Voor alle twijfelaars, besluitelozen, onwetenden en diegenen die nog steeds denken dat de islam een “religie van de vrede” zou zijn: Koranverzen, die al 1400 jaar lang (van Mohammed tot ISIS) oproepen tot haat en moord op “ongelovigen”

Screenshot_60

(Door: Michael Mannheimer – Vertaling: E.J. Bron)

De koran is het boek van het kwaad. Het spoort al 1400 jaar aan tot moord- en doodslag op niet-moslims. Tot op de dag van vandaag! De koran geldt als de letterlijke boodschap van Allah aan de moslims. Daar zijn z´n soera´s voor eeuwig geldig. William Muir, een van de belangrijkste Britse islamwetenschappers, schrijft hierover:

“Mohammed´s zwaard en de koran zijn de dodelijkste vijanden van de civilisatie, de waarheid en de vrijheid die de mens tot nu toe heeft meegemaakt.”

Hieronder staan de verzen, die tot nu toe aan 300 miljoen (300.000.000) niet-moslims het leven hebben gekost. Het zijn de verzen van de Jihad, het vermoorden van “ongelovigen”, van hun tot slaaf maken en van de inbezitneming van hun wereldse goederen. Het is hetzelfde boek, dat sinds Mohammed´s kalifaat tot het kalifaat van de “Islamitische Staat” hier en nu, de wereld in angst, verschrikking en chaos heeft gestort. De opsomming hieronder – een van de meest omvangrijke die u kunt krijgen – is desondanks bij lange na nog niet volledig. Op de lijst ontbreken nog een 1.800 ongelooflijke bevelen van de “profeet” van Allah in dezelfde lijn: “Dood de ongelovigen!” “Dood de ongelovigen!”. Net zoals de moslims na Mohammed houden zich ook nu alle islamitische jihadistische groeperingen, waaronder Al-Qaida, Boko Haram, Hezbollah, Hamas, IS, letterlijk aan deze moordopdrachten, die afkomstig zijn uit het hart van de islam. Opdat we dit nooit uit het oog mogen verliezen.

Koranverzen die oproepen tot haat en moord op “ongelovigen”

Soera 2, vers 161: “Voorzeker, die verwerpen en als ongelovigen sterven, over hen zal de vloek komen van Allah en van de engelen en van alle mensen.”
Soera 2, vers 191: “En dood hen, waar je hen ook ontmoet en drijft hen uit, vanwaar zij u hebben uitgedreven; want vervolging is erger dan doden. En bevecht hen niet nabij de heilige Moskee, voordat zij je daarin bevechten. Maar indien zij je bevechten, bevecht hen dan – zo is de vergelding voor de ongelovigen.”
Soera 2, vers 216: “Vechten is je geboden ofschoon je er afkerig van bent; maar het kan zijn, dat je tegenzin hebt in iets terwijl het goed voor je is en het kan zijn, dat je iets behaagt terwijl het slecht voor je is. Allah weet het en jij weet het niet.”
Soera 2, vers 217: “Zij vragen je omtrent het vechten in de heilige maand. Zeg: ´Het vechten hierin is een grote overtreding, maar de mensen van de weg van Allah af te houden en Hem ondankbaar te zijn en (de toegang tot) de Heilige Moskee (te verhinderen) en haar mensen er van te verdrijven, is bij Allah een grotere zonde; en vervolging is erger dan doden.´ En zij zullen niet ophouden je te bevechten, totdat zij je van jouw geloof hebben afgebracht, als zij kunnen. Maar wie onder u zich van zijn geloof afkeert en sterft als een ongelovige – diens werken zullen tevergeefs zijn in deze wereld en in de toekomende. Deze zijn de bewoners van het Vuur en zij zullen daarin verblijven.”
Soera 3, vers 4: “Voorzeker, zij, die de tekenen van Allah verwerpen, zullen een strenge straf ontvangen; Allah is machtig, de Heer der Vergelding.”
Soera 3, vers 10: “Voorzeker zullen de bezittingen en kinderen der ongelovigen hun tegen Allah in het geheel niet baten: dezen zullen brandstof voor het Vuur zijn.”
Soera 3, vers 28: “Laat de gelovigen geen ongelovigen als vrienden verkiezen boven de gelovigen – en wie dat doet heeft geen deel aan Allah, tenzij gij u zorgvuldig voor hen hoedt. En Allah waarschuwt u voor Hemzelf en tot Allah zullen allen weerkeren.”
Soera 3, vers 56: “De gelovigen die goede werken verrichten zal Ik volle beloning toekennen. Maar Allah heeft de onrechtvaardigen niet lief.”
Soera 3, vers 85: “En wie een andere godsdienst zoekt dan de Islam, het zal van hem niet worden aanvaard en hij zal in het Hiernamaals onder de verliezers zijn.”
Soera 3, vers 86: “Hoe zal Allah een volk leiden, dat heeft verworpen, na te hebben geloofd, en de getuigenis te hebben afgelegd dat de boodschapper waarachtig was en nadat de duidelijke bewijzen tot hen waren gekomen? Allah leidt het onrechtvaardige volk niet.”
Soera 3, vers 87: “De vergelding van dezulken is slechts, dat de vloek van Allah, de engelen en de mensen, op hen rust.”
Soera 3, vers 88: “Zij zullen daaronder blijven. Hun straf zal niet worden verlicht, noch zal hun uitstel worden verleend.”
Soera 3, vers 118: “O gij die gelooft, neemt buiten uw volk geen ander tot intieme vrienden; zij zullen niet in gebreke blijven u te benadelen. Zij houden van leedvermaak. Nijd laten zij blijken en wat hun innerlijk verbergt is nog erger. Wij hebben u onze geboden duidelijk gemaakt, indien je ze wilt begrijpen.”
Soera 3, vers 131: “En vreest het Vuur dat voor de ongelovigen is bereid.”
Soera 3, vers 178: “En laat de ongelovigen niet denken dat het uitstel, dat Wij hun geven, goed voor hen is; Wij geven hun slechts uitstel, zodat zij in zonde toenemen; er zal voor hen een vernederende straf zijn.”
Soera 4, vers 56: “Gewis, degenen die Onze tekenen verwerpen zullen Wij weldra het Vuur doen binnengaan. Wij zullen hen telkens, wanneer hun huiden zijn verbrand, andere huiden er voor in de plaats geven; opdat zij de straf ten volle zullen ondergaan. Waarlijk, Allah is Almachtig, Alwijs.”
Soera 4, vers 74: “Laten derhalve zij, die hun tegenwoordig leven voor het leven in het Hiernamaals willen offeren, voor de zaak van Allah strijden. En wie voor de zaak van Allah strijdt, hetzij hij gedood wordt of overwint, weldra zullen Wij hem een grote beloning geven.”
Soera 4, vers 76: “Zij die geloven, strijden voor de zaak van Allah, maar de ongelovigen strijden voor de zaak van de boze. Strijdt daarom tegen de vrienden van Satan; voorzeker, Satan’s plan is zwak.”
Soera 4, vers 88: “Waarom ben je betreffende de huichelaars (in) twee partijen (verdeeld)? Allah heeft hen neergeslagen wegens hetgeen zij verdienden. Wens je hen te leiden, die Allah te gronde deed gaan? En voor hen, die Allah doet dwalen, zul je geen uitweg vinden.”
Soera 4, vers 89: “Zij wensen dat gij verwerpt, evenals zij hebben verworpen, zodat gij aan hen gelijk zult worden. Neemt derhalve geen vrienden uit hun midden totdat zij voor de zaak van Allah werken. En indien zij tot vijandschap vervallen, grijpt hen dan en doodt hen waar gij hen ook vindt; en neemt vriend noch helper uit hun midden.”
Soera 4, vers 91: “Gij zult anderen vinden die veilig bij u willen zijn en bij hun eigen volk; telkens wanneer zij tot vijandigheid worden opgeroepen, doen zij blindelings mee. Als zij zich derhalve niet op een afstand van u houden, noch u vrede aanbieden, noch hun handen terughouden, grijpt hen dan aan en doodt hen waar gij hen ook vindt. Tegen dezen hebben Wij u duidelijk gezag gegeven.”
Soera 4, vers 101:  “En wanneer gij door het land reist, zal het voor u geen zonde zijn het gebed te bekorten, als gij vreest dat degenen, die niet geloven u last zullen veroorzaken. Voorwaar, de ongelovigen zijn een openlijke vijand voor u.”
Soera 4, vers 104: “En toont geen zwakheid in de vervolging van dit (vijandige) volk. Als gij lijdt, lijden zij ook zoals gij lijdt. Maar gij verwacht van Allah, wat zij niet verwachten. En Allah is Alwetend, Alwijs.”
Soera 4, vers 160: “En wegens de onrechtvaardigheid van de Joden en hun weerhouden van Allah´s weg, verboden Wij hen de reine dingen die ben (voordien) waren toegestaan.”

