld was. Al op 7 april 1933 verklaart het kabinet-Hitler de 1e mei tot “feestdag van de nationale arbeid”. Het jaar daarop wordt het loon doorbetaald, Hitler spreekt in Berlijn voor meer dan twee miljoen mensen over “Waardeer het werk, respecteer de arbeiders”. De vakbonden en economische organisaties worden samengevat in het Duitse Arbeidsfront: volksgemeenschap in plaats van klassenmaatschappij.

Direct in het begin van zijn regeringswerkzaamheden halveert Hitler de tarieven voor medicijnen en artsen, een enorme ontlasting voor die 80% van de bevolking die aan de “rand van het bestaan” (Götz Aly) leeft. Met de belastinghervorming van oktober 1934 wordt het belastingvrije bedrag fundamenteel verhoogd, opnieuw ten voordele van diegenen die weinig verdienen. Daarentegen worden mensen zonder kinderen, vrijgezellen en beter verdienende duidelijk meer belast. Symbolisch waarneembaar voor de brede laag van de arbeiders verhoogt het nationaalsocialistische regime de ondernemersbelasting van 20% naar 40% en in de oorlog naar 55%. De voordelen van de gemiddelde Duitsers bleven onaangetast.

Volksstaat en misdaad

In 1938 voeren de nazi´s de kinderbijslag in, in 1940 toeslagen voor ploegendienst en werken op zondag. Wanneer in 1941 de aanval op de Sovjet-Unie plaatsvindt en er bij de oudere generaties slechte herinneringen aan de twee-frontenoorlog in de Eerste Wereldoorlog opkomen, verhogen de nazi´s de ouderdomspensioenen met 15%. Tegelijkertijd worden de gepensioneerden automatisch in de ziektekostenverzekering opgenomen, daarvoor kwamen ze daar niet voor in aanmerking en waren ze aangewezen op de bijstand of op familie.

Er is één vraag te stellen: wie betaalde al die sociaal-politieke zegeningen? De leden van het Duitse leger waren de bestbetaalde soldaten ter wereld, ze kregen tweemaal zoveel soldij als bijvoorbeeld de Britse soldaten. Samen met de loonvergoeding had een Duitse gezinshuishouding meer geld ter beschikking dan daarvoor in het normale arbeidsleven.

Deze weldaden moesten gefinancierd worden. Götz Aly spreekt van een “symbiose tussen volksstaat en misdaad”, die het nationaalsocialistische regime kenmerkte. De misdadige belangrijkste bron van deze “dienstvaardigheidsdictatuur” was de “Arisierung”, dus de onteigening van de joodse bevolking. Daarbij kwam de herverdeling uit de veroverde gebieden terug in het rijk. In het binnenland completeerden de hoge ondernemersbelastingen en de progressieve vormgeving van het belastingsysteem de nationaalsocialistische herverdelingsstaat.

Weliswaar werden – behalve de Joden – ook de “volksvijanden” in het Derde Rijk vervolgd, gearresteerd en vermoord, maar de terreur betrof eigenlijk slechts een kleine minderheid: niet meer dan 200.000 mensen op een bevolking van 60 miljoen. De grote rest ziet en voelt vooral de sociale verbeteringen in de nationaalsocialistische staat, aldus de historicus Aly: “nog nooit zou er een “grotere overeenstemming tussen volk en leiding” zijn geweest dan in de twaalf jaar van de nationaalsocialistische heerschappij.

Götz Aly: “Hitlers Volksstaat

Bron:
www.weltwoche.ch
Door: Peter Keller

Vertaald uit het Duits door:
E.J. Bron
(www.ejbron.wordpress.com)

Over E.J. Bron

www.ejbron.wordpress.com
Dit bericht werd geplaatst in Duitsland, Historie, Links fascisme, nationaalsocialisme, nazisme, nieuw fascisme, Rotzakken, socialisme, Socialisten. Bookmark de permalink .

22 reacties op Hitler stond links

  1. Tistochwat zegt:

    Off topic

    https://nos.nl/artikel/2325309-beatrixziekenhuis-gorinchem-gesloten-om-coronavirus-tien-patienten-in-nl.html

    In dit ziekenhuis ligt op dit moment een goede vriend van mij.
    Hij is 95 en ik zou hem a.s. weekend misschien gaan bezoeken.
    Als het echt gaat om het Coronavirus is de oude stumper verloren en zie ik hem nooit meer. 😥

    Geliked door 2 people

  2. Lucky zegt:

    Waanzinnig links in Duitsland…alweer.

    https://www.journalistenwatch.com/2020/03/01/baerbock-migranten-grenze/

    Baerbock: Migranten von türkisch-griechischer Grenze in EU verteilen

    Berlin – Diese Partei ist wirklich von allen guten Geistern verlassen. Wohl wissend, dass der Nachschub an Migranten fast unbegrenzt ist und dass eine Million eine weitere nach sich ziehen wird, setzen die Grünen weiterhin auf „Hereinspaziert, wer will noch mal, wer hat noch nicht“. Annalena Baerbock hat jetzt eine Kontingentlösung zur Aufnahme der Migranten an der türkisch-griechischen Grenze vorgeschlagen – an der sich auch Deutschland beteiligen soll. „Dass die Situation sich derart zuspitzt, war nur eine Frage der Zeit“, sagte Baerbock der „Welt“ (Montagsausgabe). „Niemand kann überrascht tun.“

    Nun sei die Europäische Union (EU) in der Pflicht, Griechenland bei der Bewältigung der Lage mit allen Mitteln zu unterstützen – finanziell, personell, mit Hilfsgütern und Material, forderte Baerbock. „In der chaotischen Situation muss die EU Ordnung und Humanität walten lassen.“ Das sei angesichts der katastrophalen Lage allein in den Lagern auf den griechischen Inseln eine immense Aufgabe.

