
(Door: Alexander Männer – Vertaling: E.J. Bron)
De aardolieprijzen dalen weer. De OPEC+ stuurt tegen en probeert deze trend door een verlaging van de productiequota te stoppen. Of de maatregelen op de lange termijn succesvol zullen zijn, moet afgewacht worden. Het wordt echter duidelijk dat de VS hun controle over de globale oliesector lijken te verliezen.

Bij het geworstel om de nieuwe globale orde tussen de VS en de grootmachten China en Rusland vestigt de blik van de wereldpolitiek zich sinds kort op de situatie in de aardoliesector, die al vaker de ontwikkeling in de wereld maatgevend bepaald heeft. Daarbij staan vooral de olieprijzen in het middelpunt, die die een groot effect hebben op de toestand van zowel de westelijke als andere economieën.
Dat in aanmerking genomen, hangt er in principe veel van af wie de prijzen reguleert of de prijsvorming kan beïnvloeden. Dit aspect was voor de aardolieproducenten Iran, Irak, Koeweit, Saoedi-Arabië en Venezuela in het jaar 1960 ook van doorslaggevende betekenis geweest om zich aaneen te sluiten tot een kartel, dat als “Organisatie van olie-exporterend elanden” (OPEC) bekend zou worden. Destijds wilden deze staten met het oog op het overschot aan aardolie op de wereldmarkt de daling van de olieprijzen verhinderen door de productie van deze grondstof te reduceren – met succes.
Ook nu wordt de naar inmiddels 13 leden uitgebreide OPEC met dalende (en bovendien instabiele) olieprijzen geconfronteerd en vecht samen met haar partnerlanden in het kader van de OPEC+ voor de stabilisering van de marktprijzen. Daarvoor zet men het beproefde middel van de productiebeperking in, en ook deze keer is er goede kans dat de strategie op de lange termijn zal opgaan. Want de krachtsverhouding in de globale aardoliesector lijkt zich ten gunste van de OPEC+ te veranderen. Het kartel gaat er vermoedelijk om deze reden ook niet meer van uit dat het bij een lagere olieproductie marktaandelen aan de concurrentie uit de VS zou kunnen verliezen.
Einde van de “fracking-boom” en de gevolgen van de sancties
Nog niet zo lang geleden bestond binnen de OPEC echter precies deze vrees, omdat de Amerikaanse producenten dankzij hun zogenaamde “Fracking-Revolution” in de jaren 2010 de olie markt in hun voordeel nieuw konden ordenen en de invloed van andere olie exporterende landen o.a. op de vorming van de olieprijs duidelijk konden beperken. In principe hebben de VS, die destijds zowel opklommen tot de grootste verbruiker ter wereld als de grootste producent, de olieprijzen een lange periode praktisch kunnen controleren.
Er tekent zich echter langzaam maar zeker een einde af van het fracking-tijdperk. De Amerikaanse producenten van fracking-olie hebben hun groeipotentieel volgens Amerikaanse media blijkbaar grotendeels uitgeput en lijken met hun productiecapaciteit nauwelijks te kunnen voldoen aan de wereldwijd toenemende vraag naar bronnen. Dit heeft tot gevolg dat de volledige omvang van de olieproductie in de VS niet krachtig genoeg toeneemt, opdat de Amerikanen kunnen voldoen aan hun rol tot nu toe.
Voor talrijke analisten behoort de op dit moment kwakkelende Amerikaanse olie-industrie ook tot de belangrijkste redenen voor de aanname dat de VS hun invloed in de wereldwijde oliesector op de lange termijn zullen verliezen en dat de OPEC-landen als reactie hierop hun status als belangrijke “regulator” langzamerhand terug zouden kunnen krijgen.
Maar er komen nog andere aspecten bij, die deze ontwikkeling bespoedigen, zoals Russische experts analyseerden. Daartoe behoren de westelijke handelsbeperkingen en economische beperkingen tegen Rusland en zijn olieondernemingen evenals de daaraan verbonden onzekerheden voor de andere olieproducenten. Deze zouden maatgevend aan de huidige trend hebben bijgedragen, zodat de OPEC en haar partnerlanden de eigen strategie nu nieuw zouden bepalen. Terwijl het optreden tot nu toe hoofdzakelijk tot doel gehad zou hebben om de markten uit te breiden en veilig te stellen, dient de focus nu blijkbaar op de prijsvorming voor aardolie gericht te worden. Daaraan zou ook de enkele weken geleden genomen beslissing van de OPEC+ zijn verbonden om de toekomstige productie consequent te reduceren. Zo moet de productie vanaf mei met meer dan 1,5 miljoen barrel per dag extra verlaagd te worden om de olieprijzen boven de grens van $ 80,- te houden.