Screenshot_61

Soera 5, vers 13: “En wegens hun breken van het verbond hebben Wij hen vervloekt en hun hart verhard. Zij rukken de woorden uit hun verband en hebben een deel van hetgeen hun was vermaand, vergeten. En gij zult hen altijd oneerlijk bevinden op enkelen na, derhalve vergeef hen en wend u van hen af. Voorzeker, Allah heeft degenen, die goeddoen, lief.”
Soera 5, vers 14:  “En met degenen die zeggen: “Wij zijn Christenen, sloten Wij (eveneens) een verbond, maar zij vergaten een deel van hetgeen hen was voorgehouden. Daarom deden Wij vijandschap en haat onder hen ontstaan, tot de Dag der Opstanding. Allah zal hen weldra laten weten, wat zij deden.”
Soera 5, vers 41: “O gij boodschapper, laat degenen, die gemakkelijk in het ongeloof vervallen u niet verdrieten, n.l. zij die met hun mond zeggen: ´Wij geloven,´ maar in hun hart hebben zij niet geloofd. En onder de Joden zijn er die naar een leugen zouden willen luisteren, dezen luisteren ter wille van een ander volk dat niet tot u is gekomen. Zij verdraaien woorden, nadat zij op hun juiste plaatsen waren gezet en zeggen: ´Als u dit wordt gegeven, neemt het dan aan, maar als het u niet wordt gegeven, past dan op.´ En wie Allah wenst te beproeven, gij zult hem tegen Allah stellig niets baten. Dit zijn degenen, wier hart het Allah niet heeft behaagd te louteren; er zal voor hen schande in deze wereld en een grote straf in het Hiernamaals zijn.”
Soera 5, vers 51: “O, gij die gelooft, neemt de Joden en de Christenen niet tot vrienden. Zij zijn elkanders vrienden. En wie uwer hen tot vrienden neemt, is inderdaad één hunner. Voorwaar, Allah leidt het overtredende volk niet.”
Soera 5, vers 72: “Zij lasteren Allah, die zeggen: ´Waarlijk God, Hij is de Messias, de zoon van Maria,´ terwijl de Messias zelf zeide: ´O, kinderen Israëls, aanbidt Allah, Die mijn Heer en uw Heer is.´ Gewis, voor hem die iets met Allah vereenzelvigt, heeft Allah de Hemel verboden en het Vuur zal zijn verblijfplaats zijn. Er is voor de onrechtvaardigen geen helper.”
Soera 5, vers 73: “Waarlijk zij lasteren Allah, die zeggen: “Allah is Eén der Drie.” Er is geen God dan de enige Allah. En indien zij niet ophouden met hetgeen zij beweren, zal de ongelovigen een smartelijke straf overkomen.”
Soera 8, vers 12: “Toen uw Heer aan de engelen openbaarde: ´Ik ben met u; versterkt de gelovigen. Ik boezem ontzag in de harten der ongelovigen. Slaat daarom hun hoofd af en slaat alle toppen van hun vingers af´.”
Soera 8, vers 17: “Gij dooddet hen niet, doch Allah was het, Die hen doodde. En gij wierpt niet toen gij wierpt, maar Allah was het die wierp, opdat Hij de gelovigen een grote gunst van Zich mocht bewijzen. Voorzeker, Allah is Alhorend, Alwetend.”
Soera 8, vers 39: “En bestrijdt hen totdat er geen vervolging is en de godsdienst geheel voor Allah wordt. Maar als zij ophouden dan ziet Allah voorzeker hetgeen zij doen.”
Soera 8, vers 50: “O, had je het slechts kunnen zien, wanneer de engelen de ziel der ongelovigen wegnemen, hun gezicht en hun rug treffende: ´Ondergaat de straf van het branden´.”
Soera 8, vers 55: “Voorzeker, in de ogen van Allah zijn zij, die (de waarheid) verwerpen erger dan beesten want zij willen niet geloven.”
Soera 8, vers 59: “En laat de ongelovigen niet denken dat zij een voorsprong hebben. Voorzeker, zij kunnen Ons niet ontkomen.”
Soera 8, vers 60: “En maakt aan de grens alle mogelijke strijdkrachten en vastgehouden paarden voor hen gereed, waarmee gij de vijand van Allah en uw vijand en anderen buiten hen, die gij niet kent, doch die Allah kent, moogt afschrikken. En wat gij ook voor de zaak van Allah besteedt, het zal u ten volle worden terugbetaald en u zal geen onrecht worden aangedaan.”
Soera 8, vers 65: “O profeet, spoor de gelovigen aan om te vechten. Als er twintig onder u zijn die stand houden, zullen zij tweehonderd overwinnen en als er honderd uwer zijn zullen zij duizend der ongelovigen verslaan, omdat zij een volk zijn dat niet wil begrijpen.”
Soera 8, vers 67: “Een profeet kan geen gevangenen maken voordat hij tot geregeld vechten in het land komt. Gij wenst de goederen van deze wereld terwijl Allah het Hiernamaals voor u wenst. En Allah is Almachtig, Alwijs.”
Soera 9, vers 5: “Wanneer de heilige maanden voorbij zijn, dood dan de afgodendienaren waar je hen ook vindt en grijpt hen en belegert hen en loert op hen uit elke hinderlaag. Maar als zij berouw hebben en het gebed houden en de Zakaat betalen, laat hun weg dan vrij. Voorzeker, Allah is Vergevensgezind, Genadevol.”
Soera 9, vers 26: “Daarna zond Allah Zijn vrede over de boodschapper en over de gelovigen neer en Hij zond scharen, die je niet zag en Hij strafte de ongelovigen. En dit is de vergelding voor hen die niet geloven.”
Soera 9, vers 29: “Bestrijdt diegenen onder de mensen van het Boek, die in Allah noch in de laatste Dag geloven, noch voor onwettig houden wat Allah en Zijn boodschapper voor onwettig hebben verklaard, noch de ware godsdienst belijden totdat zij de belasting met eigen hand betalen, terwijl zij onderdanig zijn.”
Soera 9, vers 30: “En de Joden zeggen: ´Ezra is de zoon van God´ en de Christenen zeggen: ´De Messias is de zoon van God.´ Dit is, hetgeen zij met hun mond zeggen. Zij spreken de woorden na van degenen die vóór hen ongelovig waren; Allah´s vloek zij over hen, hoe zijn zij afgekeerd!”
Soera 9, vers 41: “Gaat voort licht of zwaar, streeft met uw bezit en uw persoon voor de zaak van Allah. Dit is beter voor jou als je het slechts weet.”
Soera 9, vers 73: “O profeet, strijd tegen de ongelovigen en de huichelaars. En wees streng jegens hen. Hun tehuis is de hel en deze is een boze bestemming.”
Soera 9, vers 74: “Zij zweren bij God, dat zij niets zeiden, maar voorzeker zij spraken het woord des ongeloofs en na de Islam te hebben aanvaard, verwierpen zij deze en zij besloten tot hetgeen zij niet konden volbrengen. Zij koesterden haat alleen omdat Allah en Zijn boodschapper hen uit Zijn overvloed hadden verrijkt. Als zij berouw tonen zal het beter voor hen zijn, maar indien zij zich afwenden zal Allah hen met een pijnlijke straf in deze wereld en in het Hiernamaals straffen en zij zullen op aarde vriend noch helper hebben.”
Soera 9, vers 111: “Voorzeker, Allah heeft van de gelovigen hun persoon en hun bezittingen gekocht in ruil voor het paradijs – zij vechten voor de zaak van Allah en zij doden en worden gedood – een onfeilbare belofte in de Torah en het Evangelie en de Koran. En wie is getrouwer aan zijn belofte, dan Allah? – Verheugt u dan in de verbintenis, die je met Hem hebt gesloten en dat is de grote zegepraal.”
Soera 9, vers 123: O, jij die gelooft, bestrijdt de ongelovigen die in uw nabijheid zijn en laat hen hardheid in u vinden en weet, dat Allah met de godvruchtigen is.”
Soera 17, vers 16: “En wanneer Wij Ons voornemen een stad te verwoesten, zenden Wij Ons gebod tot haar machthebbers, maar zij overtreden dit, derhalve wordt de verordening tegen haar van kracht, en verwoesten Wij haar geheel.”
Soera 22, vers 25: “Voorzeker degenen die niet geloven en mensen afhouden van de weg van Allah en van de Heilige Moskee (te Mekka) – die Wij gelijk voor alle mensen hebben aangewezen, hetzij degene die er in (de stad) vertoeft of (de vreemdeling) die van buiten komt – en hij die in de Moskee onrechtvaardig naar goddeloosheid streeft – hem zullen Wij een pijnlijke straf doen ondergaan.”
Soera 25, vers 52: “Dus volg de ongelovigen niet, en voer met (de Koran) een grote strijd tegen hen.”
Soera 26, vers 201: “Zij zullen er niet in geloven voordat zij de smartelijke straf zien;”
Soera 32, vers 22: “En wie is onrechtvaardiger dan hij die door het teken van zijn Heer wordt vermaand en zich er toch van afwendt? Wij zullen de schuldigen beslist straffen.”
Soera 33, vers 26: “En Hij deed de mensen van het Boek die hen (de vijand) hielpen uit hun vestingen komen en vervulde hun hart met ontzetting. Gij dooddet sommigen en gij naamt anderen gevangen.”
Soera 34, vers 51: “Kondet gij (hen) maar zien, wanneer zij schrikken! Dan zal er geen ontvluchten zijn als zij van nabij worden gegrepen!”
Soera 35, vers 36: “Maar voor de ongelovigen is het Vuur der hel. Voor hen zal de dood niet worden verordend opdat zij mochten sterven, noch zal de straf er van voor hen worden verlicht. Alzo straffen Wij iedere ondankbare.”
Soera 35, vers 39: “Hij is het, Die u tot stedehouders op aarde heeft gemaakt. Hij die niet gelooft, zijn ongeloof zal tegen hem zijn en het ongeloof der ongelovigen doet hen slechts in weerzinwekkendheid toenemen in de ogen van hun Heer, en het ongeloof der ongelovigen doet hen slechts toenemen in verlies.”
Soera 36, vers 8: “Wij hebben om hun hals ijzeren banden gelegd die tot aan hun kin reiken, zodat hun hoofd omhoog geheven blijft,”
Soera 36, vers 9: “En Wij hebben een hinderpaal vóór hen en een hinderpaal achter hen geplaatst en Wij hebben hen gesluierd, zodat zij niet kunnen zien.”
Soera 36, vers 10: “En het is hun hetzelfde of gij hen waarschuwt of niet; zij willen niet geloven.”
Soera 36, vers 63: “Dit is de hel waarmede gij werd bedreigd.”
Soera 36, vers 64: “Gaat daar thans binnen, omdat gij haar placht te loochenen.”
Soera 37, vers 170: “Toch verwerpen zij deze, maar zij zullen het weldra te weten komen.”
Soera 37, vers 171: “En waarlijk, Ons woord aangaande Onze dienaren, de boodschappers, is reeds uitgesproken.”
Soera 37, vers 172: “Voorzeker, zij zijn het die geholpen zullen worden.”
Soera 37, vers 173: “En Onze schare is gewis overwinnaar.”
Soera 37, vers 174: “Wend u daarom voor een wijle van hen af.”
Soera 37, vers 175: “En sla hen gade; want zij zullen het weldra inzien.”
Soera 37, vers 176: “Willen zij dan Onze straf verhaasten?”
Soera 37, vers 177: “Maar wanneer deze op hun land nederdaalt zal de dag slecht zijn voor degenen, die werden gewaarschuwd.”
Soera 40, vers 10: “De ongelovigen zullen worden toegesproken: ´Het misnoegen van Allah was groter dan uw eigen misnoegen toen gij tot het geloof werd geroepen doch gij dit verwierpt´.”
Soera 47, vers 4: “Wanneer gij de ongelovigen ontmoet, treft dan hun nek en wanneer gij overwinnaar zijt, bind hen dan vast. En wanneer de oorlog opgehouden is, laat hen dan vrij uit gunst of voor een losprijs. Zo zij het. En indien Allah wilde, had Hij hen Zelf kunnen bestraffen. Doch Hij wilde sommigen uwer door anderen op de proef stellen. En degenen die ter wille van Allah worden gedood, hun werken zal Hij zeker niet vruchteloos maken.”
Soera 48, vers 29: “Mohamed is de boodschapper van Allah. En zij, die met hem zijn, zijn hard tegen de ongelovigen en zachtmoedig onder elkander. Gij ziet hen zich buigen en nederwerpen (in gebed), Allah´s genade en Zijn welbehagen zoekende – Op hun aangezicht zijn de sporen van het zich ter aarde werpen. Dit is hun beschrijving in de Torah. En hun beschrijving in het Evangelie is als het zaad van koren, dat zijn scheut uitspruit, en dien versterkt, waardoor zij dik wordt en op eigen stengel komt te staan, tot vreugde der zaaiers en woede der ongelovigen. Allah heeft aan de gelovigen die goede werken doen, vergiffenis en een grote beloning beloofd.”