    Nl
    Baerbock: Distribueer migranten van de Turks-Griekse grens naar de EU

    Berlijn – Dit feest wordt echt verlaten door alle goede geesten. Wetende dat het aanbod van migranten bijna onbeperkt is en dat er nog een miljoen meer zullen zijn, blijven de Groenen vertrouwen op “Kom binnen, wie wil gaan, wie nog niet”. Annalena Baerbock heeft nu een quotumoplossing voorgesteld voor migranten aan de Turks-Griekse grens – waaraan ook Duitsland zou moeten deelnemen. “Het was slechts een kwestie van tijd voordat de situatie tot een hoogtepunt kwam”, zei Baerbock van de “Welt” (maandag editie). “Niemand kan verrast doen.”

    Nu heeft de Europese Unie (EU) de plicht Griekenland te ondersteunen bij het omgaan met de situatie op alle mogelijke manieren – financieel, in termen van personeel, met hulpgoederen en materialen, eiste Baerbock. “In de chaotische situatie moet de EU orde en menselijkheid uitoefenen.” Alleen al vanwege de catastrofale situatie in de kampen op de Griekse eilanden is dit een immense taak.

    Geliked door 1 persoon

  3. koddebeier zegt:

    AU AU, daar worden al die linkse clubjes niet graag aan herinnerd !!
    He, PvdA, Groen (s)Links, D66………………………………

    Geliked door 1 persoon

  4. Aegolius cs zegt:

    Hitler blijft met de lange arm de moordenaar van 6.000.000 -Zes miljoen- Joden en aangemoedigd door het Duitse stemvolk! Achteraf bleken ze het niet te weten maar het goede lieten ze zich smaken.
    In welk tijdsbeeld bevindt Israël in de wereldpolitiek zich thans?

    Like

  5. Tijl Uylenspiegel zegt:

    Mooi artikel.
    Heb het al eerder gezegd; na de Eerste Wereldoorlog ontstond er in Europa een machtsvacuüm waarin meerdere ideologieën het licht zagen, vele daarvan overlapten elkaar.
    En vele daarvan werden ontworpen vanuit het oogpunt van arbeiders.
    Dezelfde arbeiders die vele decennia afhankelijk waren geweest van de boven hen gestelden.
    Ze waren uitgebuit en opgebrand en wilden net als de Russen de uitbuiters aan de hoogste boom hangen.
    En als dan de boel kantelt dan wil men weleens doorschieten.
    Duitsland was willens en wetens tot aan de rand van de afgrond gebracht als verliezers van de oorlog, mensen hadden nauwelijks werk of vooruitzichten en waren afhankelijk van giften.
    Tja en dan was er het antisemitisme.
    We moeten eens stoppen met te doen alsof dat alleen in Duitsland bestond, in Rusland waren al vele pogroms geweest, in Frankrijk kwam het haast nog meer voor dan in Duitsland en Engeland was er ook bepaald niet vrij van.
    Mensen (arbeiders) die in de verdrukking komen zoeken een zondebok.
    Vergeet daarbij niet dat communicatie nauwelijks bestond, kranten, radio waren zeer beperkt, het nieuws dat mensen tot zich kregen bleef beperkt tot het kleine leefgebied.
    Wij kunnen ons er met radio, televisie, internet en mobieltjes er nauwelijks een voorstelling van maken.
    Het was echt niet zo gek dat velen na de oorlog zeiden ‘das haben wir nicht gewust’.
    De frontsoldaat had geen idee wat er achter zijn rug gebeurde, die leefden in de hel op aarde.
    En zelfs als ze er na verloop van tijd achterkwamen dan was het niet zo dat ze konden zeggen; “hier ben ik het niet mee eens, ik ga naar huis”, daar stond de kogel op.
    De documentaire “Zwarte soldaten” geeft daar een mooi beeld van.

    Like

  6. andre zegt:

    Adolfje werd in het zadel gehesen door London minister president David Lloyd George en al heel snel verdween deze glibber op de achtergrond. In D 1938 had je de cross of honour of the German mothers in brons voor 4 kinderen, zilver voor 6 kinderen en goud voor 8 koters aangestruurd uit Den Haag.

    https://en.wikipedia.org/wiki/Cross_of_Honour_of_the_German_Mother

    Like

  7. Kees zegt:

    Zelfs Joop den Uil bewonderde Hitler, dus zeg nou nooit meer dat Hitler rechts was!

    Geliked door 1 persoon

  8. Stef zegt:

    Lees het boek PRELUDE IN WENEN van Bodie Thoene
    Daarin staat bovenstaande verhaal uitgebreid. En is tevens geweldig om te lezen.

    Like

  9. verwardeman zegt:

    SOCIALIST , iedereen gelijk en alle neusjes dezelfde kant op , behalve natuurlijk zijzelf !
    Zij baden in weelde en doen wat ze willen op kosten van de kutde , over wiens ruggen ze
    zich in het zadel hebben geluld .
    Waardeloze figuren , te arrogant en lamlendig voor een normale baan , maar wel een grote
    aanmatigende bek over hoe anderen het moeten doen , gebakken lucht .