Belangen van de OPEC+
De aandrijvende kracht achter deze politiek is Saoedi-Arabië, dat op dit moment de grootste olieproducent ter wereld is en de OPEC quasi leidt. Zijn motivering met betrekking tot de voorziene maatregelen, die ook door andere invloedrijke olie producerend elanden zoals de Verenigde Arabische Emiraten of Koeweit worden meegedragen, is ermee te verklaren dat het door de VS geïnitieerde embargo tegen Rusland en het zogenaamde prijsplafond voor Russische olieleveringen ook voor andere olieproducenten met bepaalde problemen gepaard gaat of zelfs als mogelijk gevaar wordt beschouwd.
Daartoe behoort in het bijzonder het feit dat de sancties de oliemarkt krachtig aan het wankelen hebben gebracht op grond van de in toenemende mate onvoorspelbare en dynamische prijsschommelingen. Wanneer men daar bovendien de onduidelijke vooruitzichten op een economisch herstel van China of het gevaar van een mogelijke recessie in Europa of de VS in zin planning bij betrekt, is nog moeilijker in te schatten hoe deze factoren met elkaar correleren en welk effect ze op de markt zullen hebben.
Veel olieproducerende landen, die de opbrengst uit hun investeringen in de olie-industrie tot nu toe goed konden voorspellen, worden ineens met zeer grote risico´s geconfronteerd. Daarom proberen ze nu hun eigen belangen beter te beschermen en desbetreffende maatregelen te nemen om de prijzen stabiel en op een hoog niveau te houden. Bovendien past dit prachtig in de financiële planningen van Saoedi-Arabië of Rusland, die gevoelig zijn voor prijsschommelingen en wier staatsbegroting grotendeels op de inkomsten uit de olie-export steunt.
Voor de VS daarentegen zou deze situatie eerder problematisch kunnen zijn, omdat ze enerzijds de inflatie in het land aanwakkert en anderzijds de Amerikaanse regering eraan hindert om financieel door lage olieprijzen nog meer druk op Moskou uit te oefenen. Er zit voor Washington vermoedelijk niets anders op dan grote hoeveelheden ruwe olie uit de eigen reserves vrij te geven om een stijging van de prijzen en de inflatie in te dammen. Zo´n stap geldt echter voor de Amerikaanse oliesector altijd als onzeker en met het oog op de zomer ook niet echt veelbelovend, omdat het wereldwijde brandstofverbruik weldra duidelijk zal toenemen. In zoverre spreekt er veel voor dat er voor de VS nauwelijks nog mogelijkheden zijn om in de OPEC+ voor wat betreft prijsvorming mee te kunnen praten.
Bron:
rt.de
Door: Alexander Männer
Vertaald uit het Duits door:
E.J. Bron
(www.ejbron.wordpress.com)















































Het lijkt er op dat de olieproducerende landen zich in brics gaan verenigen. UAE had zich bv ook al aangemeld. Venezuala?
De Raad van Finsterwolde (beoogd opvolger van de raad van rome, waar alleen nog irritante flappies in zitten) adviseert daarom zsm Canada te annexeren, evenals antarctica en de noordpool-gebieden.
LikeLike
Word tijd. Mart, Brasil.
LikeLike
De Demoratten zijn volgens mij al meer dan een jaar aan de Amerikaanse strategische olie reserves aan het vreten, om de door hun domme linkse beleid veroorzaakte inflatie explosie nog enigszins in te dammen.
Dit is typisch links “potverteren”, en tevens misbruik maken van de strategische olievoorraad voor doelen waar deze niet voor bedoelt is.
Die voorraad is nooit gecreëerd om links economisch en geopolitiek faalbeleid mee te financieren.
En ik vraag mij af hoeveel er inmiddels nog in de tank zit zogezegd…
LikeLike