Screenshot_62

Soera 58, vers 22: “Gij zult geen mensen vinden die in Allah en de Laatste Dag geloven, terwijl zij iemand liefhebben die Allah en Zijn boodschapper tegenwerkt, zelfs al waren dezen hun vader of hun kinderen, of hun broeders, of hun verwanten. Dezen zijn degenen, in wier hart Allah geloof heeft gegrift en die Hij gesterkt heeft met Zijn Geest. En Hij zal hen toelaten in tuinen waardoor rivieren stromen. Daarin zullen zij vertoeven. Allah heeft welbehagen in hen en zij hebben welbehagen in Hem. Zij behoren tot Allah´s partij. Voorwaar, Allah´s partij zal zegevieren.
Soera 59, vers 2: “Hij is het Die de ongelovigen onder de mensen van het Boek, uit hun huizen zette bij de eerste verbanning. Gij dacht niet dat zij zouden weggaan en zij dachten dat hun vestingen hen zouden beschermen tegen Allah. Maar Allah kwam tot hen, vanwaar zij Hem niet verwachtten, en wierp schrik in hun hart, zodat zij hun huizen met hun eigen handen en met die van de gelovigen vernielden. Trekt er daarom een lering uit, o gij die ogen hebt.”
Soera 59, vers 3: “En indien Allah hun geen verbanning voorgeschreven had, zou Hij hen zeker in deze wereld (nog zwaarder) hebben bestraft. En voor hen is in het Hiernamaals de straf van het Vuur.”
Soera 63, vers 4: “En wanneer gij hen ziet, behaagt hun uiterlijk u en indien zij spreken luistert gij naar hen. Zij lijken op aangeklede stukken hout. Zij denken dat ieder gerucht tegen hen is. Zij zijn (uw) vijanden, neemt u daarom voor hen in acht. Allah´s vloek zij over hen! Hoe ver zijn zij afgewend (van de Waarheid)!”
Soera 66, vers 9: “O profeet, strijd tegen de ongelovigen en de huichelaars en wees streng tegen hen. Hun woning is de hel en dit is een kwade bestemming!”
Soera 68, vers 15: “Wanneer Onze woorden aan hem worden voorgedragen, zegt hij: ´Fabelen der vroegeren´.”
Soera 68, vers 16: “Wij zullen hem op de neus brandmerken.”
Soera 69, vers 30: “Grijpt hem en boeit hem.”
Soera 69, vers 31: “Werpt hem dan in de hel.”
Soera 69, vers 32: “Bind hem vervolgens met een ketting vast waarvan de lengte zeventig armlengten bedraagt;”
Soera 69, vers 33: “Want hij geloofde niet in Allah, de Grote.”
Soera 76, vers 4: “Voorwaar, Wij hebben voor de ongelovigen ketenen, ijzeren halsbanden en een laaiend Vuur bereid.”
Soera 98, vers 6:Voorwaar, de ongelovigen onder de mensen van het Boek en de afgodendienaren zullen in het Vuur der hel geworpen worden, daarin zullen zij verblijven. Zij zijn de slechtste der schepselen.”
Soera 2, vers 6: “Zeker, zij die (de waarheid) verwerpen, het is hun om het even, of je hen waarschuwt of niet – zij zullen niet geloven.”
Soera 2, vers 7: “God heeft hun hart en oren verzegeld en over hun ogen is een sluier en hen wacht een zware straf.”
Soera 2, vers 8: “En er zijn mensen, die zeggen: ´Wij geloven in Allah en in de laatste Dag, hoewel zij geen gelovigen zijn´.”
Soera 2, vers 9: “Zij trachten Allah en de gelovigen te bedriegen, zij misleiden echter niemand dan zichzelf en beseffen dat niet.”
Soera 2, vers 10: “Er is een ziekte in hun hart en Allah heeft die ziekte verergerd; er wacht hen een pijnlijke straf, omdat zij plachten te liegen.”
Soera 2, vers 14: “En wanneer zij de gelovigen ontmoeten, zeggen zij: ´Wij geloven´, doch wanneer zij naar hun leiders gaan, zeggen zij: ´Wij zijn waarlijk met u, wij spotten slechts (met hen)´.”
Soera 2, vers 15: “Allah zal hun spotternij bestraffen en Hij zal hen blindelings in hun overtreding verder laten afdwalen.”
Soera 2, vers 16: “Zij zijn het die dwaling hebben aanvaard in ruil voor de rechte weg, maar hun handelwijze heeft hen geen gewin gebracht, noch konden zij worden geleid.”
Soera 2, vers 17: “Hun toestand is als die van iemand die een vuur ontstak en toen het zijn omgeving verlichtte, nam Allah hun licht weg en liet hen in diepe duisternis, zodat zij niet meer zien.”
Soera 2, vers 18: “Doof, stom en blind, derhalve keren zij niet terug;”
Soera 2, vers 24: “Doch, indien je het niet kunt doen – en je zult het nimmer kunnen doen – wacht dan voor het vuur, dat voor de ongelovigen is bereid, en waarvan de brandstof mensen en stenen zijn.”
Soera 2, vers 39: “Doch zij, die niet geloven en Onze tekenen verloochenen, zullen de bewoners van het Vuur zijn; zij zullen daarin verblijven.”
Soera 2, vers 88: “En zij zegden: ´Ons hart is verhuld.´ Neen, Allah heeft hen vanwege hun ongeloof vervloekt. Weinig is derhalve hetgeen zij geloven.”
Soera 2, vers 89: “En toen een Boek van Allah tot hen kwam, vervullend datgene, dat bij hen was, hoewel zij voordien om overwinning over de ongelovigen plachten te bidden, toen dat tot hen kwam, herkenden zij dat niet en verwierpen het. Allah´s vloek rust derhalve op de ongelovigen.”
Soera 2, vers 90: “Kwaad is datgene, waarvoor zij hun ziel hebben verkocht; daar zij verwerpen, hetgeen Allah heeft geopenbaard, er afkerig van zijnde, dat Allah Zijn genade doet dalen over diegenen Zijner dienaren, die Hij wil. Daardoor brachten zij toorn op toorn over zich en er is een vernederende kastijding voor de ongelovigen.”
Soera 2, vers 98: “Al wie een vijand is van Allah en Zijn engelen en Zijn boodschappers en Gabriel en Michaël, waarlijk, Allah is een vijand van zulke ongelovigen.”
Soera 2, vers 99: “En Wij hebben jullie voorzeker duidelijke tekenen gegeven en niemand, dan de overtreders, verwerpt ze.”
Soera 2, vers 104: “O, jij die gelooft, zegt niet: ´Raainaa´, maar zegt: ´Onzornaa´ en luister. Er is voor de ongelovigen een pijnlijke straf.”
Soera 2, vers 121: “Zij, wie Wij het Boek hebben gegeven, volgen het na, zoals het behoort te worden nagevolgd; dezen zijn het, die er in geloven. En die er niet in geloven, zullen de verliezers zijn.”
Soera 2, vers 159: “Voorzeker, degenen, die hetgeen Wij aan tekenen en leiding hebben neer gezonden, verbergen, nadat Wij het Boek aan de mensen duidelijk hebben gemaakt, zijn het, die Allah vervloekt en zij die het recht hebben te vervloeken, vervloeken hen ook.”
Soera 2, vers 162: “Daarin zullen zij blijven. Hun straf zal niet worden verlicht, noch zal hen uitstel worden verleend.”
Soera 2, vers 171: “De ongelovigen gelijken op hem, die schreeuwt naar hetgeen niets hoort, het blijft een roep en een schreeuw. Zij zijn doof, stom en blind, zij begrijpen dus niet.”
Soera 2, vers 221: “En huw geen afgodendienaressen voordat zij geloven; waarlijk een gelovige slavin is beter dan een afgodendienares, ofschoon zij je mag behagen. En huw haar (gelovige vrouwen) niet aan afgodendienaren uit, voordat zij geloven; waarlijk een gelovige slaaf is beter dan een afgodendienaar, ofschoon hij je mag behagen. Zij noden tot het Vuur, maar Allah noodt je tot de Hemel en tot vergiffenis door Zijn gebod. En Hij maakt Zijn tekenen aan de mensen duidelijk, opdat zij lering zullen trekken.”
Soera 2, vers 264: “O, jij die gelooft, maakt uw aalmoezen niet waardeloos door verwijt of krenking, zoals hij, die zijn rijkdommen weggeeft, om op te vallen bij de mensen en hij gelooft niet in Allah en de laatste dag. Hij is als een gladde rots, die met aarde is bedekt, waarop een stortregen valt, welke haar kaal achterlaat. Zij hebben geen macht over wat zij verdienen. En Allah leidt het ongelovige volk niet.”
Soera 2, vers 286: Allah belast geen ziel boven haar vermogen. Voor haar is wat zij verdient en tegen haar is ook wat zij verdient. ´Onze Heer, straf ons niet als wij vergeten of een fout hebben begaan, Heer, en belast ons niet, zoals jij degenen, die vóór ons waren hebt belast; onze Heer belast ons niet met datgene, waarvoor wij de kracht niet hebben (het te dragen), wis onze fouten uit en schenk ons vergiffenis en wees ons barmhartig; U bent onze Meester, help ons daarom tegen het ongelovige volk´.”
Soera 3, vers 12: “Zeg tot de ongelovigen: ´Gij zult worden terneergeslagen en in de hel worden verzameld, dit is een kwade rustplaats´.”
Soera 3, vers 32: “Zeg: ´Gehoorzaamt Allah en de boodschapper´, maar als zij zich afwenden, dan heeft Allah de ongelovigen niet lief.”
Soera 3, vers 73: “En gelooft niet, behalve in hem, die uw godsdienst belijdt. – Zeg: ´Voorzeker, de ware leiding is Allah´s leiding – dat iemand zal worden gegeven, als aan u werd gegeven, anders zullen zij met u redetwisten bij uw Heer.´ Zeg: ´Genade is in Allah´s hand. Hij schenkt deze aan wie Hij wil´. En Allah is Milddadig, Alwetend.”