    Geliked door 1 persoon

  10. Pingback: Merkel en onze vrijheid | E.J. Bron

  11. Jules Vismale zegt:

    We weten niettemin dat een bepaalde verzetsstrijdster in Duitsland, Sophie Scholl (1921-1943), zich in WO II tegen het nazisme verzette, samen met haar broer Hans, ofschoon zij blijkbaar geen communist was of een aanhangster van andere ideologieën!
    Maar ik zal hier een artikel plaatsen over een andere Duitse verzetsstrijdster die helaas wel de fout maakte een ander verderfelijk systeem, het communisme, te steunen waar zij toen onderuit wilde en dit, gelijk aan Sophie Scholl, met de dood moest bekopen: Cato Bontjes van Beek.
    Lees hier dat artikel over haar maar eens over:

    Cato Bontjes van Beek (1920-1943)

    “Ich will nur eins sein – und das ist ein Mensch!” (Cato Bontjes van Beek)

    Cato Bontjes van Beek, in huiselijke kring Dodo genoemd, was een vrolijk kind dat haar leven intensief leefde. Ze was heel sociaal, maakte makkelijk vrienden en stimuleerde behalve haar broers en zussen, ook de kinderen in de buurt waar ze woonde in het West-Duitse Fisherhude. Ze moedigde hen aan om te gaan zwemmen, deel te nemen aan sportwedstrijden, wandelingen of theatervoorstellingen. Daarnaast had Cato een uitgesproken gevoel voor rechtvaardigheid.

    De jonge Cato

    Cato Bontjes van Beek werd 14 november 1920 geboren in Bremen in een kunstenaarsfamilie bestaande uit schilders, musici en keramisten. Ze was de eerste dochter van de aantrekkelijke, expressieve danseres Olga Breling en de keramist Jan Bontjes van Beek.
    Olga was de jongste van zes dochters van kunstschilder Heinrich Breling, medeoprichter van de kunstenaarsgemeenschap Fischerhude, en zijn vrouw Amelie. Jan was weliswaar een Duits staatsburger, maar geboren als zoon van Nederlandse ouders, scheepsingenieur Eduard en zijn vrouw Cato. In de Eerste Wereldoorlog had hij zich vrijwillig aangemeld en dienst gedaan als matroos in de Keizerlijke Marine. Na de oorlog toonde hij zich een echte revolutionair wat hem de bijnaam ‘rode matroos’ opleverde.

    Na de geboorte van Cato volgde twee jaar later haar zusje Mietje en nog een jaar later kwam haar broertje Tim ter wereld. Om het huishouden goed te kunnen voeren en de kinderen goed op te voeden, gaf hun moeder haar intensieve danscarrière op en werd zij schilderes en beeldhouwster. Zoals gebruikelijk binnen kunstenaarsgezinnen werd ook in het gezin Bontjes van Beek de kinderen de vrije ruimte gegeven om hun eigen ontwikkeling door te maken.

    Toen Cato elf jaar oud was, ging ze naar Amsterdam om enkele jaren door te brengen bij haar tante Nelly en haar oom Jan Greve die kinderloos waren en waar ze naar de Duitse Kaiser-Wilhelm-Schule ging. Voor een elfjarige was dit verblijf in een grote, buitenlandse stad een indrukwekkende ervaring. Toch bleef Cato wie ze was, onbevangen, hartelijk en nieuwsgierig naar het leven. Haar oom en tante hadden echter een braaf meisje verwacht en geen robbedoes.
    De nazi’s waren nog niet aan de macht, van een gespannen sfeer was dan ook nog geen sprake. Hoe anders was de situatie toen Cato terugkeerde in Fischerhude! Marsen en fakkeloptochten, vaandels en uniformen vulden de straten net als in de rest van Duitsland. De familie Bontjes van Beek trok zich er weinig van aan. De kinderen lachten luidkeels wanneer moeder een parodie deed op ‘Reichspropagandaminister’ Joseph Goebbels of Adolf Hitler imiteerde.

    Op de zaterdagmiddagen kregen de kinderen extra onderricht op school. In tegenstelling tot veel andere kinderen in die dagen, waren Cato, Mietje en Tim geen lid van de Hitlerjugend en konden niet meedoen aan de activiteiten die voor de HJ-kinderen georganiseerd werden. In de ogen van hun leraar moesten de kinderen Bontjes van Beek nader onderricht krijgen om hen ‘gehoorzamer’ te maken.

    Toch leek het een gelukkige jeugd. Maar al snel pakten donkere wolken zich samen boven het gezin. In 1933 verliet Jan definitief het huis na te zijn gescheiden van Olga. Hij vertrok naar Berlijn voor een nieuw leven dat begon met een huwelijk met Rachel Weisbach. Vanwege de kinderen besloten Jan en Olga desondanks contact te houden met elkaar.

    In januari 1937, Cato was nu 17, besloot ze naar Engeland te gaan als au pair en om de taal beter te leren. Dankzij tante Amelie Breling kreeg ze een aanstelling bij de familie Beesley in Winchcombe. Ze had het zeer naar haar zin bij deze familie. De vader des huizes gaf haar zelfs autorijles. Om haar zakgeld wat aan te vullen, gaf ze Duitse les aan Engelse scholieren. Met haar extra inkomsten bekostigde ze verschillende activiteiten. Ze bezocht het theater en zag de nieuwste films. Bovendien ging een kinderdroom in vervulling.
    Cato was groot bewonderaar van Amelia Earhart en nu mocht ze zelf meevliegen in een dubbeldekker. Enthousiast schreef ze over die ervaring in haar brieven naar huis. In diezelfde brieven dook ook steeds vaker de naam John op. John Hall was een vriend van de Beesley-dochters. Hij was vijf jaar ouder dan Cato en student landbouwkunde. Hij was geïnteresseerd in het boeddhisme, een onderwerp dat ook op grote belangstelling van Cato kon rekenen. Ze was zich meer gaan verdiepen in filosofie en religie en aan Hall had ze een goede gesprekspartner. Toen aan haar verblijf in Engeland een einde kwam, viel het afscheid haar vanzelfsprekend zwaar.