Soera 3, vers 91: “Degenen die ongelovig zijn en als ongelovigen sterven, van geen hunner zal een aarde vol goud worden aanvaard als hij zich daarmee zou willen vrijkopen. Dezen zijn het wie een smartelijke straf wacht en er zullen voor hen geen helpers zijn.”
Soera 3, vers 106: “Op den dag, waarop sommige gezichten verlicht en andere gezichten verduisterd zullen zijn. Wat hen betreft, wier gezicht verduisterd zal zijn: ´Heb je verworpen, nadat je had geloofd? Ondergaat dan de straf, omdat je placht te verwerpen´.”
Soera 3, vers 116: “Voorzeker, degenen die verwerpen, hun bezittingen noch kinderen zullen hun iets kunnen baten tegen Allah en dezen worden de bewoners van het Vuur. Zij zullen daarin verblijven.”
Soera 3, vers 147: “En hun woord was slechts: ´Onze Heer, vergeef ons onze zonden en de buitensporigheden in ons gedrag en maak ons standvastig en help ons tegen het ongelovige volk´.”
Soera 3, vers 151: “Wij zullen de harten der ongelovigen met ontzag vervullen omdat zij aan Allah deelgenoten toeschrijven waarvoor Hij geen gezag heeft neer gezonden. Hun verblijfplaats is het Vuur en slecht is de woning der overtreders.”
Soera 3, vers 177: “Waarlijk, degenen die het ongeloof hebben aanvaard in ruil voor het geloof, kunnen Allah niets aandoen; hen wacht een pijnlijke straf.”
Soera 3, vers 196: “Laat de bewegingen der ongelovigen in het land u niet bedriegen.”
Soera 4, vers 18: “Er is geen (aanvaarding van) berouw voor degene, die kwaad doet, totdat de dood hem in het gezicht staart en hij zegt: ’Ik heb berouw’; noch voor degenen die als ongelovigen sterven. Dezen zijn het, voor wie Wij een pijnlijke straf hebben bereid.”
Soera 4, vers 46: “Er zijn onder de Joden, die woorden uit hun verband rukken. En zij zeggen: ´Wij horen en gehoorzamen niet´ en ´luister je, zonder te horen´ en ´Raainaa´, terwijl zij woorden verdraaien en het geloof zoeken te schenden. En indien zij gezegd hadden: ´Wij horen en wij gehoorzamen´ en ´hoort toe´ en ´kijk ons aan´ zou dit beter en oprechter voor hen zijn geweest. Maar Allah heeft hen wegens hun ongeloof vervloekt, zij geloven dus slechts weinig.”
Soera 4, vers 55: “En sommigen hunner geloofden er in en sommigen hunner weerhielden anderen er van te (geloven). De hel, met het laaiende vuur is toereikend (voor hen).”
Soera 4, vers 92: “Het betaamt een gelovige niet, een andere gelovige te doden, tenzij dit bij vergissing gebeurt. En wie een gelovige bij vergissing doodt moet een gelovige slaaf bevrijden en bloedgeld betalen ter overhandiging aan de erfgenamen, tenzij deze het uit liefdadigheid kwijtschelden. Maar indien hij (de gedode) tot een u vijandig gezind volk behoort en een gelovige is, dan moet (de overtreder) een gelovige slaaf bevrijden en als hij van een volk is waarmee gij een verbond hebt, dan moet een bloedgeld aan zijn familie worden betaald en een gelovige slaaf worden bevrijd. Maar wie er geen vindt, moet twee maanden achtereenvolgens vasten – een boete van Allah. En Allah is Alwetend, Alwijs.”
Soera 4, vers 93:  “En wie een gelovige opzettelijk doodt, zijn vergelding zal de hel zijn; daarin zal hij vertoeven. Allah´s toorn is op hem; Hij heeft hem vervloekt en zal hem een grote straf bereiden.”
Soera 4, vers 102: “En wanneer gij in hun midden zijt en het gebed voor hen leidt, laat een deel hunner bij u staan en hun wapenen meenemen. En wanneer zij hun prostratie hebben verricht, laat hen achter u gaan en laat die andere groep, die nog niet gebeden heeft naar voren komen en met u bidden en laat hen hun afweermiddelen en wapenen meenemen. De ongelovigen wensen, dat gij onachtzaam wordt op uw wapenen en uw bagage, zodat zij u plotseling overvallen. En als gij uw wapenen opzij legt indien de regen u stoort, of indien gij ziek zijt, zal dat voor u geen zonde zijn. Maar gij dient uw afweermiddelen steeds mee te nemen. Voorzeker, Allah heeft voor de ongelovigen een vernederende straf bereid.”
Soera 4, vers 103: “Wanneer gij het gebed hebt beëindigd, gedenkt dan Allah, staande, zittende en op uw zijde liggende. En, wanneer gij veilig zijt, houdt het gebed, voorwaar, het gebed is de gelovigen op vastgestelde uren opgelegd.”
Soera 4, vers 115: “En hij, die zich tegen de boodschapper verzet nadat diens leiding hem duidelijk is geworden en die een andere weg dan die der gelovigen volgt, Wij zullen hem laten volgen wat hij wil en Wij zullen hem in de hel werpen. Dat is een kwade bestemming.”
Soera 4, vers 137: “Voorzeker, degenen die geloven, daarna verwerpen, dan wederom geloven dan wederom verwerpen en daarna in ongeloof toenemen, hen zal Allah niet vergeven, noch zal Hij hen op de rechte weg leiden.”
Soera 4, vers 140: “En Hij heeft u reeds in het Boek (Koran) geopenbaard, dat wanneer gij hoort dat Allah´s tekenen worden verloochend en bespot, gij niet (eerder) met hen samen zult zijn, dan dat zij zich met een ander onderwerp bezig houden, anders zou je hun gelijke zijn. Voorzeker, Allah zal de huichelaars en de ongelovigen allen tezamen in de hel bijeenbrengen.”
Soera 4, vers 141: “Degenen, die afwachten tot u een overwinning van Allah ten deel valt, zeggen: ´Waren wij niet met u?´ En als de ongelovigen er aandeel in krijgen, zeggen zij (tot hen): ´Hebben wij niet de overhand over u gekregen en u beschermd tegen de gelovigen?´ Allah zal op de Dag des Oordeels tussen u richten en Allah zal de ongelovigen op generlei wijze over de gelovigen doen zegevieren.”
Soera 4, vers 144: “O, gij die gelooft, neemt geen ongelovigen tot vrienden boven de gelovigen. Wil je Allah een duidelijk bewijs tegen uzelf geven?”
Soera 4, vers 145: “De huichelaars zullen zeker in de diepste diepte van het Vuur zijn en gij zult voor hen geen helper vinden.”
Soera 4, vers 150: “Waarlijk, degenen die Allah en Zijn boodschappers verwerpen en onderscheid wensen te maken tussen Allah en Zijn boodschappers, zeggende: ´Wij geloven in sommige en niet in andere´, zij willen een tussenweg volgen.”
Soera 4, vers 151: “Dezen zijn inderdaad de ongelovigen en Wij hebben voor de ongelovigen een vernederende straf bereid.”
Soera 5, vers 10: “En degenen, die niet geloven en Onze tekenen verwerpen, zullen de bewoners der hel zijn.”
Soera 5, vers 33: “De vergelding dergenen die oorlog tegen Allah en Zijn boodschappers voeren en er naar streven wanorde in het land te scheppen, is slechts dat zij gedood of gekruisigd worden, of dat hun handen en hun voeten de ene rechts en de andere links, worden afgesneden, of dat zij het land worden uitgezet. Dat zal voor hen een schande in deze wereld zijn en in het Hiernamaals zullen zij een grote straf ontvangen.”
Soera 5, vers 59: “Zeg: ´O, mensen van het Boek, gij haat ons slechts, omdat wij in Allah geloven en in hetgeen ons is neer gezonden en in hetgeen voordien was neer gezonden of doordat de meesten van u ongehoorzaam zijn´.”
Soera 5, vers 67: “O boodschapper, verkondig hetgeen u van uw Heer is geopenbaard en indien gij dat niet doet, dan heb je Zijn boodschap niet overgebracht. Allah zal u tegen de mensen beschermen. Voorzeker, Allah leidt het ongelovige volk niet.”
Soera 5, vers 86: “Maar de ongelovigen die Onze tekenen verloochenen zullen de bewoners der hel zijn.”
Soera 6, vers 49: “En degenen, die Onze tekenen verloochenen, hen zal straf raken, omdat zij niet gehoorzaam waren.”
Soera 6, vers 110: “En Wij zullen hun hart en ogen in verwarring brengen, omdat zij er voor de eerste keer niet in geloofden en Wij zullen hen in hun overtreding blindelings laten dwalen.”
Soera 6, vers 111: “En zelfs al zonden Wij engelen tot hen neer en al spraken de doden tot hen en Wij verzamelden voor hen alle dingen van aangezicht tot aangezicht, zij zouden er niet in geloven, tenzij Allah dit wilde. Maar de meesten hunner gedragen zich onwetend.”
Soera 6, vers 125: “Wie Allah ook wenst te leiden, Hij verruimt zijn hart voor de Islam en wie Hij wenst te laten dwalen, zijn hart maakt Hij eng en gesloten alsof hij een hoogte aan het beklimmen was. Zo legt Allah degenen die niet geloven, onreinheid op.”

Screenshot_63

Soera 7, vers 36: “Maar zij, die Onze tekenen verloochenen en er zich hoogmoedig van afkeren – dezen zullen de bewoners van het Vuur zijn, zij zullen daarin vertoeven.”
Soera 7, vers 40: “Voorzeker, voor hen die Onze tekenen verloochenen en er zich hoogmoedig van afwenden, zullen de poorten van de Hemel niet worden geopend, noch zullen zij in het paradijs komen; eer zou een kameel door het oog van een naald gaan. En zo vergelden Wij de daden der schuldigen.”
Soera 7, vers 41: “Zij zullen de hel tot bed en bedekkingen hebben. En zo vergelden Wij de onrechtvaardigen.”
Soera 7, vers 50: “En de bewoners van het Vuur zullen tot de bewoners van het paradijs roepen: ´Giet wat water over ons uit of iets, waarmee Allah u heeft voorzien.´ Zij zullen antwoorden: ´Allah heeft voorzeker dit voor de ongelovigen verboden´.”
Soera 8, vers 13: “Dit is, omdat zij zich tegen Allah en Zijn boodschapper hebben verzet. En wie tegen Allah en Zijn boodschapper strijdt, (wete) Allah is voorzeker streng in vergelding.”
Soera 8, vers 14: “Dat is (uw straf), ondergaat haar daarom en weet dat er voor de ongelovigen de straf van het Vuur is.”
Soera 8, vers 15: “O, gij die gelooft, wanneer gij degenen die niet geloven, op u af ziet komen wendt hun dan niet uw rug toe.”
Soera 8, vers 16: “En wie op die dag zijn rug toekeert, tenzij hij voor het gevecht manoeuvreert of om plaats te nemen bij een andere groep, doet inderdaad de toorn van Allah over zich komen en de hel zal zijn tehuis zijn en dat is een slechte verblijfplaats.”
Soera 8, vers 35: “En hun gebed in het Huis (de Kaaba) is niet anders dan fluiten en klappen in de handen. ´Ondergaat daarom de straf omdat gij placht te verwerpen´.”
Soera 8, vers 36: “Voorzeker, de ongelovigen besteden hun rijkdommen om anderen van de weg van Allah af te leiden. Zij zullen doorgaan ze te verspillen maar daarna zullen zij spijt hebben en worden overwonnen. En zij die verwerpen zullen in de hel worden verzameld.”
Soera 8, vers 73: “De ongelovigen zijn vrienden van elkander. Als gij niet ingrijpt zal er onheil en grote wanorde in het land komen.”
Soera 9, vers 12: “Maar indien zij na hun verbond hun eden breken en uw godsdienst smaden, bestrijd dan de leiders van het ongeloof – waarlijk, hun eden zijn niets – opdat zij mogen ophouden.”
Soera 9, vers 23: “O jij, die gelooft, neemt uw vaders en uw broeders niet tot vrienden als zij ongeloof boven geloof verkiezen. En wie onder u met hen bevriend is behoort tot de overtreders.”
Soera 9, vers 34: “O, jij die gelooft, velen der priesters en monniken verteren de rijkdommen der mensen door valse middelen en leiden de mensen van de weg van Allah af. En degenen, die goud en zilver ophopen en het niet voor de zaak van Allah besteden, deel hun het nieuws van een pijnlijke straf mee.”
Soera 9, vers 35: “Op de Dag, waarop het (geld) in het Vuur der hel verhit zal worden en hun voorhoofd, hun zijden en hun rug er mee zullen worden gebrandmerkt, (wordt hun gezegd:) ´Dit is hetgeen je voor jezelf hebt vergaard, ondergaat daarom nu (de gevolgen van) hetgeen je voor jezelf verzameld hebt´.”
Soera 9, vers 49: “En onder hen is hij die zegt: ´Geef mij verlof en stel mij niet op de proef.´ Voorzeker, zij zijn reeds op de proef gesteld. De hel zal de ongelovigen zeker omvatten.”
Soera 9, vers 63: “Weten zij niet, dat hem die Allah en Zijn Boodschapper vijandig gezind is het Vuur der hel wacht, waarin hij zal vertoeven? Dat is de grote vernedering.”
Soera 9, vers 68: “Allah belooft de huichelaars, mannen en vrouwen en de ongelovigen het Vuur der hel, waarin zij zullen vertoeven. Het zal hun genoeg zijn. Allah heeft hen vervloekt, en zij zullen een blijvende straf ontvangen.”
Soera 9, vers 80: “Of je vergiffenis voor hen vraagt of dat je geen vergiffenis voor hen vraagt – zelfs al vraag je zeventig maal vergiffenis voor hen – Allah zal hen toch niet vergeven. Dit is omdat zij in Allah en Zijn boodschapper niet geloven. Allah leidt het trouweloze volk niet.”
Soera 9, vers 84: “En bid voor geen enkele hunner die sterft, noch sta bij zijn graf, want zij verwierpen Allah en Zijn boodschapper en stierven, terwijl zij overtreders waren.”
Soera 9, vers 90: “Van de woestijn-Arabieren kwamen er, uitvluchten zoekend opdat hun vrijstelling mocht worden verleend. En degenen, die logen jegens Allah en Zijn boodschapper, bleven thuis. En degenen hunner, die niet geloven, zal een pijnlijke straf treffen.”
Soera 9, vers 125: “En voor degenen in wier hart een ziekte is, voegt het onreinheid bij onreinheid en zij sterven terwijl zij ongelovig zijn.”
Soera 13, vers 14: “Tot Hem is het ware gebed. En degenen, die zij buiten Hem aanroepen, verhoren hen in het geheel niet, doch zij zijn als iemand die zijn handen uitstrekt naar het water, opdat het zijn mond zal bereiken, maar het kan hem nooit bereiken. En het aanroepen der ongelovigen gaat slechts verloren.”
Soera 13, vers 33: “Zal Hij, Die over elke ziel waakt ten aanzien van hetgeen zij verdient (hen dan laten gaan)? Toch kennen zij medegoden aan Allah toe. Zeg: ´Noemt hen.´ Zoudt gij Hem willen inlichten over hetgeen Hem op aarde onbekend was? Of is het slechts een ledig gezegde? Neen, maar het plan der ongelovigen is voor hen schoonschijnend gemaakt en zij worden van de juiste weg teruggehouden. En hij, die Allah laat dwalen zal geen helper vinden.”
Soera 13, vers 34: “Er is voor hen een straf in het tegenwoordige leven; doch de straf van het Hiernamaals is gewis zwaarder en zij zullen tegen Allah geen verdediger hebben.”
Soera 13, vers 35: “Het beeld van de Hemel die de godvrezenden is beloofd, is, dat er stromen in vloeien, en dat zijn fruit en schaduw eeuwigdurend zijn. Dit is het loon van de rechtvaardig en maar het loon van de ongelovigen is het Vuur.”
Soera 15, vers 2: “De ongelovigen zullen dikwijls wensen, dat zij Moslims waren.”
Soera 15, vers 3: “Laat hen eten en zich vermaken en laat hun ijdele hoop hen achteloos maken; zij zullen het weldra te weten komen.”
Soera 15, vers 4: “En Wij hebben nooit een stad verwoest of het besluit er toe was bekend gemaakt.”
Soera 15, vers 5: “Geen volk kan zijn vastgestelde tijd vooruitlopen noch kunnen zij daarbij achterblijven.”
Soera 15, vers 6: “En dezen zeggen: ´O, gij, tot wie de vermaning is neer gezonden, je bent voorzeker bezeten´.”
Soera 15, vers 7: “Waarom brengt je ons geen engelen indien je tot de waarachtigen behoort?”
Soera 15, vers 8: “Wij zenden alleen engelen neer met de werkelijkheid en dan wordt hun (de ongelovigen) geen uitstel geschonken.”
Soera 16, vers 88: “Degenen die verwerpen en anderen van de weg van Allah afhouden – Wij zullen straf bij hun straf voegen omdat zij onheil stichtten.”
Soera 16, vers 94: “En maakt uw eden niet tot een middel van bedrog onder elkander; anders zal uw voet uitglijden nadat hij stevig heeft gestaan en je zult het kwade ondergaan omdat je ook anderen van het pad van Allah hebt afgehouden; en er zal voor U een strenge straf zijn.”
Soera 16, vers 104: “Degenen die in de tekenen van Allah niet geloven, Allah zal hen voorzeker niet leiden en er zal voor hen een smartelijke straf zijn.”
Soera 16, vers 105: “Voorzeker slechts zij verzinnen leugens die in de tekenen van Allah niet geloven; zij zijn de leugenaars.”
Soera 16, vers 106: “Wie Allah verwerpt, na te hebben geloofd – behalve hij die wordt gedwongen terwijl zijn hart in het geloof vrede blijft vinden – en zijn hart voor het ongeloof opent, op hem rust Allah´s toorn; en er zal een grote straf voor hem zijn.”
Soera 17, vers 8: “Het kan zijn dat uw Heer u barmhartigheid zal tonen; doch indien je terugkeert, zullen Wij ook terugkeren en Wij hebben de hel tot een kerker voor de ongelovigen gemaakt.”
Soera 17, vers 17: “Hoevele geslachten hebben Wij niet verdelgd na Noach! Voldoende kent en ziet uw Heer de zonden van Zijn dienaren.”
Soera 17, vers 18: “Voor een ieder die het wereldse verkiest haasten Wij ons het te verschaffen aan wie Wij willen en wat Wij willen, daarna kennen Wij hem de hel toe waarin hij zal branden, vernederd en verworpen.”
Soera 17, vers 45: “En wanneer je de Koran voorleest, plaatsen Wij tussen u en degenen die niet in het Hiernamaals geloven een verborgen sluier;”
Soera 17, vers 46: “En Wij leggen een bedekking over hun hart en doofheid in hun oren zodat zij het niet kunnen begrijpen. En wanneer je in de Koran uw Heer – de Enige – noemt, wenden zij u in afkeer de rug toe.”
Soera 17, vers 97: “En hij die Allah leidt, is goed geleid, doch voor hem die Hij laat dwalen zul je buiten Hem geen helper vinden. En Wij zullen hen verzamelen op de Dag der Opstanding, op hun aangezicht, blind, stom en doof voorover liggend. Hun verblijfplaats zal de hel zijn; telkenmale als het Vuur afneemt, zullen Wij de vlam voor hen aanwakkeren.”
Soera 17, vers 98: “Dat is hun vergelding, daar zij Onze woorden verwierpen en zeiden: ´Zullen wij indien wij beenderen en stof zijn geworden werkelijk worden opgewekt in een nieuwe schepping?´.”
Soera 18, vers 100: “En Wij zullen op die dag de hel aan de ongelovigen tonen.”
Soera 18, vers 102: “Denken de ongelovigen dat zij Mijn dienaren tot beschermers kunnen nemen buiten Mij? Voorwaar Wij hebben de hel bereid tot een onthaal voor de ongelovigen.”
Soera 18, vers 106: “De hel is hun beloning wegens hun ongeloof en de spot die zij met Mijn Tekenen en Mijn boodschappers bedreven.”
Soera 19, vers 69: “Dan zullen Wij zeker uit elke groep diegenen onder hen uitkiezen die het opstandigst waren tegen de Weldadige.”
Soera 19, vers 70: “En voorzeker, Wij weten het best wie onder hen het meest verdienen daarin te branden.”
Soera 19, vers 77: “Hebt gij hem dan gezien die Onze tekenen verwerpt en zegt: ´Mij zullen zeker rijkdommen en kinderen worden geschonken?´.”
Soera 19, vers 78: “Heeft hij toegang tot het Onzienlijke gehad of heeft hij een belofte uit de hand van de Weldadige ontvangen?”
Soera 19, vers 79: “Neen, hetgeen hij zegt tekenen Wij aan en Wij zullen de straf voor hem vermeerderen.”
Soera 19, vers 83: “Ziet gij niet dat Wij duivelen over de ongelovigen hebben losgelaten om hen aan te sporen?”