    Nieuwe weg

    Eenmaal weer terug in Duitsland had Cato moeite met het vinden van haar levensdoel. Ze had nog geen idee wat ze nu echt wilde met haar leven. Ze twijfelde tussen vliegenierster, toneelspeelster, keramist en globetrotter. In ieder geval trok ze in bij tante Jossie en oom Hans Schultze-Ritter in Berlijn. Op wens van haar moeder zouden zij zich bekommeren om de culturele opvoeding van Cato. Dat was niet zo verwonderlijk, want tante Jossie was componist en oom Hans was muziekpedagoog. Ook in Berlijn was Cato regelmatig te vinden in het theater, de musea en galeries.
    Haar plan om te vliegen kon niet meteen verwezenlijkt worden. Eerst moest ze een zakelijke opleiding volgen en dan zou verder beslist worden. De zakelijke opleiding was het voorstel van tante Jossie en oom Hans. Ze vonden dat Cato serieus over haar toekomst moest nadenken. Het was goed om een vaste basis te hebben voor het geval een carrière als kunstenares niet zou slagen. Het kunstenaarschap werd gezien als een onzeker beroep.
    Een commerciële opleiding was altijd handig wat haar toekomst ook zou worden. Zonder te morren ging Cato akkoord. Ze wist haar teleurstelling snel om te zetten door lid te worden van de ‘NS-Frauensegelgruppe’ – een groep voor vrouwen die het zweefvliegen beoefenden. Dat het in feite een nationaalsocialistische organisatie betrof, daar stond ze niet bij stil. Politiek had haar interesse niet, ze wilde vliegen! Aan haar zusje Mietje schreef ze: ‘Ik zal altijd mijn eigen weg gaan. Dat kan niemand tegenhouden. Als ik vliegenier wil worden, word ik dat’.

    Van oktober 1937 tot april 1938 volgde Cato een opleiding voor zweefvliegen. Toch nam het leven een andere wending. Ter afronding van haar opleiding tot administratief medewerkster kreeg ze een stageplaats in Bremen bij ingenieursbureau Heyse & Eschenburg. Niet echt een passende omgeving voor haar, maar ze besefte terdege dat ze een degelijke commerciële basis nodig had om later in haar vaders werkplaats te kunnen werken en kunstwerken te verkopen. Cato had uiteindelijk toch besloten het pad van haar vader te volgen en keramist te worden.

    In die periode was er toch nog een lichtpuntje. Een jaar na haar vertrek uit Engeland kwam John Hall haar opzoeken in Fischerhude. Cato was opgetogen over zijn komst en haar moeder en zusters waren zeer onder de indruk van de Engelsman. Een verloving tussen Cato en John was een logisch gevolg. Daarna keerde John terug naar Engeland.

    Onheilspellende fase

    In het voorjaar van 1939 beleefde Cato een levensfase, waarin ze dromen kreeg die haar ernstig verontrustten. Ze leken voorspellend te zijn, al kon Cato de dromen nog niet direct verklaren. Het begon met dromen over zweefvliegen. In die dromen raakte Cato met haar vliegtuig in een zware storm. Gelukkig behield ze de controle en landde veilig. In een andere droom was ze te gast bij keizer Wilhelm II en zijn vrouw in Doorn.
    Er ontstond een politiek gesprek, waarin Cato de mening verdedigde dat alle mensen gelijk betaald moesten worden, ongeacht of ze arbeider of geleerde waren. De keizerin was het niet met haar eens. Maar dan droomde Cato ineens over haar eigen dood. In die droom was ze ter dood veroordeeld, maar ze wist niet waarom. Ze ‘aanschouwde’ haar gang naar de executieruimte en beleefde de onthoofding…

    In de herfst vertrok ze naar haar vader in Berlijn. De Wehrmacht had Polen bezet en daarmee was de Tweede Wereldoorlog sinds september 1939 een feit. Cato voelde zich machteloos. Haar zusje Mietje kwam ook bij hen wonen. Terwijl zij de grafische school bezocht, werkte Cato in de werkplaats van haar vader.
    Jan was een antinazi en Cato raakte betrokken bij het smokkelen van etenswaren voor ondergedoken Joden. Ze hielp ook mee geld in te zamelen voor haar vader en zijn antifascistische vrienden om daarmee voedsel te kopen op de zwarte markt. Tevens was ze behulpzaam bij het verzamelen van kleding voor jongeren die via de Alpen Duitsland wilden ontvluchten.

    Cato kon echter de Reichsarbeitsdienst (RAD) niet ontlopen. Jonge vrouwen waren verplicht een half jaar te werken bij een bedrijf dat betrokken was bij de oorlogsinspanningen of in de landbouw. Eind april 1940 reisde ze naar het RAD-Lager Blaustein, in Kreis Rastenburg, Oost-Pruisen. Ze werkte eerst in de keuken en daarna op het land. Het was een hete zomer en het werk was zwaar. Als gevolg van de landarbeid liep Cato een ontsteking aan haar been op. Dat leidde ertoe dat ze al in september kon terugkeren naar Berlijn. Op haar ziekbed had ze Russische klassieke werken gelezen en die hadden haar politieke bewustzijn aangewakkerd.