Screenshot_65

Soera 21, vers 6: “Vóór hen (bewoners van Mekka) heeft nooit een stad geloofd die Wij vernietigden; zullen deze dan wel geloven?”
Soera 21, vers 39: “O, wisten de ongelovigen maar de tijd wanneer zij niet bij machte zullen zijn het Vuur van hun gezicht of van hun rug te weren en niet zullen worden geholpen!”
Soera 21, vers 40: “Neen, onverwachts zal het hen achterhalen en het zal hen verbijsteren; en zij zullen niet bij machte zijn het te voorkomen, noch zal hun uitstel worden gegeven.”
Soera 21, vers 97: “En als de ware Belofte nadert, dan ziet, de ogen der ongelovigen zullen verstard zijn. (Zij zullen zeggen): ´O! wee ons, wij waren hier inderdaad onachtzaam over, neen, wij waren onrechtvaardigen´.”
Soera 21, vers 98: “Voorwaar, jij met hetgeen je buiten Allah aanbidt, zal de brandstof der hel zijn. Daartoe zul je komen.”
Soera 21, vers 99: “Indien dezen werkelijk Goden waren geweest zouden zij niet daarin zijn gegaan; nu zullen allen er in verblijven.”
Soera 22, vers 19: “Hier zijn twee tegenstanders die redetwisten over hun Heer. Voor de ongelovigen zullen gewaden van Vuur worden gesneden en over hun hoofd zal kokend water worden uitgegoten.”
Soera 22, vers 20: “Waardoor hun ingewanden alsmede hun huiden zullen worden verteerd.”
Soera 22, vers 21: “En hen zullen ijzeren roeden wachten.”
Soera 22, vers 22: “Telkens wanneer zij er uit (uit de hel) wensen te gaan, zullen zij er in terug worden gedreven; men zal zeggen: ´Proef je de straf van het branden?´.”
Soera 22, vers 51: “Doch degenen die trachten Onze woorden krachteloos te maken, zullen de bewoners van het Vuur zijn.”
Soera 22, vers 57: “Doch die niet geloven en Onze tekenen verloochenen zullen een schandelijke straf ondergaan.”
Soera 22, vers 72: “En wanneer Onze duidelijke tekenen aan hen worden voorgedragen zul je afkeuring bespeuren op het gezicht der ongelovigen. Bijna zouden zij degenen, die Onze tekenen aan hen verhalen, aanvallen. Zeg: ´Zal ik u over iets ergers dan dat inlichten? Het Vuur, Allah heeft het beloofd aan de ongelovigen. En dat is een slechte bestemming´.”
Soera 23, vers 117: “En diegene die naast God een andere god aanroept heeft daar geen bewijs voor: en de vergelding ervan berust bij zijn Heer. Voorzeker de ongelovigen slagen nooit!”
Soera 24, vers 55: “Allah heeft aan degenen onder u die geloven en goede werken verrichten beloofd, dat Hij hen voorzeker tot stedehouders op aarde zal stellen, zoals Hij degenen die vóór hen waren tot stedehouders maakte en dat Hij de godsdienst, die Hij voor hen heeft gekozen, zeker zal bevestigen, en dat Hij hun na hun vrees, vrede en veiligheid zal geven; Mij zullen zij aanbidden en niets met Mij vereenzelvigen. Maar wie daarna het geloof verwerpen, zullen overtreders zijn.”
Soera 24, vers 57: “Denkt niet, dat degenen die niet geloven, op aarde kunnen ontsnappen, hun tehuis is de hel, en deze is inderdaad een slechte toevlucht.”
Soera 24, vers 62: “Zij alleen zijn gelovigen die in Allah en Zijn boodschapper geloven, en die, wanneer zij wegens iets dat voor allen belangrijk is, bij hem (de profeet) zijn, zich niet verwijderen voordat zij hem om toestemming hebben gevraagd. Zij die u om verlof vragen zijn degenen die werkelijk in Allah en Zijn boodschapper geloven. Wanneer zij daarom uw toestemming vragen ter wille van hun zaken, geef dan toestemming aan wie hunner je wilt en vraag voor hen vergiffenis van Allah, voorzeker, Allah is Vergevensgezind, Barmhartig.”
Soera 25, vers 26: “Het ware Koninkrijk zal op die Dag aan de Genadevolle behoren, maar het zal voor de ongelovigen een moeilijke Dag zijn.”
Soera 25, vers 36: “En Wij zeiden: ´Gaat samen naar het volk dat Onze Tekenen verloochent.´ Daarna vernietigden Wij hen.”
Soera 26, vers 213: “Roep daarom naast Allah geen andere god aan, anders zul je gestraft worden.”
Soera 26, vers 224: “En de dichters! De dwalenden volgen hen.”
Soera 28, vers 86: “En je had niet verwacht dat het Boek (de Koran) aan u zou worden geopenbaard; maar het is een barmhartigheid van uw Heer; wees daarom nooit een ondersteuner der ongelovigen.”
Soera 29, vers 23: “Zij, die in de tekenen van Allah en de ontmoeting met Hem niet geloven, wanhopen aan Zijn barmhartigheid; dezen zullen een smartelijke straf ontvangen.”
Soera 29, vers 49: “Neen, het zijn duidelijke tekenen in het hart van hen aan wie kennis is gegeven. En alleen de onrechtvaardigen verwerpen Onze tekenen.”
Soera 29, vers 52: “Zeg, ´Allah is voldoende als Getuige tussen u en mij. Hij weet alles wat in de hemelen en op aarde is. Zij die in de leugen geloven en Allah verwerpen zijn de verliezers´.”
Soera 29, vers 53: “Zij vragen u de straf te verhaasten; en indien er geen termijn was genoemd zou de straf reeds over hen zijn gekomen; toch zal deze hen zeker onverwachts overvallen terwijl zij het niet voorzien.”
Soera 29, vers 54: “Zij vragen u de straf te verhaasten; maar waarlijk de hel zal de ongelovigen omringen.”
Soera 29, vers 55: “Op de Dag waarop de straf hen zal overweldigen van boven en van onder hun voeten, zal Hij zeggen: ´Ondergaat wat je hebt bedreven´.”
Soera 29, vers 68: “En wie is onrechtvaardiger dan hij, die een leugen verzint over Allah, of de Waarheid verloochent wanneer zij tot hem komt? Is er geen woning in de hel voor de ongelovigen?”
Soera 30, vers 14: “Op de Dag, waarop het Uur zal komen, zullen zij worden gescheiden.”
Soera 30, vers 15: “Dan zullen zij die geloven en goede werken verrichtten in een tuin gelukkig worden.”
Soera 30, vers 16: “Maar zij die niet geloofden en Onze tekenen en de ontmoeting in het Hiernamaals verwierpen, zullen voor straf te staan komen.”
Soera 30, vers 45: “Opdat Hij hen, die geloven en goede werken doen, moge belonen uit Zijn overvloed. Voorzeker, Hij heeft de ongelovigen niet lief.”
Soera 31, vers 6: “En onder de mensen is iemand die door ijdele praatjes zonder kennis (anderen) van Allah´s pad wil doen afdwalen en er mee de spot drijft; voor zulken zal er een vernederende straf zijn.”
Soera 31, vers 7: “En wanneer Onze woorden aan hem worden voorgedragen, wendt hij zich verachtelijk af alsof hij ze niet hoorde en zijn oren verstopt waren. Kondig hem daarom een pijnlijke straf aan.”
Soera 31, vers 23: “En zij die niet geloven, laat hun ongeloof u niet verdrieten. Tot Ons zullen zij wederkeren en Wij zullen hen inlichten over wat zij deden; Allah weet heel goed wat in hun innerlijk is.”
Soera 31, vers 24: “Wij zullen hen voor een poosje zich laten vermaken; daarna zullen Wij hen tot een strenge straf voortdrijven.”
Soera 33, vers 1: “O Profeet, zoek bescherming bij Allah en gehoorzaam de ongelovigen en de huichelaars niet. Allah is Alwetend, Alwijs.”
Soera 33, vers 48: “En gehoorzaam de ongelovigen en de huichelaars niet en sla geen acht op hun grievende taal, stel uw vertrouwen in Allah, want Allah is Toereikend als Beschermer.”
Soera 33, vers 64: “Allah heeft de ongelovigen zeker vervloekt en heeft een laaiend Vuur voor hen bereid.”
Soera 33, vers 65: “Daarin zullen zij voor lange tijd vertoeven en zullen vriend noch helper vinden.”
Soera 33, vers 66: “De Dag waarop hun gezicht zich in het Vuur zal wentelen zullen zij zeggen: ´O, hadden wij slechts Allah en Zijn boodschapper gehoorzaamd!´.”
Soera 33, vers 67: “En zij zullen zeggen: ´Onze Heer, wij gehoorzaamden onze leiders en onze grote mannen maar zij deden ons van de rechte weg afdwalen´.”
Soera 33, vers 68: “Onze Heer, geef hun een dubbele straf en vloek hen met een zware vloek.”
Soera 34, vers 5: “Maar zij die Onze woorden trachten te verijdelen, zullen een pijnlijke straf ontvangen.”
Soera 34, vers 38: “En zij, die Onze woorden trachten krachteloos te maken zullen de straf ondergaan.”
Soera 34, vers 52: “Dan zullen zij zeggen: ´Wij geloven er in!´ Maar hoe zal het bereiken er van voor hen mogelijk zijn van zó ver…”

Screenshot_66

Soera 35, vers 7: “Er is een strenge straf voor hen die niet geloven. Maar er is vergiffenis en een grote beloning voor de gelovigen die goede werken doen.”
Soera 35, vers 26: “Dan greep Ik de ongelovigen aan en hoe (vreselijk) was Mijn afkeuring!”
Soera 37, vers 36: “En zeiden: ´Zullen wij onze Goden voor die waanzinnige dichter opgeven?”
Soera 37, vers 37: “Neen, hij is met de Waarheid gekomen en heeft die van de (vroegere) boodschappers bevestigd.”
Soera 37, vers 38: “Gij zult de pijnlijke straf gewis ondergaan.”
Soera 37, vers 39: “En gij zult slechts worden vergolden voor hetgeen gij deed.”
Soera 37, vers 40: “Maar de uitverkoren dienaren van Allah.”
Soera 37, vers 41: “Zullen een bekende voorziening ontvangen;”
Soera 37, vers 42: “Zij zullen vruchten ontvangen, en worden geëerd,”
Soera 37, vers 43: “In tuinen van gunsten,”
Soera 37, vers 44: “Op rustbanken. tegenover elkander.”
Soera 37, vers 45: “En een beker zal hun worden rond gereikt uit een stromende bron.”
Soera 37, vers 46: “Helder, smakelijk voor de drinkenden,”
Soera 37, vers 47: “Waardoor geen dronkenschap zal ontstaan noch zullen zij er door worden uitgeput.”
Soera 37, vers 48: “En naast hen zullen vrouwen zijn van bescheiden blik met mooie ogen.”
Soera 38, vers 1: “Saad. Bij de Koran vol van aanzien.”
Soera 38, vers 2: “Maar de ongelovigen zijn in valse trots en strijd.”
Soera 38, vers 3: “Hoevele geslachten hebben Wij vernietigd vóór hen! Zij schreeuwden het uit, toen er voor ontkomen geen tijd meer was.”
Soera 38, vers 8: “´Aan hem is onder ons de vermaning gezonden?´ Neen, zij twijfelen aan Mijn vermaning, zij hebben Mijn straf nog niet ondergaan.”
Soera 38, vers 27: “En Wij hebben de hemelen en de aarde en alles wat er tussen is niet tevergeefs geschapen – Dat is het vermoeden der ongelovigen. En wee de ongelovigen vanwege het Vuur.”
Soera 39, vers 22: “Hij wiens hart Allah voor de islam heeft verruimd, is in het licht van zijn Heer. Wee dan degenen, wier hart verhard is bij de gedachtenis aan Allah! Waarlijk, zij verkeren klaarblijkelijk in dwaling.”
Soera 39, vers 32: “Wie is onrechtvaardiger dan hij, die een leugen over Allah verzint of de Waarheid verloochent wanneer zij tot hem komt? Is er voor de ongelovigen geen plaats in de hel?”
Soera 39, vers 71: “En de ongelovigen zullen naar de hel worden gedreven, wanneer zij deze bereiken, zullen de poorten worden geopend en haar wachters zullen tot hen zeggen: ´Kwamen er geen boodschappers van uit uw midden tot u, de tekenen van uw Heer verkondigende en u waarschuwende voor de komst van deze Dag?´ Zij zullen antwoorden: ´Ja zeker!´ Maar nu is de uitspraak van de straf tegen de ongelovigen van kracht geworden.”
Soera 40, vers 6: “Zo werd het woord van uw Heer bewaarheid ten opzichte van de ongelovigen: dat zij de bewoners van het Vuur zouden zijn.”
Soera 40, vers 22: “Dat kwam omdat hun boodschappers tot hen kwamen met duidelijke tekenen, doch zij verwierpen ze; daarom greep Allah hen. Voorzeker, Hij is Machtig, Streng in het straffen.”
Soera 40, vers 49: “En degenen die in het Vuur zijn zullen tot de bewaarders der hel zeggen: ´Bidt uw Heer, een dag van onze straf te verlichten´.”
Soera 40, vers 50: “Zij zullen antwoorden: ´Kwamen uw boodschappers niet tot u met duidelijke bewijzen?´ Zij zullen zeggen: ´Ja zeker.´ De bewaarders zullen antwoorden: ´Bid dan.´ Maar het bidden der ongelovigen is nutteloos.”
Soera 40, vers 70: “Degenen die het Boek en hetgeen waarmee Wij Onze boodschappers zonden, verloochenden, zullen weldra (de waarheid) te weten komen,”
Soera 40, vers 71: “Wanneer zij met boeien en kettingen om hun hals zullen worden gesleept”
Soera 40, vers 72: “In kokend water; dan zullen zij in het vuur worden geworpen.”
Soera 40, vers 73: “Dan zal er tot hen worden gezegd: ´Waar zijn (de afgoden), die gij met Allah had vereenzelvigd?´.”
Soera 40, vers 74: “´Naast Allah?´ Zij zullen zeggen: ´Zij zijn verloren gegaan. Neen, wij plachten voorheen niets te aanbidden.´ Zo laat Allah de ongelovigen dwalen.”
Soera 40, vers 84: “En toen zij Onze straf zagen zeiden zij: ´Wij geloven in Allah als de Enige en wij verwerpen alles wat wij vroeger met Hem plachten te vereenzelvigen´.”
Soera 40, vers 85: “Maar nadat zij Onze straf hadden gezien kon hun geloof hun niet meer baten. Dit is Allah´s wet die haar loop neemt ten opzichte van Zijn dienaren en zo gingen de ongelovigen verloren.”
Soera 41, vers 15: “Maar de Aad handelden ten onrechte laatdunkend op aarde en zeiden: ´Wie is machtiger dan wij?´ Wisten zij niet dat Allah, Die hen schiep machtiger was dan zij? Doch zij plachten Onze tekenen te verwerpen.”
Soera 41, vers 16: “Daarom zonden Wij tegen hen een razende wind gedurende verscheidene noodlottige dagen, opdat Wij hen in dit leven de straf der vernedering mochten doen ondergaan. De straf van het Hiernamaals zal zeker nog vernederender zijn en zij zullen niet worden geholpen.”
Soera 41, vers 27: “Maar Wij zullen zeker de ongelovigen een strenge straf doen toekomen en Wij zullen hun slechtste daden vergelden.”
Soera 41, vers 28: “Dat is het loon van Allah´s vijanden: het Vuur. Daar zullen zij een langdurig tehuis hebben; een vergelding, omdat zij Onze tekenen niet erkenden.”
Soera 45, vers 8: “Die de woorden van Allah, die hem worden voorgedragen, hoort en niettemin minachtend ze trotseert alsof hij ze niet hoorde. – Geef hem tijding van een pijnlijke straf. “
Soera 45, vers 9: “En die, wanneer hij van Onze tekenen kennis krijgt er mee spot. Voor dezulken is er een vernederende straf.”
Soera 45, vers 10: “Zij hebben de hel in het vooruitzicht; hetgeen zij verwierven zal hen niet baten noch de afgoden die zij buiten Allah tot beschermers namen, terwijl zij een grote straf zullen ontvangen.”
Soera 45, vers 11: “Dit is de leiding. En voor degenen die de tekenen van hun Heer verwerpen, is de kwelling van een pijnlijke straf gereed.”
Soera 47, vers 8: “Maar de ongelovigen wacht vernietiging en Hij zal hun werken vruchteloos maken.”
Soera 47, vers 9: “Dat is omdat zij, hetgeen Allah heeft geopenbaard, haten, daarom maakte Hij hun werken vruchteloos.”
Soera 47, vers 12: “Voorwaar, Allah zal hen die geloven en goede werken doen in het paradijs toelaten, waardoorheen rivieren vloeien: terwijl de ongelovigen zich vermaken en eten zoals het vee; het Vuur zal hun tehuis zijn.”
Soera 47, vers 25:  “Waarlijk, voor hen die hun rug omkeren nadat de leiding hun duidelijk is geworden, heeft Satan het gemakkelijk gemaakt en hun verlangens opgewekt.”
Soera 47, vers 26: “Dat is doordat zij tot degenen die haten wat Allah heeft geopenbaard, zeggen: ´Wij willen u in sommige zaken gehoorzamen´. Maar Allah kent hun geheimen.”
Soera 47, vers 27: “En hoe (zal het zijn) wanneer de engelen bij de dood hun ziel zullen nemen, hun aangezicht en hun rug treffend?”
Soera 47, vers 32: “Voorzeker, zij die niet geloven en (anderen) van Allah´s pad afleiden en die de boodschapper tegenwerken, nadat de leiding hun duidelijk is geworden, zullen Allah stellig niet schaden doch Hij zal hun werken vruchteloos maken.”
Soera 47, vers 34: “Waarlijk, de ongelovigen, die van het pad van Allah afleiden en sterven, terwijl zij ongelovig zijn, Allah zal hen zeker niet vergeven.”
Soera 48, vers 13: “En voor degenen, die niet in Allah en Zijn boodschapper geloven hebben Wij voorzeker een laaiend Vuur bereid.”
Soera 48, vers 25: “Zij zijn het die niet geloofden en u van de Heilige Moskee afhielden en de offeranden verhinderden hun bestemming te bereiken. En ware het niet om de gelovige mannen en vrouwen die gij niet kent en die gij had kunnen vertrappen zodat wegens hen een blaam aan u kon hebben gekleefd zonder dat gij het wist, (zou Hij u hebben toegestaan te vechten, maar Hij deed dat niet) opdat Hij in Zijn barmhartigheid zou opnemen wie Hij wil. Als zij gescheiden waren zouden Wij de ongelovigen onder hen voorzeker met een smartelijke straf hebben gestraft.”
Soera 57, vers 15: “Derhalve zal op deze Dag geen losgeld van u worden aangenomen, noch van degenen die ongelovig waren. Uw tehuis zal het Vuur zijn; dat is uw vriend en het is een slechte bestemming!”
Soera 57, vers 19: “En zij, die in Allah en Zijn boodschappers geloven, zijn de waarachtigen en de martelaren in de ogen van hun Heer; zij zullen hun beloning en hun licht ontvangen. Maar zij die Onze boodschappen verwierpen en verloochenden, zullen de bewoners der hel zijn.”
Soera 58, vers 4: “Maar wie geen slaaf vindt, laat hem twee achtereenvolgende maanden vasten, voordat zij elkander aanraken. En wie dat niet doen kan, moet zestig arme mensen voeden. Dit is een bevel, opdat gij moogt geloven aan God en Zijn boodschapper. Dit zijn de verordeningen van Allah; en er is een pijnlijke straf voor de ongelovigen.”
Soera 58, vers 5: “Degenen, die tegen Allah en Zijn boodschapper ingaan, zullen zeker vernederd worden zoals degenen die hen vooraf gingen vernederd werden; want Wij hebben reeds duidelijke tekenen neder gezonden. En de ongelovigen zullen een onterende straf ontvangen.”
Soera 58, vers 14: “Hebt gij degenen niet gezien, die zich bevrienden met een volk, waarop Allah vertoornd was? Zij zijn noch de uwen noch de hunnen, zij zweren bij de leugen tegen beter weten in.”
Soera 58, vers 15: “Allah heeft voor hen een zware straf bereid. Slecht is inderdaad hetgeen zij doen.”
Soera 58, vers 16: “Zij hebben van hun eden een schild gemaakt en zij leiden anderen van het pad van Allah af; voor hen zal er een vernederende straf zijn.”
Soera 58, vers 17: “Noch hun bezittingen, noch hun kinderen zullen hen tegen Allah iets baten, dit zijn de bewoners van het Vuur en zij zullen daarin vertoeven.”
Soera 59, vers 11: “Hebt gij de huichelaars gezien? Zij zeggen tegen hun ongelovige broeders onder de mensen van het Boek: ´Indien gij verdreven wordt, zullen wij zeker met u mede gaan, en wij zullen nooit iemand ten (nadele van) uw zaak gehoorzamen en als gij wordt aangevallen zullen wij u beslist helpen.´ Maar Allah is getuige dat zij leugenaars zijn.”