    Nu ze weer terug was in Berlijn, leerde ze snel nieuwe vrienden kennen, onder wie Katja Casella, een kunststudente en Hannes Lange, een medisch student. Hannes voelde zich direct sterk aangetrokken tot Cato. Doch ze wilde zijn liefde niet beantwoorden, haar hart lag nog steeds bij John Hall in Engeland.
    Maar ook aan oude vriendschappen bleef Cato grote waarde hechten, zoals die met Helmuth Schmidt, de latere Bondskanselier. Toch zou hij het contact met Cato verbreken, omdat hij vond dat ze soms te veel risico nam wat hij haar ook verweten had. Tijdens een feest lieten Cato en haar vrienden zich negatief uit over de nazi’s. De gasten kenden Schmidt helemaal niet. Voor hetzelfde geld kon hij een agent van de Gestapo zijn.

    Dagelijks pendelde Cato tussen de werkplaats van haar vader en hun huis. Ze werd getuige van het dagelijkse vertrek van Franse krijgsgevangenen met de S-Bahn om dwangarbeid te gaan verrichten. Verontwaardigd over hun lot besloot ze samen met haar zus Mietje en drie vriendinnen om de mannen eten toe te stoppen.
    Vlak voor hun vertrek mengden de vrouwen zich onder de passagiers en wisselden behalve eten ook briefjes, sigaretten, zeep en naaigaren uit. In principe maakten de vrouwen zich al schuldig aan hoogverraad, maar ze leken daar nauwelijks bij stil te staan.

    Begin oktober werd Cato lid van de Rittmeistergroep[1] De aanleiding waren de razzia’s om Berlijn Jodenvrij te maken. Ook haar joodse buren waren slachtoffer geworden van de felle klopjachten. Cato wist precies wat de Joden te wachten stond. Via soldaten die op verlof waren had ze gehoord over de vernietigingskampen en dat maakte haar opstandig. Maar dat was niet het enige. De frequente marsen met de hakenkruisvlaggen en de massabijeenkomsten ervoer ze ook als bedreigend.
    Ze wilde niet langer meer toekijken, ze wilde echt iets doen. ‘Oude mensen praten, jonge mensen ondernemen actie’, zei ze en die woorden wilde ze waar maken. De Rittmeistergroep bestond uit communistische en antifascistische idealisten. Het doel was om door middel van discussies en lezingen vrede en rust te brengen. In zijn appartement hield Rittmeister iedere week een bijeenkomst, waar jonge mensen met elkaar konden discussiëren over politieke zaken die hen bezighielden.
    Aan die passieve doelstelling kwam een eind in juni 1941, toen nazi-Duitsland de Sovjet-Unie binnenviel. Er ontstond een samenwerking met de groep Schulze-Boysen[2] De groep was opgericht en stond onder leiding van Harro Schulze-Boysen, jurist en officier van het ‘Luftfahrtministerium’, en zijn vriend Arvid Harnack, econoom en referendaris. Ze had banden met de Sovjetregering, al was dit feit nog onbekend bij de jonge leden.
    Aan Rittmeister werd de taak gegeven om inlichtingen te verzamelen via de buitenlandse radiostations. Belangrijke informatie die hij opving, moest Rittmeister doorgeven aan Schulze-Boysen die de inlichtingen op zijn beurt weer gebruikte in zijn pamfletten en een krant, genaamd Die Innere Front.

    Belangrijke ontmoeting

    Nadat Cato aangaf actiever in het verzet te willen zijn, wilde Jan Bontjes van Beek zijn dochter helpen. Hij kende Libertas Schulze-Boysen[3], de vrouw van Harro, persoonlijk en dus stelde hij Cato aan haar voor. Libertas was op dat moment werkzaam bij het Ministerie van Propaganda. Toen Cato haar voor het eerst ontmoette, was ze meteen onder de indruk van haar verschijning. Als een goed uitziende blonde vrouw was zij voor Cato het model van verfijning.
    Zo wilde zij ook graag zijn. De twee vrouwen werden vriendinnen en Libertas introduceerde Cato in de vriendenkring van haar en haar man Harro. Via de ‘NS-Kulturfilmzentrale’ verzamelde Libertas foto’s van het front. Voor het eerst werd Cato geconfronteerd met de gruweldaden van de SS-Einsatzgruppen.
    Libertas merkte dat Cato bereid was om actief ingezet te worden en tot groot enthousiasme van Cato nodigde de jonge vrouw haar uit om zich aan te sluiten bij de verzetsgroep. Ze hielp mee aan de krant en met het ontwerpen van een vlugschrift van zes bladzijden, – Die Sorge um Deutschlands Zukunft geht durch das Volk – waarin opgeroepen werd tot omverwerping van het regime.

    Het traktaat werd onder talrijke mensen verspreid. Het viel echter ook in handen van de Gestapo. Dat zou vele arrestaties en executies tot gevolg hebben, doch in het prille voorjaar van 1942 koesterde niemand nog dit vermoeden. En Cato zeker niet. Zij was weer verliefd. Op een toekomst met Hall hoopte ze niet meer nu het weerzien met hem, door de oorlog, steeds langer op zich liet wachten en ze ondertussen niets meer van hem hoorde.
    Haar nieuwe vriend heette Heinz Strelow , ze had hem begin oktober 1941 ontmoet. Strelow was een voormalig journalist voor een communistische krant, afkomstig uit een communistisch gezin, dat ook contact had met de families Breling en Bontjes van Beek in Fischerhude. Toen Hitler net aan de macht was, werd Strelow opgepakt wegens verzetsactiviteiten en in een concentratiekamp gevangen gezet.
    Bij het uitbreken van de oorlog werd hij vrijgesteld van frontdienst, omdat zijn moeder als oorlogsweduwe sinds de Eerste Wereldoorlog aangewezen was op haar enige zoon. Uiteindelijk werd hij als onderofficier ingedeeld bij een wapendepot in Berlijn, waar hij Cato leerde kennen. Tussen hen ontwikkelde zich een hechte vriendschap. Een ruzie met haar vader, omdat hij niet wilde dat zijn dochters voor enkele dagen naar Fischerhude terug zouden gaan, was de reden dat Cato het vaderlijk huis verliet en met Heinz een oud appartement betrok. Via Cato werd Heinz ook lid van de Rittmeistergruppe. Cato en Heinz schreven en kopieerden pamfletten die ondertekend werden met de naam Agis, naar een koning van Sparta die de democratie naar zijn volk had willen brengen. De groepsleden hoopten door middel van de pamfletten alle Duitsers te laten weten wat er gaande was onder het nazibewind.
    Maar intern verliep niet alles voorspoedig. Heinz keurde de andere acties van Harro af, ze getuigden van roekeloosheid en waren zijns inziens daarom levensgevaarlijk. Zo liet Harro zich in het openbaar demonstratief en zelfverzekerd uit tegen het regime. Bij acties bepaalde hij de stemming en het tempo. Toen de nazi’s in mei 1942 in Berlijn ‘Das Sowjetparadies’ openden, een antisovjettentoonstelling, zette Harro zijn plan om flyers met daarop termen als leugens, honger en oorlog, in de stad op te plakken door, ondanks de weerstand van andere leden tegen deze actie. Zus Mietje, die ook in het verzet zat, had zich nooit willen aansluiten bij de groep Schulze-Boysen. Ze vond Harro een koude harde persoonlijkheid.
    Al snel besloten Heinz en Cato de groep te verlaten. Een besluit dat versterkt werd door hun afkeer van de agressieve manier van leiding geven door Harro Schulze-Boysen. Toen Cato weigerde om een pamflet te schrijven, waarin opgeroepen werd tot sabotage van oorlogsmateriaal dat bestemd was voor Rusland, eiste hij dat ze de opdracht zou voltooien. Ondanks dat Cato daarmee haar broer, een neef en vrienden die allen vochten aan het Oostfront in gevaar zou brengen. Het vertrek was echter al te laat om de aandacht van buitenaf af te wenden. De Gestapo had hen beiden al in het vizier.

    De arrestaties

    In de zomer van 1942 zwierf Cato Bontjes van Beek nog drie weken door het Böhmerwald en het Beierse woud, zich nog niet bewust van haar aanstaande arrestatie. Op 30 juni bracht de Gestapo de Rote Kapelle in België de genadeslag toe. De radioverbindingsman Johann Wenzel werd gearresteerd en aan hem ontfutselde de Gestapo de code.
    De Russische geheime dienst trapte erin en zo kreeg de Gestapo de beschikking over de broodnodige gegevens om de Duitse Rote Kapelle op te rollen. Het echtpaar Schulze-Boysen werd opgepakt en vanaf dat moment volgden de arrestaties, mede dankzij informanten die in de cellen bij de gevangenen geplaatst werden, elkaar in hoog tempo op . Ook het echtpaar Harnack en Heinz Strelow werden gearresteerd.

    In de vroege ochtend van 20 september waren Jan en zijn dochter Cato aan de beurt om gearresteerd te worden. Beiden werden aan de Kaiserdamm 22 gearresteerd, doch ze werden gescheiden afgevoerd. Jan werd gebracht naar het hoofdkwartier van de Gestapo aan de Prinz Albrechtstrasse 8 en Cato naar het politiebureau aan de Alexanderplatz. Haar zuster Mietje ontsprong de dans.
    Vader Jan had geluk, want hij werd na drie maanden uit Spandau weer vrijgelaten. Niemand, ook Cato zelf niet, hield rekening met een andere straf dan hoogstens enkele jaren tuchthuis, desondanks probeerde de familie haar vrij te krijgen. Haar moeder Olga was in die tijd vrij vaak in Berlijn te vinden, ze wilde zo dicht mogelijk bij haar dochter in de buurt zijn. Ze bezocht Cato vaak en bracht schone was en levensmiddelen voor haar mee.

    De processen

    In december 1942 gingen de processen van start bij het ‘Reichskriegsgericht’ Berlin. Begonnen werd met de rechtszaken tegen het echtpaar Schulze-Boysen, het echtpaar Harnack, Hans Coppi en zeven andere leden. Hoofdaanklager was een van de ergste nazi-vervolgers, namelijk ‘Generalrichter’ Manfred Roeder, een soort kopie van Roland Freisler!
    In de hoedanigheid van ‘Oberstkriegsgerichtsrat’ was hij eerst als vervolger en daarna als aanklager verantwoordelijk voor het oprollen van de Rote Kapelle. Vervolgens droeg hij verantwoordelijkheid voor het laten uitvoeren van minstens vijfenveertig doodvonnissen. Tijdens de processen trok Roeder flink van leer over de doelstellingen van de Rote Kapelle. Hij was er stellig van overtuigd dat het hier niet ging om een verzetsgroep, maar dat de Rote Kapelle een spionageorganisatie was in dienst van de Sovjet-Unie.
    De doodstraf was dan ook vanzelfsprekend voor alle leden, op Mildred Harnack en Erika von Brockdorff na. Deze twee vrouwen werden veroordeeld tot straf in een tuchthuis. Een maand later, in januari 1943, werden ze echter alsnog ter dood veroordeeld.

    Cato vernam gelaten de vonnissen die op 22 december voltrokken waren. Ondertussen koesterde ze nog steeds hoop dat haar lot anders zou luiden. In de gevangenis mocht ze iedereen, zelfs de bewaakster. Ze zei gedichten op, floot en zong melodieën en beoefende haar lichaamsoefeningen zonder daarbij gehinderd te worden. Ze stopte de sokken van de mannelijke gevangenen en probeerde bemoedigende briefjes te sturen naar jonge familieleden van de mannen.