Screenshot_68

Soera 60, vers 1: “O gij die gelooft, neemt Mijn vijanden en uw vijanden niet tot vrienden! Biedt gij hun vriendschap aan, hoewel zij de Waarheid die tot u is gekomen hebben verworpen en de boodschapper en uzelf verdrijven, omdat gij in Allah uw Heer gelooft? Indien gij optreedt om voor Mijn zaak te strijden en Mijn welbehagen te zoeken, zoudt gij hun dan in het geheim vriendschap betuigen? En Ik weet het beste wat gij verbergt en wat gij openbaar maakt. En wie van u zo handelt, is zeker van de rechte weg afgedwaald.”
Soera 60, vers 13: “O gij die gelooft, bevriendt u niet met een volk waarmee Allah vertoornd is; zij wanhopen aan het Hiernamaals zoals de ongelovigen wanhopen aan hen, die in de graven liggen.”
Soera 61, vers 7: “Wie is onrechtvaardiger dan hij die leugen over Allah verzint, terwijl hij opgeroepen wordt tot de Islam? Allah leidt het onrechtvaardige volk niet.”
Soera 61, vers 9: “Hij is het Die Zijn boodschapper heeft gezonden met leiding en de godsdienst der Waarheid, opdat hij deze moge doen zegevieren over alle andere godsdiensten, al zijn de afgodendienaren er afkerig van.”
Soera 62, vers 5: “Degenen die belast zijn met de Torah en deze niet naleven, zijn als een ezel die boeken draagt. Slecht is de staat van het volk dat de tekenen van Allah verwerpt. En Allah leidt het onrechtvaardige volk niet.”
Soera 63, vers 3: “Dat is omdat zij het geloof omhelsden en daarna verwierpen. Derhalve is een zegel op hun hart gedrukt en zij begrijpen niet (meer).”
Soera 64, vers 10: “Maar wie Onze tekenen verwerpen en loochenen, zullen de bewoners van het Vuur zijn, daarin zullen zij vertoeven, en dat is een slechte bestemming!”
Soera 72, vers 15: “En zij die van het rechte pad afwijken, zullen brandstof der hel zijn.”
Soera 72, vers 16: “Indien zij zich aan het rechte pad houden zullen Wij hun water in overvloed te drinken geven,”
Soera 72, vers 17: “Om hen daarmee op de proef te stellen. En wie zich van de gedachte aan zijn Heer afwendt, Hij zal hem een toenemende straf toedienen.”
Soera 72, vers 23: “´(Mij is) slechts de verkondiging van Allah´s boodschap opgedragen.´ En voor degenen die Allah en Zijn boodschapper niet gehoorzamen is het Vuur der hel, waarin zij lange tijd zullen vertoeven.”
Soera 74, vers 9: “Die Dag zal een moeilijke dag zijn.”
Soera 74, vers 10: “Niet gemakkelijk voor de ongelovigen.”
Soera 74, vers 16: “Stellig niet; want hij was vijandig tegenover Onze boodschappen.”
Soera 74, vers 17: “Hem zal Ik een zware straf opleggen.”
Soera 74, vers 31: “En Wij hebben niets dan engelen tot wachters van het Vuur gemaakt. En Wij hebben hun getal niet vastgesteld, dan tot beproeving der ongelovigen, opdat wie het Boek is gegeven zekerheid mogen verkrijgen en dat de gelovigen in geloof mogen toenemen en opdat de mensen van het Boek en de gelovigen niet zullen twijfelen. En dat degenen in wier hart een ziekte is en degenen die ongelovig zijn, mogen zeggen: “Wat bedoelt Allah met deze gelijkenis?” Zo laat Allah dwalen wie Hij wil en leidt wie Hij wil. Niemand kent de legerscharen van uw Heer dan Hij. Dit is niets dan een vermaning voor de mensheid.”
Soera 80, vers 40: “En op andere gezichten zal op die Dag stof liggen.”
Soera 80, vers 41: “Duisternis zal hen bedekken.”
Soera 80, vers 42: “Dat zijn de ongelovigen, de slechten.”
Soera 83, vers 13: “Die zegt, als Onze woorden aan hem worden voorgedragen: ´Fabelen der ouden´.”
Soera 83, vers 14: “Neen, maar hetgeen zij plachten te verdienen heeft zich als roest aan hun hart gehecht.”
Soera 83, vers 15: “Neen, zij zullen die Dag zeker van hun Heer worden uitgesloten.”
Soera 83, vers 16: “Voorwaar, dan zullen zij in de hel branden,”
Soera 83, vers 34: “Daarom zullen op deze Dag de gelovigen over de ongelovigen lachen,”
Soera 83, vers 35: “Op hoge sofa’s zittende zullen zij aanschouwen;”
Soera 84, vers 22: “Integendeel, de ongelovigen loochenen (de koran).”
Soera 84, vers 23: “Doch Allah weet het beste wat zij denken.”
Soera 84, vers 24: “Kondig hun hiervoor dus een pijnlijke straf aan.”
Soera 85, vers 10: “En zij, die de gelovige mannen en vrouwen vervolgen en dan geen berouw hebben, voor hen is de straf der hel, en hen wacht de straf van het branden.”
Soera 86, vers 13: “Dit is zeker een beslissend woord,”
Soera 86, vers 14: “Het is geen grap.”
Soera 86, vers 15: “Voorwaar zij smeden een plan.”
Soera 86, vers 16: “En ook Ik smeed een (machtiger) plan.”
Soera 86, vers 17: “Geef derhalve de ongelovigen voor een tijdje uitstel.”
Soera 88, vers 23: “Maar hij die zich afwendt en niet gelooft,”
Soera 88, vers 24: “Allah zal hem straffen met de strengste straf.”

Screenshot_69

Bron:
http://michael-mannheimer.net
Auteur: Michael Mannheimer

Vertaald uit het Duits door:
E.J. Bron
(www.ejbron.wordpress.com)

PS 1.: Bij het vertalen van de koranverzen heb ik gebruik gemaakt van onderstaande sites:
http://nl.wikipedia.org

Wanneer je op deze site via “externe links” de desbetreffende soera aanklikt, kom je terecht op de Nederlandse versie van de volgende site:
www.altafsir.com

PS 2.: Overal waar in de koranverzen gesproken wordt van “God”, heb ik deze naam vervangen door “Allah”.

Zie eveneens: “Koran – handboek voor de vernietiging van de mensheid.

Over E.J. Bron

www.ejbron.wordpress.com
Dit bericht werd geplaatst in Islam, koran. Bookmark de permalink .

25 reacties op Voor alle twijfelaars, besluitelozen, onwetenden en diegenen die nog steeds denken dat de islam een “religie van de vrede” zou zijn: Koranverzen, die al 1400 jaar lang (van Mohammed tot ISIS) oproepen tot haat en moord op “ongelovigen”

  1. Urbanus zegt:

    In het verlengde van dit artikel verwijs ik graag naar het volgende filmpje van Bill Warner, met een heel soepel uitleg overigens..

    Like

  2. Theresa Geissler zegt:

    Onnodig voor mij om dit allemaal na te lezen, Herr Mannheimer; ik heb het reeds lang heel goed begrepen!
    Het ware beter, dit aan heel links voor te leggen, om te beginnen onze links-liberale nitwits van D’66.

    Liked by 1 persoon

  3. louis-portugal zegt:

    Goed gedaan Bert.
    Het zou verplichtte literatuur moeten zijn voor iedereen die iets positiefs over de islam zegt.

    Like

  4. Stef zegt:

    Menschen kinders wat een wijze teksten zeg.

    Pislam is vrede ja dat geloofd toch iedereen!!

    Haat aan elke ongelovige…….bij mij is er inmiddels ook wat opgewekt…….

    Like

  5. Tistochwat zegt:

    Geert Wilders zegt niet voor niets dat wanneer je alle haatverzen uit die smerige koran weghaalt, je slechts iets overhoudt ter dikte van een Donald Duck.

    DIT ZOU OP ALLE SCHOLEN MOETEN WORDEN ONDERWEZEN!
    I.p.v. steeds maar tegemoet te komen aan de eisen van die tere gevoelige moslim-zieltjes!

    Like

  6. Scheerzeep NU zegt:

    Mein Kampf, Mijn Jihad, Mijn Gevecht. Mijn vaderland. Bloed en bodem.
    Vrij van onvrijheid, zuiver van onzuiverheden, waar blauwe ogen niet argwanend worden bekeken. Blauw als het staal van het zwaard doorklieft de zwarte baard.
    Bloedrode jurk.

    Like

  7. Tempelier zegt:

    Heer bron, bedankt, dit kunnen we nog gebruiken voor andere doeleinde.

    Like

  8. Antoine Banderes zegt:

    Sapperloot Bert… Ik moet even naar adem happen. Dit zijn maar liefst 25 A4’tjes vol met haat- en moord instructies. Dit moet toch eens bij die aanhangers van de linkse kerk naar binnen worden gepompt. Geen enkel bij zinnen zijnd persoon kan na kennisname hiervan nog zeggen dat islam “Vrede” is !
    Bedankt dat je dit nog maar eens een keer in deze vorm hebt gepubliceerd. Dit moeten we blijven verspreiden. Er in hameren !

    Like

  9. Frans de Wit zegt:

    Je maak mij niet wijs dat zoiets door een god wordt bepaald hoor, dit kan alleen door een zieke geest geschreven zijn. Hoe oud is de koran eigenlijk? En hoelang kunnen mensen eigenlijk schrijven?

    Like

  10. lucky bee zegt:

    Ik heb de koraan met zijn moordenaars befelen allemaal tot op de punt op de i geleerd van Immams; Dat wilde mijn moeder dat ik het helemaal leert, inclusief het Hindoeisme en Budhisme maar ook het Christendom.De eerste uit het christendom dat ik in mijn hersens was gebleven was wat Jezus Christus heeft gezegd toen hij aan de kruis stierf :”Vader Vergeef ze want ze weten niet wat ze doen.”Het is te vinden in de evangelie van Lukas bij de kruiziging .

    Like

  11. koddebeier zegt:

    Wie heden ten dage nog denkt in vrede met islamieten te kunnen leven is volslagen krankzinnig !!

    Like

  12. de la Combe Greven zegt:

    Ik heb dit bericht aan de eerste en tweede kamer gestuurd, ben bang dat het niet gelezen wordt.

    Liked by 1 persoon

  13. aegoliuscs zegt:

    Islam is vrede?

    18 juni 2015 in het dossier CHRISTENVERVOLGING

    Christelijk echtpaar gelyncht na ontheiliging Koran

    EO-journalist checkt: wat is er precies gebeurd in Pakistan?

    Begin november 2014 berichten internationale media over een drama dat zich heeft afgespeeld in een steenfabriek in het dorpje Chak, zestig kilometer van de stad Lahore in de Pakistaanse provincie Punjab. Wat is er precies gebeurd en hoe gaat het een half jaar later met de achterbleven familieleden? Een EO-journalist reisde naar Pakistan om het uit te zoeken.

    Door de luidsprekers van verschillende moskeeën klinkt het bericht dat een christelijk echtpaar de Koran heeft ontheiligd. Binnen tien minuten is een meute van honderden woedende moslims op de been en worden Shama Bibi (24) en Shahzad Masih (27) in een steenoven verbrand. Het stel laat vier jonge kinderen achter. Op het moment van de aanslag is Shama vier maanden zwanger.

    http://www.eo.nl/geloven/nieuws/item/christelijk-echtpaar-gelyncht-wegens-ontheiliging-koran/

    Like

  14. Het wordt een gevaarlijke Wereld,
    En wat heeft de mensen die er in deze bare tijden mee te maken wat er 1400 jaar terug is gebeurd. Iedereen zal wel het zelfde denken. Ze zijn toch hardstikke gek.
    Wat kan en wat kunnen we er tegen doen allemaal voor dat de vijand ons voor is haha Zijn ze ons al niet voor ???

    Like

  15. Volgens mij moeten we ophouden over de islam (het woord betekent ‘onderwerping’) te spreken, want zij is complete nep. Een doctrine die leert dat critici en afvalligen gedood moeten worden is geen religie, maar een strategie om landen te veroveren en volkeren te onderdrukken. Daar moet je geen woorden aan vuil maken of tijd in urenlange debatten aan verkwisten – die moet je gewoon officieel en wettelijk verbieden. Let’s do it.

    Like

  16. Mario G zegt:

    GODVERDOMME! OPSLUITEN DIE HANDEL, ik hoop maar dat dit niet gebeurd in nederland. het is toch volslagen idioot om ons als Nederland aan deze religie te moeten overgeven. Ik weet zeker dat Nederland in opstand komt, EN SNEL!.

    Of dit waar is is ook maar de vraag, maar het lijkt me vrij duidelijk met meer dan 20 pagina’s haatzaaiende teksten tegen ongelovige, dat het hier gaat om een aantal teksten die daadwerkelijk uit de koran komen. VERSCHRIKKELIJK!.

    Like

  17. Marinus Verwijs zegt:

    Is deze vertaling ook in het engels verkrijgbaar?.

    Like

  18. Pingback: Apologeet Amnesty Nederland verkondigt leugens over de islam en koran – Zeepertje.com – Facts Fun & News on ISLAM, "The religion of peace"

  19. Pingback: Apologeet Amnesty Nederland verkondigt leugens over de islam en koran – Fenixx.org

  20. vanhetgoor zegt:

    Dit is op vanhetgoor herblogden reageerde:
    Lees al deze informatie maar eens na!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s