    Vanaf 15 januari 1943 ging het ‘Reichskriegsgericht’ opnieuw een oordeel vellen. Dit keer over negen aangeklaagden, onder wie Heinz Strelow en Cato Bontjes van Beek. Zij kregen het nog extra te verduren. In de zogenaamde verhandeling – de veroordelingen stonden immers allang vast – liet Roeder zich flink uit over de immorele en decadente levenswijze van Cato en Heinz. Heinz was namelijk nog getrouwd, zijn vrouw woonde in Hamburg.
    Als motivatie voor het vonnis werd verder vermeld dat het appartement van Cato en Heinz werd gebruikt voor samenzweringsbijeenkomsten. Onder meer besprekingen over de vlugschriften vonden daar plaats, aldus Roeder. De acties samen met Mietje op de S-Bahnstations ten gunste van de Franse krijgsgevangenen waren bij de Gestapo niet bekend en daarom volgde over dat feit geen aanklacht.

    Op 18 januari werden zeven aangeklaagden ter dood veroordeeld, onder wie Cato wegens ‘medewerking aan voorbereiding van Hoogverraad en het helpen van de vijand’. Cato verwachtte een snelle uitvoering van de veroordeling, zoals ook bij het eerste proces het geval was en dat besef maakte haar volslagen rustig. ‘In mij is een liefde naar jullie en alle andere mensen toe. Ik ben volledig vrij van wrok en zelfs haat’, schreef ze aan haar moeder. Tot het laatste moment bleef ze onvermoeibaar brieven schrijven.

    In afwachting van de voltrekking van het vonnis schreven Cato’s familie, vrienden en kennissen genadeverzoeken. Ook de ‘NS-Frauensegelgruppe’ diende nog een genadeverzoek in. Het belangrijkste doel was in de eerste plaats om tijd te winnen. Ondertussen kon men strijden voor herziening van het vonnis.
    Cato schreef zelf een verzoek tot genade voor haar vriend Heinz Strelow. ‘Een mens die zulke gedichten schrijft, kan nooit materialisme najagen en daarom ook geen communist zijn’, beargumenteerde ze.[4] In dezelfde brief voegde Cato eraan toe dat ze voor zichzelf geen genade verwachtte, als ook Strelow niet gespaard werd. Haar poging was echter tevergeefs. Op 13 mei 1943 werd Heinz Strelow geëxecuteerd door middel van de valbijl.

    Nadat voor de tweede keer op grote schaal doodvonnissen waren uitgesproken, kregen enkele rechters genoeg van Roeders obsessie. Ze keerden zich tegen Roeder en adviseerden vrijspraak voor Liane Berkowitz en Cato Bontjes van Beek. ‘Reichsmarschall’ Hermann Göring, als laatste instantie onder Adolf Hitler aanspreekbaar in dit soort zaken, recommandeerde inzake het genadeverzoek voor Cato Bontjes van Beek eveneens een omzetting van de doodstraf in een aangepaste straf.
    Hitler was echter fel gebrand op keiharde bestraffing van (communistische) verzetsstrijders en hij wees alle aanbevelingen van de hand. De doodstraf bleef dus gehandhaafd.

    Tim Bontjes van Beek, Cato’s broer, wist niets van de verzetsactiviteiten van zijn zus. Vanwege zijn oproep voor militaire dienst bij de Wehrmacht streed hij sinds de zomer van 1942 aan het Oostfront. Zijn droom om pianist te worden, was daarmee in de ijskast gezet. In iedere brief die hij schreef, stelde hij de vraag: ‘hoe gaat het met mijn arme Dodo?’ Ook hij diende een verzoek tot genade in en wel direct bij het kantoor van Hitler.
    Het was bekend dat Hitler het eindoordeel velde. Tot zijn verrassing kreeg hij verlof om naar huis te gaan. Cato hoorde dit bericht pas vlak voor hun weerzien. ‘Ze weende bitter, toen ze mij zag. En ik kon haar nauwelijks herkennen, omdat ze zo afgevallen was door die waterige soep. Ik streed tegen mijn tranen en kon ternauwernood spreken.’ Tim zag zijn zuster na deze dag,18 juni 1943, nooit meer.

    Begin mei was Cato overgebracht naar de vrouwengevangenis aan de Barnimstraat in Berlijn. De verplaatsing sloeg in als een bom bij de familie. Dit was geen goed teken en de angst dat het vonnis weldra toch voltrokken zou worden nam weer toe. Op 24 juli mocht Mietje haar zus Cato bezoeken. Ze beschreef haar bezoek aan hun moeder: ‘[…] toen werd Cato binnengeleid, op klompen, sokken en een grauwe blouse. En de bewakers waren erbij en ik kreeg geen lucht. ‘Hoe lang hou je dit nog vol?’ Cato antwoordde: ‘Tot hier!’ en toonde de band op haar arm en wees op de letters TK – Todeskandidat – doodskandidaat.’

    Het einde

    5 augustus 1943 was een mooie zomerdag, zoals Cato die zo graag zag. Met 13 andere meisjes en vrouwen werd ze naar Plötzensee overgebracht. Het ging meteen door haar heen: het was zover!
    De dood zou niet meer lang op zich laten wachten. Ze wilde nog brieven schrijven. Aan haar broer Tim, zus Mémé en hun moeder Olga. Om 16.45 uur verzocht ze pastoor Ohm om met haar het avondmaal te vieren. De kerk had haar nooit troost geboden, maar de Bijbel – vooral het Nieuwe Testament – had voor Cato grote waarde. Tegen 19.00 uur betrad ze de plek waar het vonnis voltrokken zou worden. Ze had nog slechts 40 minuten te leven, eer de valbijl een eind zou maken aan haar jonge leven.
    Onverschrokken, rechtop en zonder te aarzelen trad de tweeëntwintigjarige Cato Bontjes van Beek de dood tegemoet. Precies zoals ze zich voorgenomen had, maar ook precies zoals ze een paar jaar eerder gedroomd had. Aan de hand van overleveringen kon gereconstrueerd worden dat de executies elke drie minuten plaatsvonden. Cato moet als voorlaatste om 19.42 uur geëxecuteerd zijn.
    Tegelijk met Cato stierven die dag dertien vrouwen en drie mannen; Stanislaus Wesolek, Emil Hübner, Adam Kuckhoff, Frida Wesolek, Ursula Goetze, Maria Terwiel, Oda Schottmüller, Rose Schlösinger, Hilde Coppi, Klara Schabbel, Else Imme, Eva-Maria Buch, Anni Krauss, Ingeborg Kummerow en Liane Berkowitz.
    Zoals bekend was ook Hilde Coppi één van die vrouwen. Haar zoon Hans was acht maanden op het moment dat zijn moeder door de guillotine uit het leven weggerukt werd. Liane Berkowitz was net enige dagen moeder van een meisje dat een paar maanden later zou sterven in een ziekenhuis in Eberswalde. Ook voor Liane was er geen enkele vorm van genade waarna zij eveneens stierf onder de guillotine!
    De lichamen van Cato Bontjes van Beek, Libertas Schulze-Boysen en Liane Berkowitz werden echter na de executies niet begraven. Ze werden overgebracht naar het Anatomisch Instituut van het Charité in Berlijn voor sectie. Het beschikbaar stellen van stoffelijke overschotten/lijken aan ziekenhuizen gebeurde vaker. De belangrijkste arts die zich met deze praktijken bezig hield, was de gynaecoloog en anatoom Hermann Philipp Rudolf Stieve (1886 – 1952).

    Voor onderzoek, onderwijs en voor medische illustraties waren stoffelijke overschotten nodig. Vóór het Derde Rijk verkregen anatomen lijken afkomstig uit ziekenhuizen, psychiatrische instellingen en in mindere mate uit gevangenissen. Met de komst van de nazi’s nam het aantal executies in gevangenissen fors toe en vaak om lichte vergrijpen.
    Nazi-patholoog-anatomen werden een integraal onderdeel bij de doodstraffen, iedere gevangenis die beschikte over een executieruimte, kreeg een anatomisch instituut aangewezen en de anatomen kregen bericht wanneer executies plaatsvonden. Hermann Stieve was hoofd van het Anatomisch Instituut van het Charité. Hij deed vooral onderzoek naar de menstruatie bij jonge vrouwen. Hij had een obsessieve belangstelling voor de invloed van stress en terreur op het vrouwelijke voortplantingssysteem.
    Zodra de datum van een terechtstelling bekend was, werd de vrouw in kwestie al geobserveerd door Stieve, zodat hij de effecten van dat nieuws al kon bepalen. Vrij snel na de uitvoering van de executie werd het lichaam aan Stieve ter beschikking gesteld. Bekend is geworden dat hij op circa 172 vrouwen autopsies uitvoerde.
    Onder hen bevonden zich in totaal dertien vrouwelijke leden van de Rote Kapelle, die onthoofd waren door de Gestapo, maar ook de stoffelijke overschotten van enkele mannelijke leden kwamen bij Stieve terecht, o.a. Harro Schulze- en Arvid Harnack.
    Een wrange nasmaak was namelijk ook dat vaak het bloed van mensen die onder de guillotine werden onthoofd zelfs nog verzameld werd voor bloedtransfusies!

    Epiloog

    Cato Bontjes van Beek was geen politieke verzetsstrijder, geen religieuze noch een intellectuele. Ze was moedig, al als kind. Was ze te naïef? De politiefoto’s tonen een ontspannen bijna lachende jonge vrouw in de bloei van haar leven. Ze hield ook van het leven en dood gaan was wel het laatste wat ze wilde. Haar sterke rechtvaardigheidsgevoel en haar grote empathie gaven haar de kracht tegen het naziregime in te gaan ondanks de risico’s.
    Haar voorspellende dromen hadden haar naar eigen zeggen al gewaarschuwd voor wat komen ging en samen met haar geloof droegen die eraan bij dat ze haar executie berustend onderging.

    Na de oorlog

    De legende dat de Rote Kapelle een linkse spionagegroep was, bleef in het westen nog decennia lang bestaan en niet in de laatste plaats door toedoen van Roeder. Hij vond bij de Britse en Amerikaanse inlichtingendiensten een gewillig oor voor zijn bevindingen. Olga Bontjes van Beek moest twaalf jaar procederen tegen de deelstaat Nedersaksen om in 1999 de rehabilitatie van haar dochter te bereiken. ‘Jammer dat ik niets anders achterlaat dan de herinnering aan mij’, schreef Cato in haar laatste brief aan haar moeder. In de toenmalige DDR werden de leden echter nog lang als helden beschouwd.

    Na de val van de Muur.

    In 1991 veranderde het gymnasium in Achim bij Bremen zijn naam in Cato Bontjes van Beek gymnasium en er werd een archief over deze jonge vrouw opgezet. Op 14 november 2010 werd het Cato Bontjes van Beek Archiv door haar broer Tim Bontjes van Beek geopend.